Foto bij O63 | Gail


Gondor leefde op. Hoewel vele inwoners zwaar gewond waren en nood hadden aan medische zorg, was een enorme druk weggevallen van de machtige stad.
Eenmaal Gandalf en de anderen waren wedergekeerd uit Mordor, werd het nieuws al snel verspreid: Sauron, de Duistere heer, is verslagen . Als een lopend vuur wakkerde het nieuws door Midden-Aarde, en al gauw trokken vele volkeren naar de Witte Stad om hun dank te betuigen.
Dagelijks kwamen er nieuwe groepen elfen, mensen en dwergen aan, zo velen, dat er voor de stadspoorten een enorm tentenkamp was opgericht om allen te kunnen herbergen. 's Nachts weerklonk altijd muziek, iedereen was uitgelaten en danste in het rond.
Aragorn en Arwen mengden zich vaak onder hen, en iedereen bewonderde de schoonheid van de Elfenprinses, en de wijsheid van de Dunedan. Hun dapperheid in de Strijd om de Ring was in hun huid getekend door diepe littekens, en al gauw gingen de wildste verhalen ten ronde over de daden die ze hadden verricht. Maar allen keken uit naar de kroning van deze twee opmerkelijke persoonlijkheden.
Toch was de duisternis nog niet volledig verdwenen. Meer dan eens moesten er soldaten uitrijden om een groep orks of trollen te annihileren. Het leek erop dat het kwaad moeilijk uit te roeien zou zijn, alsof het nog een laatste, goed verborgen strohalm had gevonden om zich aan vast te klampen en verder te woekeren.
Het bezorgde Aragorn vaak kopzorgen, maar hij kon zich niet enkel daar mee bezig houden. Er waren ook nog vele gewonden, en zelfs met de hulp van de Elfen was dit een langzaam proces. Gandalf leek er echter van overtuigd dat alles uiteindelijk op zijn pootjes terecht zou komen. De Tovenaar drong ook aan op het kronen van de Dunedan, aangezien hij wist dat dit een goed beeld zou uitschijnen naar de rest van Midden-Aarde. Bovendien was dit een gebeurtenis waar ook de bezoekers naar uitkeken: Zij zouden echter aanwezig zijn op de Kroning van de Koning van Gondor, de eerste in lange tijd. Aragorn schoof de zaak echter liever op de lange baan, aangezien hij niet wist of hij de beste persoon was voor die taak. Hij had er reeds lange gesprekken over gevoerd, zowel met Arwen, Elrond, Gandalf als de Dunedan, maar toch kon hij niet volledig overtuigd worden.
Tot hij zijn beslissing had gemaakt regeerde Denetor de stad, al daalde het humeur van de stadhouder elke keer meer toen hij zag hoe geliefd Aragorn was bij zijn onderdanen.
De Dunedan zelf probeerde de stadhouder dan ook zo veel mogelijk te ontwijken. Hij bracht zoveel mogelijk tijd door in de stad zelf, en stond bovenop de kantelen toen een zeker rumoer beneden zijn aandacht trok. Hij riep de stadswachten, die een groep reizigers tegenhield, toe kalm te blijven en liep naar beneden.

Het bleek een nieuwe groep Dwergen te zijn, maar hun wapenschild herkende Aragorn echter niet. Nieuwsgierig liep hij naar hen toe.
'Wie bent u?'
Tot zijn verbazing antwoorde een van de jongere dwergen uit het gezelschap, uit wiens ogen een sterk gezag straalde.
'Ik ben Darrin, van Dúrins lijn. Wij zijn hierheen gekomen om de helden van Midden Aarde te eren en de schuld die de Dienaar van de Duisternis ons bezorgd heeft te innen.'
Aragorn schrok om de brute bewoordingen van de dwerg. 'De schuld van een dienaar van de duisternis? Mag ik u vragen wat u wenst, heer dwerg?'
De ogen van de jonge dwerg waren donker. 'Gerechtigheid.'

De laatste paar hoofdstukjes worden iets korter dan jullie gewend zijn van dit verhaal, maar momenteel heb ik helaas niet zoveel schrijf-tijd

Reacties (2)

  • Schack

    DARRIN IS BAAACKKK. WOOOOO.

    3 jaar geleden
  • Croweater

    Oeeh wat willen ze? :3

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen