Toen Madam Plijster met hem klaar was en hem serieus dreigde te vervloeken als hij die chocola niet opat, waarop hij, na een tamelijk kort duel, gedwongen werd het op te eten, liep hij naar Lupos kantoor. Dit kon zo niet langer; hij moest weten waarom juist hij en Potter zo getroffen werden en zelfs hulp vragen aan zijn vijand was minder beschamend dan gedwongen worden die chocola op te eten. Hij ademde diep in en klopte, na even geluisterd te hebben of er nog iemand was.

'Kom binnen,' zei Lupos.

Aarzelend opende Sherlock de deur.

'Ik wou wat vragen,' begon hij meteen. 'Hoe kan het dat alleen ik en -hij aarzelde even- Harry flauwvallen van Dementors?'

'Jullie worden sterker beïnvloed doordat jullie allebei gruwelen hebben meegemaakt die anderen bespaard zijn gebleven, denk ik,' zei Lupos. 'Dat is het enige wat zo'n effect teweegbrengt. Dementors behoren tot de afschuwelijkste wezens die er bestaan. Ze vermenigvuldigen zich op de donkerste, smerigste plaatsen, ze zijn dol op verderf en wanhoop en zij zuigen alle vrede, hoop en geluk weg uit hun omgeving.'

'Dat las ik allemaal al,' zei Sherlock. 'Maar er stond nergens waarom sommigen flauwvallen.'

'Daar kom ik op. Hoe dan ook, als je te dicht bij een Dementor komt, worden alle goede herinneringen en de bijbehorende gevoelen en gedachten uit je weggezogen. Als ze de kans krijgen voeden ze zich net zolang met je tot je net als zij word - zielloos en genadeloos. Alleen de herinnering aan het allerergste
dat je ooit hebt meegemaakt blijft over. En jij en Harry hebben allebei iets verschrikkelijks meegemaakt.'

'Maar er is nooit bewezen dat zielen überhaupt bestaan, laat staan dat ze ook echt uitgezogen kunnen worden, of wel soms?'

'Hier wel.'

'Maar waarom zijn hier eigenlijk Dementors?' vroeg Sherlock plotseling. 'Wie laat er nu z'n school bewaken met wezens waar Zwarts al eens eerder aan ontsnapt is in plaats van door mensen? Jullie hebben toch wel een soort politiekorps of zo?'

'Maar mensen zijn niet altijd even waakzaam, ze kunnen bewusteloos geslagen worden of verlamd.'

'Is het niet beter uit te zoeken waardoor Zwarts ontsnapte, in plaats van een fractie van alle Dementors waar hij aan ontsnapte het kasteel te laten bewaken waar de jongen die hij heel graag wil doden leeft?'

'Perkamentus had geen andere keuze dan toestemming geven. Hij is er ook niet bepaald blij mee.'

'Hoe verdreef u die Dementor in de trein eigenlijk?'

'Er zijn - bepaalde verdedigingsmiddelen,' zei Lupos. 'Maar in de trein ging het om maar een Dementor...' Sherlock zag aan zijn gedrag wat Lupos probeerde te doen, ondanks dat deze een beter acteur was dan de meesten.

'Kunt u me die verdedigingsmiddelen leren?' vroeg hij zo nonchalant mogelijk, hopend niet te enthousiast te klinken.

'Ik weet niet of dat wel zo'n goed idee is, Sherlock.' Het lag er duimendik bovenop dat hij wilde dat Sherlock iets gretiger klonk, vond Sherlock.

'Nou, dan zal ik maar in de bieb die verdedigingsspreuken zoeken,' zei hij kalm.

'Ik kan het wel proberen, als je geen bezwaar hebt tegen gezelschap,' zei Lupos, die duidelijk ook probeerde niet te gretig te klinken

'Wat voor gezelschap?'

'Harry Potter.'

Sherlock's ogen vernauwden zich. 'U bent er wel erg zeker van dat hij u om hulp gaat vragen.'
Lupos gaf geen antwoord.

'Wanneer zal de eerste les zijn?'

'Ik heb pas in het volgende semester de tijd.'

Zwijgend vertrok Sherlock. Hij liep naar de Uilenvleugel, waar Maurice op hem afvloog.

'Ik heb vandaag geen brief voor je Maurice,' zei Sherlock. De uil vloog een eindje voor hem uit en keek om. Sherlock volgde hem en de uil bracht hem naar een prachtige vogel.

'Hi,' zei hij zacht. 'Wie ben jij?'

Aarzelend stak hij zijn hand uit. De vogel landde op zijn hand en maakte een zacht geluidje. Het was bizar dat hij zo zeker was dat de vogel een naam had, maar het was nu eenmaal zo.

'Hij heet Felix,' zei Perkamentus' zachte stem. 'Ongetwijfeld voelde je dat hij een gekozen naam had? Het is een Feniks, en een mooie ook nu hij zijn branddag gehad heeft. Hij jaagt slechte mensen angst aan, maar goede geeft hij moed...'

Sherlock zweeg.

'Felix waarschuwt me als jij een brief stuurt en brengt de brief soms naar me toe, als ik erg druk ben.'

'Hoe weet hij welke brief van mij is?'

'Ik heb geen idee,' zei Perkamentus ergerlijk opgewekt. Maar misschien, zo dacht Sherlock Is alles wel ergerlijk geworden door dit nieuws.

Hij keek naar Felix, zich ineens afvragend waarom hij niet banger was.

'Hou je van dieren?'

De plotselinge vraag verraste hem en voor het eerst antwoordde hij zonder na te denken.

'Ja, heel erg.'

Onmiddellijk daarna schaamde hij zich kapot. Perkamentus had al meer informatie dan hem lief was, maar nee, natuurlijk moest hij hem nog meer informatie geven van het soort dat tegen hem gebruikt zou worden. Net iets voor hem.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen