Ik kijk Mark geërgerd aan. 'Hoe bedoel je: Je hebt het niet gemaakt?'
Mark begint een beetje schaapachtig te lachen. 'Ik wilde eigenlijk gewoon weten hoe je zou reageren, als ik zei dat ik mijn huiswerk had gemaakt,' zegt hij, als hij zich onschuldig op zijn achterhoofd begint te krabben. 'En ik had je daarna wel willen vertellen dat het een grap was... Maar toen kwam je met die weddenschap en dat was gewoon mijn ultieme kans om te zorgen dat ik een maand lang niet meer op mijn kop zou kunnen krijgen van de docenten omdat ik mijn huiswerk niet gemaakt heb. Dus hield ik mijn mond maar.' Hij maakt een kleine buiging. 'Sorry, zusje.'
'Maar... Nou...' Ik trek hem aan zijn schouders naar boven en rammel hem door elkaar. 'Argh, Mark! Als je stoer wilt doen, doe je dat toch niet voor je eigen zusje? Zoek je een vriendin, of zo!'
'Rustig, Manou,' sust Adèle. 'Het maakt niets uit. Zeg gewoon tegen die docent van je dat je het vergeten bent.'
Ik laat Mark langzaam weer los en laat mijn handen hangen. 'En wat nu? Ik wil wel nog een beloning,' zeg ik, als ik mijn armen over elkaar heensla.
Mark grijnst en slaat een arm om mijn schouder. 'Een privétraining van mij na school. Oké?'
'Tss.' Ik zucht diep en sla dan een hand tegen mijn hoofd. 'Wat verwacht ik ook van jou? Het is goed.'
Dan gaat de bel. En langzaam lopen alle leerlingen weer naar binnen.
'Jongens, ik moet gaan,' zegt Max, waarna hij wegrent. 'Later!'
Ik zwaai lachend terug. 'Kom straks maar naar het plein onder de toren! Dan kunnen we alvast gaan trainen!' Ik verhef mijn stem. 'En heel erg bedankt dat je in ons team wilt! Je hebt ons echt enorm geholpen, Max!' Hij kijkt nog even achterom en steekt zijn duim op. Ik glimlach en draai me dan terug naar Mark. 'Maar heb jij dan echt helemaal niemand gevonden voor de club?'
'Nou,' Mark zucht. 'Een of andere Willy Glass wil wel. Hoewel hij alleen wil als we écht niemand anders vinden.'
Ik trek mijn wenkbrauwen op. 'Want?'
'Dan kan hij de held spelen.'
Ik rol met mijn ogen en kreun. 'Sommige mensen...'
'Pff, inderdaad,' knikt hij instemmend, waarna hij op zijn vingers begint te tellen. 'Dus nu hebben we Kevin, Jack, Timmy, Sam, Steve, Tod, Max en wij twee.' Hij kijkt verrast op. 'Dat betekent dat we al negen leden hebben! Dus dan moeten we er nog maar twee!' Hij knielt voor me neer en kijkt me smekend aan. 'Kun jij dat niet regelen? Aangezien jij daar zo goed in bent?'
'Is goed,' zeg ik grijnzend. 'We hoeven er straks toch nog maar een.'
Mark kijkt me verbaasd aan en staat op. 'Hoezo?'
'Ik heb nog iemand van de atletiekclub gesproken. Nathan Swift, zo heette hij,' zeg ik terugdenkend aan de jongen. 'Hij zei dat hij na school nog naar het plein onder de toren zou komen.' Oké, dat zei hij niet helemaal. Maar dat hoeft Mark niet te weten.
Mark begint vrolijk op en neer te springen. 'Dat is geweldig nieuws, Manou!'
'Weet ik, to-'
'Mark! Manou! Nu hier komen!' Horen we opeens een boze stem boven ons. 'De les is al begonnen! En als jullie niet binnen twee minuten hier zijn, kunnen jullie nog nablijven ook!'
Verbaasd laat ik mijn blik naar boven glijden. En daar, uit het raam, hangt onze wiskunde docent. Hij kijkt ons bestraffend aan.
Ik kijk weer terug naar Mark. Hij heeft een brede grijns op zijn gezicht.
'En welke ik-heb-mijn-huiswerk-niet-gemaakt smoes gebruiken we deze keer?' Grinnikt hij.
'Manou, je mag geen smoesjes gebruiken,' zegt Adèle. 'Het is beter om gewoon eerlijk te zijn.'
Ik kijk heel even naar Adèle en haal dan grijnzend mijn schouders op. 'Misschien de mijn-teddybeer-had-hele-erge-honger smoes?'


En dan, na nog héél veel verschrikkelijke uren, gaat de bel. De lesuren zijn echt voorbij gekropen. Maar nu zijn we uit. Gelukkig.
'Kom op, Manou!' Zegt Mark enthousiast, als hij van zijn stoel opspringt en naar de deur van het klaslokaal loopt. 'We gaan!' Hij gooit de deur open en rent met een luide kreet weg.
Ik grijns, waarna ik mijn tas van de grond gris en achter hem aan ren. 'Hey! Wacht eens even!' Roep ik hijgend. Ik kijk snel om me heen en dan vang ik Mark op tussen alle kinderen die ook zo snel mogelijk van het schoolterrein willen zijn. Hij rent hard door en is al ongeveer van het schoolplein af. Ik zucht diep en laat mijn schouders hangen. 'Niet dat hij even wacht, of zo,' mompel ik grijnzend tegen mezelf. Ik zigzag tussen de kinderen door en sprint Mark zo snel mogelijk achterna. Na een tijdje ben ik weer bij.
'Waarom ren jij er opeens zo hard vandoor?'
Mark kijkt verbaasd om en grijnst. 'Oh nee! Je mag me niet inhalen!'
Ik kijk hem vragend aan. 'Hè? Hoezo niet?'
Mark draait zijn hoofd weer terug en grijnst. 'Omdat dit een wedstrijd is!'
Ik schud grijnzend mijn hoofd en race dan zo snel mogelijk achter Mark aan. 'Wacht maar!' Ik ben al snel weer bij hem en grijns zodra ik de trappen die naar het plein onder de toren leiden zie. 'Wat jammer nu voor je dat je zo slecht bent in traplopen,' zeg ik met een brede grijns op mijn gezicht. 'Dag, Mark!' Ik ren een stuk voor Mark uit de trappen op.
Bovenaan de trap zet ik mijn handen hijgend op mijn knieën en staar ik naar de trap, waar nog geen enkel spoor van Mark te bekennen is.
Drie minuten later komt hij hijgend naar boven gekropen. Ik begin hard te lachen en loop rustig naar hem toe. 'Heb je hulp nodig?' Hij knikt. Ik trek hem omhoog en sleep hem de trap op. 'Zo. Gaat het weer?' Hij schudt zielig zijn hoofd en staart dan weer voor zich uit. Hij begint enthousiast met zijn armen te flapperen en laat zijn mond open vallen.
'Jeetje, wat is er nu weer?' Vraag ik rollend met mijn ogen. 'Praat gewoon.'
Hij wijst naar de reling, waar een jongen staat. Ik herken hem meteen aan zijn platina blonde haren. Het is Axel. Hij staat met zijn handen in zijn zakken in de verte te staren. Het lijkt alsof hij ons no niet heeft opgemerkt. Maar dat kan ik me bijna niet voorstellen... Dus waarschijnlijk negeert hij ons gewoon. Niet dat dat iets uitmaakt. Mark en ik worden vaak genoeg genegeerd.
Mark heeft zich al los gemaakt uit mijn greep en is opeens weer in staat om te rennen en te praten. 'Hey, Axel!'
'Ohw, Manou! Daar is hij! Daar is Axel,' zwijmelt Adèle.
Mark gaat naast Axel staan en start met hem mee naar het uitzicht. 'Mooie plek, hé? Ja, ik kwam hier al graag toen ik nog maar een piepklein jochie was.' Dan draait hij zijn hoofd weer naar Axel. 'Hey, Axel. Heb je ook al gehoord van ons belangrijke, vriendschappelijke duel tegen de Royal?' Axels ogen worden groot. Alsof hij schrikt, of zo. Wat ik bijna niet kan voorstellen van zo'n cool iemand als hij...
'We hebben alleen nog twee spelers nodig, dus als je-'
'We hebben er toch nog maar een nodig?' Ik loop naar ze toe. 'Want misschien kwam die Nathan ook nog wel bij de clu-..'
'Ja... Maar dat is misschien,' zegt Mark snel. 'Dus, Axel, als je er misschien nog héél even over na wilt denken?' Axel draait zijn rug naar Mark toe.
'Vertel eens, Axel, waarom ben je eigenlijk gestopt?' Vraag ik nieuwsgierig. 'Ik zal het niemand vertellen. Dat beloof ik,' voeg ik er snel aan toe. 'Dat zou echt verspilling van talent zijn. Ik kreeg écht kippenvel van je schot. Je hebt natuurlijk wel zo je redenen om te stoppen, enzo. Maar dat betekent niet dat je er een hekel aan hebt. Want als je er een hekel aan had zou je niet zo schieten, toch?'
'Jullie houden beiden wel van praten, hé?'
Mark en ik kijken elkaar even aan. 'Maar we willen alleen maar met je voetballen! Dat is alles!' Zeggen we dan tegelijk.
Axel zucht diep. 'Laat me met rust,' zegt hij, waarna hij over de reling springt.
'Ohw, nee! Axel! Manou, kijk of alles goed met hem gaat!' Roept Adèle gepanikeerd.
Ik ren snel naar de reling en buig me eroverheen.
Axel staat netjes met beide benen op de grond.
Adèle zucht opgelucht. 'Hij is oké. Gelukkig.'
'Wacht, Axel! Waarom schoot je gisteren dan die bal?' Schreeuwt Mark naar hem.
Axel is even stil en blijft geschrokken staan. Maar dan herpakt hij zich weer. 'Waar bemoei je je mee?' Hij keert ons de rug toe en loopt weg.
Ik kijk Mark teleurgesteld aan. Maar dan grijnzen we naar elkaar. 'Boeien! We gaan trainen!'
'Nee, wacht! Niet gaan trainen! Ga achter Axel aan!' Roept Adèle.
'Wacht heel even, Manou,' zegt Mark, als hij me bij mijn schouder vastpakt. 'Wie wordt er nu eigenlijk aanvoerder?'
Ik haal mijn schouders op. 'Geen idee eigenlijk. Daar heb ik nog helemaal niet aan gedacht,' zeg ik. 'Maar het moet wel eerlijk bepaald worden.' Ik kijk Mark een paar seconden aan en grinnik dan. 'Denk jij wat ik denk?'
Hij grijnst breed. 'Een weddenschap?' Ik knik en hij lacht. 'Wat had je in gedachten, Manou?'
'Ik heb wel een weddenschap die er op zich wel bij past,' begin ik. 'Nu is mijn voorstel voor een weddenschap heel simpel. Wie het eerst een supertechniek heeft gevonden en hem zo kan uitvoeren dat hij werkt heeft gewonnen. Is dat een goeie?'
'Ik vind hem super!' Gilt Mark enthousiast.
Ik grinnik, waarna ik naar de lucht kijk. 'Laten we snel nog maar even gaan trainen. Het wordt al donker.'
Mark knikt. 'Inderdaad.'
We lopen naar onze band toe. Ik ga voor de mijne staan en Mark voor de zijne. Ik gebruik de band voor mijn evenwicht en kracht. Terwijl Mark hem voornamelijk gebruikt voor kracht. Maar dat heeft hij ook wel nodig als keeper.
Ik geef de band een harde duw en wacht op het juiste moment om erop te springen. 'Drie. Twee. Een.' Ik spring omhoog en zet mijn voeten op de band. Tenminste... Ik zet één voet op de band. De andere glijdt weg, waardoor ik hard op de grond val. Ik sta kreunend op en probeer het opnieuw. Net zoals altijd. En net zoals altijd gaat ook weer heel vaak fout.
'Ik ben kapot,' verzucht ik en ik laat me moe op de grond vallen.
'Wat een ongebruikelijke manier om te trainen, Manou.'
Verbaasd kijk ik omhoog. Het is Nathan. Ik staar hem verwonderd aan. 'Je bent gekomen. Wat super, Nathan!'
Hij glimlacht. 'Je hebt echt een rare trainingsmethode, Manou,' zegt Nathan, als hij me omhoog helpt.
'Het staat daarin,' zeg ik wijzend op het notitieboekje van mijn opa. 'Je mag er best eens in kijken.'
Nathan pakt het boekje op en begint er wat in te bladeren. Ik loop naar Mark toe om hem omhoog te helpen.
'Hij is echt gekomen!' Zegt hij verrukt. 'Wat gaaf!'
Ik knik enthousiast en trek hem omhoog. 'Hij lijkt me echt wel aardig.'
'Zeg, Manou?' Ik kijk op naar Nathan. 'Kun jij dit lezen? Het is gewoon maar wat gekras.'
'Ja,' ik loop naar hem toe en wijs naar wat gekriebel. 'Daar staat bijvoorbeeld hoe je een bal moet stoppen.'
'Oja?'
Mark knikt hevig en komt naast ons staan. 'Het is van mijn opa! Hij is overleden voordat Manou en ik geboren werden. Maar hij was vroeger de trainer van Raimons voetbalclub. Dus ik denk dat hij net zo'n grote voetbalfan is als Manou en ik!'
'Wacht even,' Nathan kijkt even van mij naar Mark. 'Jullie zijn een tweeling?' We knikken. 'Dus dan ben jij Mark Evans?' Mark knikt. 'Jullie lijken eigenlijk qua uiterlijk niets op elkaar.'
'Vind je?' Ik kijk even naar Mark.
Nathan knikt langzaam. 'Nou, weet je,' hij bekijkt ons nog eens. 'Jullie lijken eigenlijk ook wel weer op elkaar. Jullie haren, huidskleur en grijns is hetzelfde. Maar jullie ogen... Die maken jullie zo verschillend.'
Ik glimlach. 'Dat horen we wel vaker.'
Het blijft even stil. Maar dan steekt Nathan zijn hand naar me uit. 'Ik mag jullie enthousiasme wel. Ik doe mee.'
Ik kijk verbaasd op. 'Meen je dat? Geweldig!' Ik duw Nathans hand weg en sla mijn armen uit blijdschap om zijn nek.
'Manou,' hoor ik Adèle grijnzen.
'Oja.' Langzaam laat ik Nathan weer los. 'Sorry.'
Nathan glimlacht vriendelijk en kijkt dan achterom. 'Oké, ik heb het gedaan! Hoe zit het met jullie jongens?'
Mark en ik kijken verbaasd naar de struiken.
En daar staat iedereen. Jack, Tod, Kevin, Sam, Jimmy, Steve en zelfs Max is er!
'Hallo, jongens,' zegt Jack zwaaiend.
Mark en ik kijken blij naar de jongens en zetten onze handen verrast onder onze wangen. 'Waaw! Jongens! Wat geweldig!'
Kevin stapt van achter de struiken vandaan en slaat zijn armen over elkaar heen. 'Als jullie nu al zo hard trainen liggen jullie al plat voordat de wedstrijd überhaupt begonnen is.'
Mark lacht schaapachtig. 'Nee, joh. Dat zal allemaal wel goed komen.'
'De jongens stonden al láng voordat ik aankwam naar jullie te kijken,' zegt Nathan met een blik op de jongens.
'Het raakte me,' zegt Steve zacht. 'De manier waarop jullie iedereen op school aanspraken. Echt waar.'
Kevin kucht zacht. 'Ja, mij ook.'
'Jongens,' Tod stapt naar voren en loopt naar een van de banden toe. 'Mag ik die trainingsmethode ook gebruiken?'
'En ik ook?'
'En ik?
'Mag ik dat dan ook?'
'Maar dan wil ik ook!'
Mark en ik kijken de jongens stralend aan.
'N-natuurlijk mag dat, jongens!' Stamelt Mark gelukkig. 'Het lijkt ons super als jullie meedoen! Laten we maar meteen beginnen! Niet, Manou?'
Ik knik hevig. 'Ohw, ja! Alsjeblieft, doe mee! Dan kan ik jullie eindelijk anders beschrijven dan een onsportief, zooitje ongeregeld!'

Reacties (4)

  • Kyonakoenen

    DeNaamIsGideo, je hebt helemaal gelijk

    1 jaar geleden
  • Duendes

    Yeess! Ze gaan langzaam aan wel vooruitxD

    2 jaar geleden
  • Samanthablaze

    Ze zíjn ook gewoon een zooitje ongeregeld...xD

    AXEL(H)

    2 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    Ja! dan gaan we ze nu beschrijven als een sportief zooitje ongeregeld!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen