Foto bij Vaderland

We waren opnieuw naar de poort gelopen. Luna was weer terug van haar muizenjacht, en kwam bij ons staan. Er was iets raars aan de poort. Er leek iets te gloeien binnenin het plaatje van de boom Narawa. Ik voelde een rare aantrekkingskracht naar de ring in mijn zak gaan. Ik haalde het er uit en zag dat die ook gloeide. Was dit de sleutel? Maar we hadden niks goed gemaakt! 'Toe dan, leg het er op.' Zei Matsuda aanmoedigend. Ik stak mijn hand uit, klaar om terug te gaan naar mijn vaderland, mijn verwoeste thuis. Mijn hartslag versnelde nog erger dan als ik bij Mat in de buurt was. 'Ik durf niet.' Piepte ik. Even was het stil. 'Doe jij het maar.' Ik duwde de ring zijn kant op en keek weg. Ik besefte nu pas wat een groot verschil het zou maken wanneer we onze missie vervuld hadden. Dit leven zou voorbij zijn. Onze reis samen was over. Foetsie. Het was saai, je gaat nu een veel leuker leven leiden. Spoorde ik mezelf aan. 'Ik weet hoe jij denkt. Ik ken je goed Erza en ik weet dat je bang bent. Je bent bang om een nieuwe stap te zetten, om verandering in het patroon te brengen. Je bent bang om te beginnen omdat je dan misschien kan falen, want niemand kan stappen zetten zonder te vallen. Als je valt tijdens het lopen, of als je een potje voetbal speelt, dan krijg je misschien een bloedneus, en als je valt in het leven dan heb je een huilbui. Maar één bloedneus verstoort je gezondheid niet, één huilbui is niet het einde van de wereld. Dus zet die stap.' Ik moest opnieuw moeite doen om niet in tranen uit te barsten, en héél even dacht ik dat hij het over onze relatie zou kunnen hebben. Moest ik de eerste stap zetten? Zou ik het gewoon moeten zeggen? Ik ewist dat hij dit er niet mee bedoeld had, maar het had mij stof tot nadenken gegeven. Om mijn verdiet te verbergen zei ik: 'Wat is dat toch steeds met die sentimentele uitspraken?' 'Ik zeg gewoon wat ik denk.' Zei hij, en keek naar de lucht. 'Dus... Ga je die ring nog er op leggen of niet dan?' Vol nieuw moed duwde ik de ring bijna dóór het bordje heen. En toen gingen de poorten open. Ik liep met mijn ogen dicht het Rijk in, bang om iets te zien wat me pogingen tot vlucht zou geven. De grond onder mijn versleten schoenen voelde droog aan, en verschrompelde takjes en blaadjes knisperde bij elke stap. Instinctief greep ik naar het nog mooie blaadje, en nu ook naar de dolk die nu geen moord meer betekende, maar familie en Matsuda. Bang opende ik mijn ogen. Opnieuw viel ik huilend om. Ik wou niet meer kijken, ik wou niet meer zien hoe mijn jeugd daar verschrompeld en afgebrand lag! Ik tastte om me heen en voelde Matsuda's broekspijp. Ik greep die stevig vast en liet niet meer los terwijl ik heftig ademde. Het was niet dat ik het veel meer ander had verwacht dan dit. Ik hoorde met een krakend geluid hoe Mat naast me was komen zitten, en legde mijn hand zachtjes op mijn rug. Beschaamd liet ik zijn broek los. Ik kwam omhoog, en probeerde mijn tranen terug te dwingen terwijl ik ze afveegde met mijn mouw. Ik keek voorzichtig om me heen en probeerde te doen alsof dit het Feeënrijk niét was. Alsof het gewoon ergens anders was waar is het blaadje moest planten. Ik kon mezelf natuurlijk niet zo voor de gek houden, maar het hielp om na een tijdje het huilen te stoppen. Trillend haalde ik diep adem en keek Matsuda voor het eerst sins tijden aan. 'Het is oké.' Zei ik. 'Ik kan het verdragen.' 'Echt?' 'Ik leef nog, en ik heb iets om gelukkig te zijn, en zo lang dat is wil ik dat je nooit meer vraagt of het oké is. Ik ben oké.' Zei ik met een zucht. Ik stond op, klopte de aarde en het roet van mijn kleren en probeerde sterk te lijken, wat ik me op dit moment ook voelde. Ik leidde Matsuda mee naar de plek waar de Bron Van Kracht was. Godzijdank was die nog intact. Logisch eigenlijk, het heette niet voor niks zo, en vuur zal het niet deren. Misschien had Oslo het vuur wel betoverd zodat het sneller brandde, bedacht ik. Met trillende handen goot Matsuda het water in zijn veldfles. 'Kom, wij kunnen er zelf maar ook beter wat uit drinken.' Hij wenkte me. 'Goed idee.' Ik maakte een kommetje van mijn handen en drink wat van het water. Het had geen typische smaak, maar ik voelde me nog sterker worden. Ook al mijn pijn en uitputting verdween. 'Dit gaat zeker op jou vader werken.' Zei ik. Ik voelde me niet alleen fysiek sterker worden, maar ook tegenover Matsuda. Ik hoefde nergens verlegen voor te zijn, dat was ik hier voor toch ook nooit geweest? 'Ik kan het blaadje maar beter hier dichtbij planten. Er zit water uit de Bron in de grond, en zo kan de eerste boom beter groeien. Terwijl ik een gat groef met mijn handen in de droge aarde, voelde ik me voor het eerst pas echt de uitverkorene, wie ik was. Misschien was er niks speciaals aan mij, maar wat Mat al had gezegd: dat kwam nog wel. En achter in mijn hoofd zat ik al een plan te maken over hoe ik Oslo kon overhalen om te stoppen, of te doden. Ik klopte mijn handen schoon en veegde wat aarde van mijn wang terwijl ik opstond. En toen kwam het moment van de waarheid: ik legde het takje met het blaadje voorzichtig in het holletje, toen goot ik er wat water uit de Bron Van Kracht overheen uit mijn eigen fles. Matsuda schrok toen ik het puntje van mijn dolk tegen mijn vingertopje zette. 'Hola! Wat doe je?' 'Ik moet wat van de feeën er bij stoppen.' 'Dan hoef je jezelf toch nog niet te snijden!?' Ik grijnsde gemeen. 'De uitverkorene zal wel voor hetere vuren staan.' Zuchtend wendde hij zijn hoofd af, weg van het bloed. Toen pas merkte ik hoe ongevoelig ik voor pijn was geworden. Ik had mezelf in mijn arm gesneden om Rotsrijk in te komen, dan was een klein sneetje in mijn vinger voor mijn oude land niks. Voor de zekerheid spuugde ik nog op het blaadje, en bedekte een van mijn kostbaarste bezitten met aarde. Ik schrok niet eens meer toen ik in mijn hoofd hoorde: 'Het is goed. Over honderd jaar zal hier een prachtige boom staan. Ga nu mee met jou grote liefde naar zijn dorp. Ik zal me bekommeren om de boom.' 'Dank je wel, Astrea.' Seinde ik terug. Ik wist niet of ze het wel kon horen, maar met Luna werkte het ook. Ik glimlachte. 'Wat?' Vroeg Matsuda. 'Astrea.' Zei ik kortaf.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen