'Je moet door blijven gaan.' sprak ik resoluut tegen een jongen die was gaan zitten omdat hij op instorten stond. Ik haalde mijn plastic waterfles uit mijn rugzak, wat gelijk zijn ogen deed oplichten. Er was slechts een bodempje water over, maar ik besloot dit aan hem te geven. Iedereen had dorst. Iedereen had honger. Iedereen was uitgeput. Wij waren er dan wel vooral om deze burgers te helpen om de overtocht naar Tuzla te maken, omdat wij wapens en meer water hadden, maar als je er ook maar één keer over nadacht, waren wij net zo goed op de vlucht. Wij waren ook Bosniakken... Kroaten.
      'Esma.' Will knielde net zoals ik dat had gedaan neer bij de jongen die tegen de heuvel op was gaan zitten. 'We kunnen niet stil blijven staan, kogels zijn schaars, we weten niet wie er nog achter ons aan zitten.' mompelde hij, zodat hij de rest van de groep met mensen die op dezelfde hoogte als wij liepen niet zou hoeven verontrusten. Ze waren al bang genoeg, het was niet alsof zij niet wisten waartoe de Serviërs -of Chetniks, had ik vernomen van één van de vluchtelingen, om onderscheid te maken tussen gewelddadige anti-onafhankelijkheids Serviërs, en gewone, burgerlijke Serviërs- in staat waren.
      'Ik weet het,' Ik wendde me terug tot de jongen, die de volledige inhoud van de fles had opgenomen. 'Kom.' Samen met Will hielp ik hem overeind, waarna we doorliepen. De gewicht van de reis en de zwaarte van mijn voeten die ik vooruit moest blijven zetten werd na het horen van een bepaalde stem plotseling geheel verminderd. Het was Leo, een eindje verderop, boven op de heuvel die wij beklommen.
      'Tuzla!' 'Tuzla...' herhaalde ik fluisterend. De vermoeidheid die mij constant had overheerst, leek opeens verdwenen, en mijn benen wisten niet hoe snel ze me de heuvel op moesten dragen. Eenmaal bovenaan zag ik het ook, de grote, verlichte, stomende stad. Tuzla. Voor even leek het liggend in dit dal op Sarajevo, maar ik wist goed dat Sarajevo veranderd zou zijn als ik terug zou keren...
      'Tuzla!' herhaalde ik, waardoor het de groep achter mij door leek te gaan als aan plaag. Iedereen riep het, en het gaf iedereen die laatste energie om de heuvel op te komen. Ik kon mezelf er niet toe zetten om te wachten totdat iedereen de top van de heuvel had bereikt, en denderde zowat naar beneden, het dal in.
      We hadden het gehaald.
      Eenmaal beneden en in de bewoonde wereld aangekomen, leek het alsof iedereen zich bewust was van waar deze grote groep uitgeputte mensen vandaan kwam. Haast nog met de vaart die ik gekregen had van de omlaag lopende heuvel, rende ik de straten over, terwijl ik tegemoet gekomen werd door inwoners van Tuzla. Een wat oudere vrouw, die me deed denken aan Anastasia's buurvrouw, had haar armen gespreid, en het ontroerde me zo dat ze mij met open armen in een omhelzing ontving dat er tranen in mijn ogen sprongen.
      'Ssh. Jullie zij nu veilig.' sprak ze. 'Jullie zijn nu veilig.'
      Al snel werd duidelijk dat het leger van de Federale Republiek Bosnië hier aanwezig was om al deze mensen op te vangen en te beschermen. Godzijdank. Ook zij kwamen ons tegemoet om de mensen verschillende gebouwen in te leiden waar ze terecht konden voor water en voedsel. Ik en de rest van de gewapenden werden echter ertussenuit gepikt om een of ander achterkamertje in te komen, waar duidelijk een hogere macht aanwezig was. Hij leek ons echter niet vijandelijk aan te spreken.
      'Waar komen jullie vandaan?' 'Sarajevo.' antwoordde ik gelijk. Voor de rest mompelde iedereen maar wat in de trend van Sarajevo, Mostar en Zenica. Daarna was het voor even stil terwijl de man zuchtte.
      'Wat is er gebeurd?' De gedachten voor een antwoord die in me opdoemden lieten mijn hart weer naar mijn maag zakken. Wat was er gebeurd? Er zijn duizenden mensen vermoord.
      'De Republika Srpska heeft duizenden Bosnische mannen en jongens in Srebrenica afgeslacht.' antwoordde Leo standvastig maar ik hoorde hoe er ergens een brok in zijn keel zat. 'Deze mensen hebben de mogelijkheid gehad om te ontsnappen... Wij hebben ze geholpen met de overtocht, om de Servische klopjacht te overleven...' De man, overdonderd door Leo's woorden, moest even de tijd nemen om zijn bril van zijn neus te halen en door zijn ogen te wrijven. Voor hem stonden negen vuile, uitgeputte en door de zomerhitte uitgedroogde mensen compleet met levensgevaarlijke wapens en een schaarste aan kogels. Dit zou er vast intimiderende uit moeten zijn, maar hij leek meer geïntimideerd door de informatie die Leo verschafte.
      'Hoe veel doden?' 'Zeven duizend? Misschien acht duizend. Te veel. Maar deze mensen die veiligheid hebben bereikt moeten hulp krijgen.' antwoordde Will. 'Natuurlijk.' had de man daarop te zeggen.
      'En jullie zelf? Wat willen jullie nog?' Hij doelde duidelijk op het feit dat wij niet zomaar iets zouden opgeven. De oorlog was nog niet voorbij, en mijn strijd was zeker nog niet gestreden.
      'Ik ben op zoek naar mijn zus.' sprak ik resoluut voordat iemand anders het woord kon nemen. Ik had lang genoeg gewacht. 'Je zus?' 'Ana Zadravec.' Hij leek haar naam te herkennen. 'Wellicht kunnen we je daarbij helpen... Wat is er met haar gebeurd?' 'Ze is meegenomen door Serviërs.'
      'Wanneer?'
      'April... April '92...' Ik werd opeens stil van mezelf. 'Drie jaar geleden?' herhaalde de man, en ik keek hem in een flits strak aan. 'Ja...' mompelde ik. Drie fucking jaar. Ana was al drie jaar weg en in gevaar.
      'En je zus is een Bosniak?' 'Kroaat.' verbeter ik hem. 'Luister, Esma. Vanuit de weinige gegevens die we hebben, is opgemaakt dat een gedeelte van de vrouwen die door het hele land ontvoerd zijn, een gedeelte waarschijnlijk is ondergebracht in militaire kampen en basissen, vooral sinds het begin van de oorlog...' 'En daarna?' Hij zuchtte even. 'Andere kampen... Ik weet er het fijne niet vanaf. Maar dat je zus sinds '92 al vermist is, betekent dat ze zich waarschijnlijk bevindt in een militaire basis.'
      'En wat betekent dat voor haar veiligheid?' vroeg ik dwingend. Ik kon niet genoeg informatie krijgen over waar ze zich bevond. Ik moest haar zo snel mogelijk vinden. 'Weinig, vrees ik,' antwoordde hij. 'Maar het beleg van Sarajevo lijkt een draaiing te krijgen. De rebellen binnen de stad winnen steeds meer territorium terug, en het vliegveld is nog steeds bezet door de VN. De Republika Srpska heeft extra krachten nodig, we hebben al meldingen gekregen van leegstaande legerbasissen door het gehele land.'
      Even dacht ik terug aan mijn stad, nu waarschijnlijk voor het grootste deel verwoest sinds de gevechten steeds extremer geworden zijn. Maar dit was nieuwe informatie voor mij. Als Ana zich in een onbemande basis bevond was bevrijding haast onvermijdelijk.
      'Een van de Servische soldaten in de persconferentie is geïdentificeerd.' sprak de man plotseling. 'Peterus Brankovic. Hij komt uit Tuzla. De nog naamloze man die je zus naar binnen leidde komt uit Sarajevo. Je zit hier dicht bij de Servische grens, in Tuzla, gekomen uit Sarajevo.' Mijn hart begon haast te racen.
      'Wat bedoelt u daarmee?'
      'Dat de kans groot is dat je zus zich hier niet ver vandaan bevindt.'

Reacties (3)

  • xxJennyxx

    Omg spannend!

    2 jaar geleden
  • Heronwhale

    3 JAAR? OMG ZO LANG?!!!! Esma ze is dicht bij!!!! OMG DIT GAAT JE LUKKEN!!!!! PLEAAAASE SNEL VERDER!!! PLEAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAASE

    2 jaar geleden
  • katl1

    VERDER!!!!!!!!!!!!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen