Foto bij ~012

Het is ook, je mag Duistere elfen nooit te hulp schieten want dan hebben ze dat verdient. Dat zei mijn vader altijd. Maar ja, voor mij geld die regel niet. Ik ben een halfelf. Ik leid hem naar het licht toe, die aan het begin van de nis schijnt. Wanneer we allebei in het licht staan, kijken we elkaar seconden lang aan. Hij is ongeveer 1 meter 90 en is flink gespierd. “We moeten hier weg”, zeggen we tegelijkertijd en we blozen allebei even, maar gaan dan toch verder de trap op.

Net wanneer we bij de laatste treden voor de volgende nis zijn, schiet er een vuurstraal door de lucht en verspert ons de weg. Dan stapt er uit de nis een grote, donkere gedaante, die vlammen uit zijn neusgaten stoot. Er kringelt zwarte rook omhoog. Het wezen is gevormd als een mens, maar heeft vleugels en draagt in zijn ene hand een vlammend zwaard en in zijn andere hand een zweep. Op zijn hoofd zit een gouden kroon. “Is dit de ...”, begin ik en hij vult meteen aan: ‘Hmm hm… dat is hem.’ Ik kijk hem aan en zie de schrik in zijn ogen.

Het blijft op de treden roerloos tegenover ons staan. Plotseling laat het zijn zweep knallen en heft het zijn vurige zwaard. De enige uitgang uit deze spelonk ligt voor ons, boven aan de trap. Om daar te komen zal ik met de Vuurduivel, meester van de Klonen, moeten vechten. Het is een zwaar gevecht aangezien ik moet vechten tegen zijn zwaard én de zweep moet ontwijken. Maar uiteindelijk win ik.

In zijn doodsstuipen wordt de zwarte Vuurduivel door zijn eigen vuur verzwolgen. Balhan stapt naar voren en grijpt zijn kroon terwijl hij tot een smeulende hoop ineenzakt. Ik kom naast Balhan staan en kijk mee naar de kroon. In zijn nis-hol is het koud en kalm. Er staat een prachtige troon in, waarvoor twee Kloonsoldaten op hun handen en knieën kruipen en in aanbieding voor me buigen. Ik heb hun meester verslagen.

Ik stap naar de gouden troon en ga er op zitten. Mijn handen glijden over de armsteunen. Op de versierde troon gezeten voel ik me merkwaardig slecht op mijn gemak. De twee Kloonsoldaten kruipen in volkomen onderdanigheid voor me op de grond. Verwachten ze dat ik hun nieuwe meester wordt? Ik ga van de troon en ga weer naast Balhan staan. “Zou ik hem opzetten?”, vraagt hij dan aan mij, doelend op de kroon. ‘Ik zou het niet doen, tenzij je de nieuwe Vuurduivel wilt zijn, ga je gang.’, zeg ik met een grijns erachter. Hij kijkt me aan en laat de kroon dan op de grond vallen. “Ik volg je wel.”, zegt hij en ik kijk achterom de vreemde spelonk in en zie de mensachtigen kloonarbeiders doorwerken op het paddenstoelenveld. Ik schud ongelovig mijn hoofd en we lopen allebei de laatste paar treden naar het gat in het dak van de spelonk op.

Reacties (1)

  • Allmilla

    Oef, ze leven nog... Zou het draakje daar nog zijn?

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen