Geschreven vanuit Jake.

Geschreven vanuit Jake.

Ik weet dat de draken mij achterna zullen komen - en dat ik het misschien niet overleef - maar Carissimi is veilig.
Voor nu.
Al gauw spot ik een perfecte verstop-plek.
Het zijn dikke struiken en als je er eenmaal binnenin ben gedrongen ben je onvindbaar, behalve als iemand specifiek op die plek gaat zoeken.
En daarom ren ik stug door: ze zullen daar gaan zoeken - het ligt te voor de hand.
Ik weet dat ik in het bos een moeilijker doelwit ben: ik ben in het thuisvoordeel.
Zij zijn lomp, niet flexibel en ze kunnen zich moeilijk door de bomen heenwerken.
Ik ben snel, behendig en gemaakt voor dit landschap - en al helemaal als ik in wolfgedaante ben.
Honderd meter verderop ben ik nog twee goede schuilplekken gepasseerd, maar ook die vind ik te voor de hand liggend.
Pas na nog honderd meter vind ik een acceptabele verstop-plek.
Het zijn een stuk of zeven dunne bomen die doet op elkaar staan - dus de draken kunnen er moeilijk bij - en tussen de stammen zit anderhalve meter hoge struiken, die dikke bladeren hebben.
Ik voel de grond trillen en weet dat de Bagroda-bewakers in aantocht zijn: dus ik moet snel handelen.
Haast over mijn voeten struikelend wurm ik mij tussen de scherpe takjes en bladeren door, waarbij ik mijn huid meerdere keren iets openhaal.
Wanneer ik een enigszins acceptabele, maar toch krappe ruimte heb gecreëerd maak ik mij zo klein mogelijk en druk ik mij zo diep mogelijk in de aarde.
Ik hoor het gedreun van hun voetstappen en voel de grond steeds heviger trillen nu dat ze in een razend te po - voor lompe draken, dan - naderbij komen.
Mijn adem stokt in mijn keel als ik er drie half tussen de bomen tevoorschijn zie komen.
Ze zijn op hoogstens tachtig meter afstand en ze komen nog steeds dichterbij.
Ik sluit even mijn ogen en hoop vurig dat Carissimi iets doet met de kans die ik haar geboden heb.
Wanneer ze nog maar tien of vijftien meter van mij verwijderd zijn durf ik niet meer te ademen van angst en ben ik als de dood dat ze zelfs mijn hartslag zouden kunnen horen.
'Hij is ontsnapt!' gromt de draak die het dichtste bij mij staat.
'Je hebt gelijk.' zegt een tweede met ingehouden woede.
Ik laat mijn oog op de derde vallen, die iets binnensmonds vloekt.
En dan draaien ze zich alledrie om en lopen weg.
Ik durf pas weer adem te halen als ik geen van hen meer kan zien.
Voorzichtig ga ik op mijn knieën zitten, de struiken drukken tegen mijn lijf.
Maar dan hoor ik voetstappen.
Ik laat mij weer op mijn blik vallen en verstijf.
'Jake!?' roept iemand dan. 'Jake waar ben je?!'

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen