Mark, Manou en Nathan hebben met zijn drieën nog uren doorgetraind. Maar natuurlijk kwam de moeder van Mark en Manou weer opdagen, om ze schaamteloos mee naar huis te nemen voor het avondeten.

School is voorbij en Mark en Manou gaan trainen. Ze hebben met het hele team afgesproken aan de oever van de rivier, waar ze gezamenlijk zullen gaan trainen. En zoals gewoonlijk zijn ze aan de late kant! Maar toen ze Axel langs zagen lopen was de verleiding te groot om hem te stalken. Dus dat hebben ze gedaan. Maar tot hun grote verbazing kwamen ze bij een ziekenhuis uit.

'E-Een ziekenhuis? Wat doet hij hier?' vraag ik me hardop af, als ik omhoog naar het ziekenhuis kijk. '
'Ik hoop niet dat er iets ernstigs is,' zegt Adèle lichtelijk geschokt.
Ik schud mijn hoofd. 'Het hoeft niet per se iets ernstigs te zijn geweest. Misschien is hij ziek.'
'Tegen wie ben je nu weer aan het praten? Kun je dat misschien eens uitleggen?' vraagt Mark, met zijn ogen strak op me gericht.
'Uhm,' ik haal mijn schouders op. 'Tegen mezelf? Dat kan. Toch?'
Mark schudt lachend zijn hoofd en draait zich dan weer om naar de deuren van het ziekenhuis. 'Manou! Waar is hij? Hij is weg!' Mark springt geschrokken in de lucht. 'Kijk dan! Hij is weg! Waarnaartoe?'
Ik trek mijn wenkbrauwen op en trek mijn lippen sarcastisch omlaag. 'Misschien is hij wel naar binnen?'
Marks ogen worden groot. 'Echt? Dat kan inderdaad! Super, Manou! Kom! Snel naar binnen, dan! Achter hem aan!' Mark pakt me bij mijn pols en trekt me achter zich aan. 'We moeten snel zijn. Dadelijk is ie al weer weg.'
Ik rol met mijn ogen. 'En ik maar denken dat ik een IQ van -62 heb.'
'Niet zo gemeen, Manou,' zegt Adèle streng.
Mark kijkt even naar me om en grijnst breed. 'Wil je daarmee zeggen dat ik een nóg lager IQ heb dan jij? Dat gaat wel heel ver, Manou.'
'Echt. Als iemand anders dit had gezegd, hé,' zucht ik grijnzend. 'Dan had ik-'
'Auw!' Roepen Mark en ik tegelijk en we vallen op de grond.
'Wat was dat?' Ik schud mijn hoofd en krabbel weer overeind.
'Meneer? Mevrouw? Gaat alles goed? Hebben jullie je geen pijn gedaan?' vraagt een verpleegster geschrokken, als ze Mark omhoog helpt. 'Jullie moet even wachten tot de lift opengaat. Weten jullie?'
Ik kijk verbaasd naar boven en kijk recht naar de geslóten deuren van de lift. Ik sla mijn hand tegen mijn voorhoofd. 'Mark, we moeten in het vervolg maar een beetje beter opletten.' Dan richt ik me tot de verpleegster. 'Nee. Nee. Er is niks. Alles gaat goed. We letten niet op.'
'Goed dan.' Ze knikt vriendelijk en loopt weg.
Dan kijk ik weer naar de lift. Die net terugkomt van de vierde verdieping.
'Zou Axel daar heen zijn gegaan?' vraagt Mark.
'Laten we nu maar gewoon gaan,' zeg ik en ik trek Mark aan zijn arm mee de lift in.
Mark drukt op het knopje om naar de vierde verdieping te gaan. De deuren gaan dicht en we gaan langzaam naar boven.
'Wat moet Axel hier, Manou?' Vraagt Mark.
'Ik weet het niet.'
'Ik ook niet. Maar ik wil het zó graag weten.'
Het is even stil en een paar seconden later gaan de deuren van de lift weer open. Mark en ik lopen naar buiten en kijken zoekend om ons heen.
'Axel? Axel, kom eens hier!' Roept Mark. 'Axel?'
Ik sla mijn hand voor zijn mond. 'Het is geen hond, badeend.'
'Heb je weer een nieuwe bijnaam voor me?' Ik knik. Mark grijnst. 'Sorry, washandje.'
Ik glimlach breed. 'Super mooi, toch? Jij als badeend en ik als washand. We kunnen zo bij de FBI, of iets anders in die trant. Met al die rare bijnamen.'
'Jep.' Dan kijkt hij weer voor zich. 'Maar waar zou Axel nou zijn?'
We lopen langzaam door en blijven om zoekend om ons heen kijken. 'Ik hoop wel dat hi-'
De deur naast ons schuift onverwachts open.
Mark en ik kijken geschrokken naast ons en kijken recht in de ogen van... Axel! Hij was hier dus toch. We zijn dus op de goede etage.
'Wat is er?' Vraagt Axel een soort van geschrokken. Of- Nee- Hij is verbaasd. Nou- Ik kan het eigenlijk niet zo goed zien.
Mark en kijken elkaar aan en glimlachen ongemakkelijk. 'Nou... Wij... Mark... Nee, Manou... Hij... Zij... We wilden,' ik draai mijn gezicht iets weg en kijk de kamer in. 'Huh?'
'Wie zou dat zijn?' vraagt Adèle.
Axel schuift de deur dicht en gaat ervoor staan. 'Wat komen jullie hier doen? Manou? Mark?'
'Nou,' ik speel ongemakkelijk met mijn handen. 'We zagen toevallig dat je hier naar binnen liep en- Uhm... Toen begonnen Mark en ik ons af te vragen of je ziek was.' Ik buig mijn hoofd naar beneden. 'Dat zou overigens wel verklaren waarom je weg liep na de wedstrijd-' Ik stop met praten en kijk hem weer snel aan. 'M-Maar dat maakt niet uit! We zijn hier niet om je om te praten om weer mee te spelen. Eerlijk waar-'
'We zijn je niet gevolgd om je dat te vragen. We maakten ons gewoon zorgen,' gaat Mark verder. 'Alhoewel we echt weten dat we dat beter niet kunnen doen. Dus wat we wilden zeggen is,' Mark trekt aan mijn arm en buigt zich naar voren. 'Sorry.'
'Uhm, ja,' ik buig ook iets naar voren. 'Sorry.'
Axel kijkt van mij naar Mark en weer terug. Maar blijft stil.
'Manou, kijk. Kijk daar, naar dat plaatje,' zegt Adèle zacht. 'D-Dat is...'
Verbaasd kijk ik op. 'Julia,' mijn ogen worden groot, 'Blaze?' Ik kijk naar Axel. 'Wie is dat, Axel?'
Hij sluit zijn ogen en kijkt naar beneden. 'Mijn kleine zusje.'
'H-Hij heeft een zusje?' Stottert Adèle verbaasd.
'Jullie verbazen me soms wel een beetje met jullie reacties,' Axel schuift de deur weer open. 'Hier. Ga maar naar binnen.'
'Uhm... Goed. Oké.' Mark en ik lopen langzaam de kamer in en kijken naar het bed. Er ligt een meisje. Een jong meisje met bruine haren in twee vlechten en haar ogen gesloten. Ze beweegt niet. Ze ligt doodstil op haar rug. Mijn adem stokt in mijn keel.
Axel schuift de deur dicht en komt naast me staan. 'Haar naam is dus inderdaad Julia. En ze ligt nu inmiddels al maanden in coma,' begint Axel droevig. Hij houdt zijn stem extra laag lijkt het wel. Net alsof hij wil verbergen dat hij ieder moment kan gaan huilen. 'Ik neem aan dat jullie hier niet wegwillen voordat jullie het hele verhaal gehoord hebben. Toch?' Axel kijkt Mark en mij even aan en glimlacht zwakjes.
Mark en ik kijken elkaar aan en halen onze schouders stilletjes op.
'Goed,' Axel kijkt weer naar zijn zusje. 'Ze ligt hier al in deze toestand, sinds de finale van het Football Frontier toernooi van vorig jaar.'
'Dat was de wedstrijd tussen jouw school en de Royal Academy. Toch?' vraag ik zacht.
'Juist. Ze had er héél veel zin in en ze kon echt niet wachten om ons te zien spelen. Ze beloofde dat ze er bij zou zijn om ons aanmoedigen.' Axel buigt zijn hoofd naar beneden. 'Ze vroeg aan me of ik mijn Vlammen Tornado wilde doen. Ik zei haar dat ik dat wel deed. Speciaal voor haar. Dat is de laatste keer dat ik haar heb horen lachen en haar lach heb gezien. Want toen ze onderweg was naar de wedstrijd,' hij haalt diep adem, 'werd ze aangereden. Net voordat we begonnen kreeg ik te horen dat er een ongeluk was gebeurd.'
'Wat zielig. Troost hem,' zucht Adèle droevig. 'Kom op, Manou.'
Ik sla mijn ogen neer. Nee, dat helpt hem niet.
'Ik ben meteen naar het ziekenhuis gegaan. Mijn vader werkt hier, dus... daarom ben ik ook van school veranderd. Maar het is vooral vanwege haar.' Axel laat zichzelf op een kruk zakken. 'Als ik geen voetbal had gespeeld, dan was dit verschrikkelijke ongeluk nóóit gebeurd. En zolang zij hier nog ligt te lijden op deze manier, kan ik er niet eens aan denken om ooit nog één wedstrijd te spelen. Dus zo zit het,' Axel pakt zijn broek vast. 'Ik heb gezworen om nooit meer te spelen totdat zij hieruit ontwaakt. Maar soms... is het gevoel te sterk,' hij draait zijn hoofd naar ons om en glimlacht flauw. 'En daarom hielp ik jullie ook. Ik begrijp het zelf ook niet. Het was alsof mijn lichaam uit zichzelf bewoog.'
Ik veeg een traan van mijn wang af. 'Bedankt, Axel. Het was vast niet makkelijk om erover te praten. Het spijt ons, dat we je zo vaak hebben gevraagd om bij het team te komen. Want dat was dus,' ik leg mijn hand voorzichtig op zijn schouder, 'pijnlijk voor je. En we zullen het echt aan niemand door vertellen. Toch, Mark?'
Mark knikt. 'We zullen het echt niet doorvertellen. Tot ziens.'
Mark pakt mijn pols vast en trekt er zacht aan.
Ik glimlach bemoedigend naar Axel en haal mijn hand van zijn schouder. Tot ziens.' Dan loop ik samen met Mark naar de deur.
'Hoe gaat het nu eigenlijk precies met jullie team?'
Verrast draai ik me om. 'Wel goed. Er staat weer een wedstrijd gepland voor volgende week. Jouw doelpunt heeft voor heel veel inspiratie gezorgd. En iedereen is opeens weer hard aan het trainen.'
'Dus nogmaals bedankt,' zegt Mark.
Mark en ik lopen de deur uit en schuiven de deur achter ons dicht. Dan lopen we rustig langs de andere kamers het ziekenhuis uit.
'Hij vertrouwt jullie, Manou,' zegt Adèle oprecht. 'Anders zou hij dat niet vertellen. Denk ik tenminste.'
Ik knik naar haar en kijk dan weer naar Mark. 'Hij vertrouwt ons, Mark.'

'Mark! Manou! Waar bleven jullie? We zijn al zeker twee uur bezig!' Roept Kevin naar ons, als Mark en ik aan komen gelopen. 'Manou, je zou me helpen met mijn supertechniek. Dat had je beloofd. En dan komen jullie te laat! Waar waren jullie?'
'We waren in het ziekenhuis, wan-'
'Manou!' Spreekt Adèle me streng toe. 'Je had belooft om niks tegen iemand te zeggen! Dat heb je hem belooft.'
'In het ziekenhuis? Waarom? Is er iemand ziek?' vraagt Nathan bezorgd.
'Nee-Nee. We... Ik... En Mark...' Ik haal nonchalant mijn schouders op. 'We wilden laten onderzoeken of we last hadden van het... Ik-Ben-Voetbalgek-Virus.' Ik kijk naar Mark. 'Toch, Mark?'
'Ja,' knikt hij hevig.
'Ach, werkelijk,' zegt Max. 'Kom, we gaan gewoon trainen.'
'Ja. Laten we dat dan maar gaan doen.' Ik kijk naar Kevin. 'Wil je dat ik je nog help? Of wil je het alleen doen?'
'Wacht, Manou!' Mark komt naast me staan en kijkt Kevin aan. 'Kevin, kan ik even met je praten? Voordat je gaat trainen?'
Kevin kijkt hem verbaasd aan en knikt twijfelachtig. 'Goed.'
'Mooi.' Dan richt Mark zich weer op de rest van het team. 'Kom op, jongens. Jullie gaan trainen. Als jullie vragen hebben moeten jullie voor nu maar bij Manou zijn,' grijnst hij en dan gaat hij samen met Kevin op het gras liggen.
'Nou, jongens. Zullen wij dan maar gaan trainen?' vraag ik.
'Ja- Hey, wacht eens! Ze zei jongens! Geen mannen! Applausje voor Manou!' roept Timmy lachend.
De jongens kijken hem lachend aan en geven me een applausje.
Ik buig vrolijk. 'Dank u. Dank u. En dan gaan we nu trainen.'

Mark en Kevin zijn al een tijdje terug. En zo te zien heeft het geholpen, want Kevin gaat weer volop aan de slag met zijn eigen supertechniek. En het begint echt al te werken. Elke keer dat hij op het doel schiet gaat het steeds beter.
Maar dan zakt Kevin opeens op de grond.
Ik loop snel naar hem toe. 'Gaat het wel? Misschien moet je maar even een pauze nemen, Kevin.'
'Nee, het gaat wel. Maar bedankt.' Hij staat weer op. 'Het gaat me lukken en wel nú!'
Ik spring omhoog en sla hard op Kevins rug. 'Goed zo! Ik weet zeker dat het je gaat lukken!'
Hij knikt en legt de bal weer onder zijn voet. 'Let maar op, Manou.' Hij springt omhoog en gooit zijn been naar achteren. 'Ik zal nu niet meer onder doen aan Axel!'
'Ohw, jawe-'
'Adèle. Hou je mond,' kap ik haar snel af.
Dan schiet Kevin de bal op Mark af. Om de bal heen ontstaat een soort blauwe gloed en daaromheen kronkelt een blauw met witte draak.
De bal vliegt langs Mark het doel in.
Kevin blijft eerst even hijgend staan.
'Het is gelukt!' Mark, ik en de rest van het team rennen juichend op hem af.
'Het is je gelukt, man! Echt goed!' Roept Steve.
'Jep. Echt heel cool.'
'Hey, wacht eens!' roep ik dan luid. 'We moeten nog een naam verzinnen!'
'Ja. Een hele stoere naam,' roept Mark enthousiast.
'Een super stoere. Iets met een draak,' prevelt Timmy. 'Drakenschot!'
'Nee-Nee! Blauwe Drakenbal!' Roept Max.
'Ohw, jongens. Bedenk eens wat betere namen,' mompel ik en ik went mijn blik af. Er komt een jongen het veld op gelopen. De jongen heeft zijn handen in zijn zakken en zijn ogen gesloten. 'M-Maar dat is-'
'Axel!' Schreeuwt Adèle.
'Ja. Dat is Axel,' zeg ik verbaasd.
Het team draait zich naar Axel om en kijk hem verwachtingsvol aan.
'Hey, Evans. Ik heb nagedacht,' hij doet zijn ogen open en kijkt ons strak aan. 'Ik doe mee.'

Reacties (4)

  • Samanthablaze

    Bereid je maar voor op het volledige betoog waarom Axel van mij is: minstens 300 woorden aan bezitterigheid

    2 jaar geleden
  • Samanthablaze

    Nee Gideon, ik heb nog geen kans gehad om het te lezen. Hier komt het dan:

    BACK OFF ADÈLE!!! AXEL IS VAN MIJ EN ALLEEN VAN MIJ EN SAXEL IS REAL EN NIEMAND KOMT TUSSEN ONS!!! NEVER!!!!! YOU CAN FIGHT ME!!! IK HEB EEN BOOG EN MEER DAN GENOEG PIJLEN EN EEN ALIBI!!!! I'M UNBEATABLE!!!

    WHOOHOOO AXEL IS IN RAIMON IS NU ONVERSLAANBAAR OP NAAR DE WERELDTITEL!!!!!

    2 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    Sam heeft zich blijkbaar wel heel erg ingehouden, geen reactie! (grapje)
    leuk hoofdstuk!

    2 jaar geleden
  • Duendes

    YEEEEEEEEEEEESSSSSS AXEL IS IN!!!!
    Sam, hou je inxD
    Dit verhaal is geweldig!! Heel origineel (:

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen