Foto bij Heet

'Weet jij welk Rijk hierna komt?' Vroeg ik terwijl ik een droog takje uit mij haar plukte. 'Even denken hoor...' Peinsde Matsuda. 'Woestijnrijk denk ik.' Ik voelde me vrolijk, ik had mijn eerste stap als Uitverkorene gezet! 'Leuk! Daar ben ik nog nooit geweest!' Zei ik vrolijk. 'Ik ook niet, ik heb gehoord dat er door het warme weer bijna geen mensen wonen, dus we zullen ook geen last van Oslo hebben. Maar we zullen wel veel water mee moeten nemen, anders drogen we uit.' Ik knikte instemmend. 'Weet jij of dat Rijk groot is?' Ik keek hem niet aan, maar keek in de plaats daarvan naar mijn schoenen. Ik besefte plotseling dat is er vast niet uit zag. Het was lang geleden dat ik me had gewassen, ik zat onder de aarde, en ik had niet zo best geslapen. Maar ja, dat had Matsuda ook allemaal en hij zag er nog altijd fantastisch uit. 'Ik denk het niet, even groot als het Feeënrijk ofzo?' Ik knikte opnieuw. 'We kunnen maar beter vroeg gaan slapen, je ziet er moe uit.' 'Ik voel me prima.' Ze ik gauw. 'Ja, maar ik ben ook moe.' Luna kwam naast me lopen en likte aan mijn vingers. Matsuda lachte en dat geluid gaf me een warm gevoel. 'Luna gedraagt zich meer als jou puppy dat jou draak.' Ik lachte ook, hopend dat hij nog een keer zou lachen, want dat geluid leek als een lamp in mijn steeds donkerdere ziel te schijnen. En ja hoor, hij lachte ook. Hij gluurde nieuwsgierig naar mij of ik weer zou lachen, maar dat zag ik niet. Nee hoor, Erza Ijzerhart moest weer naar de grond turen! Ik glimlachte, maar maakte geen geluid. Het begon al langzaam donker te worden, en ik wist dat we bijna bij de grens waren. 'Hoe gaan we hier in vredesnaam lekker op liggen?' Vroeg Matsuda, en hij klopte op de verschroeide bladeren. 'We zijn bij a bij de grens, misschien kunnen we nog even doorlopen?' Stelde ik voor. 'Goed dan, hoe lang nog?' Ik haalde mijn schouders op. 'Werkelijk geen flauw idee.' 'Dan kunnen we maar beter opschieten.' Zei Matsuda, en hij begon te rennen. 'Wacht!' Ik rende hem achterna. 'Probeer me dan in te halen!' Riep hij over zijn schouder. Ik zette een sprint in, en rende tegen zijn rug aan, hij struikelde en ik stond lachend stil. 'Gaat het?' Ik hielp hem omhoog en hoopte weer dat hij zou lachen. En ja hoor, het geluid van zijn lach maakte mij zo gelukkig. Zijn geluk was dat van mij. 'Nog een wedstrijdje?' Vroeg hij. 'Ik ben er klaar voor.' Zei ik, en zette me schrap. 'Tot die boom?' Hij wees in de verte. 'Prima.' Wauw, ik gedraagde me eindelijk weer als een normaal mens! 'Drie, twee, één!' Ik zette me af tegen de grond en vloog vooruit. Wat was het heerlijk om weer eens te rennen. De zachte avondbries speelde door mijn haar, en ik voelde puur geluk door mij adreren stromen. Mijn taak was klaar, ik had me niks meer om zorgen over te maken. Alles zou vanzelf wel komen, avonturen kon je niet plannen zoals een feest, nee, die komen de hoek om en opeens: BAM! Dan zijn ze er. Ik was ondertussen bij de boom aangekomen, en heek zwaar ademend toe hij Matsuda aan kwam sjokken. 'Nou, best knap voor een meisje.' Zei hij. Ik gaf hem een duw. 'Ik wed dat ik jou gemakkelijk kan verslaan hoor! Heb ik trouwens al een keer gedaan!' 'Wanneer dan?' Vroeg hij. 'Toen ik van je wegrende.' Mompelde ik. Wat bezielde me toen!? Ik kon me niet voorstellen dat ik ooit wou wegrennen voor degene waar ik nu niet meer zonder kon. Ik voelde dat het al wat warmer werd, dus we moesten nu niet ver meer van Woestijnrijk af zijn. 'Volgens mij zijn we er bijna.' Zei ik, nogsteeds een klein beetje buiten adem van het rennen. 'Mooi zo, want het is al bijna middernacht en ik ben moe.' Zei Matsuda, en gaapte. Ik glimlachte automatisch. We liepen nog een tijdje, pratend over onzin. Toen waren we bij een stukje gras gekomen dat niet was afgebrand. 'Ik denk dat het hier is.' Zei Matsuda, en ik knikte weer. 'Maar hoe komen we daar?' Vroeg ik me hardop af. Matsuda gaapte. 'Zullen we daar morgenochtend over nadenken, ik val hier bijna ter plekken in slaap.' Zei hij. 'Ja, goed idee.' Ik ging op het ongeschonden gras liggen en sloot mijn ogen.

'Ik weet hoe we in Woestijnrijk kunnen komen!' Ik opende mijn ogen slaperig. 'Ook een goede morgen.' Zei ik, en kwam rechtop zitten. 'Erza, geef mij die ring eens?' 'Mag ik heel even wakker worden?' Vroeg ik, en wreef in mijn ogen. 'Sorry.' Zei hij. 'Maar je snapt dat ik nu graag naar huis wil?' 'Ja, natuurlijk!' Zei ik gauw. Nadat we wat gegeten hadden gaf ik hen de ring. Hij liep naar een platte steen in het gras toe. Er was een cirkel met de grootte van de ring op geverfd. Voorzichtig legde Matsuda de ring er op, en toen werd alles zwart alsof iemand het licht uit had gedaan. Toen alles weer licht was zat ik midden in een woestijn. 'Zijn we er?' Vroeg ik verward omdat alles zo snel was gegaan. 'Ik denk het.' Antwoordde Matsuda. Ik keek om me heen, en het leek alsof ik in de verte al een poort zag. Ik wees er naar. 'Zal dat alweer de uitgang zijn?' Matsuda haalde zijn schouders op. 'Ik heb geen idee, maar laten we er maar naartoe lopen. Na een tijdje lopen begon de zon fel te schijnen. 'Jeetje wat is het heet.' Klaagde ik, en trok mijn mantel, schoenen en trui uit. Maar bijna meteen trok ik mijn schoenen weer aan, want ik verbrande mijn voeten bijna in het zand. 'Aaah!' Gilde ik. 'Mijn klauwen verbranden!' Matsuda schoot in de lach. 'Sinds wanneer heb jij klauwen?!' Alweer dat geweldige gevoel bij het geluid van zijn lach. Hij had zijn mantel en trui over zijn schouder hangen. 'Ik weet dat mensen het aanraden om je huid zo veel mogelijk bedekt te huiden in de woestijn, maar als ik meer dan dit aan doe val ik flauw van de hitte!' Zei hij. 'Ja.' Stemde ik in. We liepen totdat onze voeten zeer beginnende doen, en sloegen toen ons kamp op. 'Eigenlijk wel handig dat het zo warm is, nu kunne we op onze mantels slapen, anders liggen we in het zand.' Zei Matsuda terwijl hij mij een fles water aangaf. 'Ja, ik heb geen zin in zand in mijn kleren.' 'Of in je haar.' Vulde hij mij aan. 'Ja.' Het begon al weer donker te worden. Ik ging op mijn mantel liggen en keek naar de sterren totdat ik in slaap viel.

'Warm hé?' Vroeg Matsuda terwijl we weer door de woestijn liepen. 'Ja.' Zuchtte ik. 'Ik denk dat we al bijna bij d'r grens zijn.' Zei Matsuda. Ik knikte. 'Ik denk het ook.' Plotselig stond hij stil. Hij leek gespannen en zenuwachtig. 'Ik weet dat dit een raar moment is om er mee te komen, maar er is iets wat ik je moet vertellen. Iets waar ik niet helemaal eerlijk over ben geweest.' Zei hij. Mijn hart begon sneller te kloppen. Hoezo kwam hij daar nú mee? 'Ik hou van je.' Zei hij, en voordat ik iets kon doen, kuste hij me. Ik sperde mijn ogen geschrokken open, maar toen zakte ze langzaam dicht. Het was een echte woestijn-kus. Zijn lippen waren droog en ruw door het zand. Maar bovenal was de kus heel heet. Ik liet mijn vingers door zijn haar glijden terwijl hij zijn handen tegen mijn wangen legde. Lachend sloeg hij zijn armen om me een en trok me bovenop hem in het zand. Toen liet hij zijn lippen zachtjes langs mijn nek glijden. Terwijl hij mij steeds dichterbij drukte, leek ik een beetje duizelig te worden. En toen:

Ik schoot met een ruk omhoog en keek om me heen. Het was nacht. Met een klap als een hamer drong de waarheid tot me door. Ik had het gedroomd. Mijn gezicht liep rood aan, en ik moest tegen de tranen vechten. Het was zo'n echte droom geweest. Was het maar echt! Het was maar en fantasie, een droom! Spoorde ik mezelf aan. Je gaat toch niet janken om een droom? Verward en beschaamd liet ik mijn hoofd in mijn armen zakken. Terwijl de tranen die koel aanvoelde door de hitte over mijn wangen gleden, besefte ik hoe geobsedeerd ik de laatste tijd door hem was. Ik dacht aan bijna niks anders meer, zijn lach was als een drug voor me, en als ik al zulke fantasieën over hem ging krijgen… Ik snikte zacht. 'Hee, wat is er?' Hoorde ik geschrokken achter me. Ik moest mijn best doe om niet te gillen. Matsuda was wakker geworden! Waarom nou precies nú? Wat moest ik tegen hem zeggen? Ik kon toch niet aankomen met: 'Ja sorry, maar ik had een hele sexy droom over jou, en nu ben ik aan het janken omdat het niet echt was.'?! Hij was naast mij komen zitten en sloeg ene arm om me heen. Mijn hart versnelde. Wat nou als ik het eens gewoon zei? Nee, bij die gedachte deed ik het al bijna in mijn broek! 'Waarom huil je?' Vroeg hij bezorgd. Ik smolt zowat door de bezorgdheid in zijn stem! 'Weet ik niet.' Zei ik toen maar. 'Heeft het iets met het Ossenteken te maken? Rust er te veel last op je schouders?' Probeerde hij, nog altijd bezorgd. 'Misschien. Ik denk gewoon opgepropte emoties.' Eigenlijk was het niet eens gelogen. 'Het komt wel goed…' Suste hij. Ik knikte. 'Het gaat wel, je kan weer gaan slapen.' Ik had het overleefd. Of nou ja, misschien. Als ik maar kom weten wat er in zijn hoofd omging! Ik hield mijn adem in. Wat als hij het al wist? Wat als het overduidelijk was?! Maar waarom zei hij dan niet gewoon dat hij bet wist! Waarom ben ik zo ingewikkeld?!?!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen