Foto bij 049 - He Was Shocked

Een foto van Masiro in zij jonge jaren.
Enjoy:D

Yarea
Ik kon de verbazing van Amras' gezicht aflezen. Hij leek totaal overweldigt en was plots stil gevallen. Het verbaasde me dat Amras dit niet wist. Mij was de afgelopen tijd wel duidelijk gemaakt dat alleen het koninklijke geslacht witte haren had. Meer dan dat wist ik eigenlijk ook niet. Hoe het precies kwam dat Amras een neefje van de koning van de lichte kan was dat was mij nooit verteld. Het herkennen van wit haar had voor mij veel dingen duidelijk gemaakt, maar ook wat vragen opgeroepen. Het gedoe rond Amras en de soldaten die ons hadden ontvoerd was duidelijk geworden en waarom Eric ons verlinkt had ook. Maar waarom Eric mij in het begin wel wou helpen, wist ik nog steeds niet. Het was iets waar ik heel nieuwsgierig naar was.
"Wat? Hoe?" stamelde Amras verbouwereerd.
"Het is een lang verhaal," zei Saed kalm. "Maar ik denk dat je het wel wilt weten?"
Amras knikte. Een zucht verliet zijn mond, "Dit is zo verwarrend..."
Saed gebaarde dat we met hem mee moesten lopen. Eenmaal in een tent aangekomen bood hij ons een stoel aan. Er hing een aangename warmte in de tent. In de tent zat Galeran. Hij glimlachte ons vriendelijk toe. Amras keek hem fronsend aan. Ik was benieuwd of hij boos was of gewoon verward.
Amras bleef op het puntje van zijn stoel zitten, hij was erg benieuwd naar het verhaal, wat ik volledig begreep. Ik zelf was er ook benieuwd naar. Het precieze verhaal had niemand me verteld. Ik liet me achterover zakken in de stoel die zachtjes kraakte.
"Ik denk dat Galeran hier, het jullie het beste uit kan leggen," zei Saed.
"Het begon allemaal in de jeugdjaren van je vader en zijn broer, die nu koning van de lichte kant is. Jou oom was bestemd om koning te worden en je vader was daar jaloers op, als sinds zijn jeugd. Naarmate de twee ouder werden ging je oom zich steeds meer voorbereiden op het koning worden. De jalouzie van je vader groeide. Wat er precies gebeurde heeft hij nooit verteld, maar het kwam er op neer dat je vader ruzie met zijn broer had gekregen. Sommige verhalen beweren dat Masiro zijn broer heeft geprobeerd te vermoorden. Je vader werd vogelvrij verklaard en verbannen naar de duistere kant. Zo is het dus gekomen dat de twee broers gescheiden zijn, en jij familie bent van de koninklijke familie van de lichte kant.", vertelde Galeran. Hij pauzeerde even zodat Amras dit eerste deel even kon laten bezinken. Ik had erg aandachtig geluisterd. Mijn ogen weken af naar Amras, hij keek nogal nadenkend. Het was erg verwarrend voor hem, dat kon ik zeker begrijpen.
"Hoe is zijn vader dan koning van de Duistere kant geworden?", flapte ik eruit. Het was eigenlijk niet mijn bedoeling om mijn gedachtes hardop uit te spreken.
Galeran ging weer verder, "Maisiro zwierf helemaal alleen door de duistere kant, hij was vogelvrij dus nergens was hij veilig. Uiteindelijk werd hij gevonden door ruiters van de toenmalige koning van Duistere kant. Beide haatte ze de lichte kant en zo kon je vader bediende van de koning worden. Wat er toen precies gebeurt is heeft Masiro nooit verteld. Ik heb het vanaf de zijlijn meegemaakt, als mede bediende. Hoewel je vader en ik beiden bediendes waren en goed bevriend waren, heeft hij me hier nooit iets over verteld. Je vader stond veel dichter bij de koning dan ik. Wat er daarna precies is gebeurd weet ik niet, het ene moment had de koning nog een diner met de dolende ruiters en het andere moment was hij dood en had Masiro een testament gevonden. In dat testament stond dat Masiro koning zou worden van de Duistere kant. De dood van de koning was de schuld van de dolende ruiters, net op het moment dat zij hier waren, vonden we de koning dood in zijn kamer."
Galeran was gestopt met vertellen. Ik voelde een steek van woede door me heen gaan. Het was niet de schuld van de dolende ruiters. Mijn vader had me wel eens verteld over de ruzie tussen de koning en de dolende ruiters. Mijn vader had me verteld dat het hem, net als alle andere dolende ruiters, nooit duidelijk was geworden waarom de koning hen de schuld gaf. De dolende ruiters waren onschuldig. Dit keer lukt het me om mijn mond te houden. Maar wie had de koning dat wél vermoord? Het bleef een tijdje stil, een ongemakkelijke stilte. Een zucht van Amras verbrak de stilt. Met een diepe zucht wier hij zichzelf de rugleuning van de stoel. Hij was verward. Ik begreep dat wel, het is niet niks als je plots achter zo'n verhaal komt.
"Het is verwarrend, hé?" constateerde de man. Amras knikte afwezig. Het leek erop dat hij niet wist wat hij moest zeggen.

Even later was ik weer terug in mijn tent. Amras was in gedachtes verzonken richting zijn tent gelopen. Ik had mijn spullen nog niet gepakt, dus gooide ik mijn tas midden in de tent en haalde eerst alles eruit. Alleen de dingen die ik nodig had stopte ik er weer in. Dalera had mijn kledere gewassen en zelf een paar gaten dichtgenaaid. Als laatste propte ik mijn mantel in de tas. Mijn wapens had ik er naast gelegd. Ik had ze al een tijdje niet hoeven gebruiken. Met een sissend geluid trok ik mijn dolk uit haar schede. Ik streek over het lemmet, er zat nog wat opgedroogd bloed aan. Met een lapje stof, wat ik in het water gedoopt had, poetste ik de bloedresten er af tot de dolk weer helemaal blonk. Ook spande ik mijn boog even. Met het vertrouwde, zachte gekraak trok ik de boog een stukje uit. Nadat ik mijn boog weer had ontspannen pakte ik mijn pijlen. De veertjes voelde vertrouwd in mijn handen. Ik tastte de punt af met mijn vingers, die waren nog lekker scherp. De pijlen deed ik weer in de koker en legde deze naast mijn boog.

De middag had lang geduurd. Ik had niks te doen, dus liep ik doelloos door het kamp, zat naast mijn wolf of lag te piekeren op bed. Ik had me stierlijk verveeld. Behalve dat, had ik ook nog eens een knagend gevoel in mijn maag. Zenuwen. Ik was zenuwachtig voor morgen. Dit kamp had ons de afgelopen dagen bescherming gegeven. Niemand wist dat we hier zaten, niemand wist dat dit kamp bestond. Hier waren we veilig, maar morgen zouden we de buitenwereld weer betreden. We zouden de veiligheid van dit kamp verlaten en de lichte kant in trekken, waar we absoluut niet veilig waren. We zouden ons amper onder het volk laten zien, iedereen herkent Amras' haarkleur, als zijnde koninklijk geslacht.
Inmiddels was de avond gevallen. De zon was ondergegaan en de hemel was blauw geworden. Er was geen maan en geen sterren, een dik wolkenpak bedekte de glinsteringen van de sterren. Ik liep weer terug naar mijn tent, na een lekkere warme stoofpot gegeten te hebben. Vannacht was de laatste nacht in dit kamp. Hoewel ik er wel naar uitkeek om weer weg te gaan, ik voelde me soms wat opgesloten hier, was ik er ook bang voor. Door de lichte kant reizen met Amras en het doel het licht te vernietigen was niet bepaald veilig te noemen.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen