Foto bij Spijt, een flinke dosis spijt en schuldgevoelens

'Gaat het echt weer?' Vroeg Matsuda de volgende ochtend. 'Ja, echt. Wil je me beloven om je gewoon nooit meer zorgen over me te maken? Als er echt iets is kom ik wel naar je toe, daar zijn we vrienden voor.' Ik plukte met trillende vingers aan mijn broek terwijl ik dat mompelde. 'Nee, dat kan ik niet.' Zei Matsuda fel. 'Luister, ten eerste kan ik jou niet beloven om niet aan iets te denken. Natuurlijk kan ik het wel verbergen, maar ik dóé het nog steeds! Ten tweede wil ik dat niet. Ik geef om je, ik wil dat je gelukkig bent. En het doet pijn om jou te zien lijden zonder er iets aan te kunnen doen. Jij wil er toch ook voor mij kunnen zijn? Nou?' Ik slikte. 'Natuurlijk, maar... Echt...' Stamelde ik met een rood gezicht. 'Ik heb het gewoon niet nodig. Ik kan prima voor mezelf zorgen, dat heb ik in het Witte Woud geleerd.' 'En ik ben zwak?' Lachte Matsuda bijna. 'Dat probeer je te zeggen?' 'Natuurlijk niet!' Zei ik gauw. 'Je eng een van de sterke personen die ik gekend heb. Ik probeer alleen te zegen dat ik best voor mezelf kan zorgen. Ik kan alleen opstaan, ook als niemand mij de hand reikt.' Ik keek hem in al die tijd nog niet aan. 'Maar is het niet veel makkelijker om gewoon die hand te pakken? Je kán zonder, maar je hóéft niet. Je mág die hand toch pakken? Daarom is die toch uitgestoken?' Ik balde mijn handen tot vuisten. 'Ja maar-' Protesteerde ik. 'Geen gemaar. Ik heb gezegd wat ik wou zeggen. Jij wat jij wou zegen. Het is nu toch goed?' Onderbrak Matsuda me. Hij stond op en begon weer te lopen. Ik rende gauw achter hem aan. 'Oké dan.' Eigenlijk voelde ik me ook wel gevleid. Hij wou me echt beschermen! Maar toch moest hij hiermee stoppen, het deed alleen maar meer pijn. Ach, ik moest hém toch geen verwijten maken? Nee, ík moest hiermee stoppen! Ik kon toch niet op mijn beste vriend verliefd worden?! En hoelang zou het duren voordat hij in Vaizel een vriendin zou krijgen? En dan moest ik in pijn toekijken! Misschien was hij wel homo! Shit, daar had ik nog helemaal niet aan gedacht! Misschien kon hij daarom wel zo goed met mij omgaan, en me aanraken zonder iets te voelen. Omdat ik toch ver buiten aantrekkelijk voor hem lag? Mijn handen begonnen te trillen. Ik had niks tegen homo's, maar Matsuda eentje?! Dat wou ik niet! Maar hij had wel gezegd dat hij met een meisje naar dat festival was gegaan. En toen we in die tempel van Ikaros waren, en er een stuk of twintig Erza's waren, toen had hij voor de grap gezegd: 'wauw, zo veel meisjes bij elkaar! Kan ik jullie niet allemaal houden?' Dat betekende toch zeker dat hij op meisjes viel? Toch? Misschien kon ik het hem via een strikvraag vragen? 'Hè Mat?' 'Hm?' Ik Balde mijn handen weer tot vuisten om te kunnen verbergen dat ze trilden. 'Ben jij ooit verliefd geweest?' Hij lachte. 'Nou, zo veel leuke meisjes zijn er niet in Vaizel hoor!' Ik haalde diep adem. Was dit niet heel raar om te vragen? 'Ook geen jongens?' Flapte ik eruit. 'Jongens?' Vroeg hij, alsof hij het niet verstaan had. 'Ja.' Zei ik verlegen. 'Ik vind het goed van je dat je die mogelijkheid ook bekijkt, Erza. Echt waar! Maar nee, ik ben hetero.' Ik ademde opgelucht uit. 'Zo,zo jij kling opgelucht!' Plaagde hij me. Ik schrok. 'Ja, ik was bang dat je het raar zou vinden als ik zoiets vroeg. Of dat je boos zou worden.' 'Natuurlijk niet. Één van mijn beste vrienden was homo. Ik vind het juist goed als je dat ook vraagt.' Ik glimlachte, maar dat deed pijn door mijn droge lippen. 'Jij?' Vroeg Matsuda toen. 'Nee. Op beide niet.' Zei ik. Er heerste een een klein beetje ongemakkelijke stilte. Matsuda maakte het toch wel moeilijk voor me om zijn gevoelens uit te vogelen. Aan de ene kant had hij min of meer gezegd dat hij niet verliefd was, maar aan de andere kant had hij de vraag ontweken en gezegd dat er gene leuke meisjes in Vaizel waren. Niet in Vaizel! Tsjongejonge, wat was hij toch ingewikkeld! Maar ja, dat was ik ook...
Opeens botsten we tegen een krachtveld. 'Wauw, dat was random.' Zei ik droog. Matsuda lachte. 'Ja, ik had het ook niet verwacht. Het lijkt alsof er nog een hele woestijn voor ons is.' Ik liet mijn hand over de onzichtbare muur glijden. 'Een illusiespreuk denk ik.' Merkte ik op. 'Hola!' Riep Matsuda geschrokken. Ik keek met een ruk om. Zijn hand werd door het krachtveld heen getrokken, alsof er iemand aan de andere kant aan zijn arm trok. Toen voelde ik het ook. 'Laat het!' Riep ik terwijl ik door het koele, onzichtbare veld getrokken werd.

'Erza? Erza! Waar ben je?' Hoorde ik door de mist. Mist... Waren we weer in Het Rijk Van Het Witte Woud? 'Hier!' Riep ik terug, en probeerde iets te zien door het de dikke mist. Ik liep op de plek waar Matsda's stem vandaan was gekomen af. Ik botste tegen hem op. 'Oef! Sorry.' Zei hij. 'Kom mee.' Hij pakte mijn pols en trok me zachtjes mee. Toen we weer iets konden zien ging Matsuda op de grond zitten. 'Heb jij dat boek van Maarten nog? Die met die kaarten?' Ik doorzocht mijn tas en vond een piepklein boekje. 'Oh, dat is waar ook! Pica heeft er een verkleinspreuk over uitgesproken zodat ik het makkelijker mee kon nemen.' 'Oh.' Zei Matsuda niet-begrijpend. 'Ik weet niet hoe ik het groter moet maken!' Legde ik uit. 'Oh!' Zei Matsuda lachend. Opnieuw doorzocht ik mijn tas. 'Mitoumorus...' Las ik op van een handgeschreven briefje. 'En er onder staat: Manimorus. Zullen dat de spreuken zijn?' 'Probeer het.' Stelde Matsuda voor. 'Maar ik kan niet toveren.' Zei ik beteuterd. 'Probeer het nou maar!' Drong hij aan. 'Mitoumorus.' Zei ik aarzelend. Ik hield mijn adem in. Het boek was gegroeid. Ik had voor het eerst in mijn leven getoverd! Met grote ogen keek ik Matsuda aan. 'Het werkte.' Zei ik beduusd. Hij grijnsde breed. 'Goed gedaan!' Ik grijnsde ook flauwtjes. Terwijl ik nog steeds in een soort van trance was omdat ik echt getoverd had, pakte Matsuda het boek en zocht naar een kaart van Het Rijk Van Het Witte Woud. Toen ik weer bij zinnen kwam had hij de route al opgezocht. 'Leef je nog?' Vroeg hij plagerig. Er klonk een bepaalde toon in zijn stem die me automatisch liet glimlachen. 'Ik leef nog.' 'Wil je het boek weer verkleinen?' Vroeg hij, en gaf mij het boek weer. 'Ja!' Zei ik, enthousiast om weer te toveren. 'Manimourus.' Zei ik iets vastbeslotener. En het boek kromt eer tot het formaat van een postzegel. 'Zullen we morgen gaan lopen, mijn benen doen ongelofelijk pijn van al het lopen van de afgelopen tijd.' Stelde Matsuda voor. 'Goed idee.' Zei ik. We bestede de rest van de avond met praten en eten zoeken. En toen de eerste sterren aan de hemel verschenen viel ik in slaap.

Ik opende mijn ogen en zag eerst niks door het donker en de mist. Ik beet op mijn onderlip. Ik had alweer een droom over Matsuda gehad, en alweer had het zo echt geleken. Maar nu moest ik niet huilen, nee, ik was geen watje! Als ik nou eens iets deed waar Matsuda trots op kon zijn, iets waar hij versteld van stond, iets buitengewoon bijzonders! Maar wat? Opeens schoot het me te binnen: ik kon toveren! Al kende ik maar twee spreuken, ik kon misschien het eten vergroten. Wacht eens, misschien had Pica me wel meer spreuken gegeven! Gauw pakte ik mijn tas weer en zocht naar briefjes. Vol vreugde haalde ik er twee nieuwe uit. Tamoki Nalla. Wat zou dat doen? Vol energie pakte ik een steen. 'Tamoki Nalla.' Fluisterde ik. Vol ongeloof keek ik hoe de steen licht begon te geven. 'Sahawa Nilla.' Fluisterde ik, en het doofde weer. Ik klapte in mijn handen van opwinding. Ik kon toveren! Ik pakte het andere briefje om de andere spreuk te bekijken, maar er stonden geen spreuken op. Het was een brief:

Lieve Erza en/of Matsuda,

Als je dit leest ben ik waarschijnlijk al weg. Ik wil je heel erg bedanken voor alles wat jullie hebben gedaan. Jullie kenden ons niet en hielpen ons toch om thuis te komen. We hebben veel van jullie geleerd en ik zal jullie nooit vergeten. Veel succes op jullie reis. Wil je ooit nog een brief sturen? Er zijn uilen of duiven die íédereen kunnen vinden, dis ons ook wel. Zeg maar dat ze naar Zomerlust moeten gaan. We houden van jullie.

Pica, Wannes, Maarten en Wolf.

Er vielen tranen op het papier. Niet omdat de brief zo ongelofelijk ontroerend of mooi was, maar omdat ik nu pas merkte hoe erg ik ze miste, mijn jonge vrienden. En wat erg hoopte ik dat ze veilig thuis waren! Ik snikte zacht. 'Wat is er?' Ik gaf een gil. Matsuda was weer wakker geworden! Zo hard jankte ik toch niet?! 'Hee...' Hij wreef troostend over mijn rug. 'Is het weer hetzelfde als gisteren?' Ik schudde mijn hoofd en liet de brief zien. 'Ik mis ze.' Zei ik met een dikke keel. Hij las de brief en zuchtte diep. 'Als we thuis zijn sturen we een brief.' Zei hij. Ik was boos op mezelf omdat ik huilde, want ik wou sterk lijken. 'Ga maar slapen.' Zei ik tegen hem. 'Wat deed je überhaupt nog zo laat?' Vroeg hij, mijn verzoek negerend. 'Toveren.' Zei ik, en vrolijkte weer wat op. Snel haalde ik het papiertje weer uit mijn zak en paté de steen weer. 'Tamoki Nalla.' Zei ik weer, en de steen verlichtte de nacht. 'Wauw.' Zei Matsda bewonderend. Ik glimlachte trots. 'Sahawa Nilla.' Zei ik, en de steen doofde weer. Matsuda klapte en ik grijnsde. Toen pakte ik een appel. 'Mitoumorus.' En de appel groeide naar het formaat van een flinke pompoen. 'Je bent geweldig!' Jubelde Matsuda. 'Kan jij het ook niet?' Vroeg ik nieuwsgierig. Hij zuchtte. 'Daar komen we maar op één manier achter. Mitoumorus!' Er gebeurde niks. 'Haha! Maar bewijs dat jij bijzonder bent!' Lachte hij. Ik keek naar mijn schoenen. 'Dat is toch goed nieuws?' Ik grijnsde en legde mijn hand tegen mijn voorhoofd als een soldaat. 'Ja, uwe hoogheid!' Hij gaf me een duw. 'Als je me nog één keer zo noemt, vermoord ik je!' Lachend kaatste ik terug: 'Dat mag niet! Dan breek je onze afspraak!' Hij gaapte. 'Kom, we kunnen nog even slapen.'

'Opstaan!' Ik schrok wakker. 'Huh? Wat? Wat is er aan de hand?' 'Niks, maar het is al bijna middag.' Zei Matsuda die aan de grote appel was begonnen. Na het eten liepen we de route die hij had opgezocht en vertelde hij nog wat over zijn dorp. Het was een raar idee dat ik bij hem ging wonen, het gaf me een hoop kriebels in mijn buik. Ik rilde van de kou en deed mijn mantel dicht. 'Wil je iets van mij aan?' Vroeg Matsuda die me had zien rillen. 'Nee hoor, ik red me wel.' Zei ik gauw. Maar ik keek niet uit waar ik liep, en struikelde over een boomwortel. Ik had een snee boven mijn oog. 'Geen zorgen, dat helen we zo wel. We hebben nog die helingsdrank van die oude man.' Zei Matsuda. Ik knikte en veegde het bloed weg met mijn mouw. Na een tijdje kwamen we bij een grot aan. Er leek iets zwarts en reusachtigs voor te liggen. En toen wist ik het: het was de draak die ik een hele tijd geleden had geprobeerd te vermoorden, maar ze had bewogen, dus niets ik haar alleen zwaar verwond hebben! Drakenbloed haalde het gif weg! 'Mama!' Hoorde ik Luna in mijn hoofd. En op dat moment brak mijn hart, en ik liet me op mijn knieën vallen. Ik had Luna's moeder bijna vermoord! Voor mijn gevoel had ik nog nooit ergens zo veel spijt van gehad. Luna zou me nu haten! 'Wat is er?' Vroeg Matsuda bezorgd. Ik wees naar de zwarte draak bij de grot. 'Luna's moeder. Ik heb haar een tijdje geleden bijna vermoord.' Nu zou ook Matsuda me haten. Maar misschien ook niet, hij had Luna ook proberen te vermoorden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen