Foto bij 124 • Aankomst in Ierland

MERRY CHRISTMAS!!





Toen de rookwolk eindelijk was verdwenen, stonden ze in een klein gebouwtje dat leek op een Muggle-reisbureau. Door de glazenruit in de deur kon Eleanor daadwerkelijk Muggles zien lopen en ze keek wat argwanend om naar Draco.
'Kijk mij niet aan, ik ben hier ook nog nooit geweest,' antwoordde deze bot. Eleanor stapte uit de grote haard de kamer in. Aan de muur hingen een aantal posters, tovenaarsposters, van kinderen die op het strand een bal overgooiden en een jong paar dat een berg aan het beklimmen was. De deur aan de andere kant van het kamertje werd geopend en er kwam een roodharige jongeman de kamer binnengelopen. 'Ah, ik zie dat jullie goed zijn aangekomen, mooi!' sprak hij in een Iers accent.
Eleanor knikte en de man liep op haar af. 'Alstublieft.' Hij overhandigde hen een tasje. 'Hierin zit een kaart van het gebied, een informatieboekje en wat coupons voor een gratis ontbijt, lunch en avondeten in een restaurantje in het dorp. Heel veel plezier en geniet van uw vakantie.'
'Wat handig,' antwoordde Eleanor glimlachend en liep toen voor de man langs de deur uit. Links van zich zag ze de balie, waar een aantal Muggles in gesprek waren met de receptioniste van het reisbureau. Overal hingen posters en foto's van mensen op vakantie en reclamefolders over verschillende resorts. Toen ze richting de uitgang liep, keek ze even achterom. Door het raam van de kamer waar ze net uitkwamen, was nu enkel een bureau te zien, waar twee stoelen voor stonden. Dat moest de Muggle-beveiligingsspreuk zijn, dacht ze. Ze zwaaide een keer naar de roodharige man die haar blik per ongeluk opving en liep toen de deur uit.
Dit was het dan, haar eerste blik op Ierland. Het allereerste dat haar opviel, was de geur van vers gras; een onmisbaar kenmerk aan het groene Ierland. Al kon ze niet ontkennen dat ze ook een vleugje schaap rook, maar dat was logisch, want nabij het huisje kon ze duidelijk een boerderij zien staan. Langs weeszijde van de weg waren witte gebouwtjes te zien, met houten hekken en uithangborden met prachtige gekromde letters. Het oude kerkje dat vlakbij gebouwd stond, gaf haar een middeleeuws idee. De stenen waren oud en op de deur stond een oud Keltisch teken geschilderd. Niet ver daarnaast liepen de huizen door in een stenen muur, waarachter een uitgestrekt weiland met schapen te zien was en waarachter de bergen naar de wolken reikten. Alleen een aanblik erop gaf haar de bevestiging dat ze daadwerkelijk in Ierland was. Er liepen weinig mensen over straat, alleen een paar oude dames en een groepje mannen die bij een bankje stonden.
Eleanor glimlachten. Hier was ze geboren. Dit was haar thuis, ook al was het haar onbekend, dit was waar ze haar eerste dagen had geleefd, waar haar familie had geleefd.
'Hier is de herberg. Daar kunnen we vast wel overnachten.' Draco gaf een rukje aan haar jas en stak de straat over, waar in grote letters 'Roundwood Inn' op de muur gekalkt stond. De buitenkant zag er ouderwets uit, maar ook typisch kenmerkend voor een klein dorpje. Eleanor volgde Draco en trok haar koffer met zich mee. Binnen zag het er precies zo uit als ze had verwacht; knus, gezellig en houterig. Het zag er eigenlijk net zo uit als een oud Engelse Pub, en dat kalmeerde haar een beetje. Draco was onderhand al naar de bar gelopen en sprak daar een norse vent aan die in een overdreven lastig verstaand accent Draco's vragen beantwoordde. 'Oy, ‘k heb zeker nog een kamer over. La’me de sleutel even halen.'
Zijn accent deed haar denken aan dat van Hagrids. Ze tikte een keer tegen de glazen die boven haar aan de bar hingen en keek Draco aan. 'Zullen we gelijk vragen of ze iets weten?'
Draco knikte. 'Als je het voorzichtig brengt. Laten we eerst de spullen boven zetten en dan beneden wat drinken. Dan hebben we alle tijd om hem te ondervragen.'
'Nu laat je het klinken alsof hij de boosdoener is.' Ze grinnikte. 'En je hoeft niet zo overduidelijk tevreden te klinken over je onbekendheid hier, hoor.' Ze stak haar tong naar hem uit en prikte hem een keer in zijn zij. 'Ik zie wel dat je geniet van de vrijheid.'
'Houd je mond,' bromde hij terug, maar Eleanor negeerde hem en liep een rondje door de kamer. Er gingen fotolijsten met indrukken van de oude dorpje en de bewoners. Allemaal zwart-wit, maar het was reuze interessant om te zien hoe het oude dorpje er vroeger bijlag. Aan het plafond hing een Ierse vlag en ingelijste krantenkoppen van voetbal wedstrijden. Het dorpje was klein, maar had duidelijk veel Ierse trots.
'Waar kom je vandaan, meiske?' vroeg een van de oude mannen aan een tafel in de hoek. Hij wees naar haar koffertje die naast Draco bij de bar stond. Ze had hen haar al zien bestuderen en vroeg zich af of deze oude heren haar misschien wat meer konden vertellen over het dorp of haar ouders. Ze leken hier toch zeker een behoorlijke tijd van hun leven te hebben gewoond.
'Londen,' antwoordde ze en glimlachte. 'Mijn vriend en ik zijn hier op vakantie.'
'In Ierland?' sprak de tweede man, 'zouden jullie nie’ liever naar’t warme zuiden gaan dan, juffie?'
Ze schudde haar hoofd en kwam dichterbij. 'We zijn opzoek naar mijn ouders, of nou ja, het huis van mijn ouders. Ik ben waarschijnlijk hier geboren, maar ik heb mijn ouders nooit gekend.'
Eleanor voelde een paar ogen zich door haar zij boren en niet veel later werd ze apart genomen door Draco. 'Zou je ze dat allemaal wel vertellen?' siste hij.
Ze rukte zich geërgerd van hem los. 'Stel je niet zo aan. Zij weten misschien meer en dat is de enige reden dat ik hier ben.'
'We hadden afgesproken dat we dat later zouden doen. Kom op.' Hij trok haar richting de trappen. Eleanor rolde een keer met haar ogen en zwaaide nog een keer naar de oude heren voordat ze de trap op verdween. Op de tweede verdieping liepen ze het smalle gangetje af tot ze bij hun kamer uitkwamen. ‘Ik hoop niet dat het een of ander vuil kort is,’ mopperde Draco. Hij draaide de sleutel om in het slot en duwde de deur open.
Tot Eleanors vreugde stond er een enorm bed in de kamer. Ze zette haar koffertje bij een muur en sprong op het bed. 'Als we niet al samen hadden geslapen, dan sliep jij zeker op de grond.'
Draco gniffelde. 'Denk je dat?' antwoordde hij spottend. 'Ik betaal, dus het bed is van mij. Maar je hoeft niet van mij op de grond te liggen.'
'Nou, wat hoffelijk van je,' zei ze, terwijl ze Draco met haar ogen volgde. Even bestudeerde ze hem, terwijl hij de kamer rondkeek. De wallen onder zijn ogen waren verdwenen en zijn huid had wat meer kleur dan een aantal maanden geleden. Het leek erop dat Draco wat meer was gaan ontspannen, maar misschien kwam dat omdat hij nu dichter bij de antwoorden was die hij zocht. Ze rekte zich een keer uit en staarde naar het plafond. Dat gelde voor beide wel een beetje. Eleanor moest toegeven dat het tripje naar Ierland een erg impulsieve actie was, en ook iets totaal nieuws. In al die jaren had ze nog nooit een ander land bezocht, laat staan met een vriend of iets in die zin. Draco stelde haar echt voor aan het onmogelijke avontuur. Hoe kon ze dit hebben gemist? De spanning, avontuur, de vrijheid. Ze legde haar vingertoppen tegen haar hals aan, waar de ketting nog lag. Vrijheid. Ja, als een hond met een halsband. Met een ruk kwam ze overeind en liep naar de badkamer toe. Haar onverwachte bewegingen lieten Draco duidelijk schrikken, maar ze negeerde het. Ze keek in de spiegel die daar aan de wand hing en staarde naar de gitzwarte ketting. Hoelang was het geleden dat ze ernaar had gekeken? Weken? Maanden? Ze had al die tijd spiegels ontweken. Vanonder de ketting kon ze nog steeds talloze littekens over haar huid zien kronkelen. Het deed geen pijn meer, niet zolang ze niet terugviel op haar oude gedrag. Ze zuchtte een keer en staarde naar haar hals. Het was lelijk. Afschuwelijk om te zien. Ze vroeg zich vaak af of ze zouden verdwijnen wanneer de ketting af zou komen. Die wens had ze, maar het was maar een wens.
Draco verscheen achter haar in de deuropening en keek haar aan. 'Het duurt echt niet lang meer,' sprak hij bemoedigend.
'Maar de littekens blijven. Ja toch?'
Draco knikte instemmend en omhelsde haar. 'Waarom luister je nooit naar me? Ze maken je echt niet minder mooi.'
'Je liegt.'
'Het zijn maar littekens. Ze laten alleen zien wat je hebt doorstaan en hoe sterk je bent. Dat gaat schoonheid te boven.'
Ze grinnikte spottend. 'Wat een poëet. Ik zal de rest van mijn leven elke dag worden herinnerd aan wat voor een dom wicht ik ben.’
Dat ben je niet. Dit was onvermijdelijk.’
‘Ik vraag me af waarom mijn moeder die aanwijzingen heeft bewaard. Waarom ze wilde dat ik het vond.'
Draco liet haar los en zuchtte een keer. 'Dat is vast niet haar bedoeling geweest.'
'Ik hoop het niet.' Ze draaide zich om zonder nog een blik op de spiegel te werpen en liep de deur door. 'Zullen we naar beneden gaan? Misschien dat die oude knarren ons meer kunnen vertellen.' Ze liep de deur uit en rende met vlotte passen de trap af. Toen ze beneden kwam, hadden de oude mannen haar al in de gaten gekregen. 'Is je vriendje nu boos op je?' vroeg één van hen lachend.
Ze schudde haar hoofd. 'We hebben een lange reis achter de rug, hij was alleen wat chagrijnig.' Ze keek lachend om naar Draco, die zijn wenkbrauw optrok en langs haar heen liep. 'Heren,' sprak hij toen op heldere stem, 'mogen wij u wat vragen?'
De man links aan de tafel, trok zijn pijp los van zijn lippen en knikte glimlachend.
'Wij zijn opzoek naar de familiewoning van de familie Whelan; meneer Cerin Whelan en Sarah Whelan. Ze zijn hier ergens aangekomen eind jaren ’70. Weet u waar we hun woning kunnen vinden?'
Even bleef het stil, terwijl de mannen een blik met elkaar wisselde. Toen keken ze Eleanor aan en sprak de man met de pijp opnieuw. 'En jij bent hun dochter zeg je?
Eleanor knikte.
'Onmogelijk. Het huis is afgebrand. Niemand heeft het overleefd.'
'En toch sta ik hier,' antwoordde ze koppig en legde haar armen over elkaar.
‘Lieve kind, het zou je alleen maar schade om daarheen te gaan.’
‘Ik ga er toch heen,’ antwoordde ze bot. ‘Wanneer was het afgebrand?’
De man met het brilletje zuchtte. ‘Begin jaren ’80. Ze waren net een jaar ingetrokken, ik heb ze nog gekend van toen ik een bakkerij had, maar ze kwamen bijna nooit buiten.’
‘Wat is er precies gebeurd, weet iemand dat?’ vroeg Draco geïnteresseerd.
De man met de pijp keek hem aan. ‘Niemand weet het precies. Een vriendin van mij woonde vroeger vlakbij. Ze vertelde dat ze een groen licht uit het huis had zien komen en geschreeuw hoorde vanuit het bos. Niet veel hadden hoge vlammen het hele huis in hun macht.’ De man zuchtte vermoeid. ‘De brandweer zei dat het een ongeluk was. Een kaars die was omgevallen op een kleed, maar men geloofde er niks van.’
‘Jullie denken dat ze zijn vermoord?’ vroeg Eleanor voorzichtig.
De man in het midden knikte voorzichtig. ‘Tijdens een gevecht moet de kaars zijn omgevallen. De stoffelijke resten van de inwoners waren gevonden. Er was niks van hen over.’ Hij keek Eleanor met medelijden aan.
Eleanor had echter geen zin in zijn medeleven. Na al deze maanden had ze dat al genoeg gehad. 'Waar staat het huis?'
'In De Oude Stad,' mompelde de man met de bril. 'Het is een stukje lopen.'
'Geeft niet, we hebben alle tijd.' Draco keek Eleanor aan. 'Bedankt voor uw hulp.' Hij keerde haar bij de schouder om en leidde haar richting de deur.
'Jongelui,' werd hen nageroepen, 'het is nog steeds verboden terrein.'
Draco keek niet op, maar wuifde alleen maar. 'Dat zal mij een zorg zijn.'
Eleanor grinnikte en duwde de deur van het Hostel op en liep naar buiten. Ze keek een keer lachend om naar Draco. 'Wat ben je toch lekker hatelijk.'
Hij grinnikte. 'Ja. Je moet mij na zo'n lange reis niet zeggen dat ik ergens niet naartoe mag.' Hij keek de straat langs en wenkte haar met een knikje van zijn hoofd. 'Kom.'

Later in de middag, was het zonnetje door de wolken gebroken. Een licht briesje wapperde Eleanors haren over haar schouder en terwijl ze haar ogen tot spleetjes kneep, zag ze in de verte een donker gebouw verschijnen. Ze hadden een tijdje door de Oude Stad gelopen, wat in haar ogen meer een dorp leek, en waren uiteindelijk de huizen kwijt geraakt. Meer weilanden verschenen aan weerszijde van de weg waarop ze liepen en in de verte waren zelfs wat oude kastelen te zien. Een boer wees hen de weg, maar waarschuwde dat het terrein verboden was voor onbevoegde. Zoals eerder, scheelde hen dat niet veel en liepen ze door.
Uiteindelijk kon ze in de verte een gebouw zien staan, dat duidelijk afstond tegen het groen er omheen. Ze wilde ernaar wijzen, maar Draco had het ook al gezien. Even bleef ze staan. Ergens voelde ze een onbekend gevoel van emoties opborrelen in haar buik en het weerhield haar voeten ervan om door te lopen. Pas toen ze Draco’s hand in haar rug voelde, kwam ze weer in beweging. Toen ze dichterbij kwamen, kon ze de staat waarin het huis verkeerde pas echt goed zien. Het huis stond nog, maar ook maar amper. Er zaten gaten in het dak en aan de zijkant en het hout was bijna volledig zwart geblakerd. Alleen het aanzicht ervan alleen al gaf haar de rillingen. De tuin eromheen was overwoekerd met hoog gras en onkruid, alsof er jarenlang niemand meer had gelopen. De atmosfeer rond het terrein was luguber, treurig en griezelig. Ze probeerde zich het huis in te beelden toen er nog mensen woonde, maar dat lukt niet. Het leek alsof de brand de ziel van het huis tot as had verpulverd. Alle ruiten leken te zijn gesprongen en ze verbaasde zich erover dat het na al die jaren nog had gestaan. De dorpsbewoners waren zeker te bang om het plat te gooien. Wat had zich hier al die jaren afgespeeld? Of eerder, daarna. Voor het huis langs, tussen de paar bomen die er stonden, was een geel lint gespannen, waarop werd gewaarschuwd het pand niet te betreden wegens gevaar voor instorting.
'Het ziet er niet stevig uit,' concludeerde Draco. Eleanor stemde met hem in. 'En toch zullen we moeten gaan kijken.'
'Denk je echt dat er nog iets heel is gebleven in die brand?'
Ze haalde haar schouders op. 'We kunnen het wellicht proberen.' Met stevige passen liep ze het gras op en dook onder het lint door. Ze hoorde dat Draco haar uiteindelijk ook volgde. Ze kon de geur van het verbrande hout haast nog ruiken en opnieuw liepen er rillingen over haar rug. De gedachten over wat ze achter die muren zou kunnen vinden, maakte haar misselijk. Wat als Draco gelijk had en er niks anders te vinden was dan as en verbrandde meubelen? Dan moest ze naar huis met lege handen. Ze balde haar handen tot vuisten. Zo moest ze niet nadenken. Ze zou hier haar antwoorden vinden, ze wist het zeker!

Reacties (9)

  • Altaria

    Awh ik weet wel zeker dat ze vermoord zijn

    3 jaar geleden
  • Shaybuttah

    wauw !! dit was echt geweldig

    3 jaar geleden
  • BOOKWURM

    Ik hoop het voor ze!

    3 jaar geleden
  • Catmint

    Eindelijk weer een stukje! Snel verder alsjeblieft!!!

    3 jaar geleden
  • Histoire

    Eindelijk mensen die wel over haar ouders willen praten. Ik dacht eerst dat het door de ketting kwam dat ze gestorven zijn maar die zat al in die boom

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen