Foto bij Deel 2 • 012.

@Lipa: dankjewel voor je lieve reactie!

Hopelijk zorgt dit hoofdstuk opnieuw voor een glimlach bij iedere lezer.

‘Mag ik jullie nu een paar vragen stellen?’ vraag ik ongemakkelijk.
‘Kom maar op.’ Luke wrijft in zijn handen.
‘Hoe kennen jullie elkaar?’ Direct kan ik mezelf wel slaan. Waarom vraag ik nu zoiets?
Ramon begint te lachen. ‘Ja Luke, vertel.’
‘Jim en Ramon zaten bij elkaar in de klas vanaf 4vwo. Ik kende ze niet, had ze ook nog nooit gezien. Alleen Ramons nichtje is enig kind, dus die zoekt steun bij haar grote neef. Nu kwam ik dat nichtje tegen in de stad en we wisselden onze nummers uit. Ramon heeft me gekeurd voor haar.’ Luke lacht breed.
Ik merk dat ik automatisch begin te lachen. ‘En, werd je goedgekeurd?’
‘Nee.’ Ramon lacht hardop.
‘Echt niet?’ vraag ik verbaasd.
‘Kom op, kijk naar die jongen. Dat kan toch geen goed vriendje zijn voor een zestienjarig meisje?’
Ik kijk met grote ogen van Ramon naar Luke en weer terug.
‘Hé, ik wist niet dat ze zestien was. En wat dan nog, ik was toen negentien, dus het had best gekund. Maar hij deed het goed als beschermfactor, want met haar meende ik het toen in ieder geval nog niet serieus. Ik kende haar nauwelijks. Hij heeft me bijna letterlijk het café uitgetrapt, waar ik toen met dat meisje had afgesproken, omdat ik volgens hem veel te glad was.’ Luke lacht nog steeds.
‘Als hij eenmaal op dreef is, dan wil je hem echt niet tegenkomen als meisje,’ zegt Ramon.
‘Als jongen ook niet, want hij slaat de tanden uit je mond,’ voegt Jim nuchter toe.
‘Het klinkt alsof je een leuke jongen bent,’ zeg ik sarcastisch.
‘Soms wel, soms niet,’ zegt hij.
Ik verbaas me over het nonchalance waarmee hij dat zegt. ‘Meen je dat?’ vraag ik dan ook.
‘Ja. Ik ben soms arrogant en dan boeit het me niks wat iemand anders denkt. Maar ik kan ook serieus zo leuk zijn als ik zelf soms denk. En bijna iedereen vindt het verschrikkelijk dat ik dat hardop durf te zeggen, maar ik vind dat je trots op jezelf mag zijn,’ zegt hij kalm.
‘Ik vind het wel gaaf. Het is hooguit heel direct, alleen het is stoer dat je zo…Ik weet niet…Voor jezelf op durft te komen, of zoiets,’ zeg ik aarzelend.
‘Durf jij dat?’ Luke trekt een wenkbrauw op.
‘Ja hoor. Uiteindelijk wel, maar niet zo direct. Niet op die manier. Maar wel als er ongevraagd foto’s van me gemaakt worden,’ grinnik ik.
De jongens glimlachen allemaal.
‘Je was duidelijk genoeg.’ Jim fluit tussen zijn tanden. ‘Je was eerst niet normaal rustig, maar toen realiseerde ik me dat je zo’n type ben dat nooit boos wordt, maar als jij boos wordt, flip je helemaal denk ik. Of heb ik het heel erg fout?’ vraagt hij.
‘Nee, dat klopt wel. Ik vind dat je het altijd eerst rustig moet proberen op te lossen. Ik bedoel: misschien vonden jullie het heel normaal dat je een foto mocht maken, omdat je dat altijd voor elkaar krijgt. Bovendien wil ik mezelf niet voor schut zetten door compleet uit m’n dak te gaan,’ zeg ik eerlijk.
‘Denk jij ooit wel eens niet na over wat je doet of wat de gevolgen zijn van wat je zegt?’ vraagt Luke verbaasd.
‘Wel tegenover drie jongens die het waarschijnlijk fantastisch hadden gevonden als ik helemaal was geflipt. Negatieve aandacht is namelijk ook aandacht,’ zeg ik kalm.
‘Jij bent slím,’ zegt Ramon langzaam.
‘Waarom klink je zo verbaasd?’ lach ik.
‘Omdat ik dacht dat wij met z’n drieën iedereen gek konden krijgen, alleen het is ons bij jou volgens mij niet gelukt.’
‘O jawel hoor. Ik gunde jullie die overwinning alleen niet,’ zeg ik triomfantelijk.
‘Dat was sterk. Had je geen zin om ons eens flink op ons nummer te zetten?’ vraagt Jim zich hardop af.
‘Natuurlijk wel, alleen ik schatte mijn kansen niet al te hoog in om te winnen. Ik ben blij dat ik nauwelijks iets heb gezegd, want ik wist ook niet dat jullie zo slim waren,’ zeg ik.
‘Had je ons lager ingeschat?’ vraagt Jim verontwaardigd.
‘Vind je dat gek?’ kaats ik terug.
‘Ik mag jou wel,’ lacht Ramon.
‘Als ik jullie nu niet had gesproken, was ik vanavond thuis een keer met een waanzinnig plan gekomen om jullie met één zin stil te krijgen. Dat heb ik altijd, dat ik later pas weet wat ik had moeten zeggen.’ Vandaar ook dat ik mijn hele speech richting Jase bijna uit mijn hoofd had geleerd, terwijl ik het vergat zodra ik bij hem op de bank zat.
‘Maar nu gaat het weer over mij. Wat voor rare dingen hebben jullie? Ik heb gestotterd en ik ben geen doorsnee puber, maar nu jullie,’ schakel ik snel over.
‘Ik ben vrijwilliger bij een dierenasiel,’ zegt Ramon.
Ik schiet in de lach, totdat ik besef dat hij het serieus meent. Ik voel dat ik rood word en ik hap naar adem. ‘O, sorry. Ik dacht echt dat het een grapje was,’ zeg ik gehaast.
‘Weet ik. Daarom is het ook iets raars toch?’
‘Ja, maar ik haat het als mensen iemand uitlachen en ik deed het zelf ook.’
‘Dat is toch ook menselijk?’ zegt Jim fronsend.
‘Misschien wel, maar daarom mag ik er toch nog wel naar streven om het niet te doen? Als ik mijn best doe, zal het altijd minder erg zijn dan mensen doen die er niet over nadenken,’ zeg ik.
‘Dat ben ik met je eens. Ik vind het goed dat je daar aan denkt. Mij lukt het niet,’ zegt Luke.
‘Mij dus ook niet. Hoe lang werk je daar al, Ramon?’ vraag ik.
‘Nu bijna een jaar. Toen ik vorig jaar dronken thuis kwam, struikelde ik bijna over een klein, wit hondje. Die heb ik mee naar binnen genomen en de volgende dag heb ik hem naar het asiel gebracht. Ik doe ook veel promotie voor het asiel, dat werkt weer goed mee voor mijn studie. Alleen die dieren zijn zo geweldig,’ zegt Ramon. Aan zijn hele houding is te zien dat hij het echt geweldig vindt.
‘Het klinkt in ieder geval alsof je het erg naar je zin hebt,’ zeg ik glimlachend.
‘Heb jij huisdieren? Bij je ouders?’ vraagt Ramon.
‘Nee, niet meer. We hadden wel een hond, een Sint-Bernard. Echt een schat van een beest. Helaas moest hij ingeslapen worden op een gegeven moment. Zo’n lieve hond heb ik nooit weer gezien. Hij heette Danger, juist omdat we daar zo om konden lachen. Hij deed geen vlieg kwaad. Het was voor mij zelfs een beetje een broertje, omdat ik enig kind was,’ zeg ik.
‘Ik vind dieren beter dan mensen,’ zegt Ramon.
‘O, dat ben ik helemaal met je eens,’ stem ik direct in. ‘Heb je nog meer rare dingen?’ vraag ik nieuwsgierig.
‘Ik spreek vloeiend Spaans,’ zegt hij.
‘Echt? Dat is gaaf,’ zeg ik bewonderend.
‘De familie van mijn moeder woont in Spanje. Mijn vader is Nederlands, mijn moeder Spaans.’
Nu kan ik zijn donkere haarkleur en iets gebruinde huid plotseling veel beter verklaren.
‘Ken je je familie goed?’
‘Ja, we gaan elk jaar minstens twee keer heen. Een ticket kost nauwelijks meer iets en we kunnen daar altijd verblijven,’ vertelt hij.
‘Dat lijkt me echt heerlijk,’ verzucht ik.

‘Zal ik nu mijn rare dingen vertellen?’ biedt Jim aan.
‘Gedraag jij je even, jongeman?’
Ik schrik op en stuiter bijna van de stoel af, omdat ik de conducteur niet aan had zien komen.
‘Slecht geweten, jongedame? Goedenavond.’
‘Nee hoor, ik had u alleen niet aan zien komen. Goedenavond.’ Ik haal mijn ov-chipkaart tevoorschijn en overhandig deze aan de man.
Snel controleert hij onze vervoersbewijzen.
‘Alstublieft. Fijne avond nog.’
‘Werk ze.’
De conducteur knikt eens en loopt dan de coupé uit.
‘Hij was niet zo gecharmeerd van je rare dingen, Jim,’ grinnikt Luke.
‘Ik wil het wel graag horen,’ zeg ik opgewekt.
Hij trekt zijn jas uit en duwt de mouw van zijn grote sweater omhoog.
Focus, staat er in gekrulde letters op zijn onderarm.
‘Die is te gek.’ Ik staar naar die zwarte, sierlijke letters die zoveel kracht uitstralen, maar tegelijkertijd niet hard zijn. Door de manier hoe de letters getatoeëerd zijn, lijkt het eerder vertrouwen dan wantrouwen uit te stralen.
‘Vind je tatoeages mooi?’ vraagt hij.
‘Nee, ik vind het vaak genoeg verschrikkelijk, maar dit lijkt iets wat jij uitdraagt. Iets wat echt deel uitmaakt van jou als persoon, dus dan is het ook niet raar als het op je lichaam staat,’ zeg ik eerlijk.
‘Hoezo lijkt dat zo?’ Jim trekt zijn wenkbrauwen op.
‘Het is sierlijk, maar het staat er heel krachtig,’ leg ik kort uit.
‘Je hebt gelijk hoor. Ik heb het zelf getekend, dus het is echt iets van mij. Ik heb me heel lang gefocust op wat ik allemaal van anderen moest zijn, maar inmiddels ben ik egocentrisch genoeg om me op mezelf te durven richten. Vandaar ook dat ik nu bijvoorbeeld deze durf te dragen.’ Hij pakt zijn hoed even op.
‘Dus je bedoelt ermee dat jij je wilt focussen op jezelf?’ vraag ik.
‘Dat ook. Maar ik weet ook dat je je moet focussen om je dromen waar te maken. Het komt niet zomaar allemaal aanwaaien. Zowel zaken als mijn studie als geld, maar ook wat reizen en levensstijl betreft. Niet dat ik één of andere spiritueel, vreemd mannetje ben hoor, maar ik vind het wel belangrijk om mijn energie goed te verdelen. Als ik iets niet leuk vind, kan ik er beter nooit energie in steken,’ zegt hij.
Het blijft raar om deze plaaggeesten zo serieus te horen praten en ik vraag me af of ze eerlijk naar elkaar zijn. Het lijken zulke goede vrienden, maar het uur buiten de trein waren ze verschrikkelijke machomannetjes. Tegelijkertijd kunnen ze elkaars zinnen bijna afmaken, voordat de ander is begonnen.
‘Dat heet luiheid, alleen weet hij het altijd goed te verwoorden,’ grinnikt Ramon.
Jim stompt hem tegen zijn schouder en Ramon slaat hard terug.
‘Zo doen ze wel vaker,’ lacht Luke, als hij ziet dat ik geschrokken ineenkrimp.
‘Ik mag hopen van niet,’ laat ik me ontvallen.
‘Ach, we gaan nu eenmaal lomp met elkaar om. Alleen we zijn echt goede vrienden hoor,’ zegt Jim nuchter.
‘Dat lijkt me ook ja. En jij? Nog rare dingen?’ Ik draai me iets naar Luke toe.
‘Genoeg.’ Hij grijnst. ‘Teveel om op te noemen. Ik kan verrassend goed koken voor een student, al zeg ik het zelf. Ik heb een tijd in de horeca gewerkt en ik zit ’s avonds bijna nooit pizza te eten,’ zegt hij.
‘Nee, ongeveer vier keer per week,’ plaagt Jim.
‘Alleen op zaterdag. Zaterdag is pizzadag. Als ik tenminste in Utrecht ben,’ verdedigt Luke zich.
‘Ik geloof je wel,’ zeg ik kalm.
‘Jammer. Ik had je net willen uitnodigen om je te laten zien dat ik echt kan koken. Maar je mag alsnog komen eten,’ zegt hij nonchalant.
Ik glimlach. ‘Nog meer rare dingen?’
‘Dat hij niet altijd succes heeft met zijn geflirt, terwijl je dat wel zou verwachten als je hem ziet,’ helpt Ramon zijn vriend.
Ik rol met mijn ogen. ‘Heel subtiel.’
‘Geloof me, dat komt nog wel. Maar verder…Iets wat jij nooit had gedacht toen je mij zag,’ zegt Luke.
‘En dat is?’ vraag ik.
‘Ik heb de laatste drie jaar van mijn vwo voor mijn moeder gezorgd. Mijn ouders gingen scheiden toen ik veertien was en het ging steeds slechter met mijn moeder, omdat ze al haar contact met de buitenwereld liet gaan. Ze was depressief en dat was nogal heftig. Ik was oud genoeg om te snappen wat er speelde, maar ik moest nog beginnen met het echte puberen. Niemand wist ervan op school. Ik was de perfecte leerling, het perfecte kind. Met mij was niets aan de hand en iedereen heeft het geloofd. Ik weet dat het niet goed is, maar ik ben er trots op dat ik alle afkeuring buiten de deur heb weten te houden. Vorig jaar heb ik bij een psycholoog gelopen, omdat ik niet eens normaal een dag mijn studie kon volgen zonder dat ik mijn moeder tientallen keren per dag belde om te vragen hoe het met haar ging,’ vertelt Luke, zonder dat er ook maar iets in zijn gezicht verandert. Het is alsof er een scherm voor zijn gezicht zakt, waardoor er geen enkele emotie in zijn ogen is te lezen. Er ontstaat kippenvel over mijn hele lichaam, maar ik weiger mijn medelijden te uiten, omdat ik zelf op een heel andere manier heb ervaren hoe erg dat is.
‘Dat is knap van je,’ zeg ik dan ook oprecht.
Luke kijkt me verbaasd aan. Het lijkt alsof hij niet kan geloven dat iemand zonder intense emotie op hem reageert. ‘Dank je,’ zegt hij.
Ik glimlach voorzichtig, omdat ik zonder te vragen weet waarvoor hij me bedankt. Ik weet wat voor opluchting hij nu voelt.
‘Dit is mijn psycholoog niet eens gelukt,’ zegt hij en ik hoor het ongeloof in zijn stem.
‘Het is niet hetzelfde, maar ik weet hoe medelijden voelt. Dat is rot. Wat Jim uitdraagt, geldt voor iedereen. Je moet je focussen op wat voor jou belangrijk is. Als jij blij bent met hoe jij het hebt gedaan en je moeder is je dankbaar, zie ik geen enkele reden om überhaupt te mogen oordelen over jou of wat je hebt gedaan,’ spreek ik aarzelend uit, al meen ik het wel.
‘Je bent geweldig. Kom eens hier.’ Luke omhelst me.
Ik wrijf over zijn rug en maak me dan weer van hem los. ‘Hoe is het nu met je moeder?’ vraag ik.
‘Het gaat steeds beter. Ze wil weer iets van haar leven maken, dat vind ik al een hele opluchting,’ zegt hij en ik hoor dat hij het meent.
‘Gelukkig. En hoe is het met jou?’ vraag ik.
‘Ik ben volop aan het puberen.’ Hij knipoogt naar me.
Ik lach breed, maar tegelijkertijd vind ik het erg raar. De jongens zijn precies dezelfde personen als ze net waren, maar doordat ze zich nu open voor me stellen, verandert mijn mening ongeveer elke minuut. Ik realiseer me hoe snel ik ze nu leer kennen, terwijl dit normaal gesproken misschien wel jaren had geduurd. Zou het eerlijk zijn als ik ze nooit meer zou zien? Het voelt alsof we razendsnel een vriendschap op hebben gebouwd, terwijl we elkaar nog helemaal niet horen te kennen. Ik vraag me af of het even snel weer afgebroken kan worden.

Reacties (2)

  • Brett

    Ik ben benieuwd of het ook een echte vriendschap word als ze straks in Utrecht zijn. :'D

    En om ook mijn mening even te delen met de reactie hieronder, ik vind je hoofdstukken perfect. Ik heb juist liever met wat meer woorden. (: Natuurlijk moet je het zelf weten, maar ik wilde het ook even delen. :3

    3 jaar geleden
  • Scribe

    Ik vind dat je heel mooi schrijft, maar de hoofdstukken zijn voor mij te lang. Nu lees ik ze in in meerdere stukjes, maar dat is best onhandig (steeds opzoeken waar ik was). Kun je de hoofdstukken ook opdelen tot +- 900/1000 woorden? En dan misschien vaker uploaden? Of gaat dat je hele planning omver gooien?

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here