Foto bij Deel 3 • 014.

@Scribe: snel lezen dan (:
@Johnston: misschien gebeurt dat wel...

Nog anderhalve week, dan heb ik vakantie!


Gapend rek ik me uit en ik glimlach om het heerlijke gevoel. Het is rustig en ik heb uren aaneen geslapen. Ik kijk op mijn klok en zie dat het elf uur is. Dat betekent dat ik maar liefst veertien uur heb geslapen. Gelukkig heb ik vandaag pas college om half één. Het college waarvoor ik gisteren de wanhopige poging heb gedaan om me te focussen op de stof. Kalm sla ik het dekbed van me af en ik sta op. Snel trek ik mijn grote, inmiddels beige sloffen met een blauw Noors motief aan en ik zet een grote kop thee. Terwijl de intense geur van zoethout mijn neusgaten binnendringt, smeer ik een cracker met roomkaas en ik laat me in de grote, stoffen stoel zakken. Het meubelstuk is knalrood, maar ik vind het een geweldige stoel. Ik pak mijn mobiel en toets het nummer van Moniek in.
‘Goedemorgen,’ klinkt er enthousiast.
Dat is één van de redenen dat ik het goed met elkaar van vinden: we zijn allebei ochtendmensen. Natuurlijk hebben we onze uitzonderingen, zoals ik vanochtend, maar het liefst sta ik uiterlijk negen uur naast mijn bed. ‘Hé, zin om vanavond langs te komen?’ vraag ik.
‘Lui wezen, kom hier maar heen,’ zegt ze.
Ik schiet in de lach. ‘Ik nodigde jou eerst uit. Je mag mee eten dan.’
‘Vertel je me alles over gisteren?’ stelt ze als voorwaarde.
‘Alles,’ beloof ik. ‘Heb je college nu?’
‘Nee, maandag altijd vrij hè?’ zegt ze.
‘Zwaar hè, het studentenleven?’ lach ik.
‘Heel zwaar,’ stemt ze in.
‘Tot vanavond Moon. Ik heb tot half vijf college en daarna moet ik nog even boodschappen doen, dus rond half zes?’ stel ik voor.
‘Prima. Doei meid,’ zegt ze.
Ik eet mijn cracker op en drink mijn mok thee leeg. Verschrikt kijk ik in de spiegel. Mijn haar pluist verschrikkelijk en ik heb allemaal vlekken op mijn gezicht van de make-up van gisteren. Ik besluit dat ik genoeg tijd heb voor een douche en zoek eerst mijn outfit voor de dag uit, voordat ik snel naar de badkamer ren. Gelukkig hebben mijn huisgenoten allemaal al college, waardoor ik prima in mijn pyjama naar de douche kan sprinten. Het is alsof alle ellende en drukte van me af wordt gespoeld en ik word zowel rustig als wakker. Zachtjes neuriënd trek ik mijn zwart maxi-rok aan met een split aan de zijkant die je open kunt ritsen. Ik trek een koraalkleurige blouse aan en stop die bij de rok in. Zorgvuldig maak ik me op en ik loop weer naar mijn kamer. Ik föhn mijn haar en maak snel een hoge paardenstaart, waarbij er enkele slagen langs mijn gezicht vallen. Onder mijn kast haal ik een paar hoge pumps vandaan en ik kijk in mijn grote spiegel. Ik zie er goed uit, al zeg ik het zelf.

Als ik aan het eind van de middag in de supermarkt sta, merk ik dat ik de hele tijd mijn omgeving goed in de gaten houd. Het is net alsof ik verwacht dat één van de drie jongens plotseling achter een schap vandaan komt, terwijl ik ze voor gisteren nog nooit gezien had. Ook ben ik enorm gefocust op stemmen die ik hoor, omdat ik steeds het idee heb dat ik een stem herken. Ik pak kipfilet, sla en paprika en ik grijp snel een pakje wraps mee. Zo is de studentenmaaltijd ook weer goedgekeurd. Ik reken af en fiets onhandig weer naar huis. Hoge hakken en een lange rok zijn nu niet bepaald de handigste kledingstukken om te dragen tijdens het fietsen. Ik zet mijn fiets op slot en loop naar mijn kamer. Moniek zit op de grond voor mijn deur en kijkt me zielig aan.
‘Je hebt me in de steek gelaten. Ik zit hier al drie hele minuten te wachten.’
Ik gooi het pakje wraps naar haar hoofd. ‘Stel je niet zo aan. Ik heb wraps gehaald.’
‘Je bent geweldig. Ik houd waanzinnig veel van je,’ zegt ze overdreven.
‘Is er toch nog iemand die van me houdt,’ zeg ik nuchter.
‘Ah.’ Ze omhelst me. ‘Natuurlijk schat.’
Ik steek de sleutel in het slot en draai die om. Met mijn voet duw ik de deur open.
‘Ik kan me bijna niet inhouden, maar vertel eerst maar over Jase. Daarna wil ik alles over die knappe treinjongens horen,’ zegt Moniek ongeduldig.
‘We gaan eerst koken,’ plaag ik.
‘Jij bent echt intens gemeen. Maar je ziet er weer even geweldig uit als altijd. Als ik in zo’n rok ga lopen, kan ik die tot onder mijn oksels trekken, zo klein ben ik,’ moppert ze.
Ik schiet in de lach. ‘Net alsof ik groot ben.’
‘Groter dan ik.’
‘Dat is waar. Kom, ik vertel het wel aan je tijdens het koken. Het is toch zo klaar,’ zeg ik.
‘Even één ding hè? Heb je Jase uitgescholden?’ vraagt ze fanatiek.
We lopen naar de keuken en ik ben blij dat het er nog rustig is. Ik gooi snel de kip in een pan.
‘Nee, ik heb hem niet uitgescholden,’ zeg ik rustig.
‘Jammer. Moet ik het voor je doen?’ vraagt ze.
Ik schiet in de lach. ‘Nee hoor. Ik ben duidelijk genoeg geweest. Ik heb hem daarna geblokkeerd en ik hoef hem de komende tijd in ieder geval niet te zien.’
‘O, je hebt het ijskonijn uit de hoge hoed getoverd?’ lacht Moniek.
Sinds ze weet hoe emotieloos ik kan flippen, noemt ze me een ijskonijn als het op confrontaties aankomt. ‘Ja, ik gunde het hem niet dat hij ook nog maar iets bij me los zou maken. Maar het heeft wel opgelucht hoor, ook al ben ik er nauwelijks iets mee opgeschoten. Het heeft nu een beetje een eind,’ zeg ik aarzelend.
‘Heel goed. Ik ben trots op je.’
‘Hoe is het met jou?’ vraag ik, terwijl ik de paprika bij de kip mee laat bakken.
‘Geweldig. Ik heb nog nooit zoveel geslapen als afgelopen weekend. Echt, die tentamens slopen me elke keer weer.’ Ze zucht diep.
‘Je verdiende die slaap,’ zeg ik. ‘Heb je honger?’
‘Domme vraag.’
We lopen terug naar mijn kamer en scheppen beide een wrap vol.
‘Oké, ik neem aan van wel, maar heb je vannacht alleen geslapen?’ valt Moniek met de deur in huis. Subtiliteit is nooit haar ding geweest.
‘Natuurlijk. Ik ben letterlijk neergestort in mijn bed gisteravond en tot elf uur vanochtend heb ik alleen maar geslapen. Het was zo koud gisteravond op dat station.’
‘Gelukkig had je een fijn uitzicht. Jeetje, die zijn wel vrienden geworden om het uiterlijk, of niet?’ Moniek kijkt me vragend aan.
‘Nee, omdat die Luke het nichtje van Ramon wilde.’ Ik geniet van de blik op Monieks gezicht.
‘Jij stiekemerd. Je hebt gewoon met ze zitten praten! En maar beweren dat ze stom waren hè? Wie wil jij? Ik vind het niet erg om de tweede keus te hebben, ze waren allemaal leuk,’ ratelt ze.
‘Ze waren dat eerste uur op het station echt heel erg. Maar in de trein waren ze best aardig. Ik weet niet wat het was, maar ik gunde ze een tweede kans.’
‘Omdat ze zo knap waren zeker,’ zegt Moniek.
‘Nee, omdat Jim me zijn sjaal aanbood, omdat hij zag dat ik zat te bevriezen. En omdat ze me zo ongeveer tegenhielden, omdat Jim achter me de trein instapte en de andere twee aan de andere kant van de coupé.’
‘Dat vond je vast heel erg.’
‘Uiteindelijk niet,’ geef ik toe.
‘Maar waarom vond je ze eerst vervelend?’
‘Ze waren echt heel oppervlakkig en seksistisch. Het leek alsof ze het over niets anders konden hebben dan zuipen en chicks.’ Ik zucht diep en ik voel nog steeds weerstand opkomen als ik er weer aan denk. ‘O, en ze wilden een foto van me maken,’ vul ik aan.
‘Drie keer raden. Heeft het ijskonijn toegeslagen?’ lacht Moniek.
‘Ik was gisteren een en al ijskonijn. Geef toe, het was ook verschrikkelijk koud.’
‘Ik lag in bed, series te kijken,’ grinnikt ze.
‘Ik haat je,’ mopper ik.
‘Maar vertel nu, waar heb je het allemaal met hen over gehad?’ dringt ze aan.
‘Het was heel vreemd, maar ik heb het over Jase gehad, over mijn stotteren en mijn voorkeur voor een avond thuis in plaats van in de kroeg,’ zeg ik.
‘Met zulke oppervlakkige mensen?’ Monieks mond valt open.
‘Ze vertelden me genoeg persoonlijke dingen. Het voelde na die korte treinreis alsof we al jaren vrienden waren. Het was heel eng, maar aan de andere kant was het ook mooi. En gezellig. Het zijn echt leuke jongens.’
‘Hallo, je hoeft mij niet te overtuigen,’ lacht Moniek. ‘Ik vond ze al leuk.’
‘Ik vond het raar. Ze waren de hele tijd dezelfde personen, alleen mijn mening over hen stond echt lijnrecht tegenover elkaar.’
‘Tsja, als ze aardig doen, lijken ze aardig. Als ze flauw doen, lijken ze flauw en stom,’ zegt Moniek simpel. ‘En nu?’
‘Wat, en nu?’ vraag ik quasi onschuldig.
‘Heb je een date met één van hen of met allemaal?’ vraagt ze.
‘Nee. Het waren voorbijgangers,’ zeg ik.
‘Het klinkt als meer dan dat. Je hebt mij pas na twee jaar over je stotteren verteld,’ zegt ze.
‘Weet ik. Ze vroegen waarom ik Logopedie studeerde. Het voelde veilig, omdat ik dacht dat ik ze nooit meer zou zien,’ verdedig ik mezelf.
‘Het maakt mij niet uit. Alleen je moet niet zeggen dat ze slechts voorbijgangers waren. Je vond ze leuk, misschien gewoon als mensen en niet per se één van die jongens, maar alsjeblieft, laat Jase niet al je plezier verpesten. Voeg ze toe op Facebook,’ zegt ze.
Ik word geraakt door hoe goed ze me kent. ‘Nee, echt niet,’ zeg ik.
‘Waarom niet? Anders voeg ik ze toe. Maar mij kennen ze niet.’
‘Jawel, want ze hebben je Whatsapp-profielfoto gezien. Ze vroegen namelijk of ik deze week een keer met ze af wilde spreken en ik mocht best vriendinnen meenemen. Toen had ik het over jou en wilden ze een foto zien.’
‘En?’ vraagt ze nieuwsgierig.
‘Ze vonden je leuk. Natuurlijk vinden ze je leuk. Alleen ze hebben ons gesprek van gisteravond ook gelezen.’ Ik bijt op mijn lip om niet in lachen uit te barsten, wat gedeeltelijk mislukt.
‘Wat erg. Maar, wanneer gaan we met ze uit? Serieus, ik wil ze donderdag best in het echt zien. Voeg iemand toe op Facebook,’ dringt ze aan.
‘Ik heb Ramons nummer,’ geef ik toe.
Moniek springt op en er vallen wat laatste restjes sla op de grond. Ze stuitert op en neer. ‘Je hebt het gewoon weer voor elkaar hè?!’
Ik lig bijna dubbelgevouwen van het lachen.
‘Bel hem dan!’ roept ze uit.
‘Kom op, ik ben niet wanhopig,’ zeg ik.
‘Maar ik wel,’ zegt Moniek eerlijk.
‘Ik ga hem vandaag zeker niet bellen, wat je ook probeert,’ zeg ik kort.
‘Rustig maar.’ Moniek lacht hardop. ‘Ik heb alleen wel zin om je voor schut te zetten als we bij die jongens zijn.’ Ze laat zich weer op de stoel zakken.
Ik duw tegen haar aan. ‘Als je dat maar laat.’
‘Maar we gaan wel heen toch?’ vraagt ze.
Ik haal mijn schouders op. ‘Ik weet het niet.’
‘Waarom niet?’ Ze trekt haar benen op.
‘Ik ben bang dat het tegenvalt,’ geef ik aarzelend toe.
‘Dan spreek je ze na die keer toch nooit weer?’ zegt Moniek simpel.
‘Dat is ook wel zo, alleen ik heb er nu een goed gevoel aan over gehouden en ik weet niet of ik dat risico wel wil lopen,’ zeg ik.
‘Jawel, dat wil je. En doe het anders voor je fantastische, geweldige, allerliefste vriendin,’ zegt ze nuchter.
‘Die heb ik niet,’ zeg ik, terwijl ik met moeite mijn gezicht in de plooi houd.
‘Mag ik het nummer van die Ramon? Dan ga ik wel bij hem uithuilen,’ zegt ze.
‘Ik bel hem morgen,’ laat ik me ontvallen.
‘Serieus? Mag ik mee?’ Het lijkt wel een klein kind dat hoort dat het naar een pretpark mag.
Ik schiet in de lach. ‘Natuurlijk gek mens. Ik ga toch niet zonder jou leuke dingen doen,’ zeg ik.
‘Je bent geweldig. Hoe laat ga je hem bellen?’ vraagt ze enthousiast.
‘Ik heb werkelijk geen idee.’
‘Ik wil erbij zijn. Dan kan ik je helpen.’
‘Uitlachen bedoel je zeker,’ zeg ik nuchter.
‘Dat ook, maar ik kan je vast ook helpen.’
‘Ik hoop het, want ik word nu al zenuwachtig,’ geef ik toe.
Moniek glimlacht. ‘Je bent ook zo schattig hè?’ plaagt ze. ‘Je gaat morgenavond bellen, rond zeven uur. En je komt naar mijn kamer,’ zegt ze dan streng.
‘Volgens mij kan ik er niet meer onderuit,’ grinnik ik.
‘Dat klopt.’ Moniek kijkt me triomfantelijk aan.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen