Foto bij H.80.

Geschreven vanuit Carissimi

Geschreven vanuit Carissimi

Het laatste wat ik mij herinnerde voordat ik flauwviel was dat Tara plotseling aan kwam rennen en schreeuwde dat ze mij los moesten laten. En dat deed de draak. Ik kan mij niets meer herinneren sinds het moment dat ik de grond raakte. Nu dat ik wakker ben kan ik eerst niet oriënteren waar ik ben, maar dan merk ik dat ik met mijn enkels aan elkaar vast zijn gebonden - en mijn polsen waarschijnlijk ook. Een draak heeft mij bij mijn polsen vast terwijl hij vooruit slentert. Nog zeven andere draken lopen met ons mee: drie voor ons, één links, één rechts en twee achter ons. Dan zie ik Tara, met een ruw touw om haar nek dat wordt vastgehouden door de draak rechts van mij. Haar lip bloedt, ze loopt mank. Ik vang haar blik en herinner mij dat ze geprobeerd heeft mij te redden. 'Dankjewel.' zeg ik zonder geluid te maken en met enkel het bewegen van mijn lippen. Ze knikt bijna onzichtbaar met haar hoofd. Mijn armen doen pijn, mijn polsen schrijnen. Het voelt alsof ik doormidden wordt gescheurd. Ik kijk naar de draak die mij vasthoud, maar die kijkt recht vooruit. 'Hé, eikel.' grom ik om zijn aandacht te trekken. Het lukt, maar als ik had geweten dat hij zo hard als hij kon in mijn polsen zou knijpen, dan had ik het nooit gedaan. Eerst gil ik het uit, maar ik probeer mij zo snel mogelijk te herstellen. 'Zet me neer.' piep ik. En dat doet hij. Van zeven meter boven de grond laat hij mij vallen. Zodra ik op mijn knieën in de aarde neerkom schiet een stekende pijn door mijn hoofd. Tara snelt naar mij toe en knoopt de touwen om mijn polsen en enkels los, terwijl ik nog versuft voor mij uit staar. Terwijl dezelfde draak een touw om mijn nek doet en het uiteinde daarvan vasthoud blijf ik in een soort trance op de grond zitten. Glazig kijk ik voor mij uit. Mijn oren tuiten. Uiteindelijk is het Tara die mij wakker-schudt door mijn naam in mijn oor te fluisteren. Ze helpt mij met opstaan en we lopen weer door. Na nog een minuut of tien lopen fluister ik: 'Wat gaat er met ons gebeuren?' Hoewel we allebei strak voor ons uitkijken weet ik dat ze het gehoord heeft. 'Weet ik niet.' fluistert ze zo zacht terug dat ik het bijna niet kan verstaan. 'Ik ben bang.' fluister ik en ik bijt op mijn lip. Ze kijkt één seconde schichtig mijn kant uit en pakt dan mijn hand vast. 'Ik ook.' is het antwoord.

Na tijden lopen zijn we aangekomen bij het brede pad wat naar de ingang van het kasteel van Heer-Bagroda leidt. Het is donker, mistig en het bliksemt. Het kasteel is gigantisch en donker. Lichten branden door de ramen. Ik zie donkergekleurde draken rondvliegen en de enige begroeiing in de verre omtrek is kort, donker gras en mos, groeiend in de schaduwen van dennenbomen. Het pad is van donkergrijze stenen gemaakt en wel tien meter breed. Aan weerszijden van het pad staan zwarte pilaren die naar aan het einde in een boogje naar de binnen toe buigen. Aan de pilaren hangen ronde kooien, als hetgeen waarin een vogel zit. In de kooien zitten wezens die kermen en huilen. Ik kan niet goed zien wat het zijn, maar ik vermoed dat ze als trofee dienen, als afschrik-beeld voor indringers. En afschrikken, dat doet het. Wanneer ik de moeite neem om hetgeen wat in de in schaduw gehulde kooien zit te identificeren verspreid er kippenvel over mijn lichaam. Ik gil zodra ik zie wat er in de kooien zit en het voelt alsof een koude hand zich om mijn hart sluit. Ik zie mannen, vrouwen, bejaarden en zelfs kinderen. Het zijn mensen, allemaal. En ze zullen allemaal verhongeren.

Reacties (2)

  • Duendes

    Ik snap er niets meer van, wat willen ze nou bereiken dan? :/

    3 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    Noooooooo

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen