Foto bij H.82.

Geschreven vanuit Jake.

Geschreven vanuit Jake

Nog lichtelijk verbaasd loop ik achter mijn moeder aan. We maken gebruik van de schaduwen en glijden haast onzichtbaar langs de bosrand. Het ene moment zou ze nog voor geen miljóén euro voet zetten in het Bagroda-Rijk, maar het andere komt ze doodleuk aanzetten met het idee om Carissimi en Tara terug te gaan halen. 'Mam.' zeg ik en ze kijkt om. 'Kijk naar die muur, ze hebben het aantal wachten verdubbeld. Hoe ben je van plan om erlangs te komen?' Ik realiseer mij dat we met een heel goed idee moeten komen, anders kunnen we het redden van Tara en Carissimi wel op onze buik schrijven. Carissimi. De gedachte aan haar doet pijn. Tara ging vrijwillig mee, maar Carissimi niet. Ik vraag mij af of ze ongedeerd is. Of ze honger heeft. Of ze bang is. Of ze ook aan mij denkt. 'We moeten ze af zien te leiden.' Mijn moeders stem haal mij uit mijn gedachten. 'Hoe wil je het aanpakken?' vraag ik ernstig. 'Vuur', zegt ze en ik kijk haar verbluft aan terwijl ik overweeg of ik moet checken of ze koorts heeft', we moeten fakkels maken en op het droge gras van de open plek gooien. Het regent hier niet veel en het vuur zal zich snel verspreiden. Alle bewakers zullen daarmee bezig zijn. Zo kunnen wij snel naar de muur glippen.' Ik knik, maar heb wel mijn twijfels of het zo makkelijk zal gaan. Mijn moeder begint brandhoutjes te verzamelen en draagt mij op hetzelfde te doen. Eerst moeten we een klein vuurtje hebben zodat we de fakkels überhaupt aan kunnen steken, vertelt ze mij. Wanneer we genoeg brandhoutjes bij elkaar gesprokkeld hebben begint mijn moeder ze vakkundig op een stapeltje te leggen, terwijl ik er maar wat bij sta en probeer te kijken alsof ik weet waarom ze ze precies op die manier neerlegt. 'Mam?' vraag ik en ze kijkt op. 'Ja, jake?' reageert ze. 'Waarom ben je zo bang voor het Bagroda-Rijk?' vraag ik. Ze maakt een wegwerp-gebaar met haar hand. 'Ik ben zeventien en al zeventien jaar weiger je het mij te vertellen. Ik wil het weten. Vertel het. Nu!' bijt in haar toe. Mijn moeder zucht. 'Vooruit dan.' mompeld ze beduusd. Ik zie dat haar handen beven. 'Toen ik klein was had ik een oudere broer, Nando. Mijn ouders trokken hem voor. Nando deed alles goed. Nando was sterker. Nandi was sneller. Nando was slimmen. Nando was beter. Alles Nando. Ze zagen bij hem de slechte dingen niet en bij mij de goede niet. Plots werd het steeds moeilijker om aan voedsel te komen. We leden honger. Mijn ouders zagen mij als een extra mond om te voeden. Een blok aan hun been en niets meer dan dat. Ze verkochten mij aan Heer-Bagroda. Ik moest daar werken in het paleis als bediende. Het was vreselijk. Ik moest zien hoe ander personeel op gruwelijke wijze vermoord werd, omdat ze het rijk beledigd hadden. Ik heb gezien hoe dienstmeisjes voor de lol verminkt werden. Er spelen zich daar gruwelen af. Maar op een dag - tien jaar later - stierf Nando door een verwonding die hij had opgelopen tijdens de jacht. Mijn ouders kwamen mij terughalen. Het was vreselijk, Jake.' Ik ben stilgevallen. Ik weet niet wat ik moet zeggen. In die tussentijd gaat mijn moeder gewoon verder met waar ze mee bezig was en voor ik het weet liggen er zes fakkel op de grond, waarvan ze er twee aan het aansteken is. Ze duwt er een in mijn hand. We lopen tot het randje van de schaduw. 'Op drie.' fluisterd mijn moeder. Ik knik.
'Één...'
Ik breng de fakkel in een positie waarvan ik hem makkelijk kan gooien.
'Twee...'
Ik span de spieren in mijn hand zo hard aan dat mijn knokkels wit worden.
'Drie!'
We gooien allebei tegelijk. Onze fakkels tollen door de lucht en komen enkele seconden later neer. Direct vat het droge gras vlam.
Het werkt.

Beste lezers van mijn story, neem ook een kijkje bij het profiel van mijn broer - Enginator. Hij is nieuw op Quizlet.nl, maar om de een if andere rede komt hij niet bij nieuwste leden te staan. Alvast bedankt.

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen