Foto bij 050 - Farewell, my friend

Vakantie heeft zijn tol, in dit geval geen tijd om na te kijken. En dat duurde verschrikkelijk lang. We proberen het echt terug te trekken en sneller te schrijven.Das lastig als je het druk hebt met kamperen en ponykamp:)We hopen dat jullie een leuke vakantie hebben (gehad). Hier is dan een nieuw hoofdstukje... Enjoy ^^

Klik hier voor de kaart van de Wolf Riders:D
En een foto van de amuletten (zelfgemaakt van klei)
En een digitale tekening van een van de wolfjes, speciaal gemaakt

Amras
Het was rumoerig in het kamp. Het was vroeg in de ochtend, een beetje te vroeg voor mijn doen en voor het hele kamp. Ik had niet verwacht dat er zo veel mensen al wakker zouden zijn, maar dat waren ze wel en ze waren allemaal van plan ons uit te zwaaien. Een aantal paarden stonden onrustig te wachten op hun eigenaren. Saed had besloten om met nog wat ruiters het eerste stukje mee te rijden. Hoewel ik ook wel weer eens alleen wilde zijn konden we er niks tegenin brengen. Ik liep mijn huisje uit, naar de verzamelplaats en Nero sloot zich meteen aan mijn zijde. Ik keek om me heen, naar al de tenten en losstaande huisjes. Het was een slordig opgebouwd kamp en ik had nooit gedacht dat ik me in zo'n locatie thuis zou voelen. Vandaag zouden we vertrekken, verder gaan om de missie af te maken. Al zat ik daar tegenop.
Mijn gedachtes gingen terug naar gisteren. Ongeloof kwam in me op en woede kroop langs mijn oren omhoog en ik spande mijn spieren. Op het eerste punt had ik het niet kunnen geloven, mijn vader had zijn verleden nooit aan me verteld, ook niet als ik er naar had gevraagd. Het was te veel informatie die avond dat ik totaal geschokt op mijn bed was gaan liggen, de gedachtes uit mijn hoofd had weggeduwd en de waterige ogen had dichtgeknepen. Nu het wat dieper mijn hersenen was binnen gekropen was het nog meer om te verwerken. We waren familie van de lichte kant, al dachten zij dat vast niet meer. Verbannen mensen worden geschrapt uit de familiebanden, maar als de koning zou sterven had Masiro recht op de troon. Tenminste als de koning van de Lichte Kant nog geen kinderen had. Er schoot me opeens iets te binnen, de dag dat ik de opdracht kreeg het licht te stelen had hij het er nog over gehad. Het was me niet opgevallen, maar nu herkende ik het. Masiro had gezegd dat hij was verraden door de lichte kant en daardoor in de duistere kant beland was. Dat klonk logisch, misschien hadden de lichte kant mensen het gerucht van de moordpoging zelf verzonnen en verspreid en was hij zonder reden verbannen. Hoewel het logisch klonk, had ik nog mijn twijfels over het doen en laten van mijn vader.
Als het waar was dat hij zijn broer had willen vermoorden... Dan wilde ik niets meer met hem te maken hebben.
Ik balde mijn hand tot een vuist en mijn nagels boorde in mijn handpalm. De tweestrijd in me groeide, al deze mensen verlangden van me dat ik het licht stal of brak. Zelfs dat wist ik niet meer. Volgens mijn vader moest ik het stelen, maar Yarea had het steeds over het vernietigen van het licht. In de war en bezorgd stapte ik van het onderwerp af toen ik Yarea zag staan, ze zag er opgewonden en blij uit. Ik toverde een kleine glimlach op mijn gezicht en merkte op dat ik verandert was sinds mijn vertrek. Ik was meer menselijk geworden, of zo voelde ik me dan.
"Laten we gaan," zei Saed. Yarea en ik knikte en we volgende hem naar de paarden. Om ons heen werden de groepen mensen dichter, ze leken blij om ons te zien. Ik stapte op Nero en ook die was opgelaten door al de beweging, Yarea volgde mijn voorbeeld en we reden naar de poort. De poort ging langzaam open, alle vier mannen die mee gingen zaten op hun paarden. Ik keek om me heen, het waren vier grote mannen op forse paarden, inclusief Saed, maar Nafal zat er niet bij. In de haast was ik hem uit het oog verloren. Ik keek de groep rond en daar ver achter zag ik hem aan komen rijden op zijn paard. Nero voelde mijn onrust en stond ongeduldig te dribbelen op zijn plaats. Ik was iets vergeten, maar wat! Mijn gedachtes raasde door mijn hoofd, mijn tas had ik, de mensen had ik. Mijn blik viel op de man die ik zo lief had. Ik sprong van Nero en de ruiters en de menigte keek me verbaast aan. Ik rende naar hem toe en we omhelsden elkaar.
"Ik ga je missen Galeran." zei ik tegen hem, hij keek me liefdevol aan.
"Ik jou ook, jongen."
"Bedankt voor de hulp en de informatie." Ik had meer tijd met hem willen doorbrengen, vragen wat er allemaal met hem was gebeurd. Maar er was zo weinig tijd en dat vond ik jammer.
"Je moet wel met hem gaan praten" zei hij. Ik knikte, dat zou ik zeker moeten doen. Masiro zou veel moeten uitleggen.
"Sinds wanneer wist je het al?"
"Hij heeft het me verteld, in een dronkenbui. Ooit lang geleden, niet het hele verhaal, ik heb sommige details van hier gehaald."
"Hoe heb je hem dan vergeven?"
"Ik heb het geaccepteerd, denk er maar over na." Hij keek me bezorgd aan, alsof hij verwachtte dat ik mijn vader gewoon zou kunnen vergeven. Ik werd geseind en ik zuchtte diep. Hij gaf me een klopje op mijn schouder.
"Het ga je goed." Ik knikte.
"Hou je taai." antwoordde ik en ik draaide me om, sprong op Nero en we reden de poort uit zonder om te kijken.

Daar gaan ze dan, dacht ik. In stilte keken Yarea, Nafal en ik de vier mannen na onder leiding van Saed. Ik zuchtte diep, de reis zou weer verder gaan. Saed keek om en zwaaide ons na met een dikke grijns op zijn gezicht, ik dacht aan zijn laatste woorden die hij tegen ons zei. "Hou je taai" had hij gezegd, we hadden nog een lange reis voor de boeg. Ik draaide Nero en spoorde hem aan. Nafal en Yarea deden hetzelfde, hun gezichten stonden serieus en ik had het idee dat ze ook aan de reis dachten. Nafal reed voorop, hij wist de weg. Ik ergerde me er aan dat ik deze niet goed wist. We hadden de eerdere reis met een oude kaart gereisd, maar toen we gevangen werden genomen hadden Giltar en Elinan die voor onze ogen verscheurd. Giltar zou waarschijnlijk zo boos zijn geweest toen hij het resultaat zag van wat deze duistere mensen hadden gedaan met zijn beste vriend. Een grijns verscheen op mijn gezicht, dan kwam er toch ergens een beetje wraak in terug.

Het paard van Nafal was in uiterste paniek toen onze wolven speels naar zijn benen hapten. Ze konden het ook niet laten, er rende een prooi voor hen en in zijn eentje was het een makkelijke prooi. Het jagersinstinct was lastig tegen te houden, Yarea en ik hadden enorme moeite om de wolven in te houden. Nafal vond het niet bepaald grappig, zijn gelaat straalde angst uit. Uiteindelijk kregen we de wolven rustig en kon Nafal zijn paard stoppen, de lichtbruine vos stond te trillen op zijn benen. Met wijd opengesperde ogen keek hij de wolven aan. Zijn hoofd was hoog opgeheven in de lucht en als er ook maar en onverwachte beweging was ging het er vandoor of dat vermoedde ik. Voor de veiligheid legde Nafal de route uit, zodat hij achteraan kon rijden. Dus zo reden we het bos door. Yarea en ik op onze wolven voorop en Nafal op zijn angstige paard achteraan. De bladeren op de grond kraakte gezellig onder de voetstappen van onze dieren. De bomen wiegde rustig heen en weer boven onze hoofden en ook de wolken dreven langzaam waar de wind ze bracht. Op de grond lagen hier en daar wat plakken sneeuw en toen zag ik het, tussen de sneeuw staken wat sprieten uit. De witte knopjes aan de lange stengels hingen naar beneden, het waren kleine witte bloemetjes die hingen als kerkklokjes aan de plant. Ik had nooit geweten dat er bloemen konden groeien in de sneeuw.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen