Foto bij Hoofdstuk 34

Is dit niet het moment waarop het gestoorde brein haar duivelse plannen uitlegt?’ vroeg Noël, met een zekere ironie in haar stem. Ze stootte een kort, hysterisch lachje uit en keek daarna met waanzinnige ogen naar Pim, die ze had gespietst aan een magische lans die alle kleuren van de regenboog had. Pim keek met een verbaasde blik in zijn ogen naar de scherpe punt die door zijn maag heen was gedrongen. Hij leek niet helemaal te beseffen wat er gaande was – en ik had het ook niet helemaal door.
‘Ik heb dit altijd al willen doen,’ zei Noël met een verrukte stem. Ze joeg de lans net iets dieper door Pims lichaam, zodat hij bloed moest ophoesten en hij eindelijk besefte dat niemand hem nog kon redden. ‘Want weet je, Pim, ik haat je echt, ik haat je zo enorm hard. Ik kan je echt niet uitstaan. Vanaf het moment dat ik je zag, wilde ik je dood hebben. Ik dacht dat Boris’ lieve draak het klusje voor me had opgeknapt, maar je kunt ook echt nooit op Boris rekenen, is het niet?’ Opnieuw boorde ze de lans dieper doorheen zijn maag. Vervolgens, met een dolblije lag, trok ze het ding weer naar achteren. Pim bleef zeker tien tellen staan, en keek vol verschrikking naar het gat (met een doorsnede van zeker tien centimeter) dat achter was gebleven net onder zijn hart. Daarna verdween de verschrikking uit zijn ogen, en daarmee ook zijn leven.
Dood knalde hij tegen de grond, waarna Emilia doodongerust naar hem toe trippelde en met haar pootje tegen zijn wang duwde. Het deel van mij dat niet kon vatten wat er zonet gebeurd was, wilde ook naar hem toe rennen en vragen hoe het met hem ging. Ik wilde hem helpen. Ik zou hem persoonlijk naar Tobio dragen en smeken of de waterleider hem kon helen. Maar het was te laat. De doden kwamen niet terug tot leven.
Niemand bewoog. Stevey leek niet door te hebben wat er zonet gebeurd was, en ik wist niet zeker of ik het zelf helemaal begreep. Pim was zonet gestorven. In gedachten kon ik de zin zo vaak herhalen als ik wilde, maar het voelde niet aan alsof hij echt definitief weg was. ‘Pim is dood,’ zei ik dan maar luidop, om te testen of ik daarmee mezelf terug bij zinnen kon brengen.
Noël klapte in haar handen. ‘Dat heb je goed opgemerkt, Jesse. Wil je een koekje voor die enorm snuggere opmerking?’ Noël was gek. Ik had geweten dat ze slecht was, maar ik had niet gedacht dat ze gestoord was geweest. Ik dacht dat ze haar eigen slechte redenen had gehad en wie weet had ze dat ook wel, maar Pim vermoorden was een daad uit pure waanzin geweest.
Een minuut lang vulde de stilte het bos, tot plotseling Steveys zachte gelach de stilte doorpriemde. ‘Het is een grapje, toch?’ Ze keek Noël aan met die typische speelse blik van haar. ‘Gewoon een grapje om ons even voor schut te zetten.’ Ze grinnikte stilletjes. ‘Pim is helemaal niet dood, ofwel?’
Noël draaide zich om naar Stevey en nam haar gezicht in haar handen. ‘Tuurlijk niet, lieverd,’ zei ze sussend, bijna moederlijk. Ik zag het aankomen. Ik wist dat ze iets met Stevey van plan was en ik wist dat ze het nu zou doen. Zo snel als mijn voeten me konden dragen racete ik naar Stevey, maar voordat ik zelfs maar dichtbij kon komen, zag ik hoe Noëls enorme, magische hand zich rond mijn lichaam wikkelde en mij het bewegen ontzag. Op dat moment begon Noëls eigen hand licht te geven, en voordat ik het wist, was Stevey verdwenen. Of nee, niet verdwenen… In Noëls hand rustte een kleine egel, die met verwarde oogjes om zich heen keek.
‘Wat heb je gedaan?’ tierde ik uit volle borst. Ik verzette me tegen de hand en probeerde mezelf uit zijn greep te worstelen, maar de moeite was tevergeefs. ‘Waarom is Stevey een egel?’ De woede bouwde zich op in mijn borstkas. ‘Verander haar terug!’ gilde ik. ‘Je hebt al een van mijn vrienden van me afgepakt, ik laat het niet nog eens gebeuren!’ Ik hijgde even om mijn adem terug te vinden. ‘Verdomme!’
‘Ik ga me toch gedragen als typische slechterik en mijn kwaadaardige plannen uitleggen. Waarom? Omdat ik er vrij zeker van ben dat niemand me nu iets kan doen. Plus, ik moet toch iets doen om de tijd te vullen totdat mijn lieve Zafron eindelijk naar me toe komt.’
Ze haalde een rugzak van haar schouder en propte egel Stevey erin. ‘Eerst en vooral: ik weet dat vrouwen niet graag over hun leeftijd praten, maar ik doorbreek het cliché even. Ik ben ongeveer honderd, geen veertig. Lieve Zafron ken ik vanuit het verleden, en hij is heel erg stout geweest door me te verklikken bij de heksenbond. “Gevaarlijke krachten”, denk ik dat hij gebruikte. Helaas voor hem gaf de bond hem geen gelijk. Je kunt nu misschien denken dat ik Zafron uit de weg wil ruimen uit een waardeloos gevoel als wraak, maar vergis je niet: ik neem hem helemaal niets kwalijk. Ik heb geen haatgevoelens voor hem, of wat dan ook. Ik wil alleen zijn arrogante – “oh, ik ben toch zo veel beter dan jij” – gezicht onder de grond zien verdwijnen.’
Als ik de kans had gehad, had ik haar ogen uitgekrabd. ‘Als je iedere arrogante persoon op deze wereld wilt vermoorden, ben je nog lang bezig,’ snauwde ik.
‘Het is niet alleen dat, Jesse. Zo nobel ben ik niet. Ja, ik mag lieve, nobele Zafron niet zo, maar dat is niet de reden waarom ik hem ga vermoorden. Die reden ligt in het feit dat dit prachtige bos van hem is… en ik wil het. Vanuit zijn prachtige troon in dit schitterende bos heeft hij de wereld in handen en ik wil die macht. Waarom, zul je je afvragen. Ook daar is een goede reden voor. Weet je waarmee ik mijn geld verdien?’
‘Hekserij?’ Ik wilde een harde opmerking maken, maar vond niets om mee uit te halen. Ik voelde me zwak in deze positie, en dat was ik ook. Bovendien stond ik op het punt om in tranen uit te barsten en al wenend om mijn mama te roepen.
‘Ongeveer. Mensen zijn blind, maar mensen willen helemaal niet blind zijn. Ik deal “zieners”. Zieners zijn dieren met menselijke ogen – en een menselijke ziel. Door hun zielen te linken, koppel ik ook het zicht van het dier aan dat van een blinde en zo kan de blinde dus zien door de ogen van het dier.’
‘Dieren die ooit mensen waren.’ Mijn stem had geen enkel greintje pit. Het leek alsof heel mijn wereld uit elkaar viel door dit besef.
‘Precies!’ zei Noël. ‘Je leert toch zo snel bij. Heb je een voorkeur in welk dier je verandert? Ik denk dat vleugels je wel zouden staan. Een kip misschien?’ Nog maar eens hielp ze me eraan denken dat zij alle touwtjes in handen had. Wilde ze dat ik een kip werd? Dan werd ik een kip. Ik haatte dit gevoel van machteloosheid. Ik haatte het feit dat ik helemaal niets kon doen. En ik haatte mezelf, omdat ik nog steeds geen enkele stap dichter bij Erin was gekomen.
Noël glimlachte. ‘Grapje. Ik moet je nog wel verkocht krijgen namelijk, en een kip staat niet zo elegant. Ik kan er meer geld uit halen als het dier zelf ook leuk is. Een arend, zou dat niet geweldig zijn?’
Ik had echt geen idee wat ik moest doen, of wat ik moest zeggen. Het enige wat ik überhaupt kon doen was dit alles over me heen laten komen. Had ik nu maar enige kracht. Was ik nu maar een tweede Tobio, of een tweede Zafron – wie dat ook mocht zijn. Dan had ik tenminste nog een kans.
Ik kneep mijn ogen toe en wenste dat ik iets kon doen – hoe klein mijn weerstand ook was, ik wilde gewoon iets doen waardoor Noël het gevoel had dat ze niet geheel onverslaanbaar was. In de gemiddelde fantasyroman zou ik nu waarschijnlijk mijn verborgen kracht ontdekken, of geholpen worden door het bos dat zo veel van me hield. Maar dit was geen fantasyroman, dit was de realiteit, en ik had geen kracht en het bos hield niet genoeg van me om me te redden. Zelfs Alluka was onder het wateroppervlak verdwenen en was hoogstwaarschijnlijk gevlucht voordat Noël hem te pakken kon krijgen. Ik kon hem niets kwalijk nemen. Ik zou hetzelfde gedaan hebben.
‘Ik snap niet waarom je daarvoor Zafrons bos nodig hebt,’ zei ik, om tijd proberen te rekken. Diep vanbinnen hoopte ik nog steeds dat er iets zou gebeuren waardoor de situatie volledig om zou slaan.
‘Omdat Zafron bepaalt wie er blind is. En ik haat het feit dat hij dat beslist, en niet ik. Bovendien…’ Ze keek me aan alsof ze sprak over haar grootste droom. ‘Stel je eens voor wat je kunt doen met die macht. God, ik kan er voor zorgen dat de wereld aan mijn voeten ligt. Ik kan baden in het geld als ik wil. Ik kan…’
Overspoeld worden door een vloedgolf uit een meer. Want dat was precies wat er gebeurde. Door de kracht van de vloedgolf die op haar inbeukte, verdween haar reusachtige hand en kon ik mezelf opnieuw een vrij man noemen. Ik wilde het op een lopen zetten, maar voordat ik ook maar tien passen had gezet, zag ik degene waarvan ik het minst had verwacht dat ik hem hier terug zou zien.
Erin.
Even dacht ik opnieuw dat het een giftige paddenstoel was die me illusies bezorgde, maar toen ik Alluka zijn hoofd boven het water zag steken en naar Erin zag staren, wist ik dat hij hem ook zag.
‘Erin!’ riep ik, terwijl ik naar hem toe rende. Een glimlach verscheen op mijn gezicht, en even was ik vergeten dat Pim dood was, en Stevey in een egel veranderd was. ‘Ik dacht dat ik je nooit meer terug zou zien.’
‘God, Jesse, wanneer luister je nu eens naar wat ik zeg?’ Ook fijn om jou terug te zien, Erin. ‘Ik heb je verteld dat je niet hierheen moest komen. Ik zei dat het gevaarlijk was. Waarom doe je altijd precies het tegenovergestelde van wat ik zeg dat je moet doen?’
‘Maar… Jij…’ Ik wees naar het bos alsof dat kon uitbeelden wat ik wilde zeggen. ‘Ik dacht dat je dood was.’
‘Ik kan mijn mannetje wel staan, Jesse. Maak nu dat je hier weg komt. Serieus, ik maak me zorgen. Als je hier nog langer blijft… Ik wil niet dat je doodgaat, Jesse. Ik wil niet dat jou iets overkomt.’
Ik lachte. ‘Laten we dan samen weggaan uit dit bos,’ zei ik. ‘Laten we naar huis gaan alsof er niets gebeurd is.’ Ik wist zelf goed genoeg dat ik niet terug kon gaan naar een tijd waarin ik deed alsof er niets aan de hand was. Pims dood woog zwaar op mijn geweten, en Stevey zou altijd door mijn hoofd blijven spoken. Ik zou ook niet zomaar afscheid kunnen nemen van het bos, en alle vreemde wezens die erin leefden, zoals Alluka en Emilia. Maar dan nog, als Erin mee naar huis kwam, als ik rustig de tijd kreeg om alles te verwerken… Ik wist zeker dat ik er terug bovenop zou komen. Er was toch niets wat we hier konden doen. Het was te laat. Noël was te sterk. Twee normale jongens als wij maakten geen kans tegen die heks. Dat Zafron het maar opknapte. Samen met Tobio, Neminis en Boris… Ze maakten een reële kans en bovendien zouden Erin en ik toch enkel maar ik de weg lopen.
‘Het enige probleem is dat ik de weg niet echt weet,’ zei ik, terwijl ik om mee heen keek. ‘Maar als we echt zoeken… En als Emilia ons helpt…’ Een traan rolde over mijn wang, en nog eentje. Het was alsof alles in één klap op me afkwam. Pims dood, Erins terugkeer, Steveys situatie en Noëls waanzin… ‘We moeten hier weg Erin, ik wil niet dat jij sterft, ik wil niet sterven. Laten we gewoon naar huis gaan.’
Erin glimlachte. Het was die typische Erin-glimlach, de lach die me vertelde dat alles wel goed zou komen. Ik glimlachte terug, Erin legde zijn hand op mijn hoofd en ik sloot mijn ogen. Toen ik ze weer opende, bevond ik me weer in mijn woonkamer.
Ik knipperde een paar keer snel achter elkaar en wreef door mijn ogen. ‘Hè?’ tierde ik.
‘Jesse, ben jij dat?’ hoorde ik Zet zeggen. Ik zag hoe hij uit de zetel sprong met een enorme grijns op zijn gezicht. Ik had hem nog nooit zo gelukkig gezien. ‘We waren doodongerust!’ zei hij bijna wenend. ‘We dachten dat je dood was.’
Het kwam in me op dat dit een smerige illusie van Noël zou kunnen zijn, maar waarom ze me nu nog aan een illusie zou blootstellen, bleef me een raadsel. En toen, als bij wonder, vielen alle stukjes op zijn plaats. Tobio die meteen aan Zafron dacht toen ik Erins beschrijving gaf, het bos dat op de een of andere vreemde manier van me leek te houden, Erin die zonder schram, of zelfs maar een blauwe plek opeens voor me had gestaan, het feit dat ik naar huis werd geflitst toen hij mijn hoofd aanraakte…
Erin was Zafron.

Reacties (7)

  • Altaria

    O oky. Holy poep. Die zag ik niet aankomen. Totaal niet.

    3 jaar geleden
  • Slughorn

    Ik dacht het ook al. Erin en Zafron moesten wel dezelfde persoon zijn ^^

    3 jaar geleden
  • LilsEvans

    Bam I was right. Hahaha en voor de rest was dit een complete verrassing. Ik voel mij nu echt extreem goed lol(cool)

    Ik ship nog steeds Jesse en Erin/Zafron dus het moet wel nog goed komen though...

    3 jaar geleden
  • Croweater

    Oh wauw, die zag ik niet aankomen. Ben wel benieuwd waarom hij dan ineens foetsie was.

    En je moet me dat met die dieren met een menselijke ziel ook even uitleggen, want ik is het nut ervan even. :'D

    3 jaar geleden
  • BOOKWURM

    Omg!!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen