Foto bij Agent Holemen: Home [Part 2]

Philadelphia, Pennsylvania, 11:07 AM EST, December 14th 2015

Bepakt in een iets dikkere winterjas dan die van gisteren, met een gebreide sjaal en muts op, stond ik op het punt om naar buiten te stappen. De sjaal en de muts waren niet mijn keuze geweest; mijn moeder had ze in mijn handen gedrukt en gezegd dat ik niet kou moest vatten. Zoals gewoonlijk was ze overbezorgd geworden nadat ik haar gisteren vertelde over mijn missies en blijkbaar uitte dat zich zo dus.
      ‘Heb je alles?’ vroeg mijn moeder met mijn tas in haar handen.
      ‘Ik heb het veel te warm,’ klaagde ik. ‘Volgens mij wel.’ In mijn tas zaten mijn Goddelijk Bronzen dolk en kogels die hoorden bij mijn pistool, wat ambrozijn van mijn moeder en natuurlijk mijn portemonnee. Precies de dingen die je nodig had als je boodschappen wilde doen en kerstcadeaus wilde kopen.
      ‘Ook je wapens?’
      ‘Mam,’ zei ik, ‘het is niet alsof ik een monster tegen zal komen of zo.’
      ‘Je weet maar nooit!’ Ze trok mijn muts nog iets beter over mijn oren. ‘Voorkomen is beter dan genezen.’
      ‘Hmm.’ Ik besloot haar maar niet te vertellen dat ik de magische diadeem ook meenam. Trouwens, ik had haar nog helemaal niet verteld over de Winchesters en Castiel.
      ‘Kan ik nou eindelijk gaan?’
      ‘Ja, tuurlijk.’ Mijn moeder deed de voordeur voor me open en ik stapte de sneeuw in. ‘Ik wil je heel terugzien!’
      ‘En ik wil dat jij geen mannen vermoordt als ik weg ben.’
      Ze zuchtte. ‘Touché.’
      Ik grinnikte en daarmee begon ik mijn wandeling richting de dichtstbijzijnde supermarkt. Het was maar zo’n tien minuten lopen, dus mijn auto, Agapai Mou (die naam? Die leg ik later wel ooit uit), zou voorlopig wel even onder de sneeuw blijven.
      Daarnaast was de kans ook miniem dat ik ergens door aangevallen zou worden, dus dat was perfect.

Natuurlijk had ik het mis. Wanneer ook niet?
      Na zo’n vijf minuten lopen sloeg ik de hoek van een straat om en daar stond… iets. Het leek nog het meest op een Chimaera, zo’n monster met een hoofd van een leeuw, het lichaam van een geit en een slang als staart. Het geval hier dan nog iets extra’s: dat glitch-gedoe van de man van gisteren had zich blijkbaar verspreid, want het wezen hier scheen er ook last van te hebben. Zijn buik leek haast op een televisiescherm met dat statische beeld erop. Soms leek het alsof je er een figuur in kon zien, de schaduw van een kanaal die probeerde om zichzelf te tonen, maar meestal was het een chaos.
      Het monster brulde naar me en nu ik wat beter keek, zag ik dat er hier en daar ook glitches waren bij zijn hoofd en zijn staart. What the hell betekende dit? Sijpelden er langzamerhand computervirussen de realiteit in? Was dit eigenlijk wel de realiteit en niet gewoon een rare droom?
      Veel tijd om te tobben over mijn groeiende existentiële crisis had ik niet, want de Chimaera (Glitchchimaera? Glitchmera?) stond op het punt me aan te vallen.
      Ik probeerde mijn pistool uit mijn tas te halen, maar mijn dikke jas zat nogal in de weg (bedankt, mam) en voordat ik het wist, lag ik uitgespreid op de grond. Het monster had me een duw gegeven met een poot of zijn slangenstaart, dat had ik niet echt goed gezien. Blijkbaar vond hij zichzelf erg grappig, want hij maakte een geluid dat nog het meest leek op een lachende computer uit de jaren tachtig. Als die überhaupt al konden lachen.
      Ik kwam overeind en zag daarbij dat de stoeptegels waarop ik landde helemaal onder gekrast waren met hetzelfde woord, opnieuw en opnieuw. Gek genoeg was het precies hetzelfde woord in precies hetzelfde handschrift als dat ik zag in het labyrint van Crowley.
      ERROR.
      Moest dat als verklaring dienen? Was er een onverklaarbare fout in de realiteit die zichzelf maar moest oplossen? Ik vond het maar niks.
      De Chimaera cirkelde om me heen en wachtte mijn reactie af. Blijkbaar wilde hij mijn dood zo lang mogelijk uitstellen. Wat aardig van hem.
      Ik greep blind in mijn tas. In plaats van dat ik een pistool voelde, kwam ik de diadeem tegen. Een deel van me wilde gelijk dar ding opzetten en het monster in vlammen op laten gaan, zoals ik bij de demonen deed. Een ander deel van me vond dat ik beter mijn pistool kon gebruiken. Wat als ik te ver ging als ik de diadeem opzette, als ik verslaafd raakte aan de macht die eraan hing? In een opzicht leek het voorwerp op Harpe, het zwaard van Perseus. Geen goed idee om het te gebruiken. De laatste keer dat ik de diadeem opzette had Castiel me nog kunnen tegenhouden, maar ik was nu alleen.
      Ik voelde nog iets beter in mijn tas en vond daar eindelijk mijn pistool. Ik richtte het op het monster, dat zich veel dichterbij bevond dan dat ik dacht. Ik schoot een aantal keren op hem, maar het had niet veel effect. Het monster leek eerder op een kat die wegdook voor waterdruppels die op hem af werden gespoten door zo’n plantenspuit. Je weet wel.
      Het monster brulde en ik bedacht me dat mijn moeder dat waarschijnlijk gehoord had. Shit. Voor je het weet kwam ze in vol gevechtsornaat op me af stormen, een speer in beide handen, en daagde ze het monster uit op een duel. Het zou me inmiddels niet meer verbazen.
      Ik schoot nog een paar keer, maar de Goddelijk Bronzen kogels leken nog steeds niet veel uit te halen, behalve dan dat ze ervoor zorgden dat het monster nog iets pissiger werd. Ik had het idee dat dat kwam door de glitches, maar dat hielp nog steeds niet met het vinden van iets anders dat mijn leven kon redden.
      De verleiding om de diadeem op te zetten kwam weer op en ik negeerde het. Het monster cirkelde om me heen en leek ergens op te wachten, misschien ook op het moment dat ik de diadeem zou pakken. Als hij me wilde doden, had hij dat allang gedaan. Ik had nooit eerder een geduldig monster ontmoet.
      ‘Wat wil je nou van me?’ vroeg ik. ‘Het mag dan wel kerst zijn, maar ik ben niet van plan om je een cadeau te geven, als je dat verwacht.’
      Het monster leek zijn hoofd even schuin te houden en keek aandachtig naar me. Ik had het idee dat hij op het punt stond om me aan te vallen, maar nog steeds aarzelde. Waarom?
      In zijn momenten van twijfel besloot ik om het domste te doen wat ik kon doen. Ik wist het niet, de verleiding werd te groot. Ik dacht: Wilt hij een gevecht tegen iemand met een oppermachtig wapen? Die kan hij krijgen ook!
      Ik zette de diadeem op.
      Toegegeven: achteraf gezien bleek het de enigste oplossing te zijn. Maar of het een slimme was? Niet echt.
      Het monster viel aan, brullend en al, en had me kunnen pletten als ik niet al ergens anders stond. De nieuwe energie stroomde door me heen en ik zag hoe ik weer licht begon te geven, zoals in Crowleys labyrint gebeurde.
      Het monster draaide zich om voor een nieuwe aanval, maar ik stak mijn hand op en verblindde hem kort met een wit licht. Hij deinsde achteruit en onwillekeurig glimlachte ik. De diadeem leek in mijn hoofdhuid te branden, maar dat maakte me niet uit.
      ‘Waarom ben jij hier?’ Mijn stem leek krachtiger. ‘Waar kom je vandaan?’
      Het monster brulde alleen maar, zoals te verwachten was. Ik wilde de aanval inzette, toen ik opeens achter me iets hoorde.
      ‘Rebecka?!’
      Ik draaide me om en daar was mijn moeder, met in haar rechterhand een zwaard en om haar linkerarm gebonden een schild. Ze rende naar me toe, maar toen ze zag hoe ik was – lichtgevend en met de diadeem op - stopte ze. ‘Rebecka…?’ zei ze met een klein stemmetje. ‘Wat ben je aan het doen? Hoe ben je aan dat ding gekomen?’
      ‘Mam?’ Ik zag dat ze bang was en dat begreep ik niet. ‘Geef me een momentje.’
      ‘Nee.’ Aarzelend zette ze een stap dichterbij. ‘Je moet dat ding afzetten. Het is te gevaarlijk.’
      Ik keek haar aan. ‘Wat bedoel je?’
      ‘Er zijn mensen doodgegaan door dat ding,’ zei mijn moeder. Ze zette weer een paar stappen dichterbij. ‘Je moet dat dingen onmiddellijk afzetten. Ik kan dit monster aan.’
      Ik wist dondersgoed dat ze dat niet kon en wilde mijn hand opnieuw heffen voor een aanval, maar toen legde mijn moeder een hand op mijn schouder.
      ‘Rebecka, je moet hiermee op- Ah!’ Ze deinsde achteruit en liet haar zwaard van de schrik uit haar andere hand vallen. De hand waarmee ze me had aangeraakt was roodgloeiend.
      Ik wilde haar helpen, maar had door dat ik het alleen maar zou verergeren. ‘Mam, ik moet dit doen.’
      Ik stak mijn hand op en het monster leek ineen te krimpen. Ik voelde de energie door mijn arm gaan. Het zorgde er bijna voor dat ik mijn moeder vergat, die haar gebrande hand vasthield met haar normale hand.
      De glitches verspreidden zich over het monster, totdat er van hem niets meer over was dan een wolk aan data, zoals bij de man die nu op mijn USB-stick stond. Dat was niet mijn intentie, maar het monster was in ieder geval ongevaarlijk. Hoopte ik.
      Opnieuw een geluid achter me. ‘Rebecka, je moet dit stoppen.’
      Ik draaide me om en daar stonden Dean, Sam en Castiel. Het leek erop dat de engel ze hierheen had gezapt, want ze waren niet echt warm gekleed en de Impala had ik niet gehoord.
      ‘Waarom?’ vroeg ik. De energie brandde in mijn vingertoppen en ik besefte me dat ik tot alles in staat was.
      Toen, de zwakke stem van mijn moeder. ‘Rebecka, houd alsjeblieft op.’ Ze zat geknield op de grond en gebruikte de sneeuw om haar hand te koelen. Met een pijnlijk gezicht keek ze me aan.
      Ik zweeg. Uiteindelijk zou er altijd maar één iemand zijn die me echt tegen kon houden en dat was mijn moeder.
      Ik zette de diadeem af. Meteen verdween alle energie en ik zou gevallen zijn als Sam me niet had opgevangen. Castiel knielde bij mijn moeder neer en genas haar hand met zijn engelenmagie.
      Dean pakte de diadeem uit mijn handen en zei: ‘Deze houden wij voorlopig wel bij ons.’
      Ik knikte, nog iets verdwaasd, en keek toen naar de wolk data die er nog steeds hing. ‘Wat… wat doen we daarmee?’
      Mijn moeder ging overeind staan. ‘Dat zien we wel weer. Hoe gaat het met jou?’
      Ik knipperde met mijn ogen. ‘Gaat wel, denk ik.’
      Mijn moeders blik richtte zich naar de jongens. ‘En wie zijn jullie?’
      Voordat een van hen kon antwoorden, klonk er opeens een nieuwe stem. ‘Hmm, interessant.’
      We draaiden ons allemaal om en daar, op de plek waar eerst de wolk aan data was, stond… een persoon. Hij of zij was moeilijk te zien, als een foto met lage resolutie. Hoe langer we naar de persoon keken, hoe scherper het beeld werd. Het gepixeleerde verdween en daar stond een meisje, misschien iets jonger dan ik.
      Ze glimlachte. ‘Hallo, Rebecka. Leuk om je een keer in eigen persoon te zien.’
      Op mijn hoede vroeg ik: ‘Wie ben jij?’
      Naast me raapte mijn moeder haar zwaard op en Dean maakte een beweging naar waar waarschijnlijk een pistool in zijn jas zat, maar het meisje merkte dat niet op. Ze keek alleen maar naar mij.
      ‘Weet je dat dan echt niet?’ Ze fronste, zwaar teleurgesteld.
      Ik schudde langzaam mijn hoofd en besefte me dat mijn pistool ergens op de grond lag.
      Het meisje zette een paar stappen onze richting op en ik merkte dat ze geen voetsporen in de sneeuw achterliet. Haar adem vormde ook geen wolkjes, ook al was het erg koud. ‘Wat jammer,’ zei ze. ‘En dat terwijl ik mijn naam toch wel overal heb achtergelaten.’
      Ze lachte opnieuw, veranderde toen in een wolk glitches en verdween zonder een spoor achter te laten.
      Dean stamelde: ‘What… the… Hell?’
      Dat vroeg ik me ook af.


Philadelphia, Pennsylvania, 12:14 AM EST, December 14th 2015

Met z’n allen zaten we in de woonkamer van mijn moeders huis. We hadden alles wat er gebeurd was voordat ik in Phillie aankwam uitgelegd aan mijn moeder, die er niet echt blij mee was dat ik haar dat niet eerder had verteld.
      Toen we klaar waren, wees ze naar de diadeem en zei ze: ‘Ik wil dat ding hier niet hebben.’
      ‘Daar kunnen wij wel voor zorgen,’ zei Dean. Natuurlijk moest hij per se mannelijk doen en hield hij zijn theekop op de verkeerde manier vast, zijn hand om de kop heen gevouwen in plaats van het gebruiken van het oortje (zoals ieder normaal mens dat zou doen). ‘Wat eigenlijk een groter probleem is, is dat rare meisje met die glitches. Ze zei dat ze jou kende?’ Hij keek me vragend aan.
      Ik zuchtte. ‘Ik weet het niet. Ik heb haar nooit eerder gezien…’ Mijn adem stokte. En dat terwijl ik mijn naam toch wel overal heb achtergelaten…
      ’Error,’ zei ik. ‘Maar dat kan haar naam niet zijn, alhoewel…’ Het zou wel logisch kunnen zijn.
      Iedereen keek me vragend aan en ik ging verder. ‘Error was een paar keer op de weg geschreven tijdens het gevecht met dat monster. En in Crowley’s doolhof was dat ook zo in een gang.’
      ‘Error,’ herhaalde Sam. ‘Als in een computerfout in het echt? Dat is onmogelijk.’
      ‘Het bestaan van goden eigenlijk ook,’ mompelde ik. ‘Hoe wisten jullie eigenlijk dat jullie me moesten helpen?’
      Castiel haalde zijn schouders op. ‘Ik kreeg opeens het gevoel dat je in nood zat. En ik had al het vermoeden dat het geen slim idee was om de diadeem met je mee te geven.’
      ‘Wauw,’ zei ik. ‘Bedankt voor het vertrouwen.’
      Dean rolde met zijn ogen. ‘Terecht ook. We nemen dat ding mee.’
      Castiel fronste. ‘Ik denk dat we moeten vertrekken. Er wacht iemand op ons.’
      Zuchtend stonden de jongens op en ik omhelsde ze een voor een.
      ‘Pas op voor die Error meid, kleintje,’ mompelde Dean in mijn haren – hij was een kop groter dan ik.
      ‘Dan moeten jullie oppassen voor al die demonen,’ zei ik. ‘En ik ben niet klein.’
      Hij grinnikte alleen maar en ging naast Castiel staan. Sam hield de doos met de diadeem erin vast en zei nog: ‘Bedankt voor de thee, ma’am.’
      ‘Jullie zijn altijd welkom,’ zei mijn moeder, al zag ik dat ze vermoeid was.
      Castiel hield Sam en Dean bij de schouders vast en op het laatste moment zei ik nog: ‘Fijne kerst alvast.’
      ‘Hetzelfde voor jullie.’ Woosh-woosh en ze waren verdwenen.
      Mijn moeder en ik keken elkaar even aan. Toen zuchtte ze.
      ‘Zei je niet dat het leven van een halfgod raar kan zijn?’ vroeg ik en ik ging naast haar zitten.
      Ze glimlachte lichtjes. ‘Ik meen me te herinneren van wel. Hopelijk wordt alles volgend jaar veel beter.’
      Daar hoopte ik ook op.

Reacties (2)

  • GossipGirl21

    mooi geschreven

    2 jaar geleden
  • Snakey_Crowley

    Wow wat een drama. Fijn dat Cas handen kan helen. Weer heel mooi geschreven! I LOVED IT. WHEN IS THE NEXT CHAPTER COMING UP???

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen