Foto bij 001.

Genietend sluit ik mijn ogen als de zwakke winterzon door het wolkendek breekt om mijn gevoelloze wangen te verwarmen. Resoluut haal ik mijn zwart-witte wanten met sneeuwvlokjes tevoorschijn en ik trek ze aan. Ik zet mijn marineblauwe handtas op de bagagedrager van mijn fiets en ga op zoek naar mijn fietssleutel, die ik te nonchalant in mijn tas heb gegooid. Na een moeizame zoektocht haal ik mijn sleutel tevoorschijn en een paar seconden later fiets ik naar de campus waar Ramon studeert. Sinds we erachter kwamen dat we eens per week tegelijkertijd twee tussenuren hebben, is dat onze date geworden, zoals Ramon altijd met een vette knipoog kan zeggen. Ik loop het reusachtige, onpersoonlijke gebouw in en ik vraag me af hoe Ramon zich hier op zijn plaats kan voelen. Hoewel ik me inmiddels comfortabel voel bij alle jongens, blijf ik met mijn twijfels en onzekerheden het makkelijkst bij Ramon terecht kunnen. Hij beschermt me alsof hij mijn grote broer is, terwijl hij me ook mijn irreële verwachtingen in kan laten zien. Waar Luke me gek maakt met zijn bewuste of onbewuste flirtpogingen, biedt Ramon me de stabiliteit waar ik zo hard naar op zoek ben. Jim is enorm direct en heel extravert, waardoor ik het vaak lastig vind om bij hem mijn kwetsbaarheid te tonen. Hoewel hij me probeert te begrijpen, weet ik dat Ramon me snapt als ik hem de helft van het verhaal vertel.
‘Loop je me nu zomaar voorbij?’ hoor ik plotseling en ik schrik op uit mijn gedachten.
‘Sorry, ik had je niet gezien,’ verontschuldig ik me, terwijl ik me naar Ramon omdraai. Ik zet mijn tas op de tafel en wikkel mijn sjaal van mijn hals. Met moeite haal ik de wanten van mijn handen, want ondanks dat de zon feller begon te schijnen, is het erg koud.
Ramon omhelst me. ‘Hoe is het met je?’ Hij laat me los en schuift een beker naar me toe. ‘Ik heb thee voor je gehaald.’
‘Dat had je niet hoeven doen.’ Onmiddellijk begin ik in mijn tas te rommelen, op zoek naar mijn portemonnee.
‘Ik probeer je vriendschap te kopen, dus laat dat geld maar zitten.’ Hij grijnst breed, terwijl hij zich op de te kleine stoel laat zakken. Ramon is al zo volwassen en zelfstandig dat ik me er keer op keer over verbaas hoeveel hij te groot lijkt voor deze kleine, bekrompen wereld waarin iedereen doet alsof hij de perfecte student is, maar bijna nooit lijkt te leven voor hun eigen droom. Als Ramon me vertelt over zijn studie raak ik telkens weer enthousiast, ook al interesseer ik me absoluut niet voor bedrijfseconomie. In zijn grijze ogen verschijnt er dan een kleine oplichting, alsof er een vallende ster voorbij schiet. Als ik die flits zie, wens ik hem altijd toe dat hij zijn dromen waar kan maken. Ik ga voorzichtig zitten en vervloek mijn drang om me modebewust te kleden. De cognackleurige blokhakken waren misschien niet geschikt voor het leven van een student, maar toen ik de schoenen zag staan, kon ik niets anders dan ze meenemen. Glimlachend merk ik op dat ik eindelijk eens de grond raak.
‘Ik heb volgende week tentamens.’ Ik kruis mijn armen op de tafel en laat mijn hoofd erop rusten.
‘Wat doe je hier dan? Je moet leren,’ zegt Ramon verontwaardigd.
‘Je stem is ongelooflijk bijzonder qua aanzet, dus je bent eigenlijk mijn studieproject,’ zeg ik met een uitgestreken gezicht, als ik me weer opricht. Hoewel ik oprecht van mijn studie logopedie houd, kan ik in tentamenweken geen boek over stemvolume of intonatie lezen.
‘Niet alleen mijn stem Naomi. Ik bén bijzonder.’ Ramon haalt zijn hand door zijn donkere haar.
Ondanks dat ik weet dat hij het als grapje bedoeld, zou hij eens moeten weten hoe hij met deze woorden in de buurt van mijn waarheid komt. Hoe hij soms in één oogopslag kan zien hoe ik me voel, is ongelooflijk. Dat Moniek me niet eens hoeft te zien om dat te weten, toont aan hoeveel dieper onze vriendschap nog zit, maar ik verbaas me erover hoe de jongens in zo’n relatief korte tijd zoveel voor me zijn gaan betekenen. Waar ik ze in november op station Weesp niet kon uitstaan, sloeg mijn hart over toen ze begin dit jaar exact op dezelfde plek verschenen om Moniek en mij een gelukkig nieuwjaar te wensen. ‘Dat ben je inderdaad,’ bevestig ik hem dan ook. Ik warm mijn handen aan de kartonnen beker met thee en breng deze naar mijn gezicht. Met mijn ogen gesloten adem ik diep in en ik probeer de geur te herkennen. ‘Munt?’ vraag ik aarzelend.
‘En citroen,’ vult Ramon aan.
‘Het is zo lief van je,’ verzucht ik en ik neem voorzichtig een slokje.
‘Je kent mijn beste kanten nog niet,’ zegt hij lachend.
‘Ik heb nog geen slechte kant van je gezien,’ zeg ik verbaasd. Ramon lijkt altijd de verstandigste van de drie. Als vooral Luke weer eens reageert zonder na te denken, is daar altijd Ramon die zich opwerpt als redder. Eerst bestempelde ik hem als een vaderfiguur ten opzichte van de jongens, maar ik weet nu dat het echt passend is bij de rol van een beste vriend. Hij haalt Luke namelijk niet weg bij een vechtpartij, maar zorgt ervoor dat hij niet de hardste klappen krijgt. Het zich opwerpen voor anderen is waarschijnlijk waarom ik zo’n goede klik met hem heb. Ik denk eerst aan anderen en pas tientallen stappen kom ik eens aan de orde.
‘Mijn eerste indruk was niet positief,’ zegt Ramon nuchter.
Inmiddels is het iets waar we met z’n allen hard om kunnen lachen, maar wat waren ze toen verschrikkelijk. ‘Ik had al mijn hoop op jou gevestigd en toen leek je exact hetzelfde te zijn.’
‘Gelukkig waren we alle drie veel leuker. En ik geloof niet dat we het ooit tegen je hebben gezegd, maar jij was achteraf ook veel leuker.’
Ik weet waarom ze het nooit tegen me hebben gezegd, want zelfs nu, maanden later, beginnen mijn gedachten te ratelen en vraag ik me af of ik leuk genoeg ben. Zij waren degenen die toen irritant deden, niet ik. Waarom kwam ik dan zo anders over toen ze me leerden kennen? Trokken zij net als ik te snel hun conclusies en bleek ik eigenlijk een veel liever meisje? Moniek noemt me het ijskonijn als ik in een conflict terecht komt, omdat alle emotie dan uit mijn lichaam lijkt te glijden. Wat zelfs Moniek niet weet, is dat al die emoties op dat moment naar binnen klappen.

‘Je bent afwezig vandaag. Zit je hoofd vol?’ vraagt Ramon.
Met een klap zet ik mijn waterflesje neer. ‘Heb je er ooit over nagedacht om helderziende te worden?’ laat ik me gefrustreerd ontvallen. De thee is al een ruime tijd op.
Ramon schiet hardop in de lach en hij pakt even mijn hand vast. ‘Het geeft niet. Waardoor komt het?’ Hij leunt achterover en probeert zichtbaar een comfortabele houding te vinden.
Automatisch haal ik mijn schouders op, terwijl ik niet eens over zijn vraag heb nagedacht. Ik weet dat Ramon me daarmee niet laat gaan, dus denk ik na, terwijl hij zachtjes op de tafel trommelt met zijn vingers. ‘Vorige tentamenweek was dat gedoe met Jase,’ vertrouw ik hem toe. ‘En ondanks dat ik nu geen ex heb die mijn gevoel kan beïnvloeden, merk ik dat ik er nu weer extra aan denk.’ Ik zucht diep. ‘Het slaat echt nergens op.’
‘Je hebt er last van, wat is daar erg aan?’
‘Dat ik dolgelukkig ben dat ik het heb uitgemaakt en vervolgens een paar maanden later nog steeds met een rotgevoel zit,’ som ik gefrustreerd op.
‘En wat ga je daaraan doen?’
Verbaasd kijk ik Ramon aan, terwijl ik mijn ring in rondjes om mijn vinger draai. Het is een zenuwtrekje en een reden dat ik liever geen ringen draag. Helaas smeekte mijn outfit om een opvallend sieraad, dus offerde ik me op aan mijn modeverslaving. Ik tel de cirkels die ik met de ring maak en probeer ondertussen te bedenken waarom Ramon zo plotseling met me meedenkt. Waar hij normaalgesproken vaak tegengas biedt, beweegt hij nu compleet met me mee. Het hinderlijke is dat het iets is waar ik altijd op hoop, maar nu hij me vraagt welke actie ik ga ondernemen, lijkt zelfs een felle tegenovergestelde mening een welkom aanbod. ‘Wat is jouw voorstel?’ vraag ik dan maar, om zelf niet te hoeven antwoorden.
‘Dat was niet mijn vraag. Je bent erg goed in vragen ontwijken als het lastig wordt,’ zegt Ramon en hoewel zijn scheve glimlach zijn leukste glimlach is, heb ik er nu een hekel aan.
‘Ik zou het niet weten,’ zeg ik, zachter dan ik zou willen. ‘Ik heb om hem gehuild, hem belachelijk gemaakt. Ik heb hem geblokkeerd, juist opgezocht. Ik ben boos op hem geweest, heb hem gesmeekt om een verklaring. Volgens mij heb ik alles gedaan.’ Er ontstaat een knoop in mijn maag, alsof mijn woorden de grote wirwar van gedachten aan heeft getrokken en zowel het begin als het eind nooit meer terug gevonden zal worden.
‘Wees eens zo lief voor jezelf als je voor anderen bent.’ Ramon kijkt me recht aan.
Ik zet mijn kaak vast, zodat er geen enkele beweging in mijn kaken of lippen komt. Het laatste wat ik wil, is dat hij ziet hoe makkelijk hij me raakt. Dat ik me kwetsbaar bij hem op durf te stellen, betekent niet dat ik dat steeds wil.
‘Ik vrees dat jij weer naar je les moet,’ zegt Ramon, terwijl hij de mouw van zijn overhemd iets omhoogduwt.
‘Wat een gaaf horloge!’ Enthousiast grijp ik hem bij zijn pols vast en ik bekijk het nauwkeurig. ‘Staat je goed,’ zeg ik opgewekt.
‘Dank je, Naomi.’ Hij staat op.
Ik volg zijn voorbeeld en trek mijn jas aan. ‘Volgende keer mag je naar mijn gebouw komen,’ zeg ik, rillend bij de gedachte aan hoe koud het buiten is.
‘Ik heb een beter plan. Wanneer zijn je tentamens over?’ vraagt hij.
Geconcentreerd denk ik na en ik weet dat er daardoor in mijn denkrimpel in mijn voorhoofd ontstaat. Ik heb nog steeds de discussie met de jongens of het lelijk of schattig is en ik weet niet welke uitkomst ik erger zou vinden. Door mijn lengte – of vooral mijn gebrek daaraan – word ik al snel als schattig bestempeld. ‘Volgende week donderdag heb ik de laatste. En dan ga ik dat weekend naar huis,’ vertel ik hem.
‘Dan gaan we volgende week donderdag stappen, of je het nu leuk vindt of niet. Dan kun je al je verantwoordelijkheden en goede gedrag een keer laten gaan,’ besluit Ramon.
‘Dat vind ik dus niet leuk,’ verzucht ik. Ze hebben me al zo vaak overgehaald om flink te gaan stappen, maar het is ze nog nooit echt gelukt. Een drankje, of inmiddels vaak twee, vind ik hartstikke gezellig, maar het dansen op een te harde beat is niets voor mij. Zelfs niet met mijn beste vrienden, want dat ze die stempel inmiddels hebben verdiend, is niet meer dan een logisch gevolg.
‘Maar het gaat wel gebeuren, want het is hoe dan ook drie tegen één,’ brengt Ramon me op de hoogte.
‘Ik barricadeer mijn deur,’ zeg ik zo gemeend mogelijk, maar ik schiet al snel in de lach.
‘Zo erg is het toch niet om met drie knappe jongens te gaan feesten?’
‘Jullie zijn misschien nog wel erger dan het feesten. Je weet hoe erg dat is op de schaal van Naomi hè?’ Ik kijk hem belerend aan.
Ramon lacht hardop. ‘Ik zou je graag willen zeggen dat het me spijt, maar je hebt me ooit verteld dat je graag wilt dat ik eerlijk ben.’ Hij slaat zijn gespierde armen om me heen en klemt me stevig tegen zijn borstkas. Ik laat me omhelzen en leun tegen hem aan. Het verbaasde me toen ik er laatst achter kwam dat ik het fijn vind om dichtbij alle drie de jongens te zijn, terwijl ik me vaak ongemakkelijk voelde als Jase me zomaar een knuffel gaf. Iedereen vond het lief en spontaan van hem, maar het kwam op mij over als bezitterig en gedwongen. Hoe leuk ik Jase ook vond, de signalen dat het een relatie was die gedoemd was te mislukken, worden steeds duidelijker.
‘Tot volgende week donderdag dan,’ zeg ik aarzelend.
Ramon steekt zijn vuist in de lucht. ‘Ik wist wel dat ik je kon overtuigen.’ Hij grijnst breed. ‘Ik ben benieuwd hoe dronken we je kunnen voeren.’
‘Als je dat maar laat.’ Ik duw tegen hem aan.
‘Je weet zelf hoe goed het zou zijn als je die eeuwige controle eens los kon laten,’ dringt Ramon aan.
‘Op zich hoef ik daarvoor geen alcoholist te worden,’ merk ik nuchter op.
‘Je college is al vijf minuten begonnen,’ zegt Ramon even toonloos.
Opnieuw duw ik tegen hem aan, waarna ik er snel vandoor ga en richting het laatste inhaalcollege fiets. Het is belangrijk, omdat ik het minst snap van dit vak. Ook al zou ik zo al mijn tentamens laten vallen als een van mijn vrienden om hulp vroeg. Ramons advies blijft in mijn hoofd spoken, maar anderen voelen zoveel belangrijker dan ik ben. Ik red me wel en ik ben zo dankbaar voor de mensen die ik om me heen heb, dat ik het nooit als een vanzelfsprekendheid zou kunnen zien dat ze dag en nacht voor me klaar staan. Andersom zou ik zonder twijfel voor ze klaarstaan, maar het voor mezelf verwachten, voelt heel vreemd. Ik zet mijn drukke gedachten opzij, bij gebrek aan een uitknop, waardoor ik me kan focussen op het college.

Reacties (3)

  • Scribe

    Zouden ze stelen? Eerste gedachte die bij me opkwam..

    3 jaar geleden
  • Abduction

    Ja hoooooooor, ben zo blij dat je aan dit vervolg bent begonnen! Maar hmmm.... Naomi gaat mee stappen, oei oei 😁😂

    3 jaar geleden
  • Long

    Ik verheug me zo op de rest van dit verhaal. Wat een heerlijke schrijfstijl heb je toch!:9~

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen