Foto bij 003.

@Hotchiss: hahaha jouw reactie ^^
@Scribe: hmm, heb je geen vertrouwen in de mensheid? (;

Een kater zou mij nooit overkomen, want ik was een verstandige meid. Dat was een overtuiging die ik mezelf altijd voorhield en een jaar geleden had ik erom gelachen als iemand me had verteld dat ik in een dronken bui met een van mijn beste vrienden zou zoenen. Zo was ik niet. Zo wilde ik niet zijn. Gelukkig is mijn realiteitszin niet weggespoeld met ongetwijfeld een heel aantal hersencellen. Een klein, hinderlijk mannetje stompt met zijn vuistjes tegen de binnenkant van mijn schedel. Ik druk mijn vingers tegen mijn slapen, in de hoop dat het gevoel beter wordt, maar het helpt niets. Ik zou voor de makkelijkste weg willen gaan en de waarheid willen vermijden. Ik zou de klok willen terugdraaien naar gisteravond en het eerste shotje niet eens aannemen. Altijd dacht ik dat ik drank ervoor zou zorgen dat ik nare dingen zou doen, maar nooit had ik verwacht dat het ervoor zou zorgen dat ik meer contact zou maken met mijn onderbewustzijn. Moniek zei in het begin niet zonder reden dat Luke exact mijn type was, want hoewel ik mijn best heb gedaan om hem uit de grond van mijn hart te haten, ik viel als een blok voor zijn uiterlijk. Dat zijn innerlijk verschrikkelijk was, wist ik binnen een paar minuten, totdat ze alle drie het tegendeel bewezen. Ik had niet durven dromen dat ik me ooit comfortabel zou voelen bij Luke, maar achteraf weet ik dat het gevoel er al veel sneller was dan ik doorhad. Ik blokkeerde al mijn gevoelens, omdat ik wist dat liefde heel veel pijn kon doen. Ik had behoefte aan onvoorwaardelijke vriendschap en die shotjes en veel te kleurrijke drankjes hebben ervoor gezorgd dat ik het in één avond allemaal op het spel heb gezet. Hoe kan ik Luke ooit onder ogen komen? Het liefst zou ik hem willen zeggen dat ik het niet had moeten doen, dat het dom was en dat ik het helemaal niet wilde, maar ik kan niet liegen. Vanuit bed leun ik naar het gordijn en haal die opzij. Grauwe wolken delen mijn energie van vandaag en het liefst zou ik, in ieder geval voor de komende dagen, in mijn bed blijven liggen. Ik hijs mezelf uit bed, trek een simpele jeans aan met een dikke sweater en doe mijn jas erover aan. Gemakkelijk stap ik in mijn sneakers en ik grijp wat spullen bij elkaar voor het weekend. Ik rits mijn tas dicht en nog geen tien minuten later fiets ik naar het station. Ik heb ongelooflijk veel geluk doordat de trein een paar minuten te laat is en spring snel naar binnen. Het is niet de eerste keer dat vertraging me iets heeft opgeleverd, denk ik en ik glimlach. Die glimlach verdwijnt als ik denk aan hoe ik gisteravond onze vriendschap heb geblokkeerd. Misschien is het niet verpest en zet Luke me niet al te veel voor schut. Ik kijk op mijn telefoon om te zien of hij me misschien nog een berichtje heeft gestuurd, maar dat is niet het geval. Een mengeling van teleurstelling en opluchting gaat door me heen en ik merk dat het me veel energie kost dat ik zo in tweestrijd zit.

Vrijdagavond gaat de bel en ik spring op van de bank. Ik doe de deur voorzichtig open en schrik van Monieks staat van zijn. Haar blonde haar staat wild uiteen, alsof ze uren- of misschien zelfs dagenlang in bed heeft gelegen met een dekbed over haar hoofd. Ik vraag me af waarom mijn beste vriendin zo heeft willen verschuilen. Ze heeft geen make-up op en het geeft me heel even een warm gevoel dat ze op deze pure manier bij me durft te zijn. Ze heeft haar masker laten vallen en heeft de weg naar mij gevonden.
‘Het is niet zo erg,’ mompelt Moniek, maar de sprankeling in haar ogen waar elke jongen voor valt, is verdwenen. Het lijkt erop dat een stukje van mijn vriendin is verdwenen en ik hoop van harte dat het een tijdelijk probleem met ongetwijfeld veel impact is. Als haar leven maar niet geruïneerd is.
Ik pak haar bij haar arm en sleep haar mee naar boven. ‘Ik ben zo terug.’ Ik gooi een dekentje naar haar toe, waar ik me vaak inwikkel als het koud word. Ondanks dat de temperaturen buiten beter zijn dan vorige week, weet ik dat ze zich vanbinnen nu ijskoud voelt. Ik sprint naar beneden en zet thee, terwijl ik in de keukenkastjes op zoek ga naar een reep chocolade. Ik pak de reep met karamel en weet hoe misselijk we zullen worden, maar dat is op dit moment de laatste zorg. Ongeduldig spring ik van mijn ene been op het andere en weer terug totdat de thee klaar is. Dan loop ik voorzichtig met een dienblad naar boven en ik zet de spullen op mijn bureau neer. ‘Vertel,’ zeg ik, terwijl ik druk heen en weer loop om haar van thee en chocolade te verzorgen.
‘Ik moest thuis weg,’ zegt Moniek haperend, terwijl ze haar handen voor haar gezicht slaat.
Er gaat een schok door me heen, deels omdat ik haar helemaal niet verdrietig wil zien, maar ook omdat het me zo intens doet denken aan hoe kapot Moniek was toen haar ouders gingen scheiden. Ik sla mijn arm om haar heen en doe verder niets, omdat ik weet dat het genoeg is. Ik ben er en dat is alles wat ze nodig heeft. Mijn probleem met Luke lijkt plotseling van geen betekenis, terwijl ik er de hele dag aan heb gedacht. Door Monieks verdriet is mijn hoofd direct leeg, want ze heeft me nodig. Moniek haalt diep adem en al gaat dat haperend, ze haalt tenminste weer adem.
‘Mamma heeft een nieuwe vriend,’ stoot ze uit, waarna ze opnieuw begint te huilen.
Ik schaam me voor mijn eerste gedachte en probeer me in te leven in hoe het voor Moniek is. Hoe moet het voelen als er een ingrijpende beslissing plaatsvindt in je leven waar je geen enkele invloed op hebt. Hoe is het als je moeder iemand anders op nummer één zet en je plotseling lastig bent, omdat ze graag alleen met haar nieuwe vriend wil zijn.
‘Ik gun het haar wel hoor, zo egoïstisch ben ik niet,’ zegt ze zacht, waardoor mijn eerste gedachte van daarnet alweer ontkracht is. ‘Alleen ik mag hém niet.’ Haar gezichtsuitdrukking was net iets verzacht, maar zodra ze deze zin uitspreekt, komt haar hele gezicht op strak te staan.
‘Sinds wanneer speelt het?’ vraag ik.
‘Vorige maand. Ze zijn echt om te kotsen, zo klef. Serieus Naomi, die man is zo’n naar persoon. Hij doet zo schijnheilig tegen me, ik kan hem niet uitstaan. Hij zou de voeten van mijn moeder nog kussen, alleen weigert hij ook maar één keer oprecht naar mij te lachen. Mijn moeder vindt dat ik vriendelijker tegen hem moet doen. Ze vindt mijn mening echt heel belangrijk, zegt ze, maar tegelijkertijd vraagt ze ook of ik dit weekend nog iets leuks ga doen en of ik thuis slaap. Dat interesseert haar nooit iets, alleen als ik het op het laatste moment zeg, dan wil ze weten of ik ’s nachts thuis ben. Nu vraagt ze het alleen maar zodat ze met die engerd het bed in kan duiken. Ik wíl niet eens thuis zijn. Het is niet eens mijn thuis, want ik heb niets met die man. En mijn vader zit weer in het buitenland, dus ik heb niemand.’
‘Je hebt mij,’ zeg ik eerlijk.
Moniek omhelst me stevig en wanhopig, alsof ze niet van plan is om me los te laten. Het is exact de knuffel die ik zelf ook nodig heb. ‘Ze heeft hem leren kennen in de supermarkt. Even serieus hè? Je ontmoet je droomman toch niet in de supermarkt? Hij heeft twee kinderen, dus dat was fantastisch volgens mijn moeder. Ik verheug me al op alle gezelligheid, wat heb ik dáár zin in zeg.’ Moniek laat me los, duwt me zelfs een beetje weg en ik weet dat het is, omdat ze haar frustratie bij me durft te uiten.
‘Ik vind het echt rot voor je,’ zeg ik en ik weet dat het haar niet verder helpt, maar het is het enige wat ik op dit moment oprecht meen.
‘Dat is niet nodig, want ik moet er gewoon aan wennen. Ik kan best eens iets leuks met John gaan doen, zei mamma. Hij kan goed klussen, wil je je kamer in Utrecht niet verbouwen? Ik heb gezegd dat ze het ook eerlijk mag zeggen als ze wil dat ik het huis voorgoed uit ga en dat ze me nooit meer wil zien.’ Moniek grinnikt kort. ‘Ze had wel gelijk toen ze zei dat ik me gedroeg als een hysterische puber.’
Ik glimlach zwak. ‘Ik snap dat het verschrikkelijk voor je is, vooral als je geen goed gevoel bij hem hebt.’
‘Jij moet hem zien, want jij weet altijd hoe iemand in elkaar zit. Jij veroordeelt niet direct,’ zegt Moniek en aan haar gezicht te zien, heeft ze hier al eerder over nagedacht.
Ik schud mijn hoofd. ‘Ten eerste is dat niet waar en ten tweede wil ik niet jouw mening over hem afhankelijk is van de mijne. Ik wil je alleen één advies geven, ook al zit je er niet op te wachten.’ Ik laat even een stilte vallen, maar Moniek reageert niet. ‘Hoewel weglopen nu het allerbeste plan lijkt, gaat het je hoe dan ook op een gegeven moment inhalen. Stel dat je moeder de rest van haar leven met deze man gaat delen, wil je daarvoor het contact met je moeder op het spel zetten?’
Moniek schudt haar hoofd. ‘Maar hoort mamma dan niet mij ook belangrijk te vinden?’ vraagt ze zacht.
Mijn hart breekt in nog meer stukken dan het sinds gisteravond al ligt. ‘Natuurlijk! Ik weet zeker dat ze je niet vergeet. Weet je nog dat ik net samen was met Jase?’ vraag ik.
‘Ja, maar jij was bang dat je mij in de steek liet. Jij vroeg me of het goed was dat je een avond naar hem ging. Jij vroeg me om mijn mening en vond dat belangrijk. Mijn moeder dringt me haar mening op. Ik ben in staat om straks de laatste trein nog te pakken om terug te gaan naar Utrecht. Dan zoek ik een jongen uit van wie ik zeker weet dat mijn moeder hem vreselijk zal vinden en dan stel ik die zo snel mogelijk aan haar voor,’ zegt Moniek verbeten.
‘Je blijft maar hier vannacht,’ besluit ik.

‘Ik ben echt een verschrikkelijke vriendin! Hoe was het donderdagavond? Ik had zo graag meegewild, maar mijn moeder wilde dus dat ik naar huis kwam om te vertellen dat ze eindelijk weer gelukkig is. Of ik haar dat niet gunde. Was ze dan niet gelukkig met mij?’ Moniek ademt diep in en probeert rustig uit te ademen, wat haar best goed afgaat.
‘Je weet dat dat niet waar is. Hoe blij ik ook met mijn ouders ben, mijn geluk is niet van hen afhankelijk. En andersom. Jouw moeder houdt van je, dat weet ik zeker. Alleen vervul jij niet de rol van partner en dat is niet meer dan logisch. Het is misschien rot om haar te moeten delen, maar het is geen ongezonde verandering. Ook al is het verschrikkelijk en moeilijk voor jou,’ zeg ik en ik vraag me af of ik te hard tegen haar ben.
‘Het is niet alleen jaloezie, Naomi. Ik gun het mijn moeder van harte om gelukkig te zijn, maar van deze man gaat ze niet gelukkig worden. Echt niet. En dan mag ik al haar scherven straks bij elkaar rapen en proberen weer een heel mens van mijn moeder te maken. Dat gun ik haar niet, maar dat gun ik mezelf ook niet. Het geluk wil ze delen met hem en ik mag straks haar verdriet aanhoren. Daar zit ik niet op te wachten en ik vind het erg oneerlijk,’ ratelt ze en ik glimlach lichtjes vanbinnen, omdat ik het idee heb dat ze nu vertelt wat haar echt dwars zit.
‘Dat hoort ook niet. En het is hartstikke lief van je dat je zo goed voor je moeder wil zorgen. Alleen kun jij haar niet beschermen tegen haar blinde liefde. Dat kon je bij mij ook niet,’ zeg ik zachtjes.
‘Jij wilde naar me luisteren, ook al vond je het niet leuk om naar me te luisteren. Ik heb jou niet bijeen hoeven rapen. Maar nu weet ik nog steeds niet hoe het donderdag was,’ mokt Moniek.
Ik schiet in de lach. ‘Het was gezellig. En jammer dat je er niet bij was. Ik vond het leuker dan ik had verwacht.’
‘Nog iets bijzonders gebeurd?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Gewoon, zuipende studenten.’ Ik glimlach zo opgewekt mogelijk.
‘Volgende keer ga ik mee,’ zegt Moniek vastberaden.
Ondanks dat ik het haar niet kwalijk wil nemen dat ze niet door mijn leugen heen prikt, doet het even pijn. Tegelijkertijd wil ik niet egoïstisch zijn, omdat zij het veel zwaarder heeft dan ik het heb. ‘Daar houd ik je aan,’ zeg ik en ik glimlach opnieuw. De neppe glimlach ken ik helaas te goed, maar toch kost het me iedere keer moeite. Doen alsof alles goed met je gaat, is zoveel moeilijker dan instorten.
‘Ik ga straks terug naar Utrecht, ga je mee?’ vraagt Moniek.
Ik schud mijn hoofd. ‘Ik blijf liever nog hier,’ zeg ik aarzelend, omdat het voelt als haar een steek onder water geven. Dat ik wel een fijn en warm thuis heb, terwijl dat is waar zij op dit moment zoveel behoefte aan heeft. ‘Je mag gerust blijven,’ bied ik aan, meer uit beleefdheid dan ik het daadwerkelijk wil, want ik weet dat ik nog veel gedachten op een rijtje moet krijgen voordat ik de jongens onder ogen kan komen.
‘Dat hoeft niet. Ik moet nog veel doen voor school,’ zegt Moniek, terwijl ik weet dat ze alleen wil zijn, net als ik. Het is voor het eerst dat ik zo’n overduidelijke wig in onze vriendschap voel, ook al weet ik dat de andere kant is dat we elkaar goed genoeg kennen om elkaar met rust te laten.
‘Als je me nodig hebt, moet je het altijd zeggen, oké?’ benadruk ik. Ik verwijt mezelf dat ik niet eerlijk over donderdag tegen haar durf te zijn, maar naast het feit dat ik het niet uit wil spreken, wil ik haar niet opzadelen met een betekenisloos probleem wat niets met liefde te maken heeft.

Reacties (3)

  • Abduction

    Wow, waar haal jij toch al die wijsheid vandaan?!

    3 jaar geleden
  • NicoleStyles

    Snel verder!
    Je schrijfstijl is heel erg fijn om te lezen:)

    3 jaar geleden
  • Long

    Maar damn, wat Moniek met dr moeder heeft heb ik precies zo met mn vader en dat was even wel confronterend, hahaha, maar dat heb je dus heel goed geschreven. :3
    Verder, natuurlijk een top hoofdstukje! En ik vind het dom dat Naomi het niet gewoon verteld :')

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen