Foto bij Chapitre 12

'Sorry,' zei Blaise. 'Dat had ik niet moeten zeggen. Ik dacht even niet na-'
'Maakt niet uit,' onderbrak Draco hem met een vlakke stem.
'Zo te zien maakt het wel uit, Drake,' zei Blaise. 'Nu we het toch over psychologen hadden, denk je niet dat het goed is om eens met een professional te praten?'
'Het gaat prima, Blaise,' zei Draco en hij zette zijn glas met een klap op tafel. Hij voelde irritatie in hem opborrelen. 'Het gaat prima met me zolang jij geen stomme opmerkingen maakt en niet aanhaalt wat er op dit moment niet toe doet.'
Blaise keek gepijnigd toe hoe Draco wat dreuzelgeld uit zijn zak haalde en op de bar smeet. 'Draco-'
'Hou er gewoon over op, oké?' Gefrustreerd stond hij op, waarbij hij bijna de barkruk om liet vallen. Hij wilde er niet over nadenken. Niet nu. Niet bij Blaise en niet terwijl hij zo dicht bij zijn vrijheid was. Als hij alleen dit gedoe met Aurora op wist te lossen, kon hij gewoon verdwijnen, naar een ver land of zo, en zou niemand hem nog met de gebeurtenissen uit de oorlog lastig vallen.
Zonder om te kijken liep hij de bar uit. Zijn zicht was helder en hij wist niet zo goed waarom, want hij kon zich niet herinneren dat hij zoveel gedronken had, tot hij ontdekte dat het daar niets mee te maken had. Zijn ogen prikten.
Hij schudde verwoed zijn hoofd, alsof hij op die manier het vocht terug kon dringen. Want hij was Draco Malfoy, en hij huilde niet. Mensen konden hem niet op deze manier zien.
Hij voelde een doffe klap en merkte dat hij tegen iemand op gebotst was.
'Gaat het goed, jongen?' vroeg de man, die naast arm in arm met een vrouw liep en hem bezorgd aankeek.
Laat me met rust! wilde hij schreeuwen, maar hij schudde slechts zijn hoofd en mompelde een onduidelijke 'sorry'.
'Volgens mij is hij stomdronken,' hoorde hij de vrouw op zachte toon tegen de man zeggen. 'Laten we doorlopen.'
Iets in die opmerking deed hem humorloos grinniken. Draco begon te lachen. Het kon zich niet herinneren wat de laatste keer was dat hij écht had gelachen, dat hij blij was geweest. Deze lach had geen overeenkomsten met dat moment. Het was een bittere, kille lach en het geluid verbaasde hem.
Mensen staarde hem na. Kijk maar, dacht hij. Kijk maar naar deze gek die niet eens op straat rond zou moeten lopen. Hij begon te rennen, alsof hij kon vluchten van hun veroordelende gemompel en hun afkeurende blikken. Hij rende de hoek om, een steeg in.
En ramde met zijn vuist tegen de stenen muur.
Hij voelde de pijn als een elektrische schok door zijn arm gaan. Het schudde hem wakker. Langzaam en schokkerig ademde hij in en uit. Hij moest weg. Hij kon hier niet langer rondlopen, waar hij al die bekende gezichten zag en achtervolgd werd door herinneringen. Blaise had gelijk. Hij moest weg, uit Londen. Uit Engeland.
Klaarwakker rende hij naar huis.


'Naar Parijs?' zei Aurora. 'Met jou?'
'Ik wist wel dat je daar heel enthousiast over zou zijn,' zei Draco, die tegen de glazen muur van de telefooncel leunde met de telefoon tussen zijn schouder en oor geklemd. Hij keek naar de beschadigde huid op zijn rechterhand. Hij wist dat hij dit makkelijk kon laten genezen door een tovenaar met de juiste vaardigheden, maar hij had het gevoel dat hij de herinnering aan de pijn nodig had.
'Draco Malfoy.' Aurora klonk alsof ze een hele moeilijke puzzel probeerde te maken. 'Je belt me op, half zeven 's ochtends. Dat is ten eerste al raar omdat je waarschijnlijk niet eens een huistelefoon hebt, zoals bijna geen enkele tovenaar. Daarnaast kom jij nóóit zo vroeg uit je bed.' Draco was onder de indruk van de kennis die ze over hem had, terwijl ze elkaar nog helemaal niet lang kende en al helemaal niet veel met elkaar spraken. Ze had gelijk: hij belde vroeg. Hij had niet geslapen die nacht. Hij had naar zijn bloedende knokkels gestaard en alleen maar gewacht op een fatsoenlijk tijdstip om te bellen, terwijl de uren langzaam weg tikten. 'En nu vraag je of ik met jou naar Parijs wil,' vervolgde Aurora. 'Dat maakt me een beetje wantrouwend. Hoe weet ik dat dit niet een onbekend wezen is die bezit genomen heeft van jouw lichaam?'
Hij hoorde de geamuseerde toon in haar stem en grijnsde. Hij wist dat ze een grap maakte, maar hij zei: 'Ik vond die lichtblauwe jurk met witte stippen die je de vorige keer aan had erg mooi. Zou een kwaadaardig demonisch wezen dat weten?'
Het was even stil aan de andere kant van de lijn. 'Ik ben onder de indruk,' zei Aurora. 'Ik wist niet dat jij aandacht aan mode besteedde.'
'Oh Aurora,' zei hij, 'er is zoveel dat je niet weet over mij. We vertrekken morgen. Zorg dat je om acht uur klaar staat.' Hij klikte de telefoon in zijn houder. Toen hij terug liep naar zijn huis, merkte hij dat hij nog steeds grijnsde.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen