Foto bij 052 - I Am Over Her

De reden waarom dit hoofdstukje zo lang duurde:
School geeft 6 pta opdrachten & toetsen in een hele week één/twee weken voor de essay week. + Ik was op vakantie naar Parijs + ik moest een drawing contest regelen op een site. {Nu heb ik wel heel veel plaatjes voor de wolf riders. Die ik hier ooit nog eens bij zet, is lastig met die linkjes} + ik heb een beetje een writersblock
Het leven is gewoon druk oke? :"(

Maar voor de mensen die nog geloven in dit verhaal, serieus het komt af. We weten niet hoe lang het duurt. Maar we zijn aan het schrijven & vergaderen naar het einde.

Tip:
Het jaar bestaat uit 200 dagen en 4 maanden. Elke maand heeft dus 50 dagen.
Nete = Lente
Renner = Zomer
Feral = Herfst
Waze = Winter


Veel plezier met het lezen ^-^

Amras
Welke dag was het eigenlijk vandaag? Het was een lange tijd geleden dat ik een kalender had gezien en nu in het lege bos was er nergens een kalender te bekennen, natuurlijk niet. Zou ik al bijna jarig zijn? dacht ik. Eigenlijk wist ik het antwoord al, ik was heel snel jarig of misschien was ik het al geweest. Ik wist het niet. Dan zou ik 18 zijn, als ik thuis zou zijn zou ik koning moeten worden. Dit was een van de redenen waarom ik niet naar huis wilde.

De bossen waren leeg en kaal. We hadden de laatste tijd geprobeerd zo onopvallend mogelijk te reizen, maar dit was enorm lastig geweest. In het bos viel je enorm makkelijk op nu alles zo leeg was en er sneeuw lag. Je kon van veraf al zien of er iemand was en doordat we bewogen was dit nog erger. In de duistere kant kon je je altijd veel makkelijker verschuilen, daar waren er immers nog naalden aan de bomen en ook waren er planten die nog vele bladeren hadden in de winter. Geen van die dingen had ik nog gezien in de lichte kant. Bovendien was het lastig om de weg te vinden zonder pad. Nafal leed ons over kleine paadjes, meestal beschut tussen de heuveltjes van het bos. Veilig reizen was belangrijk, want iedereen wist hoe snel mensen me zouden herkennen en dat vond ik jammer. Ik zuchtte diep bij het voorruitzicht. Yarea had de zucht opgemerkt en keek me vragend aan. Ik maakte gebruik van het moment om een conversatie te starten, andere dingen waren er toch niet te doen.
"Weet jij hoeveelste het is vandaag?" vroeg ik aan haar. Ze keek bedenkend weg met haar hand rond haar kin geslagen. Voordat ze kon antwoorden gaf Nafal het antwoord.
"Het is nu de 37ste van de maand." zei hij zelfverzekerd alsof hij de datum nauw in de gaten hield.
Ik schrok, dat betekende dat ik over een aantal dagen al jarig was. Vijf dagen om precies te zijn. Yarea had had mijn blik opgemerkt.
"Wat is er?" vroeg ze.
"Ik... ik ben over 5 dagen jarig," stotterde ik, ik viel even stil. "Dan word ik 18"
"En word je koning" antwoordde Yarea en ik knikte langzaam.
"Nou dan wordt het een leuk feestje." zei Nafal, die de ernst van het gesprek niet in zag. Hij had gelijk, het was beter als ik hier (nog)niet over na dacht.
Ik zuchtte diep toen Nafal iets in Yarea's oor fluisterde, ze knikte gretig. Ik voelde me een beetje buitengesloten, dus ik knuffelde Nero stevig, want met hem zou ik nooit alleen zijn.
De dag verliep langzaam, het was nog een lang stuk reizen en we hadden niet veel om over te praten. Door de kou wilden we liever allemaal verkleumd, ineengedoken zitten op ons rijdier. Af en toe hadden we het over hoe koud het was en Yarea en Nafal besproken steeds geheime dingen. Ik twijfelde niet over wat het onderwerp zou zijn.
Het werd langzamerhand donker en je kon de gezichten van de medereizigers lastiger zien. Ik reed achteraan en een rilling liep over mijn rug. Het was koud en we zouden snel een slaapplaats moeten vinden. Net hadden we een stukje gelopen om de wolven wat rust te gunnen, maar het had niet lang geduurd tot onze voeten bevroren waren. Nu zaten we met onze handen in onze zakken om zo veel mogelijk warmte te behouden. Mijn gedachten waren afgedwaald naar onderwerpen waar ik de laatste tijd vaak over dacht. Mijn vader, het drakenoog en het feit dat ik het neefje was van de koning.
Galeran had gezegd dat veel mensen geloofden dat Masiro zijn broer wilde vermoorden. Wanhopig had ik gezocht naar een uitweg, het kon niet. Hij kon niet zijn eigen broer willen vermoorden. Maar steeds bleef de vraag "Waarom is hij dan verbannen?" door zijn hoofd spoken. Tot uiteindelijk het enige antwoord de roddel was en nadat ik dat had geaccepteerd kwam er woede en nog meer vragen die logica zochten.
Hij had me verteld het drakenoog te stelen voor mijn moeder, Araya, zou hij een reden er voor hebben. Had zijn broer iets gedaan met Araya en dat hij daarom hem wilde vermoorden. Het klonk wat logischer, al het vermoorden niet echt. Ik twijfelde erg over de betekenissen van mijn vader en het verwarde me. Meestal lukte het wel om een plan te bedenken of ergens uit te komen. Dit keer niet. Was het dan toch zijn jaloezie? Ik wilde het niet geloven.

Mijn oogleden voelden zwaar aan, mijn lichaam was een beetje beurs van al dat gehobbel en mijn geest had geen puf meer, toch kon ik geen slaap vatten. Ik lag te woelen op de keiharde bevroren grond. Yarea en Nafal lagen stil tegen hun spullen aan, het paard stond dichtbij zijn eigenaar te dutten. Het dier was te onrustig om te liggen. De wolven waren verdwenen, maar ik maakte me er geen zorgen over. Ze waren vast aan het jagen en zouden later wel terug komen. Ik lag nu op mijn rug, mijn hoofd rustend op mijn tas en ingewikkeld in mijn slaapzak. Door de boomtoppen heen zocht ik de sterren, ze waren verdomd lastig te vinden door al die takken. Ik blies een ademwolkje de lucht in en sloot mijn ogen even, heel veel te zien was er toch niet. Hoewel mijn geest moe was gingen mijn gedachtes weer aan de gang, dit keer niet over de standaardonderwerpen van vandaag, zoals het drakenoog, maar naar iemand in speciaal. Ik was tot conclusie gekomen dat ik over Yarea heen was. Ik vond het jammer, ze was zo'n leuke meid. Al had ik in de gaten gehad dat ze me zag als een vriend, meer niet. Ik zou me niet langer moeten vastklampen aan iets wat onmogelijk is. Ik zuchtte somber en draaide me op mijn zij. Zachtjes streek een harig ding langs mijn rug en ik schrok me rot. Ik draaide me verdedigend om, meteen was ik gerustgesteld. Het adrenalinegehalte daalde enorm toen ik keek in de vertrouwde ogen van mijn wolf. Ik aaide zijn kop en mijn hand werd meteen aangevallen door de snijdende kou. Snel trok ik mijn arm de warme slaapzak weer in. De wolf nestelde zich naast me en ik leunde tegen zijn wollige vettige zwarte vacht. Ik drukte mijn hoofd in zijn vacht en snoof de vertrouwde geur op. Hij was de laatste tijd veel vaker weg en dat vond ik jammer, maar hij had een andere vriend gevonden en het bleef een wolf. Nero likte mijn hoofd en ik viel met een glimlach in slaap.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen