Foto bij Innara (deel 1)

Sorry dat het zo lang geleden is dat er een nieuw hoofdstuk kwam!
Ik heb dit hoofdstuk even in tweeën gesplitst, dat was wat handiger schrijven.
Vergeet niet om een reactie achter te laten de de kudo-knop een knuffel te geven!

Slaperig pakte ik een broodje. Ik beet op mijn lip bij de gedachte aan wat er een paar dagen geleden was gebeurd. Ik was maar moeilijk in slaap gekomen nadat Danny en Jodi dood waren. Ik merkte dat Matsuda er ook best mee gezeten had. Ik zou vanmiddag naar Suzy haar huis gaan, en ze zou me helpen met mijn baantje bij De Verdronken Gnoe. Er verscheen een zwakke glimlach op mijn gezicht toen ik weer aan die naam dacht. Matsuda was van plan om bij Wes langs te gaan. Opnieuw voelde ik de veilige muur verzwakken toen ik hoorde dat Wes' grote broer was meegenomen om te vechten voor Oslo. Hij ging door een zware tijd en daarom wou Matsuda hem steunen. En Wes had griep gekregen. Misschien was hij wel aangestoken door Feline, dacht ik. Dus ging Matsuda bij hem kijken, zo was hij nou eenmaal.
Toen hoorde ik hem iets zeggen, maar ik verstond niks meer dan een vage zucht. 'Wat?' Vroeg ik. 'Wil je me een een broodje aangeven?' Herhaalde Matsuda. 'Ja.' Ik gaf het hem. 'Heb je wel goed geslapen?' Vroeg hij bezorgd. 'Beetje.' Mompelde ik, maar we wisten beiden dat dat 'nee' betekende. 'Het komt wel goed.' Zei hij. Ik begreep niet helemaal wat hij daar mee bedoelde, maar knikte. 'Goedemorgen, volk.' Kwam vanuit de deuropening. Jared kwam gapend binnen. Ik vroeg me af hoe de volgende weken er uit gingen zien. Matsuda's ouders waren weg met Nadine, en wij waren nu met z'n drieën. Ik en Jared konden het goed vinden met elkaar en de twee broers plaagden elkaar vaak. En alleen zijn met Matsuda was niks nieuws voor mij. Ik was nu al bijna een week in Vaizel, en voelde me al redelijk thuis. Er was nog een keer een krantenbericht over mij gekomen, maar ik had niet de kans gehad om die te lezen. 'Ben je klaar?' Vroeg Matsuda. Ik zat wezenloos in mijn beker thee te staren en schrok op. Snel goot ik het laatste bodempje in mijn keelgat. 'Ja.' Zei ik, en ik veegde mijn mond af met mijn mouw. 'Jij red jezelf wel, hé? Ik moet nu echt naar Wes.' Ik knikte en werd alleen achtergelaten. Jared was weg met wat vrienden. Ik niesde, en Obi die bij mijn voeten gelegen had schrok. 'Sorry.' Mompelde ik met een lachje. Snel liep ik naar boven en kleedde me aan. Ik deed het lichtblauwe bloesje aan en bekeek mezelf aandachtig in de stoffige spiegel die in de hoek van de kamer stond. Mijn grijze ogen keken me voorzichtig aan, en mijn gezicht leek bleker dan anders. Mij haar keek een beetje vet. Ik zou het vanavond maar moeten wassen.
Met een snelle blik op de klok rende ik van de trap af. Ik merkte dat het weer inderdaad ook hier erg afwisselend was. Ik had mijn mantel niet nodig en rende de deur uit. Moest ik 'm niet op slot doen? Snel rende ik terug en draaide de sleutel om in het roestige slot. Suzy woonde dicht bij het voetbalveldje. Hijgend drukte ik mijn hand tegen mijn middel en klopte op haar deur. Na een tijdje deed Suzy open.
'Hoi.' Zei ze. 'Hoi.' Hijgde ik terug. 'Wat is er?' Lachte ze met ene blik op mijn rood aangelopen gezicht. 'Ben je komen rennen?' Vroeg ze toen. Ik knikte. 'Onzin, we hadden toch om één uur afgesproken. Het is pas kwart voor één, je had met gemak kunnen komen lopen.' Ik grijnsde beschaamd terwijl ze me binnen liet. Haar huis was mooi. Het was niet erg groot, maar klein kon je het ook niet noemen. In mijn ogen precies goed. Het verbaasde me over hoe netjes en schoon alles was. En ook over dat het huis behoorlijk leeg was. Aan Suzy's persoonlijkheid zou je eerder denken dat het hele huis onder de troep zou liggen en geen één kastje ongebruikt zou zijn. Maar ik zei er niks van, wan misschien zou dat een beetje onbeleefd over kunnen komen. 'Wauw!' Zei Suzy. Ik keek haar vragend aan. 'Erza! Je hebt eindelijk een keer iets vrouwelijks aan!' Ze wwes op mijn bloesje. Ik draaide met mijn ogen en keek quasi-beledigd. 'Het staat je goed hoor.' Zei ze gauw. 'Moet je vaker doen in de plaats van Matsuda's kleren te stelen.' 'Dat doe ik niet!' Lachte ik. 'Mijn kleren komen gewoon van de vrouwen-afdeling hoor!' We lachten en Suzy nam me mee naar de woonkamer. Het was een warme en gezellige kamer met een houten vloer en een brandend haardvuur. Eigenlijk was dat overbodig aangezien het niet echt een koude dag was, maar het gaf sfeer. De gordijnen waren nog gesloten, en en gleden stralen wit licht onder door. De kleine kroonluchter die aan het plafond hing gaf genoeg licht om samen met de open haard de hele kamer te verlichten. Maar toch leek alles weer zo leeg. En waar waren haar ouders? Betekende die leegte dat ze hier alleen woonde en dat er dus rein weinig spullen waren? Maar waarom? 'Thee?' Vroeg Suzy. Ik schrok op. 'Ja, graag.' Ik ging op een stoel zitten en keek toe hoe ze een ketel met water vulde en de boven de haard hing. Bij Matsuda thuis hadden ze al een soort fornuis. Ze legde een boek die op de bank gelegen had opzij en ging op de bank zitten.
'Hoe lang woon je hier al?' Vroeg ik. 'Nog maar net een jaar.' Vertelde ze. 'Oh?' Vroeg ik geïnteresseerd. 'Wil je horen waarom?' Vroeg Suzy. Het werd dus blijkbaar een lang verhaal. Maar ik wou het horen. Nadat ik geknikt had gebeurde er iets angstaanjagends. Suzy leek totaal in een ander mens te veranderen en staarde glazig voor zich uit terwijl ze met een toonloze stem begon te vertellen. 'Het begon allemaal met dat mijn vader eigenaar van de bibliotheek werd. Hij verdiende er veel geld mee, en we konden in een groter huis gaan wonen. We hadden twee gelukkige jaren met z'n allen, maar toen begon het: papa verloor zijn baan. We driegden het huis uit gezet te worden, en papa begon veel te drinken. Hij kwam vaak dronken thuis en ging vreemd. Mama noemde hem een alcoholist en papa sloeg haar. Mama huilde, papa huilde. Ik hield me altijd maar verborgen op mijn kamer maar had niks om te doen. Ik had niemand, geen hechte vrienden. Niks, mijn spullen moesten we verkopen. Mama noemde mij een hoer omdat ik veel vriendjes gehad had. Ik zei dat ik er helemaal klaar mee was, met alles. Dus toen stuurden ze naar dit huisje. Nu zit papa in een tehuis en mama heeft een nieuwe vriend. Ik leerde mijn vrienden nu kennen en werd weer gelukkig.'
Mijn mond hing open. Gauw klapte ik die weer dicht. Dat zo'n vrolijk meisje zo iets vreselijks met haar mee droeg. Ik wist niet wat ik moest zeggen. 'Wat erg voor je.' Fluisterde ik. Ze glimlachte even, maar erg geloofwaardig was het niet. 'Het is oké, ik heb er me leren leven.' Zei ze iets opgewekter. 'En ik vind wat er met jou is gebeurd veel erger.' Ik leek al mijn problemen vergeten te zijn. Alsof ik niet beter wist. Misschien kwam dat wel door Matsuda. 'Moet ik de gordijnen open doen?' Vroeg ze gauw, en ik was dankbaar dat ze over iets anders begon. 'Ik vind zelf namelijk dit licht fijner dan het harde, witte licht van buiten. Maar de meeste mensen vinden dit zo alsof ze in een donker hol zitten.' Ik schudde mijn hoofd. 'Nee, ik ben het met je eens. Dit licht is veel warmer en zachter.' De fluitketel ging.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen