Het rennen langs de voet van de berg viel Rhodíq zwaarder dan ze had verwacht. Steeds meer begon ze te vermoeden dat zowel Thorin als Fíli en Kíli gelijk hadden. Haar conditie liet veel meer te wensen over dan ze zich had gerealiseerd.
Tijd om dat te veranderen.
Hijgend kwam ze terug bij de poort die Erebor in leidde. Ze had het gevoel dat haar keel zou scheuren in een poging om adem te halen als ze nog langer bleef rennen. Morgen, nam ze zich voor, zou ze verder rennen dan ze vandaag was gekomen voor ze omdraaide.
Voor ze terugkeerde naar de Steenbok, liep ze rond door de straten van Erebor. De meeste kende ze niet eens, besefte ze. Hoewel ze hier was gekomen om het grote dwergenrijk te leren kennen, had ze er tot nu betreurend weinig aandacht aan besteed. Het grootste gedeelte van de tijd was ze in de Steenbok, wat haar prima beviel. Het grootste deel van haar aandacht ging frustrerend genoeg naar de koningen, Fíli en Kíli en hun noodsituatie.
Iets waar ze zich eigenlijk helemaal niet mee moest bemoeien.
Toen ze een smalle steeg doorging, botste ze bijna tegen een korte gedaante op.
“Wow,” bracht ze uit toen ze Rethos zag, “jij kan sluipen.”
De dwerg wierp haar een hoogst geërgerde blik toe. “Wat doe je hier?” Zijn stem klonk heel anders dan hij in haar gedachten had geklonken en ze besefte dat ze helemaal niet vaak met hem praatte.
“Ik wist niet dat ik hier niet mocht komen.” Rhodíq zette haar handen in haar zij. “Misschien moeten jullie wachtposten neerzetten bij de ingang van verboden stegen.” Bij gebrek aan reactie keek ze om zich heen. “Wat is er eigenlijk zo belangrijk aan deze steeg?”
“Niets,” bromde Rethos. Rhodíq achtte het onmogelijk om nog minder interesse in een gesprek te tonen. Zelfs Thorin kwam gezellig geïnteresseerd over vergeleken bij deze man.
Maar tegen Thorin had ze dit dan ook nog nooit durven zeggen.
“Wat doe jíj hier dan?” kaatste Rhodíq zijn vraag terug.
“Gaat je niets aan.”
Rhodíq grinnikte en besefte dat een conversatie met Rethos best lachwekkend kon zijn. Misschien was dat wat Emora in hem zag.
“Gaat me niets aan als in dat mag ik niet weten, of als in dat wil ik niet weten?”
Rethos zuchtte. “Zou je aan de kant willen gaan?” Het klonk alsof hij deze vraag liever niet stelde en tot het uiterste noodgeval had bewaard.
Rhodíq haalde haar schouders op. “Niet per se.”
Opnieuw zuchtte Rethos luid. Hij duwde Rhodíq met zijn schouder aan de kant en liep langs haar heen.
“Leuk hoor!” riep ze hem sarcastisch achterna.
“Ontzettend, maar je mag wel iets minder schreeuwen.”
Rhodíq draaide zich verbaasd weer terug toen er een andere stem weer voor haar klonk. Ze keek Fíli een paar seconden aan.
“Drukbezochte steeg is dit vandaag,” merkte ze op.
“Geloof me, dit is niet de plaats waar ik het liefste wil zijn.” Fíli keek reikhalzend over haar schouder. “Ik volgde hem.”
“Waarom?” Rhodíq fronste. Ze kon zich geen enkele reden bedenken waarom iemand Rethos zou willen volgen, tenzij die persoon een flauw spelletje met hem wilde spelen of zich graag stierlijk wilde vervelen. Ze vermoedde echter dat Fíli wel wat beters te doen had dan dat.
“Dat vroeg Thorin me.” Fíli duwde haar voorzichtig aan de kant en liep langs haar heen. Rhodíq volgde hem. Ze probeerde te ontkennen dat het woord ‘Thorin’ haar interesse had gewekt.
“Heeft het te maken met die orks?”
“Lijkt hij op een ork?” Fíli bleef aan het einde van de steeg stilstaan en keek om zich heen. “Welke kant ging hij op?”
Rhodíq haalde haar schouders op. “Een ork is volgens mij nog feestelijker ingesteld.”
Fíli koos een kant. Hij grijnsde licht terwijl hij haar voorging. “Wat deed jij daar dan?”
“Ik had een gezellig gesprek met Rethos, merkte je dat niet?”
“Nee.”
“Waarom volgde je hem?”
“Volgde?” vroeg Fíli beledigd. “Ik volg hem nog steeds. Hij komt net van de grote zaal na besprekingen met Thorin. Thorin wilde weten wat hij nu ging doen.”
Rhodíq grinnikte. “Wat een vertrouwen in zijn bondgenoten.”
Dat kon ze hem in het geval van Rethos wel vergeven.

Reacties (1)

  • Croweater

    “Zou je aan de kant willen gaan?” Het klonk alsof hij deze vraag liever niet stelde en tot het uiterste noodgeval had bewaard.
    Rhodíq haalde haar schouders op. “Niet per se.”

    Hahaha, ik vind haar zo'n heerlijk personage.
    En stiekem ship ik haar met Bofur, ondanks dat er Thorin Oakenshield in de titel staat :'D

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen