Fíli leek het spoor van de dwerg compleet kwijt te zijn. Uiteindelijk zetten ze koers naar de Steenbok.
“Daar is nu toch het meeste kans dat hij is,” merkte Fíli op.
Rhodíq grijnsde. “En daar is het meeste kans dat je bier kan krijgen.” Ze duwde de deur open en stapte naar binnen.
“Dat is een bijkomend-.” Fíli’s stem stokte terwijl hij achter haar de herberg inging. “Krijg nou wat!”
“Krijg nou wat? Wat krijg ik nou?”
Fíli knikte naar een tafel achterin. “Kíli heeft ze al gevonden voor mij.” Zijn broer zat tussen Rethos en Iram in aan een tafel.
“Ik denk eerder dat hij je broer heeft gevonden,” deelde Rhodíq mee terwijl ze hem naar de tafel volgde. “Hij was er al toen ik hier wegging.”
Fíli liet zich op de stoel tegenover hen vallen.. Alle drie de dwergen keken lichtelijk verstoord op. Iram grijnsde toen hij hen zag.
“Rhodíq kan jij met iets meer beleid gaan zitten? Ik voel de hele herberg trillen.”
“Heeft je bezoek ook nog een reden?” vroeg Kíli aan zijn broer, terwijl Rhodíq rustig ging zitten.
Fíli leek niet bepaald van plan om te antwoorden. Hij bleef hem dringend aanstaren.
“Het leek me gewoon gezellig,” zei hij uiteindelijk geforceerd.
Rethos snoof. Kíli keek geërgerd en Iram stootte een gnuivend lachje uit. “Daar moeten we op drinken!” Hij hief zijn glas. “Rhodíq?”
Het duurde een paar seconden voor ze besefte wat hij bedoelde. “Ga weg,” verweet ze hem, “ik ben niet aan het werk. Strik Sedi maar.”
Iram trok een zielig gezicht. “Men hoort toch te zorgen voor gewonden?” Hij keek naar Kíli, die bevestigend knikte en hem op de schouder klopte.
“Je hebt helemaal gelijk. Ik zal het wel regelen.” Kíli strekte zich uit en zwaaide naar iets achter Rhodíq. “Sedi! Mogen we nog een kan wijn?” Iedereen binnen een straal van drie meter kromp ineen door het volume van zijn stem.
“En nu zijn wij doof,” merkte Iram ten overvloede op.
Kíli grijnsde. “Ongelukkige bijkomstigheid.”
‘Ongelukkige bijkomstigheid’ beschreef niet helemaal wat Rhodíqs mening hierover was. Aan Rethos’ gezicht te zien, had hij het ook liever omschreven gezien met een paar woorden die niet voor herhaling vatbaar waren.
“Het werkt wel,” zei Kíli trots toen Sedi een kan wijn op de tafel zette en snel weer wegliep. “Moeten we het ook nog voor je inschenken?” Hij pakte de kan en schonk Irams glas zo vol dat het bijna overstroomde. “Nu wil ik je niet meer horen,” zei hij met een brede grijns.
“Wil je me niet meer horen?” Iram trok zijn wenkbrauwen op. Op zijn gezicht verscheen een gespeeld verdrietige uitdrukking.
“Ze zijn hier.” Beiden keken verstoord om toen Rethos plotseling zijn mond opende. Rhodíq had het gevoel dat zij en Fíli slechts toeschouwers waren bij een toneelspel dat al voor hun aankomst begonnen was.
“De anderen zijn er nog niet,” zei Iram plotseling serieus.
“Niet nodig,” bromde Rethos terwijl hij opstond. “Wij zullen met ze praten.”
“Het is er trouwens maar één,” merkte Iram op.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen