Foto bij Ziek

Ik zit te denken om naast dit verhaal ook een korte fanfiction te schrijven van een anime, en misschien ook over fabeldieren en waar ze te vinden. Moet ik het doen?
En ik wil trouwens ook nog wel een keer laten zien hoe het Rukinyri's er uit ziet, maar bij mij lukt het op de een of andere manier niet goed om plaatjes in mijn story te zetten...

Reacties en kudo's maken me een heel blij konijntje!

Erza

Mijn wangen gloeiden. Matsuda had me gekust! Het was geen echte kus geweest, natuurlijk niet, en ik zocht er ook niks achter. Het was gewoon vriendschappelijk. Maar toch! Zijn lippen hadden wel voor vijf lange seconden mijn voorhoofd aan geraakt! Het leek alsof er een ballon in mijn binnenste werd opgeblazen. Maar ergens deed het pijn. Ik zou vannacht vast weer gaan dromen. En ergens voelde het alsof hij een spelletje met me speelde dat ik duidelijk aan het verliezen was. 'Kom je?' Ik schrok. Matsuda stond al weer in de deuropening. 'Ja.' Ik stond op en volgde hem naar buiten. 'Was het leuk bij Suzy?' Vroeg hij. 'Uhum.' Mompelde ik, en knikte. 'En bij Wes?' Matsuda's knikte ook. 'Ja hoor.' Verder liepen we in stilte naar huis. 'Ik doe morgenochtend de boodschappen wel.' Zei ik toen we bijna thuis waren. 'Oké.' Naar weer even een stilte hoorde ik Matsuda schrikken. 'Shit.' Zei hij. Ik keek hem vragend en bezorgd aan. 'Volgens mij heb ik uit Wes' beker gedronken.'

'Jongens, ik ben weer terug van de boodschappen!' Riep ik terwijl de deur openzwaaide. Jared rende naar mij toe.' 'Erza, die klootzak heeft het voor elkaar gekregen om ziek te worden!' Ik keek hem niet-begrijpend aan. Klootzak? Jared rende naar boven, en ik volgde hem. Toen Jared Matsuda's kamerdeur opendeed drong het tot me door: Matsuda was ziek geworden. Natuurlijk, hij had gezegd dat hij misschien zijn beker met die van Wes verwisseld had. 'Hoi.' Zei Matsuda zwak. Ik liep naar hem toe en ging voor het bed zitten. Zijn gezicht gloeide en hij hoestte even. 'Matsuda, wat ben je een ongelofelijke kluns!' Lachte Jared. 'Maar waarom moet je dat nou nú precies doen? Had je een nog beter moment kunnen uitzoeken?' Vroeg Jared sarcastisch en geërgerd. 'Járed!' Zei ik verontwaardigd. Ik stond op en plante mijn handen in mijn zij. 'Je broertje is ziek geworden, en jij wordt boos op hem?' 'Ja maar wie moet er dan koken?' Ik moest bijna lachen. 'Het wordt tijd dat jij eens wat gaat doen!' Ik hoorde een geluid vanuit het bed. Eerst leek het alsof Matsuda een hoestbui had gekregen, maar toen merkte ik dat hij gierde van het lachen. 'Je had jullie gezichten moeten zien! Onbetaalbaar!' Lachte hij, maar toen begin hij toch weer te hoesten en zakte weer terug in de kussens. Ik en Jared grijnsden ook naar elkaar. 'Oké, Jared. Jij moet eens wat eten gaan maken, en dan koop ik wel medicijnen.' Jared knikte met tegenzin en ging naar beneden. 'Hoe krijg je het voor elkaar?' Lachte ik ook even. Ik ging naar de badkamer en maakte een handdoek nat. Het koude water stroomde over mijn handen toen ik die uitwring. Met de handdoek keerde ik terug naar de kamer. Voorzichtig legde ik de handdoek op Matsuda's gloeiende voorhoofd. 'Beter?' Vroeg ik. Hij knikte. 'Beter. Zou je ook wat voor keelpijn willen meenemen?' Zij stem klonk erg zwak en zacht. 'Natuurlijk. Wat heb je allemaal?' Zijn blauwe ogen zochten die van mij, en hij begon op te sommen: 'Keelpijn, koorts, hoofdpijn, koud, warm...' Hij grijnsde. 'Stel ik me aan?' Ik schudde woest mijn hoofd. 'Wat zeg je nou? Natuurlijk niet! Wie ziek is is ziek hoor. En Wes had het volgens mij ook flink te pakken hoor.' Zwak tilde hij zijn hand op en pakte die van mij. 'Dank je wel.' Ik glimlachte ook. 'Doeg.'
De traptreden kraakten terwijl ik er over heen vloog. De laste vier sloeg ik over en sprong. Ik griste mijn mantel van de kapstok en rende opweg naar de apotheek. Ondertussen kende ik het hier wel zo beetje. 'Erza!' Ik draaide me om. 'Marcus!' Zei ik verrast, en zwaaide. Eigenlijk wou ik weer doorrennen. Ik vond Marcus geel aardig hoor, maar ik wou Matsuda gewoon niet lang alleen laten. Natuurlijk had hij Jared wel, maar ik vroeg me af of hij wel iets zou doen. 'Hoe gaat het met Matsuda?' Vroeg Marcus. 'Niet zo best, hij is ziek geworden. Ik ben nu gauw wat medicijnen kopen.' 'Ga dan maar gauw.' Zei hij. Misschien zag hij aan me dat ik snel weer terug wou zijn. 'Oké, doei!' Snel remde ik weer verder. Bij de apotheek kocht ik wat ik kopen moest en rende weer gauw naar huis. Ik kreeg pijnlijke steken in mijn zij, en mijn keel deed pijn van het hijgen. 'Ik ben er weer!' Bracht ik uit, en plofte voor een paar seconden neer op een stoel. Daarna liep ik naar boven, en deed de deur voorzichtig open. Matsuda lag te slapen. Ik zag druppeltjes zweet op zijn gloeiende voorhoofd staan. Zijn wenkbrauwen stonden gefronst en hij leek niet heel vredig te slapen, dus besloot ik hem wakker te maken. Eerst zette ik de medicijnen op het nachtkastje, en toen haalde ik de handdoek die ondertussen al lang niet meer koud was van zijn hoofd. Toen schudde ik zachtjes aan zijn arm. Hij gromde even en werd toen wakker. Hij schoot omhoog en keek om zich heen. 'Wa-ug...' Bracht hij uit. 'Gaat het?' Vroeg ik bezorgd. Hij knikte met gesloten ogen. 'Gewoon zo'n nachtmerrie als je ziek bent.' Voor hij nog meer kon zegen begon hij heel hard te hoesten. Ik twijfelde, moest ik op zijn rug slaan? 'Stik je?' Vroeg ik, en hief mijn hand op. Hij schudde hoofd, en hief zijn hand op in een gebaar dat ik hem gewoon even zijn gang moest laten gaan. 'Sorry hoor.' Hij schraapte zijn keel toen hij klaar was. 'Drink eerst die hoestdrank dan maar.' Zei ik. Terwijl ik Matsuda zijn medicijnen in liet nemen ging ik naar beneden om een lunch te maken. Jared was net naar zijn vrienden vertrokken. Natuurlijk. Maar ja, ik kon opzich wel in mijn eentje voor Matsuda zorgen, en ik had toch niks beters te doen. Ik smeerde wat jam op een boterham en bakte een ei. Ik haalde mijn neus op. Gatver, ik vond niks meer stinken dan ei. Ik zette alles op een dienblad en liep weer naar Mat's kamer. 'Hier.' Ik zette zijn lunch op zijn nachtkastje. 'Erza, ga jij maar wat doen. Ga maar naar de bibliotheek voor een boek. Want als je heel de dag bij mij rondhangt word jij straks ook ziek.' Ik aarzelde. 'Maar ik kan jou toch ook niet alleen laten? En ik weet niet eens waar de bieb is.' 'Ik red me prima, en ik voel me al een stuk beter. De bibliotheek is vlak bij de Verdronken Gnoe, maar dan aan het einde van de straat.' Zijn stem klonk zwak, maar ik zag aan hem dat hij er inderdaad beter uit zag. 'Ik ben zo snel mogelijk weer terug. Wil jij nog een boek hebben?' Hij dacht even na. 'Ik zou wel graag een boek willen in het Rukinyrise schrift, om te oefenen.' Ik knikte en deed de deur zachtjes achter me dicht.
Ik moest mijn best doen om te onthouden waar de Verdronken Gnoe was. Maar toch kon ik het vinden en ik zag aan het einde van de straat een groot gebouw dat de bibliotheek moest zijn. De deuren waren zwaar en ik moest er met mijn schouder tegenaan duwen. Ik keek mijn ogen uit! Er stonden rijen, en rijen met kasten. Ik zag verschijnende mensen op ladders staan om bij de bovenste boeken te kunnen. Waar moest ik beginnen? Ik zou eerst maar voor een boek voor Matsuda kijken. Ik keek om me heen. Dit zou nog pittig moeilijk worden! Toen zag ik een bibliothecaresse langslopen. 'Pardon? Mag ik iets vragen?' Ze stond stil en keek me aan. 'Hebben jullie ook boeken in het Rukinyri's?' Wat een domme vraag, er waren hier zo veel boeken dat het overduidelijk was dat ze die hadden. 'Ja, als je bij de balie die trap op gaat,' ze wees naar een trap die nara een tweede verdieping leidde. 'Die leidt naar een kamer vol met boeken in hey Rukinyri's.' Ik knikte en bedankte haar. Toen ik de trap was op gelopen ging ik door een open deur en kwam in een prachtige, ronde kamer terecht. Het plafond was beschilderd met engelen, en de kasten warme van donker hout. De gekleurde boeken zaten in de kasten en lagen op lage tafeltjes. Ik liep naar een kast toe en bedacht wat Matsuda leuk zou vinden. Ik was alleen in de kamer, en ging even op een stoel zitten. Spannende boeken, ja, daar zou hij van houden. Dus zocht ik daar op. Godzijdank waren de titels niet in het Rukinyri's, dus kon ik alles nog wel lezen. Terwijl ik een donkergroen boek doorbladerde hoorde ik voetstappen op de trap. Met de gedachten dat ik dit boek moest onthouden zette ik het weer terug, ik liet het iets uitsteken zodat ik het gemakkelijk terug kon vinden. Toen ik me omdraaide keek ik recht in het gezicht van Anne, het meisje die ik op mijn eerste dag in Vaizel ontmoet had. Ze leek nog steeds niet echt sympathiek. 'Hallo.' Zei ik beleefd. 'Hoi.' Zei ze afwezig, en liep naar een kast. 'Jij was toch Erza, dat kind die bij Matsuda woont?' Ze zei het alsof ze het niet precies wist, maar ik was er zeker van dat ze alleen zo deed omdat ze niet wou toegeven dat ze me nog kende. 'Ja, dat ben ik.' Ik vond ons gesprek uiterst ongemakkelijk en gênant worden. 'Ik heb over je gelezen in de krant.' 'Dat is inderdaad erg goed mogelijk.' Mijn stem klonk onverschillig. 'Heb je het leuk?' Vroeg ze met een stem die alleen maar zei dat ze niks liever wou dan 'nee' horen. 'Ja hoor.' Ik pakte een boek met een rode, fluwelen kaft. Anne draaide zich om en keek me recht in de ogen. Haar ogen stonden kil. 'Denk maar niet dat je beter bent dan anderen.' Ik voelde me verward. 'Wat? Hoezo zou ik dat doen?' Ik voelde een woede in me oplaaien. 'Nou, omdat je bij de burgemeester woont.' Ze begon wat zachter te praten. 'En omdat Matsuda je graag mag. Maar ga maar niet op je teentjes lopen, want ik zou net zo veel kans bij hem maken dan jij.' Ik voelde me erg verward, maar moest ook bijna lachten. Deed ze überhaupt wel haar best om te verbergen dat ze stikjaloers en smoorverliefd op Matsuda was? 'Ik heb geen idee waar je het over hebt en ik voel me helemaal niet beter dan anderen.' Zei ik toonloos en bleef in die kille ogen kijken. Ik bedacht me dat ik de laatste tijd me juist alleen maar minder dan anderen voelde. Ik pakte het boek met de groene omslag weer en bekeek de achterkant die wel gewoon in het schrift dat ik van jongs af aan geleerd geschreven was. Het ging over draken. Gaaf! Ik vond het plotseling jammer dat ik het niet kon lezen. Toen besloot ik om dit boek voor Matsuda mee te nemen, en zelf een ander boek over draken te zoeken. Ik moest ook nog een keer naar Luna toe, dacht ik. 'Wat moet jij eigenlijk met zo'n boek? Jij kan toch geen Rukinyri's?' Vroeg Anne. 'Het is voor Matsuda.' Legde ik uit. 'En hij kan dat boek zelf niet even komen halen?' Ik rolde met mijn ogen. 'Hij is ziek.' Ze leek even verbaasd. 'Oh, nou zeg dan maar heel veel beterschap namens mij.' Haar stem klonk aanstellerig en sarcastisch. 'Natuurlijk.' Zei ik, en wou de deur uit lopen. 'Jij vind het wel heel wat, hé? Dat Matsuda jou mag, maar denk maar niet dat hij jou óóit leuk zal vinden. Daar ben ik voor.' Ze zwiepte haar lange, blonde haren naar achteren. Opnieuw voelde ik die woede en de drang om haar aan te vliegen. Maar ik zei koel en luchtig: 'Maak je maar geen zorgen hoor, de kans dat Oslo een roze tutu aan trekt en door het Chastifol gaat dansen is groter dan dat Matsuda mij leuk zal vinden.' Om eerlijk te zijn vond ik hey best een goede grap van mezelf. 'En als ik jou was zou ik beter je best doen om je jaloezie te verbergen.' Zei ik voordat ik de deur achter me dicht trok. Ik wist het zeker: ik HAATE haar! Waarom moest ík nou weer zo'n jaloers kreng ontmoeten? God, wat heb ik u ooit aangedaan?!

Reacties (1)

  • Allmilla

    Ik mag die Anne niet...(N)en arme Matsuda, waarom moest hij weer ziek worden...:(xDKudo!:)

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here