Foto bij 005.

@Jemily: maar maar maar, drama is toch veel leuker? ^^ je hebt absoluut een punt, iets delen met een goede vriend(in) helpt altijd!

Netjes klop ik aan bij Lianne, die op haar kamer zit. Haar strakke, witte kamer is compleet tegenovergesteld ten opzichte van mijn gekleurde ruimte. Ondanks de steriele kleur, heeft ze het stijlvol aangekleed met frisse, gekleurde accenten.
‘Zin om een film te kijken?’ stel ik zo opgewekt mogelijk voor.
‘Ik moet eigenlijk dit afmaken,’ zegt ze en ze kijkt me schuldbewust aan.
‘Dat geeft niet, dat is ook belangrijk,’ zeg ik en ik hoop dat ik niet al te teleurgesteld klink.
‘Ik zei dat het eigenlijk moest, niet dat ik het zou doen,’ zegt ze lachend en ze klapt haar laptop dicht. ‘Wil je in de woonkamer zitten?’ vraagt ze.
Ik voel dat ik automatisch begin te glimlachen. ‘Is goed. Wil je thee?’ bied ik aan. Het doet me goed dat de nieuwe vriendschap met Lianne in ieder geval niet door liefdesperikelen een langzame dood zal sterven. Even twijfel ik of ik haar zal vertellen dat ik met Luke heb gezoend, maar direct in het begin heeft ze me al gewaarschuwd dat ik niet voor hem moest vallen. Bovendien zou het niet goed voelen om haar het wel te vertellen, maar niet aan Moniek.
‘Graag. Als er nog kersenthee is, wil ik dat.’ Ze glimlacht dankbaar.
Ik loop haar kamer uit en zet thee. Het geeft me een fijn gevoel om voor iemand te kunnen zorgen. Ik voel me er nuttig door en als ik er waardering voor krijg, zorgt dat voor een soort vrolijke kriebel in mijn lichaam. Ik zet de thee op tafel en laat me naast Lianne op de bank zakken. ‘Hoe zit het met jou en Will?’ vraag ik nieuwsgierig.
Ze bloost en slaat haar ogen neer. ‘Hij is zó leuk, Naomi. Ik word echt blij als ik hem zie en hij maakt me aan het lachen.’
Ondanks dat ik het haar van harte gun, steekt het dat zij zo gemakkelijk iemand weet te vinden met wie het vanaf het eerste moment duidelijk was dat het iets zou worden. ‘En wat is de volgende stap?’ vraag ik.
‘Ik weet het niet. Ik ben bang dat ik het verpest als ik te snel wil. Ik wil hem niet onder druk zetten, want het gaat zo goed tussen ons. Het is heel gezellig met hem,’ zegt ze aarzelend.
‘Dit is ook gezellig, maar het is geen liefdesrelatie,’ merk ik nuchter op.
Lianne schiet in de lach. ‘Je hint is duidelijk. En nee, ik heb nog niet met hem gezoend. Ik zie hem pas donderdagavond weer bij het roeien. Als hij daar is, tenminste, want hij heeft tentamens deze week. Bovendien zijn er dan veel te veel mensen bij,’ krabbelt ze terug.
‘Dan sleep je hem mee naar een afgelegen plekje,’ zeg ik grinnikend, wat me een duw tegen mijn schouder oplevert.
‘Jij zou nooit zo afwachtend zijn,’ verzucht Lianne.
Ongelovig schud ik mijn hoofd en ik hoop dat ze het niet ziet, maar ik kan de fysieke reactie niet tegenhouden. Ik ben absoluut minstens even afwachtend. Advies geven is geen probleem, maar dat advies zelf toepassen: ik ben er waardeloos in. ‘Verliefd zijn is prachtig, maar ook minstens even lelijk. Het is ongelooflijk makkelijk om verliefd te worden, wat niet wil zeggen dat het ook altijd leuk en makkelijk is om verliefd te zijn. Je hebt het nu fijn met hem, geniet daarvan. Misschien wordt het nooit iets tussen jullie, al kan ik me dat niet voorstellen. Misschien blijven jullie voor de rest van jullie leven bij elkaar. Er is niemand die dat weet, maar jij bent de enige die de gok kan wagen.’
‘Jij weet het allemaal zo goed.’ Lianne laat zich achterovervallen.
Nu schiet ik in de lach, zonder dat te willen. ‘Dat is niet waar,’ protesteer ik.
‘Is er iemand met wie jij een relatie zou willen?’ vraagt ze nieuwsgierig.
Eerlijk schud ik mijn hoofd, omdat een relatie het laatste is wat ik wil. Het zal zorgen voor een verschuiving van de balans in onze vriendschap en uiteindelijk zal ik niet op hun medewerking kunnen rekenen om mezelf bijeen te rapen als ik versplinterd op de grond lig.
‘Ik vind jou nu echt iets voor Luke. Al blijft hij een flirt, ik denk dat jij dat masker bij hem af kan brokkelen. Misschien schat ik het verkeerd is, maar volgens mij verlangt die jongen naar een lief meisje dat meer in hem ziet dan alleen zijn uiterlijk,’ zegt Lianne en ik zou willen dat ze wist hoeveel er in mijn lichaam gebeurt als ze die woorden uitspreekt. Luke is overduidelijk niet de enige met een masker en ik vrees dat de mijne millimeter voor millimeter is uitgehard. Het masker loshalen zal ongetwijfeld met grof geweld en bijbehorende pijn moeten gaan en daarvoor ben ik niet klaar. De enige oplossing is om er voor de zekerheid nog een extra laagje overheen te metselen, zodat er niemand bij mijn echte ik kan komen. Het zal eenzaam zijn, maar ik zal exact weten wat er gebeurt. Eindelijk zal ik mijn eigen leven kunnen beheersen, tot elke seconde aan toe.
‘Dat risico wil ik niet lopen, zeker niet omdat ik de anderen erdoor kan kwijtraken,’ zeg ik en ik weet dat het de ene kant van het verhaal is. Als ik recht in de spiegel zou durven kijken, zou ik een angstig, jong meisje zien dat er alles voor over heeft om niet gekwetst te worden.
‘Dat snap ik. Zal ik de film aanzetten?’ vraagt Lianne.
Ik knik. Sinds we erachter zijn gekomen dat onze filmsmaak even slecht is, kijken we minstens drie waardeloze romantische komedies per week, met af en toe de afwisseling van een goede dramafilm. Vanavond kan ik er echter niet van genieten en durf ik geen commentaar te leveren op de personages die om elkaar heen draaien. Plotseling snap ik hoe eng de stap kan zijn om iemand de liefde te verklaren of je fouten toe te geven. Kwetsbaar zijn lijkt gemakkelijk, maar is in feite het dapperste wat iemand kan doen. Je geeft iemand de mogelijkheid jou kapot te maken en het enige waarom je gelooft dat diegene dat niet doet, is vaak de hoop dat iemand net zoveel om jou geeft als jij om de ander.

‘Waarom ben je er niet?’ vraagt Ramon maandag via de telefoon, als ik tijdens onze gezamenlijke tussenuren nog steeds in mijn eigen opleidingsgebouw rondloop.
‘Ik moet een groepsopdracht voor mijn studie doen,’ zeg ik en ondanks het waar is, is het absoluut niet het antwoord op zijn vraag.
‘Wat is er?’ vraagt Ramon.
‘Er is niets. Het gaat prima met me, behalve als jullie nog één keer vragen hoe het met me is!’ val ik tegen Ramon uit en ik voel het bloed naar mijn wangen stijgen. Het is gedrag dat ik niet van mezelf ken en dat maakt me bang. ‘Sorry Ramon,’ zeg ik zachtjes.
‘Wanneer kunnen we afspreken?’ vraagt hij, vrij scherp.
Ik wil niet met hem afspreken, omdat ik weet dat hij op een slechte dag zonder aarzeling door mijn muurvaste masker heen prikt en sinds die bewuste donderdagavond heb ik geen goede dag meer gehad. ‘Jullie mogen het eind van de week wel bij me komen eten,’ bied ik vrij onwelwillend aan, hopend dat ik opgewekt overkom. Ongelovig kijk ik naar mijn mobiel, waarop staat dat de verbinding is verbroken. De hele dag sleep ik me door de colleges heen, die ik gewoonlijk interessant vind. Op de terugweg fiets ik langs de supermarkt en ik pak een maaltijdsalade uit de koeling, omdat mijn zin is verdwenen. Eenmaal op mijn kamer eet ik aan mijn bureau en ik kijk moe op, als de deur opengaat, Lianne verwachtend.
‘Hey.’ Ramon doet de deur achter zich dicht.
‘Hey.’ Ik dwing mijn mondhoeken omhoog.
‘Eet smakelijk.’ Hij gaat op een klein krukje zitten.
‘Dank je. Ik wist niet dat je langs zou komen,’ zeg ik en ik hoor hoe mijn intonatie een eigen leven gaat leiden. Ik wil helemaal niet boos doen tegen Ramon, deels omdat hij het niet verdient, deels omdat hij zal merken dat ik niet goed in mijn vel zit.
‘Dat was nu precies de bedoeling. Wat is er met je aan de hand?’ Hij kijkt me onderzoekend aan.
‘Waarom zou er iets met me moeten zijn?’ Ik weet dat het een gevaarlijke vraag is om te stellen aan iemand die me soms makkelijker doorziet dan ik zelf kan.
Ramon glimlacht en ik zie zijn lach steeds breder worden, maar zijn intense ogen blijven grauw. ‘Houd iemand anders maar voor de gek. Iemand die zich wel laat voorliegen. Alsjeblieft Naomi, als er iets is, vertel het me, alsjeblieft.’ Hij staat op, pakt mijn handen vast en gaat half op mijn bureau zitten.
‘Er is niets met me.’ Ik kijk hem recht aan en probeer uit alle macht naar hem door te seinen dat het prima met me gaat.
Ramon sluit zijn ogen en haalt diep adem. ‘Waarom vertrouw je me niet?’ Hij kijkt me weer aan.
‘Ik vertrouw je wel.’
‘Hier heb ik geen zin in, Naomi. Het is alsof ik tegen een muur sta te praten.’ Ramon komt overeind, laat mijn handen los en verlaat de kamer.
Hij heeft gelijk, want hij staat tegenover het muurtje dat ik hoog om me heen heb gemetseld. Ik wil hem achternagaan en hem alles vertellen, want ik wil hem geen slecht gevoel geven, maar iets houdt me tegen. Ik schuif de halve maaltijdsalade opzij en pak mijn joggingbroek en slaapshirt. Ik kleed me om en ga in bed liggen. Mijn mobiel geeft aan dat het nog geen zeven uur is, maar ik sluit mijn ogen en hoop dat ik me morgen beter zal voelen. Het knuffeltje dat ik van Luke heb gekregen toen ik ziek was, wenst me zwijgend beterschap en ik weet hoe hard ik dat nodig heb.

‘Gezellig dat jullie er zijn! Waar is Ramon?’ vraag ik aan Luke en Jim, als ze woensdagavond bij me komen eten.
De jongens kijken elkaar kort aan. ‘Hij kon niet vanavond,’ zegt Jim toonloos.
Het is alsof de grond onder mijn voeten vandaan zakt. Ben ik Ramon nu al kwijt, terwijl ik zo mijn best doe om alles bij het oude te houden? ‘Jammer. Ga zitten, ik haal het eten wel op,’ zeg ik opgewekt en ik loop de kamer uit. Mijn mobiel gaat en zonder te kijken, neem ik op, want ik weet toch dat het Ramon is.
‘Sorry, maar ik ga het echt niet redden,’ roept Moniek.
‘Wat is er?’ vraag ik.
‘Ik kwam erachter dat ik morgen een opdracht in moet leveren en ik moet nog beginnen. Dus ik zit met een tosti achter mijn laptop. Veel plezier met de jongens, ik spreek je snel weer,’ zegt ze gehaast en de verbinding is weer verbroken. Ik steek mijn mobiel in mijn kontzak en pak de pan met eten. Geconcentreerd loop ik terug naar mijn kamer en ik tik met mijn voet tegen de deur. Luke houdt de deur voor me open en in het voorbijgaan raak ik zijn borstkas met mijn arm, wat er onmiddellijk voor zorgt dat de spieren in mijn linkerarm zich aanspannen. Ik zet de pan neer op mijn bureau en haal borden uit mijn kleine kastje.
‘Moniek komt ook niet, die kwam erachter dat ze nog een opdracht moest maken. Dus we hebben ongeveer dubbel zoveel eten,’ zeg ik.
‘Ik heb je mening nodig, Naomi.’ Jim haalt zijn mobiel tevoorschijn. ‘Ik wil nieuwe schoenen en jij mag de knoop voor me doorhakken.’ Hij overhandigt me zijn mobiel.
‘Oké, ik ben benieuwd,’ zeg ik, blij dat het over een gevoelloos onderwerp gaat. ‘Schep gerust op.’ Ik bekijk de schoenen in de webwinkel en geniet van alle stijlvolle schoenen. Vanuit mijn ooghoek zie ik Luke moeizaam kauwen en ik vraag me af wat ik deze keer fout heb gedaan met het koken. Mijn kooktalent komt absoluut niet in de buurt van het zijne. Ik kijk naar Jim, die het prima lijkt te vinden en ik vraag me af of het aan het eten ligt of dat het iets anders is bij Luke. Zouden de radertjes in zijn hoofd net zo snel ratelen als de mijne? ‘Deze,’ zeg ik vastberaden tegen Jim, als ik een paar zwart-witte schoenen zie die onder de verfspetters lijken te zitten. Op verschillende plekken zitten kleine mintgroene puntjes.
Hij schiet in de lach. ‘Je bent goed. Ik had ze ook al uitgezocht. Of deze.’ Hij wijst een zwarte schoen aan met donkerpaarse accenten.
Ik schud mijn hoofd. ‘Je vroeg mijn mening, dus nu moet je die andere schoenen ook kopen,’ zeg ik grinnikend. Bij Luke levert het me slecht een flauwe glimlach op en ik vraag me af wat ik fout heb gedaan. Wat zou hij denken? Ik schep zelf een beetje eten op en probeer het weg te krijgen. Mijn eetlust is flink achteruitgegaan sinds ik me zorgen maak en ook al is het niet erg als ik een paar kilo kwijtraak, toch vraag ik me af of ik er op een gezonde manier mee om ga. ‘Hoe vinden jullie het eten? Ik kom niet bij jullie talent in de buurt, maar is het te eten?’ vraag ik.
‘Je hoeft jezelf niet weg te cijferen. Het is lekker. En het is fijn om zelf niet te hoeven koken,’ zegt Luke.
Ik hoor Lianne in mijn hoofd vertellen hoe leuk en lief Will is en ik realiseer me dat het niet eens in de buurt komt van wat ik voor Luke voel. Hij is niet leuk, hij is geweldig. Hij is niet lief, hij is veel te goed voor deze wereld, ondanks dat hij zich voordoet als een ongevoelig, uit de kluiten gewassen puberjochie. ‘Er bestaan altijd nog magnetronmaaltijden,’ zeg ik met een kleine glimlach.
Luke glimlacht. ‘Of diepvriespizza’s.’
‘Zelfs die kan ik nog laten aanbranden,’ vertrouw ik hem toe. Hij lacht nu hardop en ik zucht diep. Het is zo fijn om hem te zien lachen, vooral nu er vanavond een zorgelijke frons in zijn voorhoofd was te zien.
De deur vliegt open en Lianne komt binnenstormen. ‘Naomi, ik…’ Ze blijft middenin haar grote bewegingen staan en slaat haar handen voor haar gezicht. ‘Hoi jongens. Ik…’ Ze steekt haar hand uit naar Jim. ‘Lianne, Naomi’s huisgenootje. O, wacht. Ik heb jou al wel eens gezien. Jim toch?’ ratelt ze.
Luke kijkt geamuseerd toe hoe Lianne zichzelf verder in de problemen werkt.
‘Wat wil je me vertellen?’ vraag ik grijnzend, omdat ik al een vermoeden heb. Ze kijkt me met grote ogen aan, alsof ze niet kan geloven dat ik dit hier met de jongens om me heen vraag. Ik sta op en loop met haar mee naar de hal.
‘Ik ben net even bij Will geweest om voor hem te koken, omdat hij het zo druk had. Hij zei namelijk eens dat hij van spontane acties hield. Maar, ik zal je snel het belangrijkste vertellen.’ Ze glimlacht breed. ‘We hebben gezoend,’ zegt ze zacht.
‘Eindelijk,’ zeg ik lachend. ‘Gefeliciteerd is wel op zijn plek denk ik hè? Ik ben echt blij voor je,’ benadruk ik.
De deur gaat open en Luke kijkt Lianne grijnzend aan. ‘Heb je die jongen nu eindelijk eens gezoend?’ vraagt hij.
Lianne kijkt hem met open mond aan. ‘Hoe weet je dat?’ vraagt ze verbaasd.
‘Jullie waren echt verschrikkelijk. Écht,’ zegt Luke belerend. Dan lacht hij. ‘Bovendien verraadde jouw houding je net best wel. Ik kon geen andere reden voor een meisje bedenken om zo hysterisch naar een vriendin te rennen dan op het moment dat je met een knappe jongen hebt gezoend.’ Hij knipoogt naar haar.
‘Jíj bent pas verschrikkelijk. Het is maar goed dat jij geen vaste relatie hebt,’ zegt ze plagerig.
‘Ik kan ergere jongens bedenken,’ zegt Luke serieus, terwijl ik deze kant nooit van hem zie als iemand hem plaagt. ‘Ik kan sowieso ergere dingen bedenken,’ mompelt hij bijna onhoorbaar.
‘Het was een grapje. Naomi troost je wel, doei.’ Ze stuitert weg.
‘Leuk hè voor ze?’ zeg ik gehaast, in de hoop dat daardoor Liannes opmerking in het niets verdwijnt.
‘Ja, heel leuk,’ zegt Luke toonloos en ik schrik van de blik in zijn ogen.

Reacties (1)

  • Long

    Oh god. Ze maakt er wel een zooitje van. :')
    Maar je hebt gelijk, want ik hou van de drama. :'D

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen