Foto bij 007.

@Jemily: enorm bedankt voor je mooie reactie. Kun je duiden wat je er fijn/goed aan vindt? Want ik blijf mezelf graag verbeteren en dingen uitbouwen die goed overkomen.

Time to smile! (:

‘Ik voel me vaak alleen als ik in Utrecht ben. Ik verveel me ’s avonds. Mijn huisgenoten zijn echt niet mijn types,’ zegt Moniek terneergeslagen.
‘Dat dacht ik bij Lianne ook,’ zeg ik, in een poging haar een beter gevoel te geven. ‘Je mag altijd bij me komen hè?’ bied ik aan.
‘Dat weet ik en dat vind ik superlief van je, maar ik wil ook iets voor mezelf kunnen doen. Ik ga bijvoorbeeld alleen naar de jongens als jij er ook bent, omdat ik het anders gek vind. Jij kent ze, ik niet. Ik lift met jou mee,’ zegt ze.
‘Je kunt gerust eens met ze afspreken. Of met één iemand.’ Ik beweeg mijn wenkbrauwen op en neer om haar te plagen. Moniek duwt tegen me aan.
‘Ik zal Luke niet van je afpakken,’ zegt ze, met een arrogante uitdrukking op haar gezicht.
‘Waarom nu weer Luke?’ Ik hef mijn handen.
‘Ooit ga je wel aan hem toegeven. Hij is echt jouw type, ook al wil je dat zelf niet geloven.’
‘Het zou alleen maar alles kapot maken,’ zeg ik en het voelt goed om iets te kunnen zeggen wat ik meen. Moniek schudt haar hoofd, alsof ik iets onmogelijks zeg.
‘Luke is een flirt en toch zie ik jullie nog steeds voor me met vier kinderen…’
‘En tien kleinkinderen,’ onderbreek ik haar. ‘Dat is duidelijk. Maar even terug naar waar we het over hadden: ik zie niet in waarom je niet met ze af kunt spreken zonder mij,’ zeg ik. Het zou me prima uitkomen, omdat ik me op die manier steeds een beetje terug kan trekken. Ondanks dat ik ze absoluut niet kwijt wil raken, is het beter voor iedereen als het contact verbroken wordt.
‘Daar zitten ze echt niet op te wachten.’
‘Dat heb ik ook vaak genoeg gedacht,’ zeg ik.
‘Oké dan, misschien doe ik dat wel eens. Wacht, als jij nu eens eerder weggaat? Dan kan ik een keer wennen,’ stelt ze aarzelend voor.
‘Sinds wanneer ben jij zo onzeker?’ vraag ik me hardop af.
‘Sinds ik alles uit mijn handen voel glippen. Alles lijkt me maar te overkomen,’ zegt ze. ‘Vader weg, moeder weg…Het is niet de vraag of, maar wanneer ik jullie allemaal kwijtraak.’ Ze wendt haar blik af.
‘Mij raak je niet kwijt,’ beloof ik haar, terwijl ik nog steeds een geheim voor haar heb, iets wat niet hoort bij elkaar alles kunnen vertellen en elkaar blindelings vertrouwen. Ik heb tegen haar gelogen of in ieder geval de waarheid verzwegen.
‘Zoals laatst bij de jongens hè? Het was best gezellig en toch hing er iets in de lucht. Het was anders dan anders en ik hoop dat het iets eenmaligs was, maar ook jij deed anders. Alsof je jezelf aan het overtuigen was dat het daar leuk was.’
‘Iedereen heeft wel eens een slechte dag toch?’ zeg ik.
‘Dat zeg ik: ik hoop dat het iets eenmaligs was. Het laatste wat ik wil, is ruzie met jou, Naomi. En ik vraag alleen maar steun van jou. Ik geef niets terug.’ Moniek wendt haar gezicht af.
Ik sla mijn armen om haar heen. ‘Ophouden met die onzin,’ zeg ik streng.

‘Dames, eten!’ brult John vanaf onderaan de trap en verbaasd kijken we allebei naar de klok. Blijkbaar zitten we al uren te praten.
‘Leuke man is het hè?’ fluistert Moniek, wat ervoor zorgt dat we lachend de woonkamer instappen.
‘Hé Naomi, wat leuk je weer eens te zien,’ zegt Linda, Monieks moeder, hartelijk.
‘Ja, dat vind ik ook. Bedankt dat ik mee mag eten.’
‘John heeft heerlijk gekookt. Had Moniek je al vertelt dat ik een relatie heb?’ vraagt ze.
‘Ja, dat had ze verteld,’ zeg ik, terwijl ik pasta opschep.
‘Hoe bevalt het studeren je?’ vraagt Linda.
‘Goed.’ Ik glimlach. ‘Ik loop nu ook stage. Ben je naar de kapper geweest trouwens?’ Ik kijk haar onderzoekend aan.
‘John had dat voor me geregeld. Laat je maar verrassen, zei hij.’ Ze kijkt opzij naar haar vriend en ik zie geluk in haar ogen, maar ook bewondering. Dat vind ik iets engs aan liefde, omdat bewondering er vaak voor zorgt dat je jezelf onder iemand positioneert.
‘Het staat je mooi, Linda,’ zeg ik, niet in staat iets aardigs over de actie van John te zeggen, want wie is hij om te beslissen wat voor kapsel zij moet hebben?
‘Dankjewel. Wat heb je heerlijk gekookt, schat,’ zegt ze, met opnieuw diezelfde blik.
‘Naomi, wat voor studie doe je?’ vraagt John plotseling.
‘Ik studeer Logopedie, nu voor het tweede jaar,’ beantwoord ik zijn vraag.
‘Hoe kennen jullie elkaar?’ vraagt hij.
‘Van de middelbare school. Sinds de brugklas al.’ Ik kijk Moniek glimlachend aan. ‘En nu studeren we allebei in Utrecht, dus zien we elkaar nog bijna even vaak.’
‘Ben jij ook nog zo vaak thuis?’ vraagt hij. Ik kijk hem met open mond aan.
‘Sorry?’ zeg ik, in de hoop dat ik hem verkeerd heb verstaan, terwijl ik zeker weet dat ik zijn luide stem woord voor woord heb verstaan.
‘Moniek is nog zo vaak thuis, ben jij dat ook?’
‘Ja, als het me lukt ieder weekend.’
John begint te lachen. ‘Fijn hè, als je je nog terug kunt vallen op ouders die alles voor je doen, omdat ze denken dat je het nog niet alleen kunt.’ Zijn spottende lach doet me plaatsvervangend pijn, want Moniek naast me duikt ineen.
‘Ik ben niet thuis om mijn was te droppen of om me te laten bedienen, maar omdat mijn ouders het fijn vinden als ik thuis ben. We zijn een gezin, ook als ik in een andere stad studeer. Mijn ouders hoeven niet alles voor me te doen en ze weten dat ik het zelf kan. Ze zorgen voor me als een uiting van liefde, niet als verplichting,’ zeg ik en ik hoor hoe scherp ik klink.
‘Waarom reageer je nu zo aanvallend?’ vraag Linda verbaasd. Ik kijk Moniek aan en lees op haar gezicht de machteloosheid die ik voel.
‘Ik word graag op waarde geschat,’ zeg ik eerlijk. ‘Ik ben niet bij mijn ouders om iets van ze te halen. Ik vind het fijn als ik me ook bij mijn ouders nog thuis kan voelen, terwijl ik mijn eigen leven aan het opbouwen ben. Dat is voor mij al lastig, terwijl mijn ouders nog bij elkaar zijn. Linda, ik gun jou al het geluk van de wereld, maar realiseer je alsjeblieft dat Moniek niet voor een nieuwe man in huis kiest,’ zeg ik en ik hoop dat ze het kan hebben. In tegenstelling tot wat ik dacht, kijkt ze John afwachtend aan.
‘Naomi, ik wil graag dat jij je excuses aanbiedt,’ zegt John.
‘Waarvoor?’ vraag ik verbaasd.
‘Omdat je mijn vriendin raakt met je harde woorden,’ zegt hij. ‘Jullie pubers worden ook steeds brutaler,’ mompelt hij dan verontwaardigd. Een opmerking dat ik geen puber meer ben, maar een jongvolwassene ligt op mijn tong, maar ik slik die in.
‘Linda, ik wil je geen pijn doen. Ik wil alleen dat je weet dat het voor jou heel anders is dan voor je dochter,’ zeg ik eerlijk.
‘Gaan jullie nog iets leuks doen vanavond?’ vraagt Linda, in een poging de sfeer te verhogen.
‘We gaan uit. Ik blijf bij Naomi slapen en ga morgen terug naar Utrecht. We moeten ons klaarmaken. Lekker gekookt John.’ Moniek schuift haar stoel naar achter en kijkt me aan. Ik sta op, bedank nogmaals voor het eten en loop met haar mee naar boven. ‘Dank je.’ Ze omhelst me. ‘Ik zou niet weten wat ik zonder jou zou moeten.’
‘Bij Jim uithuilen,’ zeg ik zachtjes, waarna ze me wegduwt. Ik schiet in de lach. ‘Ik snap je nu. Ik had gehoopt dat het anders zou zijn dan wat je zou vertellen. Dat je boos was, omdat je niet wilde dat je moeder een vriend zou hebben, maar…’ Ik zucht diep. ‘Ik zie geen gelijkwaardigheid.’
‘Dát is het. Ik gun het mijn moeder wel, maar ik wil dat ze gelukkig is. Echt gelukkig, niet blind verliefd.’
‘Daar zal ze dan helaas zelf achter moeten komen. Kom, we gaan ons klaarmaken,’ schakel ik om.

Lachend sta ik met Moniek op de dansvloer en ondanks dat we het ritmegevoel van een plank hebben, hebben we de grootste lol. Mijn jurkje, blauw met wit gestreept, spant strak om mijn lichaam en de marineblauwe hakken met een gedraaid bandje om mijn enkel passen er perfect bij. Het heeft lang geduurd voordat ik een jurkje van middellange lengte vond, die niet bij mij tot halverwege mijn kuiten kwam. Toen ik een studiegenootje hoorde vertellen dat ze een belachelijk kort jurkje had gevonden die lang hoorde te zijn, ben ik direct na dat college naar de winkel gefietst en het was alsof het voor me gemaakt was.
‘Aan wie denk je?’ vraagt Moniek grinnikend.
‘Aan iemand op wie ik verliefd ben.’ Ik zucht diep. ‘Namelijk dit lieve jurkje,’ zeg ik, breed grijnzend. Moniek schiet in de lach.
‘Oké, daar had je me. Kleding is tenminste betrouwbaar. En dit jurkje staat je inderdaad erg goed.’
‘Dank je,’ zeg ik oprecht. ‘Ik vind de sfeer hier zoveel fijner dan in Utrecht,’ vertrouw ik haar toe.
‘Dat komt omdat we hier altijd weggaan voordat iedereen kotsend in de toiletten ligt,’ reageert Moniek nuchter. Ik schiet in de lach, wetende dat ze gelijk heeft. ‘Ik heb dit gemist trouwens. Het is lang geleden dat we hier uit zijn geweest. Alleen met oud en nieuw nog, maar daarvoor…’
‘Ik ook. Ik ben echt blij met je,’ zeg ik oprecht.
‘Ik ga iets te drinken halen. Wijn?’ vraagt ze. Ik knik en besef hoe fijn het is dat ze me zo goed kent dat ik haar niet hoef uit te leggen wat voor wijn ik wil, laat staan wat voor soort drinken.
‘Naomi!’ Jase komt lachend op me af en ik onderdruk de neiging om met mijn ogen te rollen.
‘Hey. Jase.’ Ik forceer een glimlach, wat ik inmiddels opnieuw gewend ben. ‘Hoe is het met je?’ vraag ik. Hij ziet er goed uit, durf ik aan mezelf toe te geven. Hij lijkt gespierder, terwijl hij van zichzelf al een strak lichaam heeft.
‘Goed. Ik heb me aangemeld bij de sportschool, dus ik ben actiever en meer buitenshuis te vinden,’ zegt hij. Het is precies wat ik al die maanden van hem verlangde.
‘Dat is te zien. Je ziet er goed uit,’ zeg ik tegen hem. Hij glimlacht, niet verwaand, maar dankbaar.
‘Dank je. Hoe gaat het met jou? Ben je boos?’ vraagt hij, met een zorgelijke frons in zijn voorhoofd.
‘Nee, hoezo?’ vraag ik verbaasd.
‘Ik ken je, Naomi. Tenminste, ooit kende ik je. En je ogen spuwen vuur, terwijl je vriendelijk naar me lacht. Als je nog boos op me bent, kunnen we praten. De vorige keer had niet zo mogen gaan. Het spijt me. Niet alleen van toen, maar ook wat ik 24 oktober tegen je heb gezegd,’ zegt hij, terwijl hij mijn handen vastpakt. De alarmbellen in mijn hoofd beginnen te rinkelen.
‘Dat is fijn om te horen,’ zeg ik zacht. ‘Ik ben niet boos op je.’ Ik glimlach, kijk hem aan. ‘Niet meer tenminste. Ik ben boos geweest vanmiddag, op iemand die Moniek mentaal pijn deed,’ vertrouw ik hem toe. Jase schudt zijn hoofd en drukt zijn lippen dan op mijn voorhoofd.
‘Kon jij maar zo goed voor jezelf zorgen als je voor anderen doet. Je hoeft me niet zo bang aan te kijken, ik bedoel er niets mee. Tussen ons is het over, dat weten we allebei. Maar dat wil niet zeggen dat ik jou geen mooi persoon vind. Toen ik me aanmeldde voor de sportschool, hoorde ik jouw stem in mijn hoofd. Ik hoorde je zeggen dat het goed van me was, dat ik er nieuwe mensen door zou leren kennen en dat ik me er fitter en sterker door zou voelen. Ik wilde het niet toegeven, maar nu kan ik het. Je hebt al die tijd gelijk gehad,’ zegt Jase. Ik omhels hem en voel een grote glimlach op mijn gezicht ontstaan. Er valt een last van mijn schouders waarvan ik niet eens wist dat ik die bij me droeg.
‘Eindelijk,’ fluister ik. ‘We hebben niet voor niets een relatie gehad Jase. Tot op zekere hoogte begrepen we elkaar heel goed. Ik ben blij dat we nu zo met elkaar kunnen omgaan,’ zeg ik.
‘Ik ook. Maar het is ook niet voor niets uitgegaan,’ zegt hij glimlachend.
‘Absoluut niet. Heb je een relatie?’ vraag ik, waarop Jase zijn hoofd schudt.
‘Ik wil eerst aan mezelf werken en dan pas weer voor een ander gaan. Jij?’ vraagt hij. Het lijkt alsof ik ineens tegenover een andere jongen sta en ondanks dat ik deze versie leuker vind, voel ik niets meer voor hem. Ergens voelt dat als een opluchting. Ik schud mijn hoofd.
‘Er staat een meisje naar je te kijken, daar achterin,’ zeg ik lachend. Jase draait zich om en kijkt naar het meisje. Ze lacht stralend naar hem, alleen wel geschrokken, met grote ogen en ik draai me iets van Jase af, om mijn lach te verbergen.
‘Ik ga niet zeggen dat we vrienden kunnen blijven, Naomi, maar laat ik het dan anders doen. Als ik je eens iets vaker spontaan tegenkwam, zou ik dat leuk vinden.’ Hij omhelst me.
Zodra Jase wegloopt, staat Moniek naast me.
‘Hállo. Wat was jij aan het doen?’ Ze trekt haar wenkbrauwen op.
‘Met Jase aan het praten. Hij is behoorlijk volwassen geworden. Eindelijk.’ Ik schiet in de lach. ‘Hij kwam vertellen dat hij spijt had van hoe het is gegaan. En het beste van alles is dat ik niets meer voor hem voel. Nu kan het hoofdstuk echt worden afgesloten,’ zeg ik en ik voel de opluchting door mijn lichaam tintelen.
‘Wat goed!’ Moniek glimlacht. ‘Tijd voor een nieuwe liefde,’ zegt ze dan, zowel lachend als serieus.

Reacties (2)

  • Scribe

    Leuk!

    4 jaar geleden
  • Long

    Het is voor mij heel herkenbaar en dat is... Ja idek, dat geeft gewoon een goed gevoel.

    Tijd voor een nieuwe liefde aka Luke.(wbw)
    Nee, maar, heel leuk hoofdstukje weer!

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen