Foto bij 008.

@Jemily: who knows? (:
@Scribe:(yeah)

Sinds ik Jase heb gesproken, zit ik beter in mijn vel. Ondanks dat ik me graag neer zou willen zetten als een onafhankelijke jonge vrouw, weet ik dat ik me veel te veel van de woorden van een ander aantrek. Maandagochtend voel ik dan ook genoeg energie om Ramon op te zoeken en ik glimlach als ik hem in de grote kantine zie zitten. Hij staart naar een laptop en lijkt ver weg met zijn gedachten.
‘Hé Ramon. Is het goed als ik aanschuif?’ vraag ik, toch ietwat aarzelend, omdat hij vorige week echt klaar met me leek te zijn. Hij kijkt op en duwt met zijn voet de stoel tegenover zich naar achteren. Hij klapt zijn laptop dicht en zucht diep.
‘Natuurlijk.’ Hij glimlacht geruststellend naar me. Ik blaas opgelucht mijn ingehouden adem uit.
‘Hoe is het met je?’ vraag ik.
‘Niet interessant, ik wil weten hoe het met jou is. Met mij gaat het wel goed,’ zegt hij. Ik glimlach door zijn directe aanval en vertel hem over mijn weekend.
‘Het was een opluchting en een overwinning tegelijkertijd om zo met hem te kunnen praten,’ besluit ik mijn verhaal.
‘Goed om te horen. Je ziet er ook een stuk vrolijker uit. Je zou niet zo afhankelijk dan iedereen moeten zijn, Naomi.’
‘Daar dacht ik net aan. Dat ik me zoveel van de mening van anderen aantrek.’ Ik kijk Ramon kort aan en wend dan mijn blik af. Ik haal een flesje water uit mijn tas en draai zorgvuldig de dop eraf, alsof het de eerste keer is dat ik die handeling doe.
‘En toch laat het je niet breken, want vorige week was je behoorlijk koppig.’
‘Breken is naar.’ Er loopt een rilling over mijn rug en ik houd me voor dat het door het koude water komt.
‘Tegen een muur praten ook,’ zegt Ramon, terwijl hij zijn ogen vernauwt.
‘Kunnen we het alsjeblieft over iets anders hebben?’
Ramon knikt. ‘Natuurlijk. We kunnen al het moeilijke in ons leven vermijden. Het is makkelijker om te doen alsof het er niet is, wat het dan ook mag zijn. Jase koos ervoor om zijn excuses aan te bieden, terwijl het niet de makkelijkste weg was en jij bent hem dankbaar. Je denkt altijd aan anderen Naomi en dat siert je, ook als je het niet zou moeten doen. Nu vraag ik je één keer aan een ander te denken, in plaats van aan de barrières die jij in je hoofd creëert en plotseling is dat teveel gevraagd. Ik snáp je niet.’
Ik slik moeizaam en neem nog een slok water, in de hoop dat ik daarmee de brok in mijn keel weg kan spoelen. Natuurlijk lukt dat niet, maar het is de enige mogelijkheid. ‘Ik denk nog steeds aan anderen.’ Ik sta op. ‘Ik weet dat het aan mij ligt, maar ik kan er op dit moment niets aan doen.’
‘Je wílt er niets aan doen.’ Ramon klapt zijn laptop open.
‘Mag ik je alsjeblieft een knuffel geven?’ Ik blijf naast hem staan.
Ramon komt overeind en slaat zijn armen om me heen. ‘Ik ben niet boos op je, Naomi.’ Hij speelt met mijn haar. ‘Ik snap je alleen niet, dat is iets anders. Ik baal ervan dat jij je niet veilig genoeg voelt om wat het dan ook is met ons, met mij, te delen.’
‘Het ligt niet aan jou,’ mompel ik.
‘Ook niet aan jou.’ Hij trekt me nog eens dicht tegen zich aan.

Moniek slaat haar hand voor haar mond. ‘Ik heb helemaal niet genoeg stoelen.’
‘Kom maar.’ Luke trekt Moniek bij zich op schoot en ik negeer de jaloerse steek in mijn maag.
‘We gaan allemaal wel op de grond zitten.’ Moniek staat op en schiet in de lach als Luke haar zielig aankijkt. ‘Ik kom naast je zitten, oké?’
Met Moniek heb ik overlegd dat we eens bij haar zouden afspreken en dat ik eerder naar huis ga, zodat ze alleen met de jongens is. Ik laat me op de grond zakken, naast Moniek, terwijl die weer opspringt.
‘Ik zal even de anderen helpen.’ Moniek loopt de kamer uit, waardoor ik met Luke achterblijf.
‘Waarom wilde je me vorige week spreken?’ vraagt hij plotseling.
Omdat ik je in een opwelling wilde vertellen dat je me gek maakt. Dat is die donderdagavond niet meer uit mijn hoofd krijg en dat ik bang ben om jou en de anderen te verliezen. Ik zoek naar de goede woorden, wetende dat ik die niet zal vinden, maar dat hij me nu om een antwoord vraagt.
‘Ik dacht dat er iets met je was,’ zeg ik voorzichtig.
‘Met mij gaat het prima, maak je geen zorgen.’ Hij haalt zijn mobiel tevoorschijn. ‘Ik moet even iemand bellen.’ Hij staat op en loopt weg, mij alleen achterlatend.
Goed gedaan, Naomi. Ik zucht diep en richt mijn blik op de grond. Pas als de anderen binnenkomen, kijk ik weer op. Ik ben opgelucht als Jim naast me komt zitten en niet Ramon. Van dichtbij zal Ramon vast zien hoe ik verstrak als Luke een opmerking maakt of hoe mijn blik steeds naar hem afdwaalt. Moniek gaat aan de andere kant naast me zitten, tussen mij en Luke in en ik bedank haar zwijgend, terwijl ze geen idee heeft wat ze goed doet. Ik ga in de kleermakerszit zitten, al protesteert mijn zwarte, strakke broek. Ik schep eten op en neem een hapje. Onmiddellijk sluit ik mijn ogen. Eindelijk smaakt het eten me weer goed.
‘Wie heeft er gekookt?’ vraag ik.
‘Ik,’ zegt Luke.
‘Het smaakt heerlijk.’
‘Goed om te horen.’ Zijn mondhoeken krullen omhoog, maar zijn ogen blijven dof.
Moniek vertelt uitgebreid hoe ik tegen John heb gedaan, wat erin resulteert dat we allemaal keihard lachen. Het voelt goed en vooral vertrouwd, waardoor ik mijn gespannen schouders eindelijk kan ontspannen.
‘Hoe gaat het met je stage?’ Jim kijkt me afwachtend aan.
‘Goed.’ Ik glimlach automatisch. ‘Er was laatst zo’n lief jochie.’ Ik kijk opzij naar Luke. ‘Hij heette Luuk. Door zulke kinderen weet ik waarom ik graag logopediste wil worden.’
‘Je wilt voorkomen dat zij door dezelfde nare tijd heen moeten als jij vroeger moest,’ zegt Jim nuchter. Zelfs fysiek krimp ik ineen, terwijl ik vanbinnen een enorme klap krijg.
‘Misschien wel,’ fluister ik, niet in staat om harder te praten.
We zitten lang te praten en te lachen en ondanks dat het beter voelt, merk ik dat mijn aandacht verslapt, omdat ik niet mezelf kan zijn. Iets houdt me tegen en ik weet dat die grens in mijn hoofd zit, in plaats van dat zij die bieden. Daarin had Ramon absoluut gelijk. Ik wil zo graag een paar weken teruggaan en niet drinken, maar dat heb ik gedaan en ik kan de tijd niet terugdraaien, hoe graag ik dat ook wil. ‘Ik ga alvast. Veel plezier nog. Ik heb morgen weer stage.’ Ik ben mijn lichaam er dankbaar voor dat ik op dat moment moet gapen.
‘Slaap lekker Naomi,’ klinkt er in koor en ik glimlach, waarna ik ook met die glimlach op mijn gezicht wegloop.

Mijn deur gaat open en ik kijk verstoord op van mijn laptop. Jim staat in de deuropening en zijn overhemd met verschillende spijkerbroekblauwe vakken trekt direct de aandacht.
‘Hey. Leuk dat je er bent en ik wil niet bot zijn, maar ik moet een deadline halen.’ Ik bijt op mijn lip.
‘Interesseert me niet.’ Jim duwt mijn laptop vrij hard dicht en automatisch rol ik mijn bureaustoel iets achteruit, terwijl ik mijn adem inhoud. ‘Ook al werk je de hele nacht door, het maakt me niet meer uit. Luister goed naar me, want ik ga het niet herhalen. Jij gaat weer normaal doen, anders hoef ik je niet meer te zien. Ik ben er klaar mee dat je zo’n negatieve sfeer in de groep brengt. Ik geloof niet dat je bent veranderd, Naomi. Je stelt je gigantisch aan en dat is nergens voor nodig, vind ik tenminste. Als er iets is, kun je dat zeggen. Dat hoeft niet tegen mij, als je nu van me schrikt. We hadden het gisteravond over je…’
‘Jim, je punt is duidelijk.’ Ik herken de toon in mijn stem niet, maar ik weet dat Moniek het zou omschrijven als het ijskonijn. Wat zij niet weet, is dat het een manier is om mezelf te beschermen als het me te moeilijk wordt.
‘Fijn, maar ik ben nog niet klaar.’ Jim zet een stap achteruit. ‘We hadden het over je. Iedereen maakt zich zorgen, niemand weet wat er is. Jij weet wat er is, maar vertelt ons niets. Prima, maar dan red je jezelf maar. Ik wil niet dat je denkt dat ik je niet meer aardig vind, want dat is niet zo. Ik vind je geweldig. Ik word zachter in jouw buurt, ik durf mezelf bij je te zijn. En jij blijkbaar niet bij mij, bij ons.’
‘Ben je nu klaar?’ Ik kijk hem arrogant aan. ‘Ik hoor je, Jim. Ik vind het fijn om te horen dat je me aardig vind en dat je jezelf bij me bent. Ik snap alleen niet waarom je nu ineens bij me komt. Gisteravond was het volgens mij hartstikke gezellig en ik voelde me eindelijk weer goed. Maar blijkbaar was het niet genoeg. Ik laat wel iets van me horen als ik jullie weer wil spreken. Geen probleem.’
‘Ik had niet verwacht dat je ons zo makkelijk zou laten vallen.’
Makkelijk is het ook absoluut niet. Mijn ademhaling versnelt en ik voel mijn hartslag in mijn keel. Ik weet dat er aan de buitenkant niets te zien is, maar vanbinnen ga ik kapot. Wat ik zo hard heb proberen te voorkomen, gebeurt nu, terwijl ik er op dit moment geen aanleiding voor zag.
‘Waarom ben je alleen?’ Mijn stem is niet meer dan een beetje gefluister.
‘Ik was de enige met het lef om dit recht in je gezicht te zeggen.’ Jim kijkt me inderdaad recht in mijn ogen. ‘En het valt me enorm tegen om dit te doen, maar ik ben ervan overtuigd dat het goed is. Niet fijn, maar wel goed. Ik stel hier mijn grens en jij moet gaan bedenken wat jouw grens is. Ik kijk ernaar uit die te horen. Succes met je deadline.’ Hij draait zich om.
Ik wil hem gedag zeggen, maar mijn stem weigert. Het contact lijkt al verbroken, nog voordat hij de drempel over is. Ik haal diep adem en klap mijn laptop open. Tot tien voor twaalf ben ik met de opdracht voor mijn studie bezig en dan lever ik de opdracht in en trek ik mijn slaapkleding aan. Pas als ik in bed lig, komen de tranen en ik ben ontzettend opgelucht dat ik me nu zo kapot voel, zonder iemand om me heen die zich zorgen om me zal maken.

‘Waarom ben je er niet?’ vraagt Ramon onmiddellijk, als ik zijn oproep maandagochtend na een korte tweestrijd beantwoord. Mijn hele weekend heb ik mooi weer gespeeld. Het was heerlijk om thuis te zijn en niet na te denken over hoe ik me moest gedragen. Het kost me moeite mijn masker in stand te houden, maar zolang ik in het gezelschap van anderen ben, lukt het me.
‘Dit vraag je serieus?’ Ik merk dat mijn gezicht betrekt.
‘Naomi, kom op zeg.’ De irritatie spat van zijn stem af.
‘Jim was duidelijk genoeg hoor,’ reageer ik, minstens even geïrriteerd.
‘Jim?’
‘Precies. Vraag het aan hem, niet aan mij. Succes verder Ramon.’ Ik druk resoluut op het rode icoontje en mijn mobiel meldt dat de verbinding verbroken is. Mijn neus begint te prikkelen en ik zucht diep. Het laatste wat ik kan gebruiken, is huilen in het openbaar. Gelukkig weigert mijn lichaam vaak genoeg mijn ware emoties te tonen, zo ook nu. Ik moet sterk zijn. Die overtuiging stroomt al jaren door mijn aderen en inmiddels pomp ik dat door lichaam alsof het de waarheid is. Ik mag mijn zwaktes niet tonen bij anderen, omdat ze me er alleen maar mee kunnen raken. Ik zucht diep en toets het nummer van Moniek in. Zij deelt hetzelfde bloed met me.
‘Hey!’
‘Zin om vanavond bij me te komen?’ Ik zou willen dat ik niet zo wanhopig klonk, maar ik weet dat Moniek het hoort. De stilte zegt me al genoeg. Ze twijfelt en ik vraag me af wat daar de reden van is.
‘I-Ik ga bij de jongens eten. Hebben ze je niet uitgenodigd?’
‘Moon, ik spreek ze niet meer. Jim zei dat hij niet meer met me om wilde gaan. Sinds jullie het over me gehad hebben.’ Mijn stem neemt zowel qua volume als qua scherpte toe en ik wil het allebei niet.
‘Dat was voor je eigen bestwil, niet om over je te roddelen. Ze maken zich zorgen.’
Ik sluit mijn ogen. Zelfs mijn beste vriendin lijkt aan de kant van mijn ex-vrienden te staan. Wat ga ik allemaal kwijtraken zonder in te kunnen grijpen? Alsjeblieft, niet Moniek.
‘Niet nodig. Ik voelde me prima. Nu voel ik me pas rot.’ Ik klem mijn kiezen op elkaar.
‘Wat heeft Jim dan gezegd?’ Het doet me eerlijk gezegd goed om de wanhoop en het onbegrip ook in haar stem te horen.
‘Vraag het hem zelf. Veel plezier vanavond.’ Ik verbreek de verbinding. Ik ken het meisje niet dat deze acties uitvoert. Ondanks dat ik vaak genoeg met mezelf in de knoop zit, ben ik trots op veel van mijn eigenschappen. Mijn zorgzaamheid en vriendelijkheid wordt vaak geprezen en ik probeer altijd positief en sterk te blijven. Nu laat ik me alles overkomen en stoot ik mijn beste vrienden keihard af. Gewoonlijk weiger ik om anderen pijn te doen en ook al is het nu niet mijn directe en bewuste keuze, ik weet zeker dat Moniek zich in ieder geval zorgen over me zal maken. Ik zal Jims humor en goede kledingsmaak missen. Het gebrek aan Ramons volwassen advies zal me in moeilijke situaties vloeren. Toch kan ik alleen maar aan de plagerijen en de glimlach van Luke denken. De glimlach die ik de laatste paar weken minder heb gezien dan ik had gewild. Zou hij überhaupt nog aan die avond denken? Ik sluit mijn ogen en voel zijn lippen op de mijne. Nog iedere keer is het alsof zijn handen zich om mijn gezicht vouwen. De herinnering is levensecht en nu ik de jongens toch niet meer onder ogen hoef te komen, durf ik ook aan mezelf toe te geven dat ik zelfs nuchter in staat ben om hem, met mijn volle verstand en alle risico’s ingecalculeerd, te zoenen totdat we allebei naar adem happen.
‘Naomi?’ Ik schrik op en voel het bloed naar mijn wangen stijgen als ik een klasgenootje zie staan. ‘De les begint over vijf minuten. Gaat het goed met je?’ vraagt ze bezorgd.
‘Prima, dank je.’ Ik pak mijn tas op en dump de kartonnen beker in de vuilnisbak. De randjes heb ik toen ik in gedachten verzonken was compleet geruïneerd. Ik loop naar de collegezaal en stal mijn spullen uit, hoewel dat moeizaam gaat op het smalle randje. Ik focus me volledig op de leerstof en probeer aan niets anders te denken dan de spraakstoornis waarover de docent vertelt. Helaas werkt die overmatige focus niet. Luke speelt in mijn gedachten alsof ik gevraagd word niet aan een roze olifant te denken.

Reacties (1)

  • Long

    En dan te bedenken dat ze het had kunnen voorkomen door het gewoon te vertellen... Maar misschien denk ik gewoon te makkelijk :')

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen