Foto bij 009.

@Alvez: dát is zeker waar, maar wat zou er dan gebeurd zijn? Zijn haar verwachtingen realistisch?

Andere vraag: is er onder mijn lezers een creatieveling die een nieuwe cover voor een verhaal van me zou willen maken? (:

Voor de vierde dag op rij zit ik aan mijn bureau een tosti te eten. Ik veeg de kruimels uit mijn mondhoek en ga met mijn laptop op schoot in bed zitten, een kussen tegen mijn rug. Ik zoek een zwaar drama uit, omdat de mierzoete romantische films niet meer het vermaak brengen wat ze ooit wel deden. Ooit als in een week geleden. De meest dramatische gebeurtenissen vinden plaats op mijn scherm en ergens zet het mijn betekenisloos gezeur in het juiste perspectief. Ik gedraag me als een klein kind, die zijn ogen sluit voor alle ellende die er is en hoopt dat het pijnlijke verdwenen is als hij zijn ogen weer opent. Helaas maak ik inmiddels deel uit van de volwassenenwereld en moet ik mijn eigen problemen oplossen. Toen ik op kamers ging, dacht ik dat het een van de lastigste dingen van volwassen worden was. Mijn ouders waren er niet meer om de praktische dingen te regelen en ik was echt verantwoordelijk voor wat ik deed. Inmiddels weet ik dat het niet om de praktische dingen gaat. Een verwassen shirt kan ik hoofdschuddend in de prullenbak gooien, zonder er maar een moment echt spijt van te hebben. Wat er echt toe doet, is dat ik alleen sta op een moment dat ik samen wil zijn. Ik heb iemand nodig bij wie ik mijn verhaal kan doen en die het voor mij op een rijtje zet, omdat ik zelf niet meer weet wat waar is of wat verzonnen. Ik kan het onderscheid tussen goed en fout niet maken, als er al een goed of fout bestaat. De vorige keer verwachtte ik teveel van de vriendschap, waardoor ik van ze wegliep. Nu lijkt de vriendschap met Luke plotseling meer te omvatten dan ik ooit had verwacht. Natuurlijk wist ik vanaf het eerste moment dat ik Luke aantrekkelijk vond, maar even snel wist ik dat een relatie niet voor ons was weggelegd.
Tegen de tijd dat de aftiteling in beeld komt, realiseer ik me dat ik geen idee heb van waarover de film ging en met een diepe zucht sluit ik mijn laptop af. Ik zie dat het nog maar half negen is, maar toch leg ik mijn hoofd even op het kussen.

Het eerste wat ik merk als ik ’s ochtends wakker word, is dat mijn benen gevoelloos zijn. Ik richt me kort op, maar laat me dan opnieuw achterover vallen. Ik maak de knoop van mijn skinny jeans open en wurm mezelf uit de broek. Direct beginnen mijn benen te tintelen, waardoor ze na een beknelde nacht eindelijk weer bloed en zuurstof toegevoerd krijgen. Ik kijk op mijn mobiel en weet dat ik over een uur in de collegebanken moet zitten. Ik trek mijn nauwsluitende trui van gisteren uit en draai me nog eens om.
Vijf voor half twaalf word ik wakker en ik duw mijn vingers tegen mijn slapen aan. Het mannetje met zijn vuistjes is flink aan het bonken. Wrang bedenk ik me dat ik dan gisteravond beter veel te veel had kunnen drinken, om mijn gedachten weer eens stil te krijgen. Ik sla het dekbed van mijn lichaam af en onderdruk de neiging me onmiddellijk in het dekbed terug te rollen. Het is lang geleden dat ik me zo verschrikkelijk heb gevoeld. Moeizaam sleep ik mezelf naar de badkamer en ik sta bijna een uur onder de hete waterstralen. Ik voel me leeg, terwijl mijn gedachten maar blijven ratelen. Ik droog me af en trek een joggingbroek en sweater aan. Via mijn mobiel meld ik me af voor de verplichte colleges en ik start mijn laptop op om aan een grote taak te werken. De oproep van Moniek negeer ik en vervolgens zet ik mijn mobiel uit. Ik wil haar zo graag spreken, maar ik ben bang dat ik haar dan alles zal vertellen. Zij heeft het al moeilijk genoeg met die John in huis. Ik herinner me dat ze dit weekend naar haar vader gaat en glimlach kort. Gisteravond heb ik mijn ouders al gebeld om ze te vertellen dat ik niet thuis kom dit weekend. Hun teleurstelling kon er ook nog wel bij. Ik heb een hekel aan de manier waarop ik met de hele situatie om ga, maar ik ben er echt kapot van, hoe stom dat ook is. Gewoonlijk zou ik Moniek vragen om iets leuks te gaan doen, zodat ik mijn gedachten kon verzetten, maar nu zit ze in een andere positie. Uit bezorgdheid zal ze alles wat ik haar vertel doorsluizen naar de jongens en dat is het laatste wat ik wil. Moniek is een schat, maar geheimen bewaren is nu eenmaal niet haar sterkste punt.
Het hele weekend is het stil in mijn buurt, omdat iedereen naar huis is gegaan. Het is fijner dan ik had verwacht en ondanks dat ik me af en toe erg alleen voel, doet het me goed. Ik begin minder te piekeren, simpelweg omdat ik alle doemscenario’s al eens heb doorgenomen. Erger dan hoe het nu is, kan het bijna niet worden. Gelukkig zijn de winkels hier ook op zondag geopend en ik haal mijn pinpas tevoorschijn. Lang leve mijn studiefinanciering. Ik fiets naar de binnenstad en maak mijn fiets stevig aan een hek vast. Het zal niet de eerste keer zijn dat mijn fiets gestolen wordt. Ik loop zonder echt op te letten op mijn doel af en haal asociaal veel kledingstukken uit de rekken. Gestructureerd pas ik eerst de broeken aan en kritisch maak ik een eerste selectie. Vervolgens herhaal ik dat met de tops en blouses. Daarna ga ik, zoals ik gewend ben, door voor de tweede ronde, simpelweg door nu pas de prijskaartjes te bekijken. Helaas is mijn pinpas niet bestand tegen het prijzengeweld van de meeste artikelen en blijven er slechts twee stuks over. Ik laat mijn hand over de zachte stof van een grijze trui glijden. Snel pas ik die nog eens aan, maar nog voordat ik mezelf goed in de spiegel zie, heb ik de keuze al gemaakt. Ook een donkergroene strokenrok tot net boven mijn knieën reken ik af. Ik verbaas me er altijd over dat ik kledingstukken koop die ik in eerste instantie niet mooi vind.

Bij de zesde winkel heb ik het gehad met alle lieflijke, strakke kleding en begeef ik me naar de mannenafdeling. Gefrustreerd merk ik op dat ik een bekende geur inadem. Het doet me denken aan die keer dat ik Jims aftershave herkende en daardoor de stap durfde te nemen om weer contact met ze te leggen. Voorzichtig kijk ik op, want nog een keer een onbekende verrast aanstaren, staat niet op mijn voorkeurslijstje. Ergens lijkt de jongen tegenover me op Luke, maar ik wil niet geloven dat hij zo triest kijkt. Gewoonlijk zou het iedereen opvallen als iemand als hij binnenkomt, al is het maar door zijn innemende glimlach. Van die vreugde is nu geen sprankje te zien.
‘Luke?’ Natuurlijk weet ik dat hij het is, ik gun hem alleen niet het gevoel wat hij nu ongetwijfeld bij zich draagt. Hij ziet er minstens even slecht uit als ik me voel. Ik heb alleen geen idee wat daarvan bij hem de reden is. Inmiddels weet ik dat er maar één mogelijkheid is om achter de gedachten van de ander te komen: vragen.
‘Hey. Naomi.’ Hij doet een poging om naar me te glimlachen, maar hij faalt enorm. Niet omdat zijn mondhoeken niet omhoog gaan, maar omdat zijn ogen niets laten zien. Ik haal diep adem.
‘Ik wil met je praten.’
‘Ik heb geen tijd.’
In eerste instantie wil ik hem confronteren met zijn tegenstrijdige gedrag, terwijl ik weet hoeveel pijn Jim me daarmee heeft gedaan. Het gaat me erom dat hij zijn leed niet alleen hoeft te delen. Nu het eindelijk om iemand anders gaat dan om mezelf, kan ik de hele situatie gemakkelijk overzien.
‘Het was geen vraag.’ Ik kijk hem aan en leg mijn hand op zijn arm. ‘Alsjeblieft Luke?’
‘Ik heb geen tijd.’ Hij schudt bijna onzichtbaar zijn hoofd.
‘Desnoods moet ik je de hele tijd meeslepen.’ Vastberaden hang ik alle kledingstukken op een rek waar die niet vandaan komen en ik pak Luke stevig bij zijn mouw vast. Hij trekt zich ruw los.
‘Naomi, laat me met rust.’ Hij kijkt me recht aan en knijpt zijn ogen tot spleetjes. Ik deins terug en houd mijn adem vast. Op zijn gezicht is een kleine grijns te zien, blij dat hij me heeft afgeschud. Hij voelt ongetwijfeld de opluchting nu op korte termijn, maar zodra hij thuis is, zal hij zich even rot voelen als hij deed toen ik hem aansprak. Ik herkende mijn pijn in zijn uitdrukking en ik wil niets liever dan die pijn bij hem wegnemen. Ook al zou ik het in mijn eentje erbij moeten dragen: ik doe het met alle liefde, omdat het iets is wat ik voor mijn beste vrienden over heb. Hoewel ik mezelf inmiddels tientallen keren heb verteld dat het niet erg is dat ik ze kwijt ben, overvalt het besef me nu dat ik nooit zonder ze zal kunnen, omdat ze een klein stukje van mij hebben gekregen. Het zou goed genoeg kunnen zijn als we elkaar uit het oog verloren, maar niet nu we elkaar verbaal kapot hebben gemaakt. Toch zou het egoïstisch zijn om de vriendschap af te dwingen en op te eisen. Ik haal diep adem.
‘Luke, je hoeft niet met me te praten. Ik snap het als je dat niet wilt, maar wees dan eerlijk tegen me. Als er iets is, vertel het me dan. Niet omdat ik het zo nodig moet weten, maar zodat jij het kunt delen. Ik kan er niet tegen je zo kapot te zien,’ zeg ik zacht, mijn hoofd gebogen. Ik durf bijna niet op te kijken, alleen dwing ik mezelf toch om dat te doen.
‘Een kwartier. Kunnen we op jouw kamer zitten?’
Spontaan omhels ik hem en ik weet niet wie die knuffel meer nodig heeft.

Luke gaat op de tweepersoonsbank zitten en strekt zijn lange benen, die een flink stuk over de rand steken. Nu er verder niemand is, vind ik het fijner om in de gezamenlijke woonkamer te zitten, omdat het een meer huiselijk gevoel geeft.
‘Ik pas in die bank,’ merk ik luchtig op, wat me een kleine glimlach oplevert. ‘Wil je iets te drinken?’
‘Nee, dank je. Waarom wil je me spreken?’ Hij haalt zijn hand door zijn haar, alsof hij zich compleet op zijn gemak voelt. Zijn beweeglijke vingers maken duidelijk dat het maar schijn is.
‘Ik wilde je voor vanmiddag helemaal niet spreken. Jim zal je vast al het een en ander verteld hebben, maar dat terzijde. We gaan het niet over mij hebben. Ik schrok van je, Luke en niet toen je me door die dominante houding probeerde te intimideren.’ Ik glimlach vluchtig en neem plaats in de grote stoel. ‘J-Je bent nog steeds erg knap en hebt een zelfverzekerde houding, maar je lijkt gebroken. Alsof al je energie ergens naar toe wordt gezogen. De kleur is uit je gezicht verdwenen, je ogen lachen niet meer mee…’
‘En wat heb jij hiermee te maken?’ Luke komt overeind.
‘Niets.’ Ik sla mijn ogen kort neer, maar hervind dan het lef om hem recht aan te kijken. ‘Je mag weggaan, maar ik hoop dat je blijft. Niet om mij, maar voor jezelf. Ga alsjeblieft zitten en stop met het nadenken. Voel eens hoe het aan je vreet. Je hoeft me niets te vertellen, maar ik ben er voor je als je me nodig hebt. Ook als je nu weggaat en ik je weken niet spreek. Je kunt altijd bij me terecht. Niet omdat ik iets van je nodig heb en ook niet omdat jij iets van mij nodig hebt, maar omdat het zoveel fijner is om samen iets moeilijks aan te gaan. Ik heb waarschijnlijk geen oplossing en ongetwijfeld een mening, maar ik wil niet dat jij pijn hebt. Praten is het lastigste wat er is, Luke. Maar het is een goede optie.’ Ik haal diep adem, aarzel even. ‘Ik ga soep maken, wil je ook?’
‘Prima.’ Hij beweegt nauwelijks en ik vraag me af wat ik fout heb gedaan.
‘Als je blijft tenminste en het op gaat eten, anders is het zonde.’ Ik hoop dat hij mijn plagerijtje kan waarderen en gelukkig krullen zijn mondhoeken iets omhoog.
‘Dat beloof ik je.’
Zwijgend maak ik de soep klaar en zet de kom voor Luke neer. Hij pakt me bij mijn heupen vast, terwijl hij rechtop gaat zitten. Ik draai me naar hem om en kijk hem vragend aan. Luke staat op.
‘Kom eens.’ Hij slaat zijn armen om me heen en onmiddellijk leun ik tegen hem aan. Dat onze lichamen zo dicht bij elkaar zijn, doet me denken aan die donderdagavond, maar ik probeer het uit mijn gedachten te verdringen. Zijn kin rust op mijn haar en het voelt zo perfect dat ik bijna vergeet dat hier twee gebroken mensen staan.
‘Toen je me in de trein een knuffel gaf, voelde het alsof je mijn kapotte stukjes aan elkaar plakte. Je hield me zo stevig vast dat ik weer een geheel werd,’ fluister ik tegen zijn borstkas, waar zijn bonkende hart me vertelt dat Luke zich echt niet zo rustig voelt als hij zich voordoet.
‘Was het maar zo simpel.’ Luke zucht diep en drukt een kus op mijn voorhoofd. ‘Al kom jij dicht in de buurt van een reddende engel. Ik vertel het je straks, oké?’ Hij wendt zijn gezicht af.
‘Alleen als je het kunt.’ Ik houd hem vast, totdat hij zich van me loslaat, omdat ik wil dat hij weet dat ik er voor hem ben. Ik ga naast Luke zitten en pak een soepkom. Voorzichtig blaas ik in de soep, zodat het hopelijk iets afkoelt. Ik proef wat van de kippensoep en begin te hoesten. ‘Het is zout genoeg,’ zeg ik grinnikend. Luke reageert niet en ik neem nog een hapje. Hoewel ik het liefst de antwoorden uit hem zou willen trekken, houd ik me in, omdat ik weet hoe verschrikkelijk dat kan zijn.
‘Je had het net over onze ontmoeting hè? Weet je nog wat ik je toen verteld heb?’ Luke pakt mijn handen vast en knijpt er zacht in. Ik houd zijn handen stevig vast en kijk hem aan.

Reacties (1)

  • Long

    OH DAMN, hoe kun je hier nu stoppen. :-(
    Overigens kan ik geen covers maken dus daar kan ik je niet mee helpen. ^^

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen