Foto bij Epiloog

Het laatste hoofdstuk alweer. Hopelijk vonden jullie het iets!

Weken slopen voorbij en met de tijd leek het alsof ik mijn gezond verstand beetje bij beetje verloor. Iedere keer als ik door de gang sloop, kon ik een stem horen. Kom. Kom naar ons. Je weet dat je het wilt. Wat heb je te verliezen? Iedere keer als ik het hoorde, schudde ik mijn hoofd en neuriede liedjes. Maar ik kon niet negeren hoe de stemmen luider en luider werden, iedere keer als ik langs de kamer liep.
Meneer was ondertussen helemaal hersteld, al kwam hij nu nog amper in zijn geheime kamer. Hij spendeerde zijn tijd aan het haarvduur in de gastenkamer of ging wandelen in het dorp. Iedere keer als hij me zag, knikte hij naar me en glimlachte. Begrijpend.
Het was een gure winterdag toen we telefoon kregen van meneer zelf. Hij zat vast in de hoofdstad en zou voor morgen niet terug komen. We moesten niet ongerust worden.
Meneer Janssens deelde dit mee tijdens het avondeten en met terneergeslagen ogen luisterde ik naar de reacties van de anderen. Wat jammer voor meneer, hopelijk was hij snel terug. Ik kon het niet helpen, een grimas verspreidde zich over mijn gezicht. Het was perfect.
Die nacht liet ik me uit mijn bed zakken, wikkelde een warme kamerjas rond mijn lichaam en sloop stilletjes mijn slaapkamer uit. Het geluid van mijn blote voeten op de marmeren de trap weerkaatste door de gang. Het verstomde toen ik op het tapijt van de gang kwam en ik voor de deur stil stond. De stemmen kwamen me tegemoet. Kom, kom binnen. Ik deed wat ze vroegen en liep de koude kamer binnen. Ik had het echter niet nog warmer kunnen hebben toen ik meteen naar de kast langs het raam liep. Daar vond ik het boek waar ik bijna onophoudelijk aan dacht: mijn eerste avontuur.
Zo snel als ik kon liep ik naar het bureau en bracht mijn gezicht naar het boek. Fabiënne en ik versmolten.



Het was de heer des huizes die haar lichaam vond. Ze lag uiteen gestekt naast de houten stoel en in haar open hand lag een bordeaux boek met fluwelen kaft. Hij hielp haar recht, maar alle hulp was verloren. Hoewel haar ogen open waren en ze bewegingen kon volgen, leek er geen geest meer achter te zitten. Als men tegen haar sprak, kwam er geen enkele reactie.
Ze verplaatsten Elisabeth naar een instelling, waar ze haar in een schommelstoel naast een groot raam plaatsten. Van die tijd tot aan haar dood, kreeg ze iedere zondag één bezoeker: meneer Lockwood. Hij vertelde haar verhalen, over de avonturen die hij zelf had meegemaakt in de boeken. De boeken die hij na het incident nooit meer zou betreden.
Iedere keer nam hij ook het rode boek mee, dat hij dan op haar schoot legde. Haar handen vouwden zich na een tijdje altijd als vanzelf rond het boek. Dat was het enige dat ieder bezoek hetzelfde bleef. Dat, en de eeuwige glimlach die op haar gezicht versteend leek te zijn. Elisabeth was ergens anders nu. Ergens waar ze gelukkig kon zijn, ergens waar ze thuis was
.

Reacties (3)

  • NicoleStyles

    Prachtig geschreven, ik heb het in een ruk uitgelezen.
    Wat heb je een mooie en fijne schrijfstijl!!

    Droevig maar passend eind..

    Xxx
    NicoleStyles(flower)

    3 jaar geleden
  • Croweater

    Ooh wat een prachtig einde. Droevig... maar toch ook wel weer mooi. Dat vind ik altijd de beste eindes.
    Ik vond het jammer dat het een kort verhaal was - ook al was het denk ik wel genoeg, hoor - maar het concept is gewoon ontzettend gaaf. (:

    3 jaar geleden
  • Heronwhale

    Oh wauw! het einde is echt heel mooi geschreven! Echt aardig van Lockwood dat hij langskomt!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here