Buiten wachtte Diaval haar op. Hij ging nooit ver bij haar vandaan en stiekem was Alesana daar blij om. Zowel haar vader als haar moeder had haar verlaten en het gaf haar een warm gevoel dat er ook iemand was die wél bij haar wilde blijven. Toch zorgde dat er ook voor dat ze angstig werd dat er ook een moment zou komen dat hij wel een reden vond om bij haar weg te gaan.
      Ze dacht weer terug aan de kus. Hoewel Diaval dood was geweest, had de kus levendig gevoeld. Hoe zou het voelen om dat te doen als hij wel bij bewustzijn was? Als het echt een teken van ware liefde was, dan zou hij toch wel bij haar blijven?
      Alesana schaamde zich voor haar gedachten. Wensen dat zij voor elkaar gemaakt waren, puur zodat zij zich niet verlaten zou voelen, was egoïstisch. Misschien wilde hij, ondanks eventuele wederzijdse gevoelens, wel helemaal niet samenzijn met een meisje dat anderen per ongeluk in glas veranderde. Hij kon vast nooit een normaal leven leiden.
      Ze beet op haar lip. Diep vanbinnen wist ze dat het smoesjes waren. Alsof hij nu een normaal leven leidt. Hij is een omgetoverde raaf. Er is niemand zoals hij. Eigenlijk past hij nergens bij, net zoals jij.
      ‘Hé, gaat het?’
      Diaval raakte haar hand van. Warmte schoot langs haar vingertoppen omhoog, haar huid leek in brand te staan. Schichtig keek ze hem aan. Voelde hij dat ook?
      Hij glimlachte enkel toen hij haar blik opving. Een kriebel maakte zich los in haar buik en werd steeds heviger. Alesana ergerde zich eraan. Er waren nu zo veel dingen die belangrijker waren!
      ‘Ik heb een middel gekregen waarmee we Roran weer tot leven kunnen wekken,’ hakkelde ze. Ze probeerde de chaos in haar hoofd te ordenen. ‘We moeten ons haasten. Hoelang het duurt voordat hij geholpen wordt, hoe meer herinneringen hij verliest.’
      ‘Laten we meteen gaan.’
      Diavals vingers vonden die van haar en hij trok haar mee in de richting van de grot. Alesana wierp een schichtige blik op hun verstrengelde handen, en daarna op Diavals gezicht. Hij keek stug vooruit, alsof het geen bijzondere betekenis voor hem had.
      Bij Alesana voelde het echter alsof er hete sintels in haar bloedbaan terecht waren gekomen die zich door haar hele lijf verspreidden. Ze ging er zelfs zwaarder door ademen.
      ‘Heeft je moeder nog meer gezegd wat van belang is?’
      Alesana aarzelde. Ergens had ze het gevoel dat Diaval het al wist, dat hij hun gesprek had opgevangen. Maar misschien maakte de bekentenis van haar moeder haar wel paranoia en zocht ze nu het slechtste in ieder mens.
      Liegen wilde ze niet, maar als ze haar moeders woorden herhaalde zou er een gesprek ontstaan en Alesana wilde daar nu geen energie aan verspillen.
      ‘Niets wat er nu toe doet,’ zei ze daarom.
      Diaval kneep in haar hand. Daar had hij vrede mee.

Ze zeiden niets tegen elkaar toen ze hun weg door de grot naar buiten zochten. Pas toen ze bij de rivier kwamen, realiseerde Alesana zich dat ze helemaal niet wist welke kant ze op moesten. Haar richtingsgevoel was gewoonweg dramatisch.
      ‘Weet jij hoe we bij Roran komen?’
      Diaval liet zijn hand uit de hare glijden. De warmte verdween direct en Alesana wist niet waar ze haar hand moest laten.
      ‘Ik weet niet wat de snelste weg is. Ik zal voor je kijken.’
      Hij transformeerde tot Raaf en vloog weg. Alesana keek hem na, geen vleugelslag ontging haar.
      Kon ik dat ook maar. Ik ben echt een blok aan zijn been.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here