De Grote Hal was helemaal vol met leerlingen, koffers en kooien met huisdieren. Zowat iedereen ging naar huis met de vakantie. Slechts een enkeling bleef achter op school. Albus stond samen met Roos te wachten op Erik en Liza. Ze hadden afgesproken voor de bezemkast, maar goed ook, anders hadden ze elkaar waarschijnlijk niet kunnen vinden in deze drukte. “Oh daar heb je Erik.” Roos liep naar hem toe want hij zag haar en Albus over het hoofd. “Hej, ik dacht al waar zijn ze nou?” Zei Erik toen Roos hem op zijn schouder tikte. Albus die een eindje verderop nog voor de bezemkast stond dacht Malfidus te zien in de drukte. Maar Malfidus zou toch op school blijven? Hmm misschien zwaaide hij vrienden van hem uit ofzo. Maar nee, die waren nergens te bekennen en zouden volgens Albus ook op school blijven deze vakantie. Albus ging op zijn tenen staan en probeerde te zien of Malfidus een koffer bij zijn voeten had staan. “Albus!” Albus keek geschrokken om. “Oh mijn god! Ik zag Kira net!” Het was Bart “Uhh… Oké dus?” “Met Lars…” “Oke…” Albus zocht Malfidus in de menigte “Ze waren aan het zoenen!!!” Het duurde even voordat het tot Albus doordrong “Hé? Kira en Lars? Zoenen?” “Jaaa!! In de geheime gang naast de trap!” Er verscheen een glimlach op Albus gezicht “Haha wat leuk” Bart keek verontwaardigd “Leuk? Lars zit bij Zwadderich hoor, ben je dat soms vergeten? Dat kan toch niet? Dat iemand uit Griffoendor iets heeft met iemand van Zwadderich? Bah, zoenen met zo’n vieze Zwadderaar… Hij is de beste vriend van Malfidus he?!” Albus schrok van deze reactie Bart vond blijkbaar dat het echt niet kon. Maarja Albus vond het wel leuk voor Kira en ook al was Lars Malfidus’ beste vriend, hij was veel minder erg dan Malfidus was. “Komen jullie mee?” Liza was bij Erik en Roos gaan staan “De koetsen vertrekken zo en ik heb geen zin om helemaal naar het station te moeten lopen.” “Haha nee inderdaad.” Albus keek richting Bart toen hij dit zei om te kijken of hij boos was. Bart gaf een klein glimlachje en pakte zijn koffer op. Ze liepen met zijn allen de school uit richting de koetsen.

“Ding… Dong…” Galmde het door villa Malfidus. Mevrouw Malfidus opende de deur. “Scorpius?” Ze keek verbaast toen ze haar zoon zag staan. “Wat doe jij nou hier? Je zou toch op school blijven met Lars en Daan?” “Nou als je niet blij bent me te zien ga ik wel weer hoor.” Er verscheen een glimlach op moeders gezicht, ze deed een stap naar voren en omhelsde haar zoon. “Leuk dat je er bent, ga maar vast op de bank zitten. Papa brengt die zware koffer zo wel naar boven.”
Draco Malfidus zat de Ochtendprofeet te lezen op de bank toen zijn zoon binnen kwam. Hij keek eerst verbaasd maar direct daarna verscheen er een glimlach. Hij stond op, liep naar zijn zoon en gaf hem een knuffel. “Ik dacht dat je op school bleef?” “Tja, ik had meer zin om deze vakantie thuis te zijn.” Zei Scorpius. “Oh wat gezellig.” Draco ging weer op de bank zitten, Scorpius kwam naast hem zitten. “Nog wat beleefd op school?” Vroeg Draco. “Neh, niet echt. Het is best saai op school. Ik was dus gebeten door zo’n vage plant een keer, maar jij hebt die docent al aangeklaagd. En we hebben nog een paar keer getraind met Zwerkbal. Oja haha en Daan had een kikker in de ondergoed la van Diana gestopt gisteravond dus toen zij vanochtend haar koffer wilde gaan inpakken hoorden we een super harde schreeuw hahaha. Ze kwam gillend de leerlingenkamer binnen we lachten ons helemaal kapot! Ze had volgens mij wel gelijk door dat één van ons het had gedaan, maar wie wist ze niet…”

“Alstjeblieft.” Scorpius’ moeder zette een groot glas, schuimend boterbier op tafel en een grote schaal met Scorpius’ lievelingskoekjes. “Nou zeg, mij verwen je nooit zo.” Grapte Draco. “Alles voor mijn lieve schat.” Ze ging zitten in de stoel naast de openhaard. “Was school leuk lieverd?” Scorpius nam een grote slok boterbier. Hmm heerlijk koud. Hij veegde het schuim weg rond zijn mond. “Ja hoor, school is altijd heel gezellig met Lars en Daan. We hebben de grootste lol steeds.” “Nou mooi dat je het er naar je zin hebt.”

Albus deed zijn ogen open. Heerlijk om weer eens wakker te worden in zijn eigen kamer. Om je rustig om te kunnen kleden zonder dat vier andere jongens je aanstaren. Zonder enige haast liep hij de trap af en de woonkamer in. Zijn ouders zaten aan tafel. Zijn zusje sliep waarschijnlijk nog en James was de hele vakantie met vrienden naar een camping. Harry keek op. “Hej slaapkop, eindelijk wakker?” Albus wreef in zijn ogen en vroeg “Hoe laat is het dan.” “Twaalf uur.” Antwoordde Ginny. “Je was ook zo moe gisteravond, zware tijd gehad op school?” “Pfoe…” Albus ging zitten naast zijn moeder. “We krijgen best veel huiswerk, ik moet deze vakantie drie opstellen schrijven." "Zozo” Zei Harry “Voor welke vakken?” “Eén voor Geschiedenis van de toverkunst over de 7 jarige oorlog, een opstel over langdradig weekblad voor kruidenkunde en voor toverdranken wel 10 kantjes over maansteen!” Ginny was opgestaan om een boterham voor haar zoon te smeren. “10 kantjes? Dat is wel echt heel erg veel.” “Haha zo zijn toverdrankdocenten.” Zei Harry “Ik weet nog wel dat ik een keer één dag de tijd had om een opstel te schrijven over wisseldrank en de gevolgen voor het lichaam bij een overdosis. Het moesten 20 kantjes zijn!” “Wow…” Ginny zette een beker melk en een bordje met daarop een lekkere bruine boterham op tafel. “Dankje mam.” Albus nam een hap “Hmm pindakaas, dat heb ik echt lang niet meer op.”

“Wingardium leviosa” Draco liet een hoopje bladeren richting de composthoop zweven en liet ze daarin vallen. “Kan ik je helpen pap?” Scorpius kwam aangelopen over het tuin pad. En verscheen een lach op Draco’s gezicht, wat leuk dat hij zijn zoon de hele week kon zien. “Ja graag, die bezem maakt de hele week al hoopjes bladeren maar ze netjes opruimen doet hij helaas niet.” Aan de andere kant van de tuin zag Scorpius een bezem uit zich zelf bladeren op grote hopen vegen. “Met Wingardium Leviosa kun je de hoopjes laten zweven en op de composthoop laten vallen. Heb je die spreuk al geleerd op school?” “Ja, die spreuk ken ik al. Maar ik draag toch het Merk? Minderjarigen mogen toch niet toveren buiten school.” Zijn vader glimlachte. “Klopt. Maar met genoeg geld bereik je veel mijn jongen. Ik heb een merkomzeiling voor je geregeld. Je mag toveren waar je wilt, het Ministerie ziet het door de vingers.” Scorpius lachte, haalde zijn toverstaf uit zijn zak en richtte op een hoopje bladeren. “Wingardium Leviosa” Het hoopje zweefde de lucht in, Scorpius bewoog zijn toverstok opzij en het hoopje zweefde richting de composthoop. Scorpius verbrak de bezwering en met een zachte plof vielen de bladeren op de hoop. “Netjes.” Zei zijn vader.

Toen ze een paar uurtjes bezig waren geweest haalde Draco twee glazen boterbier. En gingen ze naast elkaar in het netjes gemaaide gras zitten. “Proost.” “Op wat?” Vroeg Scorpius. “Op wat wil je proosten? Dat je maar een leuk jaar op Zweinstein mag hebben?” “Haha kan” “Oké, proost op een leuk 1e jaar.” “Proost” Er klonk een zachte “kling” toen de twee glazen tegen elkaar tikten. “Hmm” klonk er in koor na de eerste slok. Scorpius keek naar zijn vader die nog een slok nam. Draco’s toverstok lag naast hem in het gras. Hij was redelijk lang, donkerbruin, meidoornhout, geen verdikkingen, alleen bij het handvat. “Pap…” Zei Scorpius aarzelend. “…is dat de toverstaf die jou gekozen heeft toen je voor het eerst naar Zweinstein ging?” Draco liet zijn glas zakken en keek Scorpius vaag aan. “Is dit je 1e toverstok?” “Uhh nee, waarom vraag je dat?” “Ik vroeg het me gewoon af.” Draco keek Scorpius doordringend aan maar die wendde zijn blik af richting de nog steeds bezemende bezem. “De toverstaf die mij gekozen heeft op mijn 11e ben ik verloren.” Scorpius keek zijn vader aan. “Hoe?” “Er was een gevecht. Het was in de villa van mijn ouders. Je weet dat opa en oma vroeger dooddoeners zijn geweest he?” “Ja…” Mompelde Scorpius “Nou… Harry Potter zat gevangen in hun huis.” “Echt? Harry Potter!” “Ja. Met een stel van zijn vrienden. Er waren meerdere dooddoeners, oma’s zus Bellatrix bijvoorbeeld. Potter ontsnapte uit de kelder en er brak een gevecht uit. Ik was nog maar een kind, ik geef toe dat ik bang was. Ik verschuilde me achter een stoel voor de over en weer vliegende vervloekingen. Ineens stond Potter naast me, ik had mijn toverstaf in mijn hand maar was te geshockt om er iets mee te doen. Hij trok hem zo uit mijn hand en vluchtte ermee.” “Dus het was Harry Potter die jou verslagen heeft?” “Verslagen heeft?” “Uuh jou toverstaf heeft afgepakt.” “Ja. Waarom vraag je dit.” “Interesse…” Het is dus wel Harry Potter, niet omdat hij Voldemort verslagen heeft, maar omdat hij mijn vader verslagen heeft. Harry Potter is meester van de Zegevlier én hij weet waar die is.

“Kijk uit!” Albus ontweek de Beuker nog net. “Pfoe” Erik vloog naar hem toe. “Dat was close man!” Liza zoefde voorbij met de Slurk onder haar arm geklemd. “Shit!” Albus en Erik vlogen zo snel als ze konden achter haar aan. Liza had een paar meter voorsprong en vloog razendsnel op het geïmproviseerde goal af. “Jij van links!” Riep Albus, de twee jongens maakten snelheid en vlogen aan beide kanten van Liza. Net toen Albus de bal uit haar handen wilde grissen gooide ze hem naar achteren. De jongens remden, Liza vloog door. Albus keek om naar de bal, Roos ving hem op. “Shit” zei hij “Erik! Naar het goal!” Maar het was al te laat, Roos gooide de bal naar Liza die ondertussen nog geen meter van het goal af was. Liza keek Albus aan, stak haar tong uit en liet de bal door de hoepel vallen. “Yes!! Wij winnen!” Riep Roos. “Jeej! Lily stond op de grond te juichen. Hugo stond met een beteuterde blik naast haar. Ze landden naast de twee kinderen. Albus knielde naast Hugo neer, “Ik hoorde van Roos dat je steeds beter kan vliegen. Als jij straks groot genoeg bent om mee te mogen doen, dan winnen we sowieso.” Hugo begon te stralen. “Kom we gaan een ijsje eten.” Lily pakte Roos’ hand en ze liepen met z’n allen richting het huis.

“Ga maar vast bij de grote mensen zitten, ik haal de ijsjes wel.” Even later kwam Roos terug met een dienblad vol met waterijsjes. Lily en Hugo mochten eerst kiezen “Aardbei!” “Is dat je lievelingsijs?” vroeg Liza. “Jaah” Mompelde Lily die het ijsje al in haar mond had. “Kun je mijn papiertje eraf halen?” Vroeg Hugo aan Erik. Toen ze alle 6 zaten te sabbelen op hun ijsje wendde Harry zich tot de kinderen. “Gefeliciteerd met jullie winst meiden. En jongens, jullie moeten je niet zo makkelijk laten afleiden he.” “Ja maar die Beuker kwam bijna tegen mijn hoofd.” “Dat klopt maar als je hem ontweken had en daarna door was gegaan met het spel had je kunnen winnen.” “Ja oké maar het was voor de lol.” “Dat is waar. Gaat de Zwerkbaltraining op school een beetje goed?” “Ja hoor prima, Bas geeft echt goede trainingen.” “Nou, dat is goed om te horen.”

“Papa? Wanneer mag ik Zwerkballen?” Vroeg Lily. “Als je Vliegles hebt gehad.” “Waarom mag ik dan niet nu Vliegvles?” “Omdat je nog te klein bent, als je straks 11 jaar bent mag je naar Zweinstein, daar krijg je Vliegles.” “Mag ik dan ook een bezem?” “Ja zeker, dan gaan we samen met mama en Albus naar de Wegisweg om alles te kopen wat je nodig hebt voor school.” “Krijg ik dan ook een toverstok?” Vroeg Lily met haar grote bruine ogen. “Maar natuurlijk, ik heb je toch wel eens verteld over mijn toverstok? Het was bij Olivander, hij gaf me steeds een andere stok in de hand. Bij één stok vloog zijn spiegel kapot oja en ik weet nog dat bij een andere stok alle toverstokken doosjes uit het schap vlogen haha.” “Haha” “Maar toen gaf hij me deze toverstok…” Harry hield zijn toverstaf tevoorschijn en gaf hem aan Lily. “Toen ik deze toverstaf in mijn hand kreeg voelde ik een warmte door mijn lichaam stromen. Ik wist dat dit dé toverstok voor mij was. Olivander was de beste toverstokkenmaker, ik heb echt veel plezier gehad van deze stok, hij toverde super fijn. Ik weet nog wel hoe erg ik er van baalde toen hij doormidden gebroken was…” “Doormidden?” Vroeg Albus. “Maar hoe kan het dan dat hij het nu weer doet?” “Hebben jullie ooit gehoord van de Zegevlier?” “Nee” Klonk het in koor. “De Zegevlier is een toverstok, de machtigste toverstok die er bestaat. Kennen jullie het sprookje van de gebroeders Prosper?” “Ja” “Nou in dat verhaal zouden de 3 broers allemaal een cadeau hebben gekregen van De Dood. Een onverslaanbare toverstok, “De Zegevlier”, een steen die doden weer tot leven wekte, “De steen van Wederkeer” en “De mantel der onzichtbaarheid”, die de persoon die hem droeg onzichtbaar maakte.” “Wow onzichtbaar?” Lily en Hugo keken alsof ze het niet konden geloven. Albus en zijn vrienden wisten wel beter, Albus had een onzichtbaarheidsmantel gekregen van zijn vader. “Maar hoe werd je stok nou weer heel?” Vroeg Albus. “Reparo” Fluisterde Harry “Reparo?” Vroeg Roos “Ja” “Maar daarmee kun je toch geen kapotte toverstok maken? Reparo kan kapotte voorwerpen weer heel maken maar toverstokken, dat zijn magische dingen, dat kan toch niet?” Roos keek verward “Dat klopt, ik had geprobeerd mijn toverstok te repareren met de stok van Hermelien, maar dat lukte niet. Maar ik kreeg de Zegevlier in handen, de machtigste toverstok die er was, ik probeerde het en… Het werkte.” “Wow…” Lily staarde naar Harry’s toverstok. “Hé?” Zei Albus “Had jij de Zegevlier? Maar dat is toch een legende? Een verzinsel uit het sprookje over de 3 gebroeders?” “Nee” Zei Harry “Ze bestaan echt.” “Ze?” Vroeg Roos “Alle 3?” “Ja.” “Roos en Albus keken elkaar ongelovig aan.

Harry stond de afwas te doen “Pap?” het was Albus. “Ja?” “Ik wilde je wat vragen.” Harry legde de afwas borstel op het aanrecht en wendde zich tot zijn zoon. “Hoe kwam je aan De Zegevlier?” “Voldemort had hem, ik kreeg de stok toen ik hem versloeg.” “Heb je…” Albus aarzelde “…heb je hem nog steeds?” vroeg hij. Er verscheen een kleine glimlach op Harry’s gezicht “Nee.” Zei hij “Ik wilde hem niet.” “Hé?” Vroeg Albus verontwaardigd “Waarom niet?” Harry deed een stap richting zijn zoon “En zijn zoveel mensen gestorven door die stok, iedereen wilde hem hebben omdat hij zo machtig was. Mensen vermoorden de eigenaar om meester te worden van de Zegevlier. Als ik een natuurlijke dood sterf, ben ik de laatste eigenaar van de Zegevlier. Dan zullen er geen doden meer vallen vanwege die stok. Bovendien ben ik veel blijer met mijn eigen stok.” Harry glimlachte. Albus keek nog steeds onbegrijpelijk, zijn vader was meester geweest van de machtigste toverstok die er bestaat en hij had hem niet gewild. “Waar is hij nu?” Vroeg Albus zachtjes en aarzelend. Harry kwam nog dichterbij en fluisterde in Albus’s oor “Na het gevecht heb ik hem doormidden gebroken en de twee stukken in de afgrond voor Zweinstein gegooid…” Albus betrapte zichzelf erop dat zijn mond open stond en deed hem snel dicht.

“Scorpius!” Riep zijn moeder van beneden. “Ben je bijna klaar? Anders komen we te laat!” Scorpius pakte zijn hutkoffer en sleepte hem mee richting de trap. Zijn moeder hoorde hem stommelen op de overloop “Wacht, laat mij maar.” Ze liep een paar treden de trap op “Wingardium Leviosa.” Ze liet de loodzware koffer, licht als een veertje naar beneden zweven. “Dankje mam.”

Draco stond al naast de auto, de achterbak was magisch vergroot zodat de koffer in het kleine autootje paste. Scorpius sloeg de autodeur achter zich dicht. “Nou, daar gaan we weer.” “Weet je zeker dat je alles hebt schatje?” “Ja mam.” Draco startte de auto en ze reden naar het King’s Cross station in Londen.
“Moeten we mee naar binnen om je uit te zwaaien of zullen we hier afscheid nemen?” Vroeg Scorpius’ moeder. “Doe maar hier.” “Oké liefje, Draco pak jij die zware koffer eens voor je zoon.” Ze stapten uit. “Kom geef me een knuffel.” Moeder omhelsde haar zoon en gaf hem een kus op zijn voorhoofd. Scorpius was blij dat z’n vrienden dat niet hadden gezien. Hij voelde een hand op zijn schouder en draaide zich om. “Doe je best op school he? En maak ze in met Zwerkbal.” “Zal ik doen pap.” Hij gaf zijn vader een knuffel. Scorpius keek of er geen Dreuzels in de buurt waren, pakte zijn toverstok en richtte hem op zijn koffer “Wingardium Leviosa”. Hij keek om naar zijn ouders. “Doei.” “Leuk dat je er was, vergeet niet ons te schrijven he.” “Haha nee hoor mam.” En hij liep de grote stationshal in.
Het was ontzettend druk op het station, overal waren mensen die naar hun werk gingen of net terug kwamen van vakantie. Een ongelofelijke dikke vrouw liep met een klein Chihuahua’tje over het perron. Haar man liep er een paar meter achter met in elke hand een grote weekendtas. Perron 9 ¾, hij was bij de muur tussen perron 9 en 10. Hij nam een aanloopje en sloot zijn ogen terwijl hij de kar waar hij zijn hutkoffer op had gezet voor zich uit duwde. Hij verwachtte een “Bam!” en daarna heel veel pijn. Maar toen hij zijn ogen open deed was hij dwars door de muur heen, op perron 9 ¾ beland. De fel rode Zweinsteinexpress stond al te wachten. Het gehele perron stond al bijna blauw van de rook. “Hej” Diana… Haar lange, zwarte lokken glansden in de verlichting van het stations lampje dat boven haar hing. Ze was lang en slank, Scorpius was net iets langer. “Hej” “Zullen we een coupé delen? Ik kan mijn vrienden niet vinden.” “Haha oké is goed.”
Toen Scorpius zijn koffer boven in het rekje had gehesen deed hij de coupé deur dicht. Het gordijntje zat al naar beneden, dat liet hij zo. Hij plofte op de bank neer naast Diana. “Nou vertel. Hoe was je vakantie?” Vroeg hij haar. “Vreselijk” antwoorde zei “Alleen maar ruzie gehad met mijn moeder steeds.” “Hoe kwam dat dan?” “Nou…” Diana aarzelde “De dag dat ik thuis kwam kreeg ik uilenpost, het was een briefje van een vriend van me. Hij wilde dat ik mee ging naar een feest die avond. Van m’n moeder had ik nooit gemogen, ze vertrouwd die jongen echt niet haha. Maar ja toen ze sliep ben ik dus het huis uit geglipt en ben ik naar dat feestje geweest.” “En daar kwam ze achter?” “Haha ja en hoe… Ik ontmoette hem op de parkeerplaats, achter de supermarkt. Hij heet Maik trouwens en hij is al 16. Ik stapte bij hem achterop de scooter en we reden naar het feestje. Het was niet eens een heel groot huis maar er waren zo’n 30 mensen, het paste maar net beneden. Ze hadden super veel alcoholische drank ingeslagen, niet alleen normale maar ook echt sterke dranken. We deden wat drankspelletjes, het werd steeds gekker en uiteindelijk was iedereen dronken. Ik moest naar de wc dus ik ging naar de gang en sloot de deur achter me, toen ik van de wc af kwam stond daar ineens een grote jongen. Ik kende hem niet, hij zei iets als “kom ga mee naar boven” en ik met m’n dronken kop deed dat. Ik weet het niet precies meer daarna maar blijkbaar vond Maik dat ik verdacht lang op de wc bleef en ging hij me daarna zoeken. Maik vertelde dat hij elke kamer binnen stormde en mij toen in een slaapkamer vond met die jongen… Haha ik weet er echt niks meer van hoor, maar ja toen ging Maik me dus naar huis brengen maar vielen we met de scooter. Ik was zo dronken en maakte zoveel lawaai dat mijn moeder wakker was geworden van me, ze deed de deur open en zag mij en Maik. Ze was super boos, schold Maik uit, trok mij aan m’n haar mee naar binnen en sloot me op in mijn kamer. Daarna hebben we alleen maar ruzie gehad de hele week.”

Scorpius keek haar aan, hij wist niet wat hij hierop moest zeggen. “Had je echt alcohol gedronken?” Diana keek hem gek aan. “Haha ja duh, heb jij dat nog nooit gedaan dan?” “Oh, tuurlijk wel.” Mompele Malfidus terwijl hij de andere kant op keek. “Ik laat me echt niet tegen houden door die stomme Dreuzel wet die de alcoholleeftijd op 18 stelt hoor.” Diana staarde hem aan, nu moest Scorpius iets zeggen, anders werd het ongemakkelijk voor hem. “Ja inderdaad, stomme wetten ook altijd. Maar die ruzie met je moeder… Ik vind het erg rot voor je.” Zei hij maar omdat hij niets beters wist te zeggen. “Tja tis m’n eigen schuld, dat weet ik ook wel. Maar ik ga niet toegeven aan mijn moeder dat ik fout bezig was.” “Ja dat snap ik, die stomme moeders ook altijd. Zijn nergens goed voor.” “Ja, het is dat ik naar huis moest vanwege m’n vader, anders was ik echt op school gebleven hoor.” “Wat is er dan met je vader?” Vroeg Scorpius “Nou, m’n ouders zijn dus al sinds weet ik veel hoe lang gescheiden. Maar m’n moeder moet nog steeds geld krijgen van mijn vader, alleen zit hij nu in de gevangenis. En aangezien hij en m’n moeder absoluut geen contact met elkaar willen moest ik met hem gaan praten.” “Wat naar voor je.” “Tja, zo is het leven he. Het leven is niet mooi, het leven is hard.”
Ze zaten een tijdje zwijgend naast elkaar, Scorpius staarde uit het raam naar het voorbij schietende landschap. “Malfidus?” Vroeg Diana aarzelend. Scorpius keek haar aan. “Wat vind je van mij?” Vroeg ze zonder hem aan te kijken. Dit had hij niet verwacht. “Uhh… Nou je bent heel aardig. En mensen kunnen goed met je lachen. En je ziet er goed uit…” Ze keek hem aan. “Vind je dat echt?” “Ja je bent heel mooi.” Ze glimlachte even maar de lach verdween net zo snel als hij gekomen was. “Mensen vinden me een monster. Een arrogant, gemeen, sletje. Mensen verafschuwen mij.” Ze staarde naar de grond. Scorpius schoof wat dichter tegen haar aan en veegde een haarlok die voor haar gezicht hing achter haar oor. Ze keek hem aan. “Ik verafschuw je niet.” Zei hij. Het bleef even stil terwijl ze elkaar aankeken. “We zijn Zwadderaars…” zei Scorpius “…het hoort bij ons karakter. Het is algemeen bekend dat iedereen Zwadderaars haat.” Diana dacht na. “Je hebt gelijk, wat zit ik hier nou zielig te doen, ik zit bij Zwadderich, het is juist goed dat mensen mij gemeen vinden, dan blijven ze uit m’n buurt.” “Inderdaad.” “Dankje Malfidus, je bent echt een goede vriend.” Ze stond op “Ik ga even naar de wc.” En ze liet Malfidus alleen achter in de coupé.

De koets kwam piepend tot stilstand voor de gigantische houten deuren. De leerlingen stapten uit, hun koffers lieten ze achter in de koets. Vilder, de conciërge, zou zorgen dat alle bagage naar de slaapzalen werd gebracht. Albus had zich hardop afgevraagd hoe Vilder dat in zijn eentje voor elkaar zou moeten krijgen, er waren honderden koffers. Roos wist hem te vertellen dat er huiselfen werkten in de keukens, ze verwachtte dat die de bagage naar de slaapzalen zouden brengen. De koets reed weg en een andere koets stopte voor de ingang. Een stroom van leerlingen vulde de Grote Hal. “Het voelt goed om terug te zijn.” zei Albus tegen Roos. “Ja, zullen we naar de leerlingenkamer gaan voordat we moeten eten?” “Oké is goed.” Albus liep richting de trap naar boven. “Nee, kom hierheen.” Roos stond bij de trap naar beneden. “Wat moeten we in de kerkers?” Vroeg Albus. “Kom nou maar gewoon.” Roos ging de trap af, Albus keek om zich heen en volgde haar toen maar. “Roos?!” Ze liep gewoon door, Albus zuchtte. Roos wilde wel vaker niet vertellen wat ze van plan was. “Wat moeten we hier?” Hij ging naast haar staan toen ze was gestopt voor een groot schilderij met daarop een tovenaar met een grote, paarse tovenaarshoed waar een vleermuis op zat. “Flubberwurmslijm” Zei Roos. “Uitstekend voor gebruik in energie drankjes. Nu je het zegt, zo’n drankje zou ik best kunnen gebruiken nu.” Het portret geeuwde en zwaaide open, er werd een geheime doorgang zichtbaar. Roos giechelde toen ze Albus’ verbaasde gezicht zag. “Hoe wist je dat er hier een geheime gang was? En hoe wist je het wachtwoord?” Vroeg Albus verbaasd. “Kira vertelde het me.” “Kira…? Hoe weet die dat? Hej, wacht!” Roos was de geheime gang al in verdwenen. “Komt er nog wat van?” Vroeg het portret. “Ow uuh sorry.” Albus stapte de geheime gang in en direct sloeg het portret achter hem dicht. Het was pikdonker. “Lumos” Een lichtje verscheen aan de punt van zijn toverstok, hij liep de gang uit. Er verscheen licht aan het einde van de tunnel “Nox” het lichtje van Albus’ toverstok ging uit. Albus’ ogen moesten even wennen aan het felle licht toen hij het gangetje uit stapte. “Hej dit is de 7e verdieping.” Zei Albus verbaasd. “Haha ja gekkie.” Roos stond een eindje verderop op hem te wachten. Albus keek achter zich, het portret van een hoog bejaarde tovenaar schoof voor de geheime gang. “Shit, heb ik al die tijd helemaal naar de 7e verdieping moeten lopen via die stomme, bewegende trappen, blijkt er een rechtstreekse doorgang te zijn.” “Haha ja dus ik dacht, laat ik even aardig zijn en je vertellen van de geheime gang.” Roos knipoogde en liep richting de leerlingen kamer, Albus volgde haar.

“Heej Albus!!” Bart kwam op hem af en sloeg hem op zijn schouder. “Goed je te zien man!” “Ja.” Albus was een beetje overdonderd. “Kom kom kom” Bart wuifde hem en liep richting de trap naar de jongensslaapzalen. “Hej Albus!” Nick, Carlo en Thomas zaten naast elkaar op de rand van Thomas bed. “Hej jongens, wat hebben jullie daar?” “Foto’s” Zei Bart “Kom kijken” Zei Thomas, Albus ging naast hem op de bed rand zitten. “Wow, dat is Logan Sanciéz! De Zoeker van het Spaanse Zwerkbalteam!” “Ja hij is super goed he?” Het mannetje op de foto vloog heen en weer achter de Snaai aan terwijl zijn rood met gele cape achter hem aan wapperde. “Die foto moet je echt aan de meisjes beneden laten zien, dan gaan ze gillen haha.” Zei Carlo. “Ja, die vinden hem super knap.” Zei Nick. “Tss als ze hem al knap vinden, moeten ze mij eens zien als ik m’n shirt uittrek.” Hahaha de jongens lachten Bart uit. “Oké Bart, zullen we wedden?” Vroeg Albus “Als jij aandacht krijgt van de meisjes omdat je je shirt uittrekt…” “Haha dat krijgt hij sowieso, ze rennen gillend weg dan! Hahaha” “Bart keek Nick boos aan “Wacht maar…”
“Hej Albus, ken je deze?” Thomas liet hem een foto zien. “Ja dat is de Italiaanse Jager Bernardo Federico.” “Klopt, hij scoorde 21 keer tegen Frankrijk!” zei Thomas “Hoe kom je aan al deze foto’s?” vroeg Albus, hij bekeek de rest van de foto’s. Overal vlogen Zwerkballers uit verschillende landen over het veld, ze gooiden De Slurk, vlogen achter de Snaai aan, ontweken of sloegen Beukers... “Ik was deze zomervakantie bij het EK Zwerkbal en deze vakantie zijn we naar de kwalificatiewedstrijden voor het WK Zwerkbal geweest!” “Wauw, echt? Super leuk!” “Ja! Het was echt heel gaaf. Als het ons lukt om kaartjes te krijgen ga ik naar het WK!” “Het WK is pas over 2 jaar toch? In ons 3e jaar?” “Haha ja” Zei Thomas “En je hebt er nu al zin in?” vroeg Albus lachend “Ja… Haha maar het wordt echt geweldig joh. Albus, ik weet hoeveel je van Zwerkbal houd man, je mag het echt niet missen!” “Haha ik zal er over na denken, over 2 jaar.” Hij gaf Thomas een stomp op zijn schouder. “Hej…” zei Nick “Over 2 jaar is toch ook het Toverschool Toernooi?” Albus dacht even na “Ja, dat is altijd in het zelfde jaar als het WK.” “Vet. Jammer dat wij dan nog te jong zijn.” zei Nick “Nou ik zou er echt nooit aan mee willen doen hoor.” zei Carlo. “Nou, die eeuwige roem en alle galjoenen die je wint… Dat lijkt mij wel wat hoor.” “Nou als je zo graag mee wil doen kan dat.” merkte Albus op. “Huh?” “Ja sukkels het is toch om de 4 jaar? Dan is het in ons 7e jaar toch weer?” Nick begon te glimlachen “Haha wat zijn we weer slim.” zei Thomas. “Nou ik weet wie zich dan kandidaat stelt.” zei Nick. “Haha macho, dat zullen we nog wel zien.” Carlo pakte het kussen en sloeg Nick daarmee in het gezicht. “Ohh!” Nick pakte ook een kussen en gaf hem een klap terug, Carlo viel van het bed. “Haha!” “Kussengevecht!” riep Bart. De veertjes dwarrelden door de slaapzaal tot het tijd was om richting de Grote Zaal te gaan voor het avondeten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here