“Mam!” Het bleef akelig stil. “Mam waar ben je?” Een windvlaag blies door de rood gekleurde bladeren. Hij liep verder, het was pikdonker in het bos. “Aaaah!” Hij schrok toen er een beest vanuit de struiken vlak voor zijn voeten langs schoot. “Mam!” Riep hij nogmaals. “Scorpius!!!” De harde schreeuw weergalmde akelig door het verlaten woud. “Mam!!!” Hij begon te rennen, hij ging van het pad af, in de richting van de schreeuw. “Help!!” Klonk het. “Hou vol!” Hij rende, zo hard als hij kon, door struiken, over omgevallen bomen. Hij bleef haken in een doornstruik en viel. “Aaaah!” Hij bloedde. Er zaten grote doorns in zijn hele lijf, ze staken dwars door zijn kleren heen. Hij kreunde toen hij er één uit zijn pols trok. “Aaaaah!!!” De gil was harder dan ooit. Scorpius sprong overeind, hij beet op zijn tanden om het niet uit te schreeuwen van de pijn. Hij had waarschijnlijk zijn enkel gekneusd. Hij rende, probeerde niet te letten op de pijn, dacht aan zijn moeder, hij moest haar redden. “Scorpius?” Heel zachtjes, met haar liefdevolle stem. “Scorpius?” Nog een keer. Waar was ze? Hij zag haar nergens. “Ik ben hier liefje.” Hij draaide zich om. Daar stond ze. In een strookje maanlicht dat door een gat in het bladerdek scheen. Ze stond met haar rug naar hem toe. “Mam?” Vroeg hij aarzelend. Hij deed een stap in haar richting. “Aaaaah!!!” Een verschrikkelijke gil die Scorpius voelde door zijn hele lijf. Een plotseling groen licht verblindde hem, zijn moeder greep naar haar hart en viel neer. Hij struikelde toen hij naar haar toe wilde rennen en lag op de grond, zijn ogen gesloten tegen het verblindende licht. Voorzichtig deed hij zijn ogen open. Hij hief zijn hoofd op om naar zijn moeder te kijken. “Aaaaaahhhh!!!!!” “Te laat!!!!” Is het laatste wat hij hoorde voordat hij Voldemort zijn toverstok op hem zag richten en hij stierf.

“Aaaaaahhhh!!!!!” Daan gaf hem een klap in zijn gezicht. Scorpius schoot overeind. Hij staarde om zicht heen. De jongens van zijn slaapzaal keken hem angstig aan, Daan stond naast zijn bed. Scorpius sprong zijn bed uit en rende richting de deur. “Malfidus?” Hoorde hij Lars nog zeggen maar hij had geen tijd om te praten. Hij voelde dat mensen naar hem keken toen hij in zijn pyjama door de leerlingenkamer rende maar hij had geen tijd. Hij rende weg hij nam een gang achter een portret in de kerkers. Hij liep door de gang op de 4e verdieping, nog steeds in zijn pyjama. Hij liep, beide handen tegen zijn hoofd gedrukt. Tranen stroomden over zijn wangen. Hij stopte, ging zitten in een nis bij het raam. Hij trok zijn knieën op en hield zijn handen voor zijn gezicht. Hij huilde. Waarom? Dacht hij. Waarom ik? Voldemort had iedereen kunnen kiezen maar hij koos mij. Wat als ik faal? Hij vermoordt mijn hele familie en iedereen waar van ik hou. Diana. Dacht hij. Wat als hij haar wat doet? Hij haalde zijn handen weg voor zijn gezicht en fronste. Diana? Waarom denk ik nu aan haar? Ze is gewoon een vriendin van me, meer niet. Ik voel niks voor haar. Scorpius dacht terug aan zijn droom, het leek zo echt. Maar het zou toch niet… Nee dat kan niet. Voldemort heeft die kracht niet. Of toch wel? Scorpius raakte overstuur. Tranen rolde weer over zijn wangen, hij drukte zijn handen weer tegen zijn hoofd. Hij huilde geluidloos, zijn hele lichaam trilde ervan. Hij pakte zijn toverstok en schraapte zijn keel “Ac… Accio mobieltje”, hij borg zijn toverstok weer op. Hij kon niet zomaar weg van Zweinstein, hij had geen beschikking over een haard en een brief schrijven duurde te lang. Hij ademde een paar keer diep in en uit. “Hej hoe gaat het, ja het gaat goed, met jou?” Zei hij hardop tegen zichzelf. Hmm zijn stem klonk weer enigszins normaal. Hij hoorde een zacht gezoef, hij keek om. Er kwam een klein, zwart mobieltje door de gang gevlogen. Scorpius plukte hem uit de lucht toen hij dichtbij was. Hij hoopte dat hij wist hoe hij werkte. Hij had hem gekregen bij Dreuzelkunde om erover te leren. Dreuzels hadden blijkbaar allemaal zo’n ding bij zich om elkaar te “bellen”. Net zo iets als praten met iemand die op een heel andere plek is via een haardvuur, alleen dan had je geen openhaard of een vuur nodig. En het paste gewoon in je broekzak, best slim van die stomme Dreuzels.

Het was puur toevallig dat Scorpius het telefoonnummer wist van de zowat nooit gebruikte telefoon die bij hem thuis op het dressoir stond. Hij was bedoeld voor Dreuzel zaken maar hij vond het nu toch wel handig. Hij toetste de cijfercode op het mobieltje in en hield het tegen zijn oor. Hij hoorde niets. Hij keek naar het ding. Er was een groen knopje met een telefoontje erop. Hij drukte er op en hield het apparaat weer tegen zijn oor. Vol verwachting wachtte hij af. “Hallo?” Vroeg
hij. Hij hoorde niets. Er klonken wat piepgeluidjes gevolgd door steeds een lange, eentonige piep. “Hallo?” Vroeg hij nogmaals. Alleen een piep. Er klonk een gekraak “Goedemiddag u spreekt met Draco Malfidus.” “Pap!” “Huh? Scorpius? Waarom bel jij nou weer?” “Pap? Is… Is mam er?” “Uuh ja die is boven, hoezo?” “Mag ik haar even aan de telefoon?” “Uuhm oké, momentje.” Er klonk een bonk toen Draco de telefoon neerlegde. Scorpius wachtte in spanning, de zenuwen gierden door zijn lijf. “Scorpius?” “Mam!” Hij begon spontaan te huilen bij het horen van zijn moeders stem. “Ach schatje toch” Zei zijn moeder sussend. “Wat is er?” Vroeg ze. Scorpius slikte en zei met schorre stem “Je was in mijn droom, je ging dood.” Hij huilde weer. “Oh lieverd toch…” “Ik moest je stem horen” Snikte hij “Wees maar niet bang. Alles is goed met mij en papa.” “Oké…” Sorpius probeerde te stoppen met huilen en snikte nog wat na. “Hej droog je tranen en neem maar een glaasje water. Dat helpt.” “Oké.” Hij bleef even stil. “Sorry dat ik zo vroeg belde.” “Ohh nee joh dat geeft helemaal niks, ik was toch al lang wakker.” “Oké mooi. Ik ga maar op hangen.” “Doe maar liefje. Veel succes met school.” “Dankje, doe de groeten maar aan papa.” “Zal ik doen.” “Doei” “Dag” Scorpius hoorde zijn moeder de telefoon in het apparaat leggen en nam het mobieltje van zijn oor. Hij drukte op het rode knopje met plaatje van een telefoon en deed hem in zijn broekzak.
Scorpius ging naar de jongens wc’s. Gelukkig was er niemand. Hij sloot zich op in een wc hokje en begon geluidloos te huilen. De tranen drupten op zijn schoot terwijl hij daar zat. Waarom? Dacht hij. Waarom ik? Voldemort had iedereen kunnen kiezen maar hij kiest mij. Omdat hij weet dat ik het kan. Dacht Scorpius. Hij heeft vertrouwen in me. Er verscheen een klein glimlachje op zijn gezicht. De lach verdween gelijk weer. Het was een waarschuwing, de droom. Voldemort wil dat ik beter mijn best doe, hem sneller breng wat hij wil, anders heeft het nare gevolgen voor mij. Scorpius dacht aan zijn moeder, hij sprong overeind, droogde zijn tranen aan de mouw van zijn gewaad, wierp een blik in de spiegel en liep de toiletten uit.

“Ooooh…” Kreunde Bart. “Ik heb echt geen zin in Bezweringen vandaag.” “Pff ik ook niet.” Zuchte Roos. “Nou jongens lekker enthousiast weer zeg.” Grapte Albus. “Haha wou je zeggen dat jij er wel zin in hebt? Gezellig met alle Zwadderaars?” Vroeg Bart. “Uuuh... Om eerlijk te zijn niet. Maar het… Aaaah!” Albus viel
Voor over en belandde op de grond. “Kijk uit je doppen Potter!” Scorpius keek hem arrogant aan, alle Zwadderaars lachten. “Haha mooie Scorpius.” “Haha kijk zijn gezicht.” “Lig je lekker Potter?” Albus kwam overeind, hij voelde met zijn hand aan zijn neus. Hij keek naar zijn hand, bloed. De Zwadderaars lachten nog harder. Scorpius keek hem gemeen aan, wachtend of Albus iets zou doen. Albus trok zijn toverstok. “Levicorpus!” Scorpius was hem voor. “Shit!” Albus’ lichaam werd met een ruk omhoog de lucht in getrokken, alsof er een onzichtbaar touw aan zijn enkel hing. “Hahaha!!!” Klonkt het bij de Zwadderaars en een verontwaardigde “Ooooh!!!” bij de Griffoendors. Albus bungelde hopeloos aan zijn enkels aan het plafond. Scorpius stapte op hem af, Roos trok haar toverstok. “Ik zou maar niets proberen.” Waarschuwde ze. Scorpius keek niet naar haar en deed een stap dichterbij Albus. “Blijf jij hier maar lekker hangen, later Potter.” Hij gaf Albus een duw zodat hij tegen de muur opknalde en daarna heen en weer bleef bungelen. Scorpius liep weg richting het trappenhuis met een sluwe glimlach op zijn gezicht en liet het gejoel van de Zwadderaars en het gescheld van de Griffoendors achter zich. “Liberacorpus” mompelde Roos. Albus viel uit de lucht.

De uil pikte naar zijn vingers toen Malfidus hem hardhandig beetpakte om het briefje aan zijn poot te knopen. “Ach zit toch stil stom beest.” Toen Malfidus met de pikzwarte uil op zijn arm richting het raam liep haalde de uil uit met zijn klauw. “Au!” De uil vloog weg. Een paar strepen bloed op Malfidus’ arm achterlatend. “Vuile beesten.”

De deur ging open, professor Banning keek op van af zijn bureau. Toen hij zag dat het Albus was knikte hij en ging verder met zijn werk. Zachtjes liep Albus naar zijn tafeltje en ging tussen Roos en Bart in zitten. Hij keek om zich heen, zowat alle Zwadderaars keken hem gemeen aan. “Nou Madame Plijster had die bloedneus met een knip in haar vingers gefikst.” Fluisterde Albus. Roos keek hem aan. “Wat was dat echt met Malfidus? Wat is zijn probleem? Ik snap het echt niet.” Albus haalde zijn schouders op. “Waar kwam hij ook echt vandaan? Niet van het trappenhuis.” “Nee hij was juist op weg naar het trappenhuis. Hij hoort nu bij ons in de les te zitten, ik vraag me af waar hij is.” Zei Albus. “Hij kwam uit de richting van de wc’s.” Zei Roos. “Klopt, waarschijnlijk kwam hij van de wc. Maar waarom ging hij nu niet naar de les?” “Nou Albus, op zich had hij net een confrontatie met jou, dan is het toch logisch dat hij daarna niet bij jou in de les gaat zitten?” Zei Bart. “Ja, maar volgens mij was hij ergens naartoe op weg. Het was toeval dat hij mij tegen kwam en tja je kent Malfidus. Die moet mij dan belachelijk maken zodat z’n vrienden hem stoer vinden. Hij moest ergens heen. Maar waar heen?” “Ooh” Roos’ mond viel open, ze kwam dichterbij Albus en fluisterde in zijn oor. "De Sluipweg wijzer”. Albus keek om zich heen, toen hij niemand naar hem zag kijken pakte hij zijn tas van de grond. Heel onopvallend haalde hij De Sluipwegwijzer uit zijn tas en verstopte hem snel onder zijn Bezweringen boek. Hij zag Bart vreemd kijken. “Aan niemand vertellen oké?” “Oké, ik beloof het. Was is het?” Albus keek om zich heen, hij tilde met zijn ene hand zijn boek voorzichtig een stukje op en met zijn andere hand pakte hij zijn toverstok. “Ik zweer plechtig dat ik snode plannen heb.” Fluisterde hij zachtjes en hij tikte met zijn staf op het perkament. Direct verschenen er overal kronkelende zwarte lijnen, als een potje inkt wat omviel. “Ooh” Zei Bart zachtjes. “Zoek de naam Scorpius Malfidus” Roos hield in de gaten of er niemand naar ze keek en de jongens zochten de naam. “Hier” Bart wees het aan “Scorpius Malfidus” stond er in krullerige letters. De naam bewoog mee met twee zwarte voetafdrukjes. “Hij is bij de Stenen Cirkel, hij komt van het pad naar De Uilenvleugel.” Fluisterde Albus. “Dus hij heeft post verstuurd?” Vroeg Roos. Albus staarde naar de kaart. “Au” Roos trapte hem onder de tafel. “Snode plannen uitgevoerd.” Albus tikte op de kaart en keek op. Hij schrok. “Wat was je aan het doen?” Vroeg professor Banning die naast zijn tafel stond. “Oh uhh niks bijzonders.” Banning tilde Albus’ boek op en pakte het perkament. De kaart was helemaal verdwenen. “Perkament…” Mompelde Banning. Hij legde het weer op Albus’ tafel. “Aan het werk meneer Potter.” Hij liep weer richting zijn bureau. “Ik vraag me af naar wie Malfidus post heeft gestuurd.” Fluisterde Albus na een paar minuten. “Geen idee.” Fluisterde Roos terug. “En daar komen we waarschijnlijk ook niet achter dus ga maar aan het werk.” Albus dacht na maar ging na een tijdje toch maar verder met zijn huiswerk.
Na de les stond Albus met Roos, Bart en de zusjes Absters op de gang. “Zullen we met zijn allen wat gaan doen?” Vroeg Kira. “Ja gezellig!” Antwoordde Roos, “Ik las in De Ochtendprofeet dat het vandaag waarschijnlijk de laatste écht zomerse dag van het jaar is. Zullen we gaan zwemmen of zo in het meer?” “Ja nice! Zwemspullen pakken en afspreken voor het portret van De Dikke Dame?” Vroeg Bart, iedereen stemde ermee in.

“Pff het is écht super warm.” Kira lag in bikini op haar handdoek, ze had een grote zonnebril op en lag lekker bruin te worden. Albus kon zich amper voorstellen dat ze nog bruiner kon worden dan dat ze al was. “Zullen we zo weer het water in?” Vroeg Kiara. Kira kwam overeind. “Omg! Daar heb je Lars!” De groep keek richting het water. Lars rende langs het strand achter een bal aan. “Ohh hij is zo sportief he en damn hij ziet er zo goed uit! Volgens mij heeft hij een sixpack.” Bart keek Kira vaag aan, “Ziet er goed uit? Sixpack? Haha hij is niets vergeleken bij mij.” Kira keek hem spottend aan, deed haar zonnebril af en keek naar Barts buik. “Noem je dat een sixpack? Dat noem ik eerder een bierbuikje.” “Ohhh!” Riep Bart verontwaardigd uit, hij stond op. “Haha sorry, Bart, niet boos zijn, het was maar een grapje hoor.” “Zal best, ik ga zwemmen.” En hij liep weg. “Nou zeg…” Mompelde Kira. “Haha je weet hoe ijdel Bart is, als je wat zegt over z’n uiterlijk… Ohhww…” Grapte Albus. “Bart is best knap hoor, maar dat ga ik hem echt niet zeggen, zijn ego is al groot genoeg.” Iedereen lachte en stemde in met Kira’s opmerking. “Roos? Loop je even mee naar de WC?” Vroeg Kiara haar. “Ja is goed, ik moet ook al de hele tijd hahaha.” De twee meiden stonden op en lieten Albus en Kira samen achter.
“Wow zag je dat?” “Wat?” vroeg Albus haar. “Daan schopte de bal echt super hoog en Lars ving hem gewoon op met zijn voet!” “Hahaha je vindt hem echt leuk he?” “Ja” Zei Kira met een glimlach. “Hebben jullie nou al officieel een relatie?” Vroeg Albus haar. “Tja… Ik weet niet… Het is een beetje vaag haha. Omdat hij in Zwadderich zit en ik in Griffoendor weet je wel, dat kan eigenlijk niet. Mensen keuren het af, verklaren ons voor gek.” “Ja ik snap het wel, ik vond het ook wel raar hoor toen ik erachter kwam dat er iets was tussen jullie. Al helemaal omdat hij een vriend van Malfidus is weet je wel.” “Ja Malfidus is echt gewoon een eikel. Echt rare gozer maar ja dat zeg ik niet tegen Lars natuurlijk.” “Hej maar Kira, Lars en Daan waren echt altijd bij Malfidus in de buurt toch? De laatste tijd helemaal niet meer zo volgens mij, Malfidus komt ook steeds minder vaak in de lessen.” “Ja Lars vindt dat ook echt raar hoor. Hij is Malfidus’ beste vriend maar Malfidus zondert zich steeds meer af van hem en Daan. En als ze Malfidus tegen komen doet hij vaak afwezig of chagrijnig. Lars denkt dat hij ergens problemen mee heeft of zo, veel aan zijn hoofd snapje?” “Tja dat zal wel, maar ik snap dat het vervelend voor Lars is als Malfidus zich zo raar gedraagt en niet zegt wat er aan de hand is.” “Ja ook echt. Hij zat laatst naast Malfidus aan tafel toen Malfidus post kreeg. Hij vroeg van wie de brief was en dat wilde Malfidus niet zeggen. “Gaat je niks aan” had hij gesnauwd. Toen stond hij op en ging zomaar weg.” “Nou lekker vriendelijk.” “Ja en dat is niet het enige, hij betrapte Malfidus laatst terwijl hij ‘s avonds laat de leerlingenkamer in kwam. Hij was helemaal vies, onder de modder en blaadjes in zijn haar. Lars vroeg hem of hij Het Verboden Bos in was geweest. Malfidus negeerde hem en liep door naar boven.” “Serieus?” “Ja Lars weet zeker dat hij uit het bos kwam, hij vraagt zich echt af wat hij daar steeds doet.” “Steeds?” “Ja hij zag hem al een keer eerder richting het bos lopen. Hij denkt dat het komt door Malfidus’ nachtmerries.” “Huh?” “Ja Malfidus wordt steeds vaker schreeuwend wakker, vanochtend ook weer. En toen rende hij zonder een woord te zeggen, in zijn pyjama de slaapzaal uit.” “Wow echt een rare jongen…” “Ja nogal, maar ik ben blij dat hij het niet weet hoor, van Lars en mij bedoel ik. Dat zou hij nooit goed vinden. En dan zou Lars gezeik krijgen dat wil ik niet. Hij heeft Daan ook gevraagd of hij niks over mij wil zeggen tegen Malfidus. Maar Daan is ook echt een klootzak hoor, hij vind het echt niet kunnen. Hij zegt elke keer tegen Lars dat hij me moet dumpen.” “Tsst typische Zwadderaar.” “Jep.”

Ze zaten een tijdje zwijgend naast elkaar tot Lars Kira ineens zag zitten en naar haar zwaaide. Ze zwaaide terug. “Zal ik naar hem toe gaan?” Vroeg ze Albus. “Ja waarom niet?” “Tja ik weet niet… Is spannend hihi.” Albus keek haar aan. “Spannend? Kira? Jij vindt nooit iets spannend haha jij hebt meer lef dan alle meiden die ik ken bij elkaar!” “Haha dankje, maar dit is Lars… Lars is… Tja…” “Leuk?” “Haha zo iets ja.” Ze stond op. “Sorry dat ik je alleen laat.” “Haha maak je om mij maar geen zorgen. Ik ga Bart wel zoeken, kijken of hij zich nog gekwetst voelt door jou opmerking over z’n bierbuik.” Hij knipoogde, Kira liep met wiegende heupen richting het water. Wat een mooi meisje is ze toch, dacht Albus. Licht getint, lange bruine benen, slank lijf, lang zwart haar. Kiara lijkt wel op haar maar is toch heel anders, alle jongens zien Kira wel zitten. Maar Kiara krijgt nooit zoveel aandacht. Waarschijnlijk omdat ze een wat rustiger type is en Kira veel spontaner is en meer lef heeft. Albus lachte, Kira en Lars stonden vurig te zoenen, iedereen kon het zien. Hij kon zich niet voorstellen dat Kiara zo iets ooit in het openbaar zou doen. Hij stond op en dacht “Eens kijken of ik Barts humeur weer wat kan verbeteren met zijn lievelingsspel. Het geven van cijfers aan het uiterlijk van meisjes.”

De gedaante liep over de rotspartijen in de afgrond voor het kasteel. Hij nam grote stappen, voorzichtig dat hij niet struikelde over de losliggende stenen. Zijn mantel wapperde achter hem aan in de wind. Zijn kap bemoeilijkte het hem om een goed zicht te hebben op de grond onder hem maar hij zou hem nooit zomaar afdoen. “Die Dreuzels zijn dus toch nog ergens goed voor.” Dacht hij. Dankzij hun afluisterapparatuur had hij de informatie verkregen die hij nodig had. Maar deze afgrond was lang en breed, het zou nog wel even duren voordat hij vond wat hij zocht. De gestalte liep over de stenen, hij voelde de zon branden op zijn zwarte kledij. Op weg hier naar toe had hij tientallen kinderen zien zwemmen in het meer, genietend van het mooie weer. Wat had hij graag een afkoelende duik genomen, de verstikkende warmte was haast ondraaglijk hier, zo zonder enige beschutting, in de volle zon. Na een hele tijd gelopen te hebben en het gebied stukje bij beetje uitgekamd te hebben zag hij het. Hij liep er naar toe en pakte het op. Het andere deel zou hier vast dichtbij in de buurt liggen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here