Foto bij 019.

@Colman: cutenesslevel skyhigh (:

Dit is hoofdstuk 19.
Nog een nummer 20.
Een epiloog.
En dan vallen jullie in een zwart gat...

Alhoewel: dit verhaal loopt dan ten einde, maar ik ga een nieuwe starten. Meer informatie hierover volgt nog.

Waar ik gisteren nog vanbinnen moest lachen om Lukes trillende vingers toen hij de voordeur bij hem thuis openmaakte, ben ik blij dat ik zelf geen sleutel om hoef te draaien. Ik knijp in de hengsels van mijn weekendtas en haal eens diep adem.
‘Lieverd, ik ben de perfecte schoonzoon, maak je geen zorgen,’ fluistert Luke in mijn oor.
Ik duw tegen hem aan. ‘Jij was gisteren ook gespannen.’
‘Geen ruzie met me maken hè?’ Hij kijkt me geamuseerd aan.
‘Ik zou niet durven.’ Ik duw de deur open en schop mijn schoenen uit, een vaste gewoonte. ‘Je hoeft je schoenen niet uit te doen hoor, kies zelf maar wat je fijner vindt.’
Luke doet zijn schoenen uit en we lopen de kamer in. Het is vreemd om hier met hem te zijn, omdat het zo’n tijd is geleden dat Jase bij me thuis was. Ik bedenk me dat ouders inderdaad het zesde zintuig hebben waar Luke het gisteren over had. Mijn ouders konden prima overweg met Jase, maar een echte klik was er niet. Ik ben benieuwd wat ze van Luke vinden.
‘Hé.’ Mijn moeder omhelst me. ‘Fijn dat je er weer bent.’ Dan wendt ze zich tot Luke. ‘Jij moet Luke zijn.’
‘Dat klopt, mevrouw.’ Hij steekt zijn hand naar haar uit, welke mijn moeder schudt. ‘Leuk u te ontmoeten.’
‘Jij, alsjeblieft. Ik ben Marijke. Willen jullie iets te drinken?’
‘Koffie graag.’
‘Je weet wel welke thee.’ Het is heerlijk om bij iemand te zijn die de kleine dingen van me kent.
‘Drink jij je koffie zwart, Luke?’
‘Ja.’ Hij glimlacht.
Mijn moeder loopt naar de keuken en ik ga naast Luke op de bank zitten.
‘Heb je bewust dezelfde kleuren op je kamer als hier in jullie huis?’ Luke scant de kamer met zijn ogen en ik zie hoe hij alles in zich opneemt.
‘Dat is me nooit opgevallen,’ zeg ik verbaasd.
‘Zo, het wordt weer kouder buiten. Voor wie ben je koffie aan het zetten?’ hoor ik mijn vader in de keuken zeggen.
‘Voor Luke.’ Mijn moeder praat zacht, maar niet zacht genoeg.
‘O. Zijn ze er al?’
Zonder het antwoord af te wachten, komt mijn vader de woonkamer in en hij loopt naar Luke toe. Die komt overeind en schudt de uitgestoken hand van mijn vader stevig. Mijn vader gaat in de tweepersoonsbank zitten.
‘Naomi heeft me op het hart gedrukt je niet aan een kruisverhoor te onderwerpen, dus ik durf nu niets aan je te vragen.’ Mijn vader knipoogt naar me.
Ik schud lachend mijn hoofd. ‘Pap!’
‘Ik ben Luke, twintig jaar oud. Ik studeer Kunstmatige Intelligentie aan de universiteit van Utrecht. Ik roei en zit bij een studentenvereniging. Ik zou graag vertellen dat ik nooit drink en altijd braaf aan het studeren ben, maar Naomi stelt liegen in ieder geval niet op prijs.’ Luke glimlacht ontwapenend.
‘Zolang je goed bent voor mijn dochter, vinden wij alles goed. Bijna alles. Als je dat niet bent, zal ik een vervelende en strenge man zijn.’ Mijn vader sluit kort zijn ogen en misschien heeft hij zelf niet eens door dat hij Luke bemoedigend toeknikt.
‘Dankjewel Marijke,’ zegt Luke als mijn moeder een kop koffie voor hem neerzet.
Ik verberg mijn glimlach, maar ik zie dat Luke bij elk woord en elke beweging pluspunten scoort. Langzaamaan begin ik te ontspannen en ik durf toe te geven dat ik me nooit zo ontspannen heb gevoeld als Jase bij me thuis was. Het kan zijn dat ik ouder en misschien zelfs verstandiger ben geworden of dat het erdoor komt dat ik Luke al echt kende voordat ik iets met hem begon. Meer waarschijnlijk is het dat alles op zijn plek valt, doordat het niet alleen goed voelt, maar ook goed is.

‘Hoi! Ik…’ Moniek blijft staan in haar beweging. ‘Kom ik ongelegen?’
Automatisch schud ik mijn hoofd, want onze vriendschap zal altijd even waardevol blijven. ‘Is er iets?’
‘Niet per se.’ Ze haalt haar schouders op en ik zie haar gezicht kort betrekken.
Razendsnel maak ik de afweging en ik besluit dat het oneerlijk naar Luke is om van hem te verwachten dat hij zichzelf maar vermaakt. ‘Ik bel je vanavond nog, oké? Als je me nu nodig hebt, moet je het zeggen hè?’ Ik sla mijn ogen neer, omdat ik me enorm schuldig voel. Ooit heb ik haar beloofd, onder het genot van een reep chocola en een bak ijs, dat ik nooit een jongen boven haar zou plaatsen. Ergens steekt het dat ik nu niet voor haar kies, maar aan de andere kant weet ik dat Luke er nu al naast staat. Ik vind het fijn om bij hem te zijn en hij schreeuwt zwijgend harder om hulp dan Moniek met woorden kan doen. Het is de automatische reactie van het zorgen voor iemand anders die ervoor zorgt dat ik geen van beide kan laten gaan.
‘Het is goed, Naomi. Echt. Bel me maar als je tijd hebt.’ Ze glimlacht en ik scan die lach centimeter voor centimeter, om tot de conclusie te komen dat het een oprechte lach is.
‘Dat doe ik,’ beloof ik haar.
Moniek loopt weer weg en ik realiseer me hoe gek het is dat Moniek niet meer de eerste is naar wie ik een berichtje stuur. Het is alsof de relaties die ik met mensen heb, op welke manier dan ook, moet herindelen. Het zou te gemakkelijk zijn als die mensen niets met elkaar te maken hadden, maar natuurlijk moet ik weer in een uitzonderingspositie verkeren. Tegelijkertijd denk ik dat vrienden altijd met elkaar te maken hebben, ook al kennen ze elkaar niet. De tijd en energie die ik aan de één geef, kan ik op dat moment niet aan iemand anders geven. Het is ingewikkeld, omdat ik zo graag bij iedereen wilde zijn. Niet om mijn vreugde te delen, maar om die zorgen van hun gezicht te zien glijden en hun innerlijke rimpels kan gladstrijken.
Mijn ouders vragen Luke van alles, maar minstens de helft van die vragen hoor ik niet eens. Ik ben alleen maar met Moniek bezig, ook al zei ze dat het goed was en bevestigde haar uitstraling dat. Ik zit erbij en probeer een glimlach op mijn gezicht te houden, terwijl ik het liefst naar Moniek toe wil rennen.
‘Heb je zin om een stuk te wandelen?’ Luke tikt me zachtjes aan.
‘Is goed.’ Ik hoop dat mijn gemaakte enthousiasme niet voor zorgelijke rimpels in zijn voorhoofd zorgen, maar dat is tevergeefs. Ik heb zo mijn best gedaan die te laten verdwijnen en nu ben ik de reden van die zorgen. Ik sta op en trek mijn jas aan. Niet veel later loop ik met Luke buiten.
‘Wil je naar Moniek?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Ik ben alleen bang dat er iets met haar is.’
‘Waarom geloof jij mensen niet?’
‘Ik geloof het niet als mensen me aankijken met een verwarde, lege blik in hun ogen en dan vertellen dat het goed met ze gaat. Het is alsof je vertelt dat het eten heerlijk is, terwijl je hele gezichtsuitdrukking laat zien dat je het vies vindt of dat je vertelt niet boos te zijn, terwijl de adrenaline al je spieren op strak heeft gezet en je een knalrood hoofd hebt.’
‘Waarom deed jij dan precies hetzelfde?’
Ik kijk Luke verbaasd aan, omdat de directe confrontatie niet direct iets is wat bij hem past als het gaat om een gevoelig onderwerp. Moeizaam probeer ik de woorden die door mijn hoofd tuimelen in een strakke rij te zetten, zodat ik er zinnen door kan formuleren. De onrust in mijn hoofd is wat eerst op mijn tong gebeurde. Dan proefde ik de woorden en wilde ik vertellen welke smaak ze hadden, maar alles wat er kwam, was onmacht en frustratie, gevormd in hakkelende lettercombinaties. Ook al gebeurt het nu een stadium eerder, het zorgt voor diezelfde paniek.
‘Naomi?’
De tranen springen in mijn ogen en ik bal mijn handen tot vuisten. Ik wil niet dat het gebeurt, maar ik voel ook hoe de radeloosheid zich door mijn lichaam verspreidt. Luke pakt mijn hand vast en knijpt er zacht in.
‘Ik deed hetzelfde, omdat ik bang was dat ik van alles kapot zou maken. Toch verweet ik het jullie dat niemand die metersdikke muur kon doorbreken. Ik heb Moniek beloofd dat ik er altijd voor haar zijn en net zei ik simpelweg dat ze weg kon gaan en dat jij belangrijker was. Het…’
‘Dat zei je niet. Je vroeg of je per direct tijd voor haar moest vrijmaken of dat het kon wachten en je haar later zou helpen. Als jij naar haar toe wil, moet je dat doen. Niet omdat je anders vindt dat je een slechte vriendin bent, maar omdat je het gevoel hebt dat ze je nodig heeft. En luister alsjeblieft goed naar me: ondanks dat je een fantastische meid bent met een hart van goud, hoef je niet de wereld te redden. Anderen kunnen het ook zonder jou, ook al wordt het een stuk makkelijker met iemand die je onvoorwaardelijk steunt zoals jij doet.’
‘Dat is lief.’ Ik slik de brok in mijn keel weg, wat me verbazingwekkend gemakkelijk lukt en ik haal mijn mobiel tevoorschijn. ‘Ik ga alleen even checken hoe het met Moniek is. Wat er is.’
‘Hé, heb je Luke nu alweer weggestuurd?’
Ik glimlach. ‘Nee, maar het voelde niet goed om jou weg te sturen.’
‘Je stuurde me niet weg. Als ik wist dat Luke bij je was, was ik niet eens langsgekomen.’
‘Wat wilde je vertellen?’ Ik klem mijn koude vingers steviger om mijn mobiele telefoon.
‘Mijn moeder gaat vanavond met John praten. Ik ben bang dat hij haar overhaalt.’
Kort glimlach ik, doordat bevestigd wordt dat mijn intuïtie niet liegt. ‘Vertel haar dat maar. Zeg wat jij ziet en wees eerlijk. Dat zal ze uiteindelijk waarderen. En laat me maar horen hoe het is gegaan, oké?’
‘Doe ik. Ik ga dan maar eens met mijn moeder praten.’ Moniek zucht hoorbaar.
‘Je kunt het.’

Luke draait zich naar me toe en gaat in kleermakerszit tegenover me zitten. Het is gek om weer een jongen op mijn kamer te hebben, zeker omdat ik vaak naar Jase’s kamer ging.
‘Weet je wat me vanmiddag opviel?’ Hij haalt kort adem, maar wacht niet op mijn antwoord. ‘Jij voelt je goed als je in die reddersrol mag zitten. Jij wilt in je eentje de hele wereld beschermen. Laat ik het anders zeggen: je wilt jouw wereld beschermen. Niemand mag van jou pijn en ongemak ervaren als diegene belangrijk voor jou is. Hoe kan dat?’
Het enge is dat ik door mijn gevoelens voor Luke bespreekbaar te maken, de muur om me heen langzaam voor mijn vrienden heb laten afbrokkelen. Nu de stenen langzaam tot puin vermorzeld worden, vang ik plotseling weer alle wind en heb ik er moeite mee om overeind te blijven. Gewoonlijk trek ik me steeds minder aan van wat anderen van me vinden, maar nu een naaste zulke rake dingen over me weet op te noemen, wankel ik. Ik vind het fijn om de woorden van een ander te herkennen, als ik ze zelf al eens eerder door mijn hoofd heb laten cirkelen. Als ik de woorden herken, maar ze nooit heb gezien of gehoord, duik ik het liefst weg, in de hoop dat de steen me niet in mijn maag treft.
‘Ik wil anderen niet ongelukkig zien.’ Mijn stem is slechts gefluister.
‘Waarom niet?’
Ik weet het antwoord, maar ik graaf mijn hakken diep in het zand. Ik geef me niet zomaar gewonnen.
‘Je hoeft tegen mij niet te vechten, ik sta naast je.’ Met die ene zin spoelt Luke het zand onder mijn voeten vandaan.
‘Ik wil anderen niet ongelukkig of met pijn zien, omdat ik weet hoe het voelt en dat het verschrikkelijk is.’ Het is alsof er een last van mijn schouders valt nu ik deze puzzelstukjes op hun plek kan leggen.
‘Ongemak hoort erbij. Ik geloof niet dat er iemand altijd honderd procent gelukkig en pijnvrij is. Het is compleet irreëel om te verwachten dat zowel jij als iedereen om je heen zich geweldig voelt. En het is onmogelijk dat jij anders degene bent die alle ellende voor een ander oplost. Je bent goed, Naomi, maar je bent ook maar een mens.’
Er knapt iets in mij wat al langer kleine barstjes vertoonde. Nog geen twee maanden geleden was ik ervan overtuigd dat overtuigingen persoonlijke waarheden zijn. Inmiddels weet ik dat een overtuiging niets meer dan een mening op basis van ervaringen is. Net als met iedere andere mening is die te vervormen, zeker als de tegenpartij sterke argumenten aanlevert. Ik ben niet verantwoordelijk voor het geluk van een ander, ook al kan ik er eventueel wel aan bijdragen. Door altijd voor anderen te zorgen, was het gemakkelijk om niet naar mezelf te kijken. Nu er tijd en ruimte is geweest om aan mezelf te werken, was het verbazingwekkend hoe snel mijn overtuigingen begonnen te wankelen. Het geeft rust om te weten dat die overtuigingen buigen en misschien soms zelfs breken, maar dat ik er in de basis niet door verander. Ik haal eens diep adem en sluit mijn ogen. Langzaam laat ik de lucht ontsnappen en ik breng mijn onbewust opgetrokken schouders een flink stuk omlaag. Ik open mijn ogen.
‘Jij bent precies wat ik nodig heb,’ zeg ik en ik hoor hoe overtuigd ik klink. Ik ben benieuwd of ook deze mening begint te wankelen, zodra Luke reageert.
‘Ik lever hooguit een bijdrage aan hoe het met je gaat, maar jij kent jezelf het beste. Zeg eens eerlijk: wist je niet al die tijd wat je moest doen?’
Ik denk diep na en kom al snel tot de conclusie. ‘Ik had het moeten vertellen, maar aan de andere kant hadden jullie me direct moeten confronteren. Ik vecht voor wat ik waard ben, totdat het enorm belangrijk voor me wordt. Dan sta ik stil en luister ik. Als het als onzin voelt, vecht ik, maar als het echt is, verzet ik me niet.’
‘Je bent geen vechter, je bent een vluchter.’ Luke glimlacht. ‘Net als ik.’ Zijn glimlach betrekt.
‘Als we dan samen vluchten, zijn we tenminste samen.’
Zijn glimlach komt terug en ik beantwoord die. Mijn missie is geslaagd.

Reacties (1)

  • Long

    Aaaah neeee! Ik vind het zo jammer dat er een einde komt aan het verhaal. :-(
    Maar ik ben wel blij om te horen dat je een nieuw verhaal gaat starten. ^^

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen