Een maand ging voorbij en Viviënne stuurde me elke week een brief met nieuws over Jean’s voortgang. Het leek erop dat hij zou herstellen van de meeste van zijn wonden, maar ze verwachtte dat hij waarschijnlijk nooit meer zou kunnen lopen zonder hulp van een wandelstok.

Dat was tegelijkertijd goed nieuws, want dat betekende dat hij de loopgraven niet meer in gestuurd kon worden. Mijn hart begon sneller te kloppen bij dat nieuws. Tenzij er iets heel erg mis zou gaan, zou hij de oorlog overleven.

Ook kreeg ik aan het einde van die maand de eerste brief van Jean zelf weer. Hij vertelde me grotendeels hetzelfde als Viviënne me al had verteld, maar ik hoorde alsnog veel liever hetzelfde van hem. Ik was zo blij dat hij eindelijk weer kon schrijven.

Hij vertelde me dat hij al over anderhalve week zou worden ontslagen van het ziekenhuis. Als ik de vertraging van de post meerekende was dat minder dan een week. Hij zei dat hij zich er nog niet helemaal klaar voor voelde. De reis terug werd geregeld door de Franse regering, maar eigenlijk wilde hij nog niet gaan.

Hij vroeg me of ik het echt had gemeend, of ik echt mee wilde naar Algerije. Want hij had het gemeend, zei hij, toen hij me vertelde dat hij dolgraag een leven met me wilde opbouwen daar. Hij vertelde dat het moeilijk zou zijn, dat niet iedereen onze relatie zou accepteren. Maar hij wilde het doen, ondanks al dat.

Hoe kon hij twijfelen? Natuurlijk had ik het gemeend. Het joeg me angst aan, deze toekomst ver van Frankrijk, maar het was een toekomst met hem. Dat is alles wat ik wilde.

Reacties (1)

  • Thuria

    Het voelt alsof hier een deeltje mist?
    In ieder geval, goed nieuws dat het weer beter gaat met Jean (-:

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here