“Alles wat gebeurd is,” zei ik, “gebeurde hier. Ik wil weg, weglopen met jou. Ik weet dat ik bij jou moet zijn.”
Hij glimlachte. “Dan doen we dat. Dan lopen we samen weg.”

We lachten, zonder dat dat afdeed aan het feit dat we allebei wisten dat we het meenden. En het was een sprong in het duister, dat wist ik heel goed. En ik was bang, maar met hem kon ik alles aan. Hij hield van me, dat was genoeg.

Éloïse’s ouders ontvingen ons met open armen, tot mijn grote opluchting. Toen begonnen mijn dagen met Jean, dagen vol warmte en geluk, maar ook vol drukte. We bestelden de tickets voor de lange reis, en ik schreef Anna met pijn in mijn hart dat ik waarschijnlijk haar kind nooit zou ontmoeten. Maar ik kon niet wachten. Ik wist heel goed dat nog een bezoek aan mijn oude huis me zou breken, hoeveel ik ook om Anna gaf.

Die dagen nam ik opnieuw afscheid van alles. Het was zo vreemd om voor altijd te vertrekken, van het land waar ik ondanks alles toch van hield. Het land waar Jean voor had gevochten, en ik ook, op mijn eigen manier.

Het afscheid van Éloïse was nog het lastigste. We beloofden elkaar te schrijven, maar ik wist dat ze teleurgesteld was dat ik vertrok.

Toen ik mijn tassen inpakte, vond ik iets. Een kopie van Alice in Wonderland.

“Ik heb je boek nog,” zei ik tegen Éloïse. “Ik denk dat je het wel terug wilt.”
“Nee,” zei ze met een glimlach. “Houd het maar. En denk aan mij.”

Ze kuste mijn wang en we namen de volgende dag definitief afscheid op het treinstation. Ik huilde, maar ik was nog nooit zo zeker geweest van iets in mijn hele leven.
“Vaarwel, Justine,” zei Éloïse. “Ik wens je alle geluk in de wereld.”

Reacties (1)

  • Croweater

    Aaah afscheid nemen is nooit leuk.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here