I see numbers as colours


Setting:

Robots? Wie kent ze niet? Ze zijn misschien wel een van de grondleggers van de pure, zuivere sciencefiction. Door de jaren heen is vooral het concept van een menselijke robot populair, maar ook robots die de aarde willen overnemen lijken helemaal tip top in orde. Jouw uitdaging is om een kort verhaal te schrijven waarin robots een grote (of misschien wel minder grote) rol spelen. Probeer het verhaal echter wel zo origineel mogelijk te houden. Wil jij toch een robot met menselijke gedachten? Geen probleem, maar geef dan wel een originele twist aan het verhaal zelf.

Opdracht:

De opdracht zelf is deze keer iets vrijer dan bij de vorige. Je maakt gebruik van een kleur (die je zelf mag kiezen). De kleur mag zowel een symbolische als een letterlijke betekenis hebben. Het enige addertje onder het gras is dat ik uit je verhaal moet afleiden over welke kleur het gaat. Als je één keer vermeld dat het gras groen is, kan ik niet weten dat jouw gekozen kleur groen was. Maak het dus klaar en duidelijk (zonder het te vermelden in de inleiding van je hoofdstuk, dat zou het natuurlijk te makkelijk maken).


Vanwege tijdsgebrek weet ik niet helemaal wat ik er van vind, maar ik hoop dat het er mee door kan.

      Ik zie letters als kleuren. Een volgeschreven pagina geeft me de indruk van een kleurrijk canvas, 26 zich steeds herhalende kleuren. Ook nummers zijn gekleurd. Een letter- of nummerreeks is voor mij een simpele aaneenschakeling van kleuren. Ik kan deze daardoor veel makkelijker onthouden. Zo is pi in mijn hoofd rood komma geel roze geel paars wit oranje blauw paars rood blauw enzovoorts.
      Als ik dit mensen vertel, vragen ze me of dat niet ontzettend hinderend is. Ze verwachten vaak dat die kleurtjes me afleiden van wat er eigenlijk staat. Dat was vast ook wel zo geweest, als elke letter of cijfer een willekeurige kleur kreeg, maar dat is niet zo. Als ik een reeks getallen zie, is het tegelijkertijd ook een reeks kleuren. Als ik de kleur weet, weet ik het nummer, en andersom. Ik had twee manieren om dingen in me op te nemen.
      Daardoor onthield ik alles vele malen beter dan anderen. Dat, samen met mijn passie voor bètavakken zorgde ervoor dat ik op mijn vijftiende al klaar was met het gymnasium. Om eerlijk te zijn snap ik niet hoe anderen het voor elkaar blijven om daar tot hun achttiende te blijven hangen, het was allemaal zo in herhaling vallend. Maar ach, ik snap ook niet hoe iemand kan leven zonder de kleuren die ik allemaal met dingen verbind. Hoe saai zou het voor zo iemand wel niet zijn om een boek te lezen, of een wiskundige berekening uit te voeren?
      Maar goed, genoeg gepeins over het leven van anderen. Ik haalde mijn gymnasiumdiploma op mijn vijftiende, en had als ik dat had gewild naar de universiteit gekund. Ik was echter pas vijftien, redelijk klein, en had er totaal geen zin in. Mijn ouders waren het met me eens, hoewel zij het verwoorden als ‘Te jong om goed contact te kunnen maken met medestudenten’. In werkelijkheid was, en ben, ik gewoon lui, maar goed.
      Een paar weken later realiseerde ik me echter dat niks doen een stuk minder leuk is als je niks hebt om naar voren te schuiven. Als uit de hemel geroepen - of de hel, maar dat terzijde - verscheen er een brief in de bus: ik was uitgenodigd voor een wetenschappelijke conventie voor jongeren. Of ik mee wilde doen aan de wedstrijd. Ik schreef me in, en zodoende moest ik iets vernieuwends gaan bedenken.
      Ik wist meteen wat ik wilde doen: ik ging een robot maken. Maar nu, 364 - rood blauw roze - dagen en heel wat uitstelgedrag, zoals typisch is voor tieners, later, ben ik nog steeds niet klaar. Van mijn originele idee - bewakingsrobot die inbrekers hardhandig het huis weer uit werkt - is al geen sprake meer, en ik maak nu een op zonne-energie werkende robot die je vertelt wanneer je koelkast bijna leeg is. Nogal een verandering, ik weet het, maar ik ben maar een kind van zestien. Daarnaast kreeg ik maar een jaar de tijd, ze zullen toch wel moeten hebben geweten dat je als tiener minstens tachtig procent van je tijd verkwist aan uitstelgedrag.
      Ik ben geen uitzondering op die regel, absoluut niet. Integendeel zelfs, de zon begint al achter de horizon weg te zakken, en ik moet nog met mijn testrondes beginnen. Ik had dit beter moeten plannen.
      Het begint al donker te worden, het kost me moeite om mijn berekeningen helemaal goed uit te kunnen maken. Toch moet ik doorwerken, morgen moet het af zijn. Dit ding hoort op zonne-energie te werken, ik had sowieso veel beter eerder kunnen testen. Daar is nu echter niets meer aan te doen, ik zal er maar mee moeten leven. De felle lamp die ik - gelukkig - heb werkt net zo goed, ik moet het voltage alleen wat omlaag gooien. Ik ben bang dat mijn robot toch echt kapot zal gaan, mocht ik dat niet doen. Het zou zonde zijn als het koper nu zou doorbranden, wat kortsluiting zou veroorzaken. Aan een wrak hebben ze bij de conferentie ook niets.
      Ik pak een stuk papier met wat smeervlekken, en bereken snel de goede stroomsterkte. Gelukkig is dat niet heel ingewikkeld, ik heb lang geleden al uitgezocht hoeveel licht het zonnepaneel op kan vangen, en wat het rendement is. De smeervlekken maken het was minder leesbaar, maar ik zal het er maar mee moeten doen. Als ik de tijd neem om een schoon stukje papier te zoeken, wordt het alleen nog maar donkerder. Ik zou licht kunnen regelen, maar… te veel moeite.
      Ik leg nog de laatste hand aan mijn robot - knap kun je het metalen bouwwerk niet noemen, maar als het goed is zou alles nu moeten werken - en staar zelfvoldaan naar het metalen monster, dat me zoveel stress bezorgd heeft.
      Ik verschuif de lamp wat naar links, zodat hij precies op het zonnepaneel van mijn robot is gericht. Het was nogal een opgave om zo’n ding te vinden, maar uiteindelijk is het me gelukt. Dat wil zeggen, met mijn moeders hulp: ik was opnieuw lui. Moet het niet ongelooflijk moeilijk zijn, om zo’n geniaal kind te hebben dat al zijn tijd verspilt aan bankhangen en het internet? Wie weet, ik val mijn ouders in ieder geval niet lastig met verzoeken om uitleg voor natuurkundige zaken die ze zelf ook niet snappen.
      Na wat gekluns met stroomdraden - ik zweer dat die dingen altijd nét vijf centimeter te kort zijn - ben ik eindelijk zover om de stroomsterkte aan te passen. Ik werp nog een blik op mijn berekening en kijk even op van het getal. Blauw paars groen. 650 Volt. Ik kan me niet herinneren dat het zoveel was. Tja, dat krijg je met die zonnepanelen, altijd een laag rendement. Zonde van de stroom, maar ach. Dat moet ik dan maar voor lief nemen.
      Binnen afzienbare tijd ben ik klaar, en de tijd voor de laatste test is aangebroken. Zal mijn zonnepaneel werken of niet, daar zal ik nu achter komen. Is mijn gestress van de afgelopen weken terecht geweest, of had ik toch eerder moeten beginnen? Er is maar één manier om daarachter te komen.
      Ik knip de lamp aan, en kijk in spanning naar de robot. Even gebeurt er niets, en ik begin teleurgesteld te worden: heb ik dáár nou zoveel moeite voor gedaan? Alleen voor zo’n gigantische anti-climax? Het is bijna zielig.
      Dan komt het metalen bouwsel tot leven, en het scherm springt aan. Ik word gevuld met zelfvoldoening, en glimlach trots. Dat heb ik zomaar op mijn zestiende voor elkaar gekregen. Pas daarna realiseer ik me dat het scherm pas aan moet gaan als je op de aan-knop duwt, en dat het sissende geluid dat ik hoor niet bij de machine hoort. Het klinkt verdacht veel alsof de koperdraad aan het doorsmelten is.
      Ik heb net genoeg tijd om me te beseffen dat er iets goed fout is, voordat de machine met een luide knal ontploft. Met grote ogen zie ik de robot als in slow-motion uit elkaar scheuren, alsof het niet van metaal, maar van nat papier is gemaakt. De grond verdwijnt onder mijn voeten terwijl de hitte me in mijn gezicht slaat. Een fractie van een seconde later voel ik een stekende pijn in mijn zij en mijn onderbeen, wat aangeeft dat er een stuk schroot mijn lichaam binnengedrongen is. Mijn lichaam raakt de achterste muur van mijn werkkamer met een klap, die ik in mijn hele lichaam voel. De trillingen die het veroorzaakt roepen nieuwe pijngolven tot leven vanuit het ijzer, en er komt een gegorgeld geluidje uit mijn keel.
      Mijn blik valt op het besmeurde stuk papier, met daarop de berekening van de stroomsterkte. Het dwarrelt langzaam naar beneden van de plek tot waar de explosie het heeft geblazen, op dezelfde manier als ik slap vanaf de muur naar beneden glijd. Het is een wonder dat het nog heel is ondanks de explosie
      Blauw paars smeervlek. Niet blauw paars groen. In het donker had ik de licht groen gekleurde smeervlek voor een nul aangezien, en de lamp veel te fel gezet.
      Door een stom leesfoutje is mijn robot ontploft, en lig ik nu hier, temidden van de resten van de spullen in mijn schuur, met meerdere stukken ijzeren in mijn lichaam. Mijn luiheid richtte mij ten gronde.
      Er schiet nog een laatste gedachte door mijn hoofd, voor alles zwart wordt. Ik zag een grijsgroene vlek aan voor een groene nul.
      Een vlek voor groen.
      Groen.
      Het was een vlek
      Geen groen.
      Groen.
     
      De kleur blijft in mijn hoofd rondzwerven, tot mijn hersenen zichzelf uitschakelen. Daarna denk ik niets meer.

Reacties (1)

  • groei

    Daarna denk ik niets meer.


    Still me at school

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen