Ze draaide met het glas in haar handen, haar ogen gericht op de langzaam bewegende vloeistof. Ze had een alcoholisch drankje besteld in de hoop dat de alcohol het gesprek makkelijker zou maken. Cassiopeia keek er niet naar uit, maar tegelijkertijd was er die warmte die haar hart vulde als ze bedacht dat ze haar weer kon zien. Een warmte die ze niet zou moeten voelen.
Dianna had nog steeds hetzelfde opvallende rode haar, en ze herkende haar meteen toen ze binnenkwam. Cassiopeia speelde echter met haar drankje, nam nog een slok, en deed alsof ze haar ex pas voor het eerst zag toen ze plaatsnam op de stoel tegenover Cassiopeia.
‘Cassy,’ zei het meisje met een voorzichtige glimlach. ‘Ik ben blij je weer te zien.’
Alleen mijn vrienden noemen me Cassy, wilde ze haar toebijten, en jij bent geen vriend.
‘Ik ben ook blij jou weer te zien,’ loog ze half.
Een ongemakkelijke stilte viel tussen de twee. Cassiopeia merkte tot haar vreugde dat Dianna zich schuldig leek te gedragen. Ze kon haar nauwelijks aankijken.
‘Wat drink je?’ vroeg haar ex, als poging de stilte te verdrijven.
Cassiopeia haalde haar schouders op. ‘Eén of ander veel te duur alcoholisch drankje.’
‘Sinds wanneer drink jij alcohol?’ vroeg Dianna haar verbaasd.
‘Sinds ik ongemakkelijke gesprekken met mijn ex moet voeren,’ antwoordde Cassiopeia scherp. Het voelde goed.

Dianna zuchtte na nog een lange, koele stilte. ‘Het spijt me. Dat meen ik oprecht.’
Nu was Cassiopeia degene die wegkeek. Ze had van alles verwacht, maar van een oprecht excuus had ze alleen maar durven dromen. Wat nu? Ergens wilde ze haar vertellen hoeveel pijn ze haar had gedaan, gaan schreeuwen, een scene maken in deze bar. Ze was te koppig om haar zomaar te vergeven, maar het was zo verleidelijk. Dianna keek haar zo oprecht en warm aan, en Cassopeia verdronk bijna in haar bruine ogen. Die kant van haar wilde in haar armen storten en dan zou het zijn als voor Parijs. Hopeloos. Zo naïef kon ze toch niet zijn?
‘Nou, dat is fijn om te weten.’ Met die woorden koos ze geen van beide kanten.
‘Cassy...’
‘Noem me niet zo!’ viel Cassiopeia uit. ‘Dat privilege heb je lang geleden verloren.’
Er waren maar een paar mensen die haar naam af mochten korten, en Dianna was daar één van geweest. Cassy was de enige afkorting die ze uit kon staan, maar niet als Dianna het uitsprak. Niet meer.
‘Sinds Parijs?’ vroeg Dianna. Er was duidelijk pijn in haar stem te horen.
‘Ja, sinds Parijs. Sinds je me dumpte.’
‘Cas… Cassiopeia, dat was een fout. Ik had gedacht dat een langeafstandsrelatie nooit zou werken, maar eenmaal daar miste ik je enorm. En je moet begrijpen wat voor enorme kans het voor me was: om mee te mogen werken aan een tentoonstelling daar! Ik wilde je de pijn besparen.’
‘Door me meer pijn te doen?’ Cassiopeia wist niet meer of ze boos of verdrietig moest zijn, en of het bijna breken van haar stem door pijn of woede kwam.
‘Door het uit te maken, ja. Ik was een half jaar weg en ik dacht dat het nooit zou kunnen werken. Te lastig, te pijnlijk.’ Ze zuchtte, en staarde naar de tafel.
‘En je wilde niet de moeite nemen om het te proberen?’ Het was woede.
Dianna reageerde niet op haar woede. ‘Ik had het fout.’
‘En toch,’ Cassiopeia’s stem stokte even en ze haalde langzaam adem om de tranen te bedwingen. ‘En toch probeer je je fout goed te praten. Alsof het voor mij was, maar het was voor jou. Zodat je kon doen wat je wilde in de Franse hoofdstad.’

Dianna keek haar verdrietig aan. ‘Je hebt gelijk. Ik had het fout en jij had gelijk. Het spijt me, maar…’
Haar ex-vriendin reikte naar haar hand over de tafel, en toen ze Cassiopeia’s hand pakte, rukte ze die niet los. Het was zo’n warme, bekende aanraking. Zo veilig.
‘Cassy,’ zei Dianna zacht. Cassiopeia corrigeerde haar niet, wilde het niet eens. Ze was gevangen in haar ogen en haar hart klopte wild. ‘Ik houd nog steeds van je.’
Dit was alles maar ze over had gedroomd, alles waar ze niet eens aan had durven denken. Ze had zichzelf zo vaak verteld dit alles achter haar te laten, haar te vergeten. En toch was Dianna nog altijd een terugkerende aanwezigheid in haar leven, in haar gedachten, in haar dromen.

‘Ik ook,’ fluisterde Cassiopeia als antwoord. Wat ze wilde bereiken met dat antwoord, wist ze niet precies. Het was alleen de waarheid, niets anders dan de pure waarheid.
‘Wat wil je doen? Kun je mijn excuses aanvaarden?’
Cassiopeia knikte langzaam. ‘Je excuses zijn aanvaard. Maar ik denk niet dat dat alles was dat je wilde.’ Het was geen vraag, het was een constatering.
‘Ik wil je terug.’
‘Nee.’
‘Oh.’ Cassiopeia hoorde haar hart bijna breken in die woorden, en ze begreep nu hoe oprecht de woorden van haar ex waren geweest.
‘Niet nu, Dianna. Hoe graag ik het ook zou willen, ik kan dit niet vergeten. Ik kan niet doen of dit nooit is gebeurd.’
‘Ik begrijp het.’ Ze huilde. Dianna huilde nooit, maar nu zag ze een traan over haar wang lopen. ‘Is er een kans? Dat we ooit…’
Cassiopeia zuchtte, en weer kon ze alleen maar de waarheid vertellen. ‘Ja.’
‘Dan wacht ik. Je hebt mijn nummer?’
‘Natuurlijk.’

En voor het eerst in tijden glimlachten ze naar elkaar. Cassiopeia wist niet precies wat ze dacht, wat ze voelde en al helemaal niet wat ze moest doen. Maar ze had tijd. En er was een eenzame vlinder die door haar buik fladderde, een vlinder die misschien niet de laatste zou zijn.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen