Foto bij En wie mag dat wel niet zijn?

Zorg dat de reacties en de kudo-knop niet stoffig worden!

'Ik ben er weer!' Riep ik voor de derde keer die dag. En opnieuw liep ik naar boven, deze keer met twee boeken onder mijn arm. Het groene boek voor Matsuda, en eentje met een zwarte kaft voor mezelf. Het was me gelukt om ook voor mezelf een boek over draken te vinden. 'Hoi.' Hoorde ik zwak vanuit het bed. 'Hoe gaat het?' Vroeg ik meteen terwijl ik de boeken op het nachtkastje neerlegde en een stoel pakte. 'Goed, beetje hoofdpijn, maar het is oké. Het was vooral saai zonder jou.' Ik keek verlegen naar beneden en glimlachte. 'Ik heb een boek over draken voor je meegenomen.' 'Gaaf!' Zei hij blij. De rest van de dag besteedde we aan lezen en grapjes maken. Ziek zijn was behoorlijk saai, dus we probeerden er het beste van te maken. 'Kan je denk je uit je bed komen voor het avondeten?' Vroeg ik. Hij haalde zijn schouders op. 'Ik denk het wel, maar om eerlijk te zijn moet ik nu niet dénken aan eten.' Arme jongen. 'Oké, ik zal wel wat te drinken voor je meenemen. Maar ik ga nu wel even voor mezelf en Jared koken. Heb jij enig idee hoe laat hij thuis komt?' Matsuda schudde zijn hoofd. 'Geen idee, maar volgens mij wel laat. Laat maar gewoon wat in de pan voor hem zitten, hij moet het zelf maar op warmen of koud eten.' Ik lachte even. 'Oké, en roep maar als je iets nodig hebt.' Ik voelde me moe door al het rennen en bedacht dat ik maar vroeg zou gaan slapen. Gapend pakte ik wat aardappelen en begin die in blokjes te snijden. Ik kookte boontjes en bakte nog wat kip. Daarna schepte ik de helft op en zette het op een dienblad. De rest liet ik voor Jared over. Toen pakte ik wat drinken en een sinaasappel voor Matsuda. Ik at op Matsuda's kamer terwijl hij voor me vertaalde wat er in het boek stond. En daarna probeerde hij me het te leren lezen, maar zonder succes. 'Oké Erza, die letter die op een krul lijkt is de 'a', en de 'z' gewoon een verticale streep.' 'En dat is toch de 'h'?' Vroeg ik, wijzend op een driehoekje. 'Nee, dat is de 'w'.' Ik grinnikte even. 'Dit is echt lastig hoor!' 'En wat denk je dat dit is?' Vroeg hij, er duidelijk van genietend dat ik er niks van bakte. Hij wees op een soort van driehoek die bestond uit drie 'v' tjes, één boven en twee onder. 'De 'v'?' Gokte ik. Matsuda klapte in zijn handen. 'Eindelijk eentje goed! Bravo!' Ik rolde met mijn ogen maar grinnikte ook. Daarna besloot hij dat het verspilde moeite was om me het op deze manier te leren. 'Hoe heb jij het dan geleerd?' Vroeg ik. Hij grijnsde. 'Gewoon, het Rukinyri'se alfabet een stuk of dertig keer overschrijven en een paar zinnetjes schrijven. Het spreken is tien keer moeilijker, hoor.' Hij zwaaide zijn lange benen over de rand van zijn bed, en stond op. Ik keek hem bezorg aan. 'Het gaat prima.' Zei hij. Maar toen hij bij zijn bureau was klemde hij zijn hand om de rand en leunde er met zijn ogen gesloten op. Toen pakte hij een potlood en een stuk perkament en keerde weer terug naar bed waar hij ook even met gesloten ogen op lag voordat hij onder de dekens kroop. 'Ke had ook gewoon kunnen vragen of ik het wilde pakken hoor.' Zei ik droog. 'Het gaat prima.' Hij begon rare tekens te maken en sommige herkende ik uit het boek. Daarna schreef hij er 'mijn' letters boven en overhandigde mij het vel. 'Hier, voor als je er ooit nog naar wilt kijken.' Ik voelde me warm worden. 'Dank je.' Ik glimlachte. 'Ik ga me wassen en dan zouden we maar beter kunnen gaan slapen. Ik ben moe en jij hebt ook rust nodig.' Zuchtte ik na een tijdje. De warmte van de kachel in Matsuda's kamer maakte me nog duffer en ik gaapte. Ik keek op de klok die op de muur hing. Er waren zo veel dingen in Matsuda's huis die ik niet een 'normaal' huis zou vinden. Het wad pas negen uur. Ik lachte even. 'He is lang geleden dat ik zo vroeg ben gaan slapen. Zo laat moest ik op mijn twaalfde naar bed.' Matsuda lachte ook. 'Oh, ik hoefde pas om tien uur.' Hij stak zijn tong uit als een klein kind.

Ik werd wakker door een raar geluid. Eerst wou ik verder slapen, maar toen besefde ik pas wat het was: Matsuda was aan het kotsen! Gauw sprong ik uit bed en deed het licht aan. Gelukkig had ik een emmer voor zijn bed gezet voor het geval dat. Ik rende naar zijn bed toe en keek bezorgd naar hem. Hij keek echter niet terug, want bijna zijn hele gezicht zat in de emmer. Het wad duidelijk dat hij dit niet met mij hoefde te delen. 'Ik zak een wat water voor je halen.' Hij was gestopt en knikte zwak. In de badkamer keek ik naar mezelf. Mijn haar zat door de war en had veel weg van een vogelnest, maar het was nu geen tijd om me daar druk om te maken. Matsuda lag op zijn rug en staarde naar het plafond toen ik terug kwam. 'Gaat het een beetje?' Vroeg ik bezorgd terwijl ik het bekertje aan hem gaf. 'Nu wel. Overgeven is gezond en soms kan je je er een stuk beter door voelen.' 'Okeee...' Zei ik niet-begrijpend. Wat was er zo gezond aan eten dat uit je keelgat spoot? 'Wat is er?' Jared kwam binnen lopen. 'Matsuda heeft overgegeven.' Jared's ogen hingen half dicht en zijn schouders waren gekromd. 'Oh.' Mompelde hij. 'Volgens mij is hij aan het slaapwandelen.' Fluisterde Matsuda. 'Jared, ga maar weer slapen.' 'Ja..' Mompelde Jared, en hij ging de deur weer uit. Op de gang hoorde ik hem tegen de muur aan lopen en daarna zijn kamer binnen gaan. 'Kan je weer gaan slapen?' Vroeg ik aan Matsuda. Hij knikte en draaide zich op zijn zij. Heel even pakte zijn warme hand mijn koude, maar snel liet hij die weer los. 'Dank je wel dat je zo goed voor me zorgt.' 'Geen dank.' Ik deed alsof ik een onzichtbare hoed af zette.

'Een ontbijt voor meneer.' Zei ik terwijl een dienblad met een broodje en wat te drinken bij Matsuda's bed zette. 'Maar ik heb geen honger.' Protesteerde hij. 'En heb jij al wel gegeten?' Ik sloeg mijn armen over elkaar. 'Je moet toch echt wat eten, hoor. En ik heb al gegeten.' Matsuda lachte terwijl hij het bord naar zich toe trok. 'Ja, mam.' Ik zuchtte geplaagd. 'Ik moet vanavond weer werken, ik zal eerst wat eten voor je maken.' Matsuda keek verrast. 'Dus je bent aangenomen?' Ik knikte. 'Had ik je dat dan nog niet verteld?' Ik was al aangenomen op de dag zelf, misschien deed ik het niet geweldig, maar ze hadden meer personeel nodig. 'Nee.' Ik haalde mijn schouders op. 'Dan weet je het nu. Ik moet zo ook nog even eten voor vanavond halen, heb jij nog iets nodig?' 'Neuh.' 'Oké.'

Ik liep terug met de boodschappen in een rieten mand. Ondertussen kende ik Vaizel al goed en voelde ik me al erg thuis. Ik had nooit verwacht dat ik meteen zo goed met Matsuda's vrienden kon opschieten. Ik had soms best moeite om met nieuwe mensen om te gaan, en bevriend met ze te raken. Ik was gewoon een akward potato. >.<
Mijn vingers gleden verveeld over een litteken op mijn onderarm terwijl ik terug naar huis liep. mijn ogen traanden toen ik gaapte. Ik sneed een stukje af door door een steegje te gaan, wat ik wou snel weer thuis zijn. Bij Matsuda. Maar toen zag ik iets in het steegje liggen! Iets? Iemand! Ik rende naar de persoon toe. Ze lag met haar gezicht op de stenen, en haar lichaam was slap. Haar zwarte haar was uitgespreid op de stenen en een bleke hand lag in een onnatuurlijke hoek op de koude grond. Haar dunne vingers maakte kleine, stuiptrekkende bewegingen, zo klein dat je het bijna niet kon zien. Haar lichaam was dat van een kind en was gehuld in zwart. Ik merkte schrammen en blauwe plekken op de armen en hals op. Ik aarzelde even, moest ik haar laten liggen? Moest ik me hier mee bemoeien? Nee, natuurlijk kon ik dit kind niet laten liggen! En misschien had ze wel ouders die bezorgd zouden zijn. War was er überhaupt gebeurd? Ik zette het mandje met boodschappen neer en streek neer bij het lichaam. Als ze maar niet dood was... Nee, dan zou haar rug niet meer langzaam op een neer gaan. Maar op het moment dat ik haar om wou draaien hoorde ik gekraak achter me. Vliegensvlug draaide ik me om en wou naar mijn dolk grijpen. Maar die had ik niet mee. Ik ademde opgelicht uit, het was gewoon iemand die langs liep. Waarom was ik zo erg geschrokken? Toen draaide ik me weer om en legde mijn hand op de magere schouder en draaide haar voorzichtig om. Ik snakte naar adem. Het was Innara! Het kind over wie Suzy verteld had, wie zo gek als een deur zo zijn! Met wie ik op de een of andere manier medelijden gehad had en wie ik jasmijnthee geserveerd had. Wat wad er met haar gebeurd? En wat moest ik nu doen? Ik keek naar het gezicht. Ze had nog steeds diepe wallen onder haar ogen, en haar neus bloedde. Ze had een snee boen haar rechteroog en ik zag een rode handafdruk op haar wang staan. Had ze gevochten? Was ze in elkaar geslagen?! Het was duidelijk dat deze verwondingen door een ander iemand gemaakt waren. Haar mond hing een klein beetje open en een rij rechte tanden was zichtbaar. Alleen haar hoektanden waren een beetje langer dan de rest wat een eng noch mooi effect gaf. Ondanks de wallen en verwonding was er veel schoonheid te herkennen aan dit meisje.
En toen nam ik een besluit: ik zou haaf gewoon meenemen naar Matsuda. Die wist wel wat we moesten doen. En ze had (waarschijnlijk) toch geen ouders of vrienden die zich zorgen zullen maken. Maar kon ik dat wel doen? Mocht ik wel zomaar een vreemd kind mee naam mijn huis meenemen? Maakte dat me geen pedofiel? Nee, ik deed het alleen om haar te helpen. Dus schoof ik de mand met boodschappen om mijn arm en tilde het meisje heel voorzichtig op. Ze was helemaal niet zwaar. Haar hoofd hing slap op haar schouder. Ik liep verder door het steegje, ik moest de mensen ontwijken. Anders zou dat dan weer moeilijke vragen veroorzaken. Gelukkig was ik er al bijna en lukte het me om ongezien thuis te komen. Met mijn schouder duwde ik de deur open, en Innara's slappe voeten streken langs het donkere hout van de deur. Ik liep rechtstreeks naar boven en schopte voorzichtig de deur open. Matsuda zat aan zijn bureau te lezen en zag er al een stuk fitter uit. 'Hoi Erza, ik hoorde je helemaal niet-' Toen zag hij Innara in mijn armen en keek me voor een lange seconde stomverbaasd aan. 'En wie mag dat wel niet zijn? Wat is er gebeurd?' Vroeg hij met gefronste wenkbrauwen. Ik liep naar mijn matras toe en legde haar voorzichtig neer. 'Ik heb haar onderweg gevonden. Ze lag als dood in een steegje. Ik weet niet wat er gebeurd is, maar ik kon haar niet laten liggen. Niemand anders leek het te merken of maakte het ook maar uit.' Matsuda klapte zijn boek dicht en liep naar me toe. 'Dus je voelt je beter?' Vroeg ik. 'Ja, die medicijnen helpen goed. Blijkbaar had ik het toch niet zo heel zwaar te pakken. Ik denk dat als ik vanavond vroeg naar bed ga, ik morgen al wel weer beter ben.' 'Weet jij wat we met dit kind moeten doen?' Hij fronste en haalde zijn schouders op. 'We laten haar maar gewoon bijkomen.'

Reacties (1)

  • Allmilla

    Ha, Jared die tegen een muur aan loopt!xDLeuk geschreven!(Y)

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen