Foto bij H.6.

Mira Langdon

Mira Langdon

Ik kan onmogelijk in slaap komen, het kan gewoon niet.
Kan ik Tyson nog wel vertrouwen?
Hoe moet dat in de arena?
Ik ga zitten ik bed, ik voel hoe de vorm van de deken meeverandert met mijn bewegingen.
Wat moet ik doen...?
Ik en Brayden maakten altijd grapjes over mensen die probeerden te praatten met mensen die ze verloren hadden, maar toch ga ik het nu zelf doen.
'Brayden? Ik weet dat het nergens op slaat en dat je mij niet eens kan horen.' mijn stem trilt even. 'M-maar ik weet niet wat ik moet d-doen.'
Ik krijg geen antwoord.
Natuurlijk niet.
Omdat ik al lang door heb dat slapen niet lukken gaat, besluit ik wat door de gangen te lopen.
Dan doe ik tenminste iets, dan ben ik in ieder geval ergens mee bezig.
En dus loop ik de gang op, van de trein, die maar dendert en dendert naar het steeds naderbij komende Capitool.
De chique, houten planken van de trein kraken onder mijn blote voeten en de koelte van de uitgezette verwarming zorgt voor kippenvel over mijn armen.
Het voelt alsof ik claustrofobisch word.
Ik zit in een trein, ik heb uiterlijk niet meer dan tien meter bewegingsruimte op de gang.
'Mira?' hoor ik dan.
Als door een adder gebeten draai ik mij om, al mijn spieren zijn gespannen in voorbereiding van een mogelijke aanval.
Dan zie ik dat het Tyson is.
Ik ontspan mijn spieren niet.
'Is er iets, Mira?' vraag ik en hij straks zijn hand naar mij uit.
Ik ontwijk zijn poging tot aanraken en stap nog even naar achter.
Zijn ogen nemen mij zorgelijk in zich op.
Dan zie ik in zijn blik dat hij het snapt.
'Je hebt mij met Snow horen praten. Is het niet?' Vraagt hij.
Ik antwoord niet, dat hoeft niet.
Hij weet dat ik het heb gehoord.
'Mira, geloof mij. Ik sta aan jou kant.' Probeert hij mij over te halen.
'Het klonk niet alsof je hem helemaal niet geloofde.' zeg ik
Het is even stil, waarschijnlijk omdat hij niet gedacht had dat ik zo moeilijk was om te krijgen.
'Het is niet bepaald handig om tegen de president te gaat schreeuwen. Zeker niet nu. Dat moet je toch snappen.' Zegt hij.
Nu sta ik even met mijn mond vol tanden.
Hij pakt mijn handen in de zijne en dit keer laat ik het gebeuren, al sta ik klaar om mij van zijn onschuldige greep te bevrijden.
'Geloof je me, Mira?' vraagt zij.
Zonder er over na te denken beantwoord ik zijn vraag met een andere vraag.
'Geloof jíj míj?' vraag ik vinnig.
Het is even stil: hij twijfelt.
Ik trek mijn handen los, woede borrelt in mij op.
'Mira, ik ga het je een keer vragen: heb je gevraagd of ze Brayden konden vermoorden?' hij kijkt serieus, maar het voelt alsof hij een grap met mij uithaalt.
De tranen die zich al aan de rand van mijn ogen hebben lopen over.
'Wat dénk je?!' stoot ik uit, hopend dat hij niet ziet dat ik huil.
Haast stampend als een klein kind loop ik langs hem heen naar mijn kamer, waar ik de deur net niet te hard dicht smijt en mij op het bed laat vallen.
Stomme Tyson met zijn stomme Snow met die stomne plannen.
Ik hoop dat Tyson dood gaat, als eerste.
Heel langzaam.
Maar nog voor ik die zinnen in mijn hoofd gevormd heb weet ik dat ik er geen barst van meen.

Reacties (3)

  • Ikbenerniet

    (ik lees freaky snel, even voor de duidelijkheid)

    4 jaar geleden
  • AnneFrank

    Ach... Mira toch, niet hopen dat je beste vriend dood gaat

    4 jaar geleden
  • BethGoes

    Geloofd Tyson haar niet?

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen