Ik rende de trap naar beneden. Moeder had me geroepen en ik had geen idee wat er aan de hand was.
'Mam,' riep ik. 'Wat is er.'
Moeder zat aan de keukentafel. Onder haar ogen had ze donkere wallen, alsof ze niet had geslapen.
'Mam?' Fluisterde ik.
'Ja liever, Little luister naar me. Oma is ziek.'
'Oh,' ik keek mijn moeder aan. Het moet wel erg zijn. 'Wat kan ik mama?' Ik wilde haar heel graag helpen.
'Wil je even dit vers gebakken brood aan oma geven.'
Ik knikte en pakte het mandje op. Het voelde nog warm aan en rook ook lekker vers.
'Oma woont aan de andere kant van de stad.'
'Dat weet ik mama, aan de andere kant van het park.'
'Nee!' Gilde moeder uit. 'Niet door het park.'
Onwillekeurige trok mijn hoofd schuin.
'Waarom niet mama.'
'Papa is op werk en hij zegt dat er in het park wolven zijn.'
Mijn vader was politiechef en noemde de hangjongeren in de stad wolven.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here