Ik word wakker van een straaltje zonlicht dat op mijn gezicht valt. Ik schiet overeind en werp huiverend een blik op het raam. Ik had de gordijnen dicht moeten doen.
Ik knik even naar de vredebewakers, klim mijn bed uit en trek het gordijn dicht. Dan trek ik wat kleding uit mijn kast -een zwarte jurk tot mijn knieën en bijpassende zwarte ballerina's- en loop naar mijn badkamer om me om te kleden. Mijn haren steek ik op. Ik hang de band met mijn werpsterren over mijn schouder en loop dan naar Revans kamer.
Mijn districtsgenoot zit op zijn bed, en is -ik had niet anders verwacht- bezig met de complete patrouille vredebewakers irriteren.
"Goedemorgen zonnestraaltje! Is het vandaag geen heerlijke dag?" zeg ik vrolijk. Ik draait een rondje op mijn tenen en lach.
De vredebewakers lijken iets te ontspannen en gaan voor me aan de kant. Ze zijn vast opgelucht dat ze niet meer alleen met Revan zijn
“Zo, jij bent vrolijk, Engeltje.” Hij glimlacht spottend naar me.
Ik lach lief terug. "Heb jij dan geen zin om naar het Capitool te gaan dan?"
“Natuurlijk wel! Laten we snel gaan ontbijten, dan kunnen we gaan!”
Ik schenk de vredebewakers ook een vriendelijke glimlach. “Het was gezellig, hoor!” Ik loop de kamer uit en trek Revan achter me aan, naar de eetzaal.
“Wat een stelletje chagrijnen is dat, zeg,” klaagt Revan, terwijl hij aan tafel gaat zitten en zijn bord vol schept.
"Vind je? Tegen mij zijn ze anders heel lief, hoor."
“Ja, natuurlijk. Ik had niet anders verwacht, want jij bent zo'n schatje.” De irritatie druipt er vanaf en dat geeft me nog meer redenen om door te gaan.
"Ik snap niet dat ze niet lief zijn voor jou, jij bent ook zo'n schat." Ik pak een broodje met een aparte, lichtgroene kleur en bestudeer het even. Ach, ze kunnen het zich niet permitteren als we doodgaan, dus het zal wel eetbaar zijn. Ik neem een hap.
“Nou, vraag het ze.” Hij knikt schuin naar de vredebewakers en neemt ook een hap. “Jou vinden ze zo lief dat ze alles voor je doen,” grijnst hij.
"Niet nodig. We zijn hier zo weg."
“Gelukkig, want ik ben onderhand echt zat van deze trein.”
"Nou, niet zo negatief. Neem anders wat chocola, dat is vast goed voor je humeur," zeg ik, hoewel ik het eigenlijk wel met hem eens ben.
Revan trekt zijn wenkbrauwen op en eet verder, zonder de chocola aan te raken.
"Revy toch, je bent toch niet bang dat het giftig is, of wel?"
“Nee hoor, ik heb gewoon niet zoveel zin in chocola.”
"Oh? Hoezo? Hou je niet van chocola?"
“Niet zo vroeg op de ochtend. Nu is het helemaal voor jou!” Geïrriteerd schuift hij het mijn kant op.
"Wat lief." Ik neem een stukje en berg de rest op. "De rest is voor later."
De deur gaat open en Luna komt binnen. "We kunnen gaan, zodra jullie klaar zijn." Zonder op antwoord te wachten loopt ze weer weg. Die is écht heel blij dat ze geen mentor hoeft te spelen dit jaar, zoveel is wel duidelijk.
Revan eet zijn brood op. “Zullen we dan maar gaan?”
Ik knik, sta op en loop de coupe uit. "Showtime."
Revan staat ook op, haalt een hand door mijn haar en volgt me. “Daar gaan we dan.”
Ik knik en laat een onzekere blik over mijn gezicht glijden, vol angst, spanning en verdriet. Ik maak mezelf klein en nietig, gelijkwaardig aan die lieve, schattige kindjes uit bijvoorbeeld 7 en 12, en verstop me een beetje achter Revan. Die pakt mijn hand vast en glimlacht ‘bemoedigend’ naar me, terwijl we uitstappen en richting de appartementen lopen.
Lichtflitsen. Opeens zijn ze overal. Ik voel hoe alle kleur uit mijn gezicht wegtrekt, hoe mijn ademhaling versnelt en hoe mijn hart sneller gaat slaan. Geacteerde angst wordt echte angst. Mijn benen voelen aan als pudding, en ik wil mezelf op de grond laten vallen, me oprollen tot een klein bolletje en huilen. Paniek vertroebelt mijn denkvermogen en zorgt ervoor dat mijn ademhaling steeds drukkende wordt, steeds verstikkender, tot ik bijna geen lucht meer krijg. Ik druk met tegen Revan aan, die zijn arm om me heen slaat. Focus, Valerie, je moet je blijven focussen. Ik hoef alleen maar naar binnen, dan houdt het op.
Nog vijftien meter. Stap voor stap, ik kan dit.
Nog tien meter. Niet door mijn benen heen zakken, blijven lopen.
Nog vijf meter. Hou je ademhaling onder controle, Valerie, Revan mag niets merken, helemaal niets.
Nog één meter. Ik… Ik ben er bijna. Nog een klein stukje. Het kan me geen kwaad doen, het is maar licht. Ook al is het fel… en die flitsen… en… en… Nee! Kom op, niet aanstellen, ik ben geen zielige 12. Ik ben een actrice. Ik heb de situatie onder controle. Elke situatie. Altijd.
Bijna. Nog één stap. Nu niet instorten, dan zal iedereen je zwakte weten. Niet omdraaien, niet kijken. Ik ben niet de marionet van de angst. Nee, dit is mijn toneel. Ik heb de situatie in de hand.
Ik stap naar binnen, laat Revan los en loop zo snel mogelijk naar de lift. Ik moet hier weg, ik moet kalmeren voor hij iets door krijgt. Controle. Ik moet de controle terugkrijgen. En wel nu meteen.
“Verdieping 11!'' Piept Celese.
"Dat snappen we." Ik laat de liftdeuren sluiten voor iemand in kan stappen, maar Revan weet net op tijd zijn voet tussen de deuren te steken, waardoor ze weer open gaan. Hij stapt naar binnen, klikt op het sluitknopje en leunt tegen de wand van de lift. “Denk maar niet dat ik van plan ben om met die discobal in de lift te gaan.” Hij grijnst, maar ik wil alleen maar dat hij terwijl plekke sterft.
"Hmpf,” grom ik. Zodra we op de juiste verdieping zijn stap ik uit en laat ik de deuren achter me sluiten, waardoor de lift weer omlaag gaat, met Revan erin. Al veel te snel gaan de deuren echter weer open. “Was dat nou echt nodig, Engeltje van me?”
"Ja, ik dacht dat je wat rust wel fijn zou vinden,” snauw ik.
“Lief dat je aan me denkt, maar als ik wat rust wil, dan zeg ik het wel.”
"Is goed, lieverd." Ik draai me om en loop naar mijn kamer. De dag is net begonnen en ik heb het nu al helemaal gehad.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here