Foto bij Hemelsblauw - wedstrijd 2012

Voor de eerste opdracht moesten we dit doen :
Schrijf een stukje over iemand die deze week een traumatische ervaring heeft opgelopen. Diegene wil het aan iemand vertellen, maar durft het niet. Hoe gaat hij / zij hiermee om?

Zuchtend sleurde ik mijn loodzware boekentas met me mee. Stap voor stap, voet voor voet. Ik ga zo snel als ik kan, maar het is niet snel genoeg. Vader wacht op me.

'Anse?' vader riep me bij de zetel, waar hij die nacht in slaap was gevallen. De lege wijnfles lag naast hem. Snel haaste ik me naar de zetel en hij bekeek me met zijn lichtblauwe ogen, die me zo'n schrik aanjaagde. Hij liet zijn ogen over mijn lichaam glijden en een rilling kroop over mijn rug. 'Heb je gedaan wat ik gevraagd heb?' Ik sloeg mijn ogen neer. 'Ja, pap.' Hij leek tevreden. Walgend had ik de besmeurde lakens van het bed gehaald. Het bed waar hij me voor de derde keer misbruikt had. Verkracht. 'Waarom sta je hier dan nog?' Ik mompelde een verontschuldiging en haastte me naar mijn kamer. Daar liet ik me op mijn bed vallen en huilde bittere tranen die natte vlekken achter lieten op mijn kussen.

Dat was de eerste keer dat ik hem écht haatte. Sinds de dood van mam, reageerde hij alles op mij af. Ook zijn seksuele behoeften. Soms wou ik, dat hij ook dood was. Ik steek snel mijn sleutel in het slot en doe de deur achter me toe. Mijn boekentas laat ik opgelucht van mijn schouders glijden. 'Pap?' Mijn stem galmt door het huis. Geen reactie. Eventjes ben ik opgelucht maar dan bekruipt me een ongemakkelijk gevoel. Normaal is hij op dit moment van de dag àltijd thuis. Ik laat mijn boekentas en jas achter in de gang en loop de woonkamer binnen. De bank is leeg maar er liggen wel weer een paar lege flessen. Die van gisteren had ik al opgeruimd, deze zijn van vandaag. De hoop dat hij zich terug gaat herpakken, wordt met de dag kleiner en kleiner. Als ik in de keuken ga kijken, en hij daar ook niet is, ga ik naar boven. De badkamer en mijn slaapkamer zijn ook leeg. Dan doe ik de deur open, die ik eigenijk helemaal niet wil open doen. Want daar achter, is mijn ergste nachtmerrie gebeurd. Zijn slaapkamerdeur. Het eerste wat ik zie is de omgevallen stoel. Dan het touw, dat aan de balk hangt. Zelfmoord. Mijn vader 's ogen kijken me uitdrukkingsloos aan. Er komt een hoog, gorgelend geluid uit mijn keel. Dan merk ik dat ik aan het gillen ben. Ik val op mijn knieën, op de houten planken. De tranen glijden over mijn wangen. Met mijn vader die boven me hangt, huil ik als een baby, met de handen in het haar. Hoe vaak heb ik wel niet gewenst dat hij dood was? Dat hij er niet meer zou zijn? Hoe vaak heb ik hem al weg gewenst? Ik sla mijn handen voor mijn ogen en snik het uit. Ik laat me hard op het parket vallen en wieg heen en weer. Waarom? Dan sta ik snel op en ren de kamer uit. Weg van zijn lichtblauwe ogen die me nooit meer zullen aankijken.

Paniekerig sta ik in de woonkamer. Wat moet ik nu doen? De politie bellen? De ambulance? Familie? Snel draai ik het nummer van mijn tante, die nog geen 2 straten verder woont. 'Met Annelies Schoepen?' Tante's vertrouwde stem maakte dat ik weer tranen in mijn ogen kreeg. 'Papa... Hij is... Ik wist er niets van! Hij...' Tussen de snikken door probeer ik mijn verhaal te vertellen, dat er met horten en stoten uit komt. 'Wacht, Anse, ben jij dat?' vraagt ze, helemaal in de waar. 'Ja, ik ben het.', krijg ik er snikkend uit. 'Ik kom meteen naar je toe lieverd, probeer te kalmeren. Binnen een minuutje sta ik bij je.' Ik hoor een klik en dan 'tuut, tuut'. Langzaam leg ik de hoorn neer en ga dan op de bank liggen. Hoewel hij ongelooflijk stinkt en ik de vlekken nog zie waar hij heeft overgegeven, ga ik er graag op liggen. Hij is en blijft nu eenmaal van papa. Ik krul me op tot een balletje en kijk voor me uit. Ik blijf maar denken dat het mijn schuld is. Dat ik hiervoor gezorgd heb. Als ik niet dit, als ik niet dat... Dan was mijn vader er nog. De bel gaat en traag sta ik op. Ik veeg de tranen weg en doe de deur open. Mijn tante, die er nogal verwaaid uitziet, trekt me mee naar binnen en ploft me neer op de bank. Ze kijkt een beetje walgend naar de vlekken maar gaat dan toch naast me zitten. Ze legt een arm over mijn schouder en zegt: 'En nu ga jij me vertellen wat er aan de hand is.' Mijn onderlip trilt en ik voel een huilbui opkomen maar ik duw de tranen terug. Mijn moeder zei altijd: 'Huil nooit waar mensen bij zijn. Dan heb je geen trots of waardigheid meer over. Als je voelt dat je moet gaan huilen, ga je ergens heen waar niemand het kan zien.' Dus slik ik mijn tranen weg en vertel dat ik thuis kwam en geen idee had waar papa was. Tante knikt bemoedigend en knijpt in mijn schouder. Dan vertel ik haar hoe ik papa vond en kan ik mijn tranen niet tegen houden. Ze rollen over mijn wangen, zo tante's schoot in. Ze slaat een hand voor haar mond en zegt: 'Goeie God...' Ik kijk haar met rode, behuilde ogen aan. Ze kijkt met grote ogen voor zich uit. 'Tante, wat moeten we nu doen?' vraag ik. Ze schudt haar hoofd. 'Ik weet het niet, liefje. Die arme Stefan.' ze schudt weer haar hoofd en stapt dan naar de telefoon. 'Theo?' Mijn nonkel. 'Zou je alsjeblieft zo snel mogelijk naar Stefan's huis willen komen? Er is iets verschrikkelijks gebeurd en ik weet echt niet wat ik nu moet doen.' Ik zie hoe haar ogen gevuld worden met verse tranen. 'Goed, dan zie ik je snel.' Ze legt af en komt weer naast me zitten. Ze neemt me vast in haar zachte armen en ik leg mijn hoofd tegen haar schouder. Ze wrijft over mijn natte wangen en veegt de tranen met haar duimen weg. Zo zitten we een lange tijd, elkaar troostend met elkanders aanwezigheid.

Als de bel voor de tweede keer gaat, legt mijn tante mijn hoofd zachtjes in een kussen. Ze staat op en valt meteen in de armen van haar man. Ik hoor hoe tante verslag doet van mijn verhaal. Mijn nonkel kijkt geschokt, papa was dan ook zijn broer. 'Waar is hij nu?' vraagt mijn nonkel. 'Ik bedoel... Waar is zijn lichaam?' Ik sla mijn ogen neer. 'In zijn slaapkamer. De eerste deur rechts.' Mijn nonkel stormt de trap op en mijn tante komt weer naast me zitten. Theo blijft niet lang weg, maar als hij terug komt is zijn gezicht nog witter dan daarnet. 'We moeten... We moeten een begrafenisondernemer bellen.' zegt hij stamelend. Ik voel hoe mijn tante boven me knikt. Tegen mij zegt ze dat ik een paar spullen moet gaan halen, ik ga met haar mee. Als verdoofd pak ik een tas en ga naar boven. Als ik voor mijn slaapkamerdeur sta, kan ik mijn ogen maar niet van zijn slaapkamer deur afhalen. Daar hangt mijn vader. Ik sluit mijn ogen eventjes en ga dan naar binnen. Ik graai wat kleren en schoenen bij elkaar en stop die rap in de tas. Mijn kussen en knuffel gaan ook mee. Ook al ben ik 15, ik kan er nog steeds niet zonder. Zonder naar zijn deur te kijken, snel ik de trap af. Hier wil ik nooit meer komen.

We stappen met zijn drie'en in de bedrijfsauto van mijn nonkel en rijden naar hun huis. Hij is zo snel als hij kon vertrokken van zijn werk en meteen gekomen. Als we thuis zijn, belt mijn nonkel meteen voor een afspraak bij de begrafenisondernemer. Ik wil het niet horen en loop naar de logeerkamer, waar ik al talloze keren heb geslapen. Tenminste, toen mijn vader en moeder nog uit gingen. Ik leg mijn tas op het bed en ga voor het raam staan. Als ik op mijn tippen ga staan kan ik nog net het puntje van ons dak zien. Moedeloos laat ik me op het bed zakken. Wat nu? Ik kan toch niet voor altijd bij mijn tante blijven wonen? Of wel? Was mam nog maar hier... Alles gaat fout sinds zij weg is. 'Because of you' van Kelly Clarkson klinkt ineens door de speakers van mijn gsm. Ik laat hem rinkelen, maar als de onbekende beller voor de derde belt, haal ik dan toch mijn gsm uit de tas. 'Hallo?' Mijn stem klinkt kleintjes, wanhopig. 'Anse? Hanne hier, heb je het huiswerk van biologie al af? Jij bent er een kei in, en ik snap er niets van.' Huiswerk? Mijn boekentas stond nog steeds in de hal van mijn huis. 'Ja hoor, al lang.' Zelfs ik hoor hoe vreselijk vals het klinkt, je hoort zo dat ik lieg. Maar Hanne heeft het niet eens door. 'Fijn! Kan ik het dan eventjes komen lenen? Je weet dat ik bio haat.' Dat weet ik inderdaad. Elke les zit ze te steunen en te kreunen naast me, zo hard dat zelfs de leraar het hoort. 'Nee!' roep ik door mijn gsm. 'Je mag niet naar mijn huis komen, absoluut niet. Het is... Ik ben niet thuis, maar bij Elianne.' Hoeveel leugens ga ik nog vertellen tegen mijn beste vriendin? 'Oh, is goed hoor. Dan zie ik je morgen!' Ik neem afscheid en stop mijn gsm terug in mijn tas. Morgen? Op dit moment is er voor mij geen 'morgen'. Alleen hier, en nu.

Met een zacht klopje komt mijn tante binnen. Ik lig met gesloten ogen op bed. Ik voel hoe haar enorme gewicht naast me plaats neemt. 'Hé meid.' is het enigste wat ze zegt. Mijn ogen vliegen open en ik zie hoe tante 's gezicht betrekt. Waarschijnlijk zijn ze helemaal rood en pijnlijk van het vele huilen. 'We hebben een afspraak gemaakt met de begrafenisondernemer. Morgen gaat Theo voor een kist kijken, en dan wordt hij de dag daarop begraven.' Haar stem hapert eventjes. Ze haalt haar hand door haar haar en gaat dan verder. 'Maar wat ik je eigenlijk kwam vragen is of je het goed vindt... Als je hier komt wonen. We vinden het altijd geweldig als je hier bent en Tine zit nu toch in Brussel op kot.' Tine was mijn 4-jaar oudere nicht. 'Ik ben tenslotte ook je meter. Ik zou graag hebben dat je bij ons blijft. Bij mij.' Ze pakt mijn hand en neemt die vast. Al die tijd zeg ik geen woord. 'Je denkt er maar over na.' Met een bezorgde blik staat ze op en sluit ze de deur achter zich. Als de deur in het slot valt, vallen pas de tranen. Moeder mag trots op me zijn, tante heeft me niet zien huilen.

'Anse, kom je eten?' Nonkel's zware stem haalt me uit mijn gedachten. Verdwaasd sta ik op van het bed en ga de trap af. Ik ruik de lasagne al van boven. De kleine eettafel is al gedekt, ik moet maar aanschuiven. Dit ben ik absoluut niet gewend. Normaal maak ik het eten klaar, ben ik degene die alles doet. Tante glimlacht dunnetjes naar me en klopt op de stoel naast haar. Ik ga stilletjes zitten en kijk naar mijn bestek, om de onderzoekende ogen te ontwijken. Een hoop lasagne belandt op mijn bord. Dit krijg ik nooit op, ik krijg nauwelijks een hap door mijn keel! Ik por een beetje met mijn vork in de saus en kijk op. Ik zie dat tante ook niets eet. Mijn nonkel al evenmin. Om tante niet te kwetsen neem ik toch een paar happen maar leg dan mijn vork neer; het lukt niet. Tante staat op en neemt alles bijeen. Als ik ook opsta, om haar te helpen, drukt ze me zachtjes terug in mijn stoel. 'Het lukt wel.' Ze glimlacht hartelijk naar me. Dit was wel het ongemakkelijkste etentje ooit. Zo snel als ik kan, schiet ik terug naar mijn kamertje, waar ik alleen kan zijn. Alleen met mijn gedachten, mijn verdriet en met papa's starende ogen.

Voor ik het weet is de zon onder, en de maan op. De sterren glinsteren aan de hemel. Ze zeggen dat de doden een ster worden en dan aan de hemel komen te staan. Dat ze op je neerkijken. Gauw doe ik de gordijnen dicht. Ik wil niet dat mijn vader me kan bekijken, niet meer. Ik leg mijn spullen op het bed, doe mijn pyjama aan en kruip dan onder de lakens. Mijn tante komt nog eventjes slaapwel zeggen en ik krijg een zoen op mijn voorhoofd gedrukt. Mijn oogleden vallen toe van vermoeidheid, maar toch kan ik niet slapen. Telkens als ik mijn ogen sluit, zie ik weer hoe hij me aankeek. Zijn lichtblauwe ogen staan op mijn netvlies gebrand. Misschien wel voor altijd.

De uren gaan voorbij en nog steeds val ik niet in slaap. Mijn vader laat me maar niet met rust, zelfs niet nu hij dood is. Ookal vind ik het zo erg dat hij er niet meer is, ergens ben ik ook opgelucht. Nu zal hij me niet meer kunnen misbruiken. Ik ben vrij. Weer draai ik me om, voor de zoveelste keer. Dit bed is veel harder dan het mijne, en het piept ook nog. Iedere keer dat ik beweeg. Ik zucht en doe mijn ogen toe. 'Papa, laat me slapen, alsjeblieft. Laat me met rust.' mompel ik, met mijn gezicht naar boven gericht. Een laatste traan rolt nog over mijn wang. Eindelijk overvalt de slaap me, en ik droom verschrikkelijke dromen. Dromen over een man met een paar blauwe ogen.

Kreunend word ik wakker. Wat een nachtmerrie... Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en sta op. Ik doe mijn kleren aan en haal rap een borstel door mijn haar. Goed genoeg. Moet ik nu naar beneden gaan, of hoe? Ik waag het erop, en neem 'Het engelenhuis' van Dirk Bracke met me mee. Stilletjes loop ik de trap af, voor het geval dat er nog iemand slaapt. Benenden is er nog niemand te zien en ik nestel me in de donkerbruine fauteuil. Hij is groot en heel erg zacht maar toch mis ik mijn papa's vieze zetel. Als ik mijn boek open doe, en mijn ogen over de letters glijden, merk ik dat ik niet eens weet waar het over gaat. Zuchtend leg ik mijn boek weg en leg mijn hoofd tegen de verschillende kussens in de zetel. 'Slechte nacht gehad?' Tante komt uit de deuropening, met haar kamerjas aan. Ze heeft twee koppen thee in haar hand, waar de warme damp nog vanaf komt. Ze komt naast me zitten en geeft me mijn kop, die ik dankbaar aanneem. 'Het valt niet mee hé?' Zegt tante zacht. Ik kan alleen maar mijn hoofd schudden. 'Wat bezielde de man toch?' mompelt tante in zichzelf. Ik drink kleine slokjes van mijn thee, zodat ik niet moet antwoorden. 'Theo heeft gisterenavond nog naar je school gebeld om te zeggen dat je de komende dagen niet aanwezig zal zijn.' Er valt een stilte tussen ons en het enigste wat je af en toe hoort, is ons geslurp. 'We gaan vanmiddag nog eventjes naar je huis om een paar spulletjes op te pikken... Wil je mee?' Heftig schud ik mijn hoofd. Nee. Niet daarheen. Tante knikt begrijpelijk. Als mijn kopje leeg is, sta ik op. 'Dankjewel, dat had ik echt nodig.' Ze kijkt me lief aan. 'Als je iets nodig hebt, of ergens heen wil, zeg je het maar.' Ik knik.

Terug in mijn kamertje, kijk ik op mijn gsm. 6 berichten en 2 gemiste oproepen. Ongerust luister ik ze af. De eerste is van Hanne: 'Hé meid, waar ben je nou? Zeg maar snel gedag tegen je bedje, ik wacht op je! Dikke zoen!' De tweede is een uur later ingesproken, ook van Hanne: 'Oh shit, Anse, ik heb het gehoord van je vader, mevrouw Bogaerts vertelde het ons. Je kan me vertrouwen, schat. Het is dat je het weet. En nou ja... Mijn medeleven.' Zelfs door de telefoon heen, weet ik hoe ongemakkelijk ze zich nu voelt. Haar ingesproken bericht gaat nog eventjes verder: 'Als je een luisterend oor nodig hebt, of gewoon 2 armen om je te omhelzen, ben ik er voor je. Bel me terug, oké? Ik weet dat...' Een hoge 'piep' laat weten dat het gedaan is. Moedelloos laat ik me op het bed zakken. Hanne heeft niet eens kunnen uitspreken! De 6 berichten hebben ook allemaal dezelfde betekenis. Als ik op de cijfertjes van mijn klok kijk, zie ik dat het al 11:47 is. Blijkbaar hebben de nachtmerrie 's me dan toch door de lange nacht gesleept.

Ik hoor hoe Tante 's zware voetstappen de trap op komen. Ze hijgt lichtjes en doet mijn deur open. 'Liefje, je hebt bezoek.' Bezoek? Ik loop achter tante aan, de trap af. Daar, in de woonkamer staat mijn beste vriendin. 'Hanne!' roep ik verbaasd. Ik ren op haar af en omhels haar zo stevig als ik kan. Ze lacht en knuffelt me net zo stevig terug. 'Hoe kom jij hier?' vraag ik verbaasd. 'Nou, ik dacht; mijn vriendin heeft me meer nodig dan school dus, kwam ik direct hier heen!' Ze grijnst naar me. Ik bedank tante voor het verwittigen en sleur dan Hanne mee naar mijn kamer. Als we daar zitten -ik op het bed, zij naast me - betrekt haar gezicht ineens. 'Maar... Hoe is het nu met jou?' vraagt ze. Ik sla mijn ogen neer en reageer niet. Nu mijn vriendin hier is wil er er niet aan denken. Hanne pakt mijn handen vast en streelt ze met haar vingers. Dat doet ze al sinds we kleutertjes waren.

Ik zucht diep. Eigenlijk wil ik haar het liefst alles vertellen. Van het begin tot het eind. Van de begleuringen terwijl ik sliep, tot de 'bezoekjes' onder de douche. Alles. Maar ik durf het niet... Wat als Hanne nu niets meer met me te maken zou willen hebben? Me voortaan als een stuk vuil zou bekijken? De tranen komen weer op. Maar bij Hanne moet ik ze niet terug duwen. Nee, bij Hanne mag ik huilen zoveel ik wil. Ze ziet het en trekt me naar zich toe. Ze slaat haar armen om me heen en houdt me vast. Ze streelt mijn haar en veegt af en toe een traan weg. Ik heb haar altijd alles gezegd, haar alles toevertrouwd. Maar dat waren kleine dingetjes; de jongens waar ik stiekem op verliefd was, bijvoorbeeld. Dit is serieuser. Maar hoe hard ik het ook probeer te verbergen, Hanne wéét dat ik met iets zit. Tenslotte zijn we al jaren beste vriendinnen. Ik ga recht zitten en kijk haar aan. Zal ik het vertellen? Hanne houdt haar hoofd een beetje schuin. 'Is er soms iets dat je kwijt wil?' Ik knik. Nu kan ik niet meer terug.

Nadat ik uit verteld ben, huilen we allebei. Zij huilt om wat ik mee heb gemaakt, ik omdat ik alles nog eens terug herbeleef. Al die vreselijke momenten, vol pijn en verdriet. Ik lig weer in haar armen en snik het uit. 'Waarom heb je niets gezegd?' vraagt ze. 'Omdat ik me schaamde, denk ik. Ik dacht... Ik dacht dat je me zou laten vallen. Dat je niet meer met me om zou willen gaan.' Ze maakt een afkeurend geluidje. 'Dat zou ik nooit doen, dat weet je.' Ik kijk haar aan en haar lieve, groene ogen kijken terug. 'Ik beloof dat ik vanaf nu alles zal vertellen. Geen geheimen meer, nooit.' Ze knikt en knijpt zachtjes in mijn hand. 'Voor altijd samen?' vraag ik een beetje onzeker. Ze rolt met haar ogen. 'Natùùurlijk blijven we vor altijd samen! Dacht je nu echt dat ik jou zou laten gaan?' Ik glimlach naar haar en weet dat ze gelijk heeft.

Die nacht droom ik niet van een paar lichtblauwe ogen, maar van een paar lieve, groene ogen. Hanne waakt over me, en ik weet het.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here