Foto bij Hold still - schrijfwedstrijd Merrow (2013)

Opdracht 2: Write to the beat

Muziek en schrijven kunnen best samengaan. Dat zal deze opdracht zeker uitwijzen aangezien we gaan werken aan de hand van songteksten.
De exacte bedoeling van deze opdracht is dat je een songtekst uitkiest en deze laat terugkomen in je verhaal.
Schrijf in de hij/zij vorm – verleden tijd.

Wat wordt er verwacht? Er zijn in totaal 15 opties waaruit jullie zelf mogen kiezen. Er geldt een maximum van 2 mensen per optie, wat dus inhoudt dat de laatste persoon nog altijd de keus heeft uit 10 opties.
Zorg ervoor dat je verhaal aan de hand van de songtekst wordt geschreven. Het is niet de bedoeling dat je verhaal ‘losjes’ gebaseerd is; tijdens het lezen moet het duidelijk worden welke songtekst je hebt uitgekozen.
De titel mag niet verwijzen naar de songtekst zelf.



Ik heb gekozen voor 'How to save a life van The fray.
Videoclip & lyrics

In de donkere nacht, lag Feline met open ogen naar het plafond te staren. Naar de scheuren in het behang en de schaduwen die erop speelden. Toen ze haar ogen sloot en voelde dat ze op het punt stond om weg te zakken, hoorde ze eindelijk het geluid waarop ze lag te wachten. Sloffende voetjes op de gang, een zachte ademhaling waar een snik in verborgen lag. Het geslof werd luider en stopte helemaal voor haar kamerdeur. Die ging een stukje open en een hoofdje verscheen in de opening.
'Mag ik erbij?' vroeg de fluisterende stem. Feline knikte en hield de dekens omhoog. Het kleine meisje sloot de deur achter zich en sprintte toen naar het bed, waarna ze zich tegen haar oudere zus nestelde. Die krulde haar armen rond het warme lichaam naast haar en murmelde bijna automatisch troostende woordjes in haar oor.
'Weer een boze droom gehad, lieverd?' het kleine meisje knikte. 'Rustig maar. Ik ben er nu. Niemand kan je raken, je bent bij mij. Rustig maar.' Daarna luisterde ze naar de gejaagde ademhaling die rustig werd en keek naar de helderblauwe ogen die zich niet langer open konden houden. Zodra haar kleine zusje in een vredige slaap verzonken was, begroef Feline haar gezicht in diens warme nek en sloot ook haar ogen.


De herinnering kwam zomaar binnen geslopen, zo plots en heel erg onuitgenodigd. De afgelopen weken, maanden, had Feline geprobeerd om alles aan haar kleine zusje weg te stoppen. Ze vermeed de slaapkamer met de roze deur aan het eind van de gang, ze vermeed de verloren knuffels in de woonkamer en de eerste nacht had ze zelfs haar bed vermeden. Met haar deken en kussen had ze een nacht op de houten vloer doorgebracht, aangezien ze wist dat als ze eenmaal in haar bed lag, ze zou liggen wachten op het getrippel van blote voeten op het parket, een geluid dat nooit zou komen.
Nu zat ze in een rode zetel naast het ziekenhuisbed. De blauwe ziekenhuismuren en de witte lakens pasten perfect bij dat lijkwitte gezicht met die holle ogen. Noëmie.
Feline's warme hand omklemde de hare. Na al die tijd weigeren om een bezoek te brengen, had ze nu eindelijk toegegeven. Ze had gewoon nooit het beeld dat ze had in haar hoofd van haar zusje, willen vervangen door dit; een ziekenhuisbeeld. Een zwak beeld. Maar de drang en het verlangen om haar te zien was onontkoombaar geweest. Feline boog voorover en streelde de goudblonde lokken terug op hun plek.
Een gekuch aan de andere kant van de kamer deed haar opkijken. Snel haalde ze haar hand weer weg toen ze de dokter zag en ging recht staan.
'Jij moet Feline zijn.' zei hij met een donkere, aangename stem. Hij schudde haar hand en maakte teken dat ze terug kon gaan zitten. 'Ik heb al eventjes naar je uitgekeken. Ik zou graag even met je willen praten, inzake je zusje.' Meteen gleed Feline's blik naar het bed en weer terug naar de dokter, die beleefd glimlachte. Met moeite gleden ook haar mondhoeken omhoog, maar haar ogen lachten niet mee. Ze gingen constant door de ruimte, van het witte gezicht op de kussens, naar de grote klok boven de deur, naar de donkere wolken buiten. Het grote raam rechts van haar, bood uitzicht op de parkeerplaats en het slechte weer daarboven, dat haar gevoelens leek te reflecteren. Het was op dat moment, dat Feline zich afvroeg waarom ze in hemelsnaam ook weer gekomen was.
'Het gaat de laatste tijd niet goed met haar, Feline. Ze gaat zienderogen achteruit. In het begin leek de kunstmatige coma waar we haar in houden, haar goed te doen maar nu...' hij zweeg even en vouwde zijn handen ineen. 'Aangezien jij de voogdij over haar hebt genomen, is het aan jou de keus wat we doen. Zodra we de coma stop zetten, zullen haar longen vocht beginnen te produceren. Ze zullen het al snel opgeven.' Weer liet hij even een stilte vallen, waarna hij zijn hand op die van Feline legde.
'We dachten dat het lichaam in rust het proces zelf kon starten, maar dat lijkt het niet te doen. Als we opereren, komen we er te dichtbij en dat zal haar fataal worden. We kunnen wachten, verder observeren maar ik denk niet dat dat op iets nieuws zal wijzen...'
Met een emotieloos gezicht had Feline geluisterd naar wat hij te zeggen had. Ze reageerde niet. 'Ik laat je even alleen,' zei de dokter, waarop hij recht stond en stilletjes de kamer verliet. Zodra de deur in het slot viel, verstopte Feline haar gezicht in haar handen.

Het duurde, zoals de dokter voorspeld had, inderdaad niet lang meer nadat de coma stop was gezet. Haar rode lippen kregen een grauwe, grijze kleur. Het beetje kleur dat ze op haar wangen had, verdween helemaal. Elke dag kwam Feline de ziekenhuiskamer binnen gelopen en iedere keer weer zag ze de veranderingen.
Er zat een bijtend gevoel in haar, dat ze niet kon negeren. Alsof het haar schuld was geweest. Zij had het leven van haar kleine zusjes niet kunnen redden. Maar door dat gevoel, was ze vastberaden om de laatste dagen van Noëmie, de beste van haar hele leven te maken.
Want soms, soms opende ze haar ogen. Dan keek ze even rond, mompelde iets onverstaanbaar en zag dan Feline aan haar linkerkant zitten. Altijd naast haar, geduldig wachtend. Haar gezicht brak dan helemaal open en voor dat kleine moment, leek ze terug te leven. Maar zo snel als het gekomen was, zo snel vertrok het weer.
Die bewuste dag zat Feline er weer, met Noëmie's hand in de hare. Ze was de tel kwijt geraakt hoe vaak ze hier al had gezeten, had de zon al zo vaak achter het raam zien onder gaan en weer opkomen dat ze zich nu met haar rug ernaartoe had gezet.
Maar dit keer was het anders. Om één of andere reden wist Feline dat het vandaag moest gebeuren. Alles dat ze ooit nog had willen doen met haar kleine zusje, zou vandaag moeten gebeuren. Voor het te laat was.
Dankzij de ziekte die haar nu fataal zou worden, had Noëmie zoveel dingen niet kunnen meemaken, niet kunnen zien. Het schooltripje naar de Ardennen had ze moeten missen, klimmen in bomen zou haar longen teveel lucht kosten en zelfs de zeelucht zou haar zieker maken dan ze nu al was. Het kleine meisje had nog nooit de zee gezien...
Ineens sprong Feline op, wandelde snel naar de gang en riep de eerste beste hulp die ze vinden kon.

'Wat vind je ervan?' vroeg ze grijnzend. De uitdrukking op het gezicht van haar kleine zusje was onbetaalbaar. Grote ogen, haar lippen onbewust een beetje van elkaar en het ongeloof, zo duidelijk te lezen.
Ze zaten op een houten bankje op de dijk en keken naar de zee, die vanaf hier wel eindeloos leek. Een zeebries speelde met hun haren en het geluid van de golven die op de stenen sloegen, maakte dat alle andere geluiden in het niets verdwenen.
'Bedankt Feline,' zei Noëmie met een schorre stem. Afgezien van de twee buisjes die in haar neus staken, zou ze een perfect normaal meisje kunnen zijn. Zonder problemen, zonder een tijdslimiet op haar leven. Feline wist dat dat precies was wat ze wilde.
Terwijl de uren verstreken, werd de stilte tussen hen enkel doorbroken door een opmerking, of een herinnering die perfect leek op dat moment. Maar eigenlijk moest er helemaal niets gezegd worden. Het moment, alle ongezegde dingen tussen hen, alles was op dat moment perfect.
Op een bepaald moment ging Noëmie op haar rug liggen, met haar hoofd in Feline's schoot.
'Ik ben moe,' zei ze glimlachend, als antwoord op de bezorgde blik van haar oudere zuster. Daarna maakte ze teken dat die dichterbij moest komen. Feline boog voorover en voelde een paar zachte lippen tegen haar oor strijken. 'Bedankt Feline,' fluisterde haar kleine zusje. 'Bedankt om er voor me te zijn. Bedankt voor alles.'
Feline zei niets toen ze terug recht kwam, maar knikte enkel. Ze knikte terwijl de tranen in haar ogen glinsterden. Ergens wist ze dat het moment gekomen was. Ergens, diep verscholen, had ze al geaccepteerd dat ze haar kleine zusje niet meer zou kunnen redden. Niemand kon dat nog.
Langzaam sloot Noëmie haar ogen en viel in slaap, dicht bij haar grote zus. Voor de laatste keer.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here