Foto bij Themawedstrijd Harry Potter (2013) - opdracht 3

Opdracht 3: In de Harry Potter-boeken gaan er heel erg veel mensen dood. Als je één iemand zou mogen laten leven en daar tegenover zou een ander moeten sterven, wie zou je laten sterven en wie zou je laten leven?
Je schrijft een verhaal waarin één persoon die in de boeken overlijdt blijft leven, en één persoon die in de boeken blijft leven sterft.


Het eerste stuk van mijn inzending speelt zich af een paar uurtjes voor de Slag om Zweinstein. Het is geschreven vanuit het standpunt van Nymphadora Tops.

Het lijkt allemaal zo onwerkelijk. Het ene moment zitten Remus en ik in de woonkamer, met het warme licht van het vuur dat op onze gezichten speelt, en het andere moment kijken we elkaar met grote, bange ogen aan, niet wetend wat te zeggen. De blauwachtige gloed van de Patronus verdwijnt langzaam, terwijl zijn woorden nog in mijn oren nazinderen. 'Het wordt vechten op Zweinstein. We hebben jullie nodig.'
Pas na een tijdje kunnen we beiden in beweging komen. Ik ren meteen naar de keuken, waar mijn moeder zich bevindt. Met haar vertrouwde ogen kijkt ze vragend naar me op. 'Ik... we moeten gaan,' zeg ik. 'Het is tijd.' Ze begrijpt meteen waar ik het over heb en staat recht, waarna ze me in haar armen neemt. Met haar hand streelt ze over mijn rug. 'Wees voorzichtig meisje.' Ik knik, waarna ik haar diep in de ogen kijk. De woorden die nu over mijn lippen moeten komen, vallen me erg zwaar. 'Mam, als er iets met ons gebeurd... Teddy...'
'Teddy zal altijd veilig zijn, lieverd. Dat beloof ik je.' Wetende dat ze die belofte nooit zou breken, loop ik achteruit en na een laatste blik op mijn moeder, sluit ik de deur achter me.
Natuurlijk weet ik waar Remus zit, dat weet ik al vanaf het eerste moment dat hij omhoog schoot. Ik loop de trap op en blijf in de deuropening van de slaapkamer staan, leunend tegen de rand. Het licht van de maan glipt langs de gordijnen heen, zodat ik nog net het silhouet van mijn man kan zien. In zijn armen houdt hij onze zoon, dicht tegen hem aan. Zijn hand ondersteunt het hoofdje van Teddy en hij fluistert sussende woordjes in zijn oor. Mijn blik wordt zachter als ik hen zie en ik loop de kamer in. Remus kijkt op wanneer ik mijn hand op zijn schouder leg en in zijn ogen kan ik al zijn angsten duidelijk lezen.
'Het komt wel goed,' zeg ik. 'Wanneer Teddy wakker wordt, zijn we alweer terug.' Remus knikt, maar ik zie dat hij niet overtuigd is. Hij drukt kort zijn lippen op Teddy's rood-bruine haren en legt hem dan terug in zijn bedje. Hij krult zich meteen op en stopt zijn duim tussen zijn lippen. Het enige geluid dat we kunnen horen, is zijn ademhaling en de woordjes die hij brabbelt in zijn slaap. Ook ik buig voorover en fluister in Teddy's oor hoeveel ik van hem houd, waarna ik hem instop met zijn dekentje. Remus wacht op me in de gang en na een korte blik op het kleine silhouet in de kamer, verschijnselen we samen naar Zweinsveld.

Zodra we aankomen in de Kamer van Hoge Nood, krijgen we een kort verslag van Marcel wat er gaande is. Remus vertelt me dat hij een goede plek weet en neemt me mee naar een balkon aan de voorkant van het kasteel. Onder ons zien we het gevecht vorderen, de reuzen die van de bergen komen, de Dementors die boven het gevecht zweven en de lichtstralen die alle kanten op gaan. Meer en meer Dooddoeners komen erbij en de felgroene stralen, die duidelijk meer van hun kant komen, dunt de groep verdedigers sterk uit.
Als we gestommel horen op de trap achter ons, kijken we elkaar aan. Paniek, angst maar ook moed en vastberadenheid staat op onze gezichten te lezen. We draaien ons om, met ons gezicht naar het opening. Luider en luider wordt het geluid van stampende voetstappen op de stenen trap en het geroep van de donkere stemmen.
Remus boort zijn blik in die van mij. 'Ik hou van je,' mimet hij geluidloos. Ik probeer te glimlachen, maar de spanning en angst laten dat niet toe. Dus in plaats van iets te zeggen, steek ik mijn hand naar hem uit. Meteen doet hij hetzelfde. Maar voor onze vingers zich kunnen verstrengelen, wordt het gestommel nog luider en aan het trapgat zie ik het zilveren masker van een Dooddoener opdoemen.
'Depulso!' roept Remus meteen en de Dooddoener wordt naar achteren geblazen, waarbij hij tegen de muur gekaatst wordt en zijn masker afvalt. Antonin Dolochov lijkt bewusteloos geworden door klap want hij beweegt niet meer. Achter hem verschijnt een andere Dooddoener, midden in een duel met Minerva Anderling.
'Expelliarmus,' zeg ik en de toverstok van de Dooddoener vliegt weg, waardoor Minerva hem kan afscheppen en hij van de trap valt. Ze hijgt lichtjes en bedankt me, waarna ze bij ons komt staan. Ze heft haar stok op en met een Detentio-spreuk maakt ze Dolochov vast met touwen. 'Je weet maar nooit...' gromt ze. Ze wil vertellen hoe het er onder aan toe gaat, maar krijgt daar de kans niet toe. Ineens gaat alles heel snel.
'Nee!' roept Minerva schel, waarna ze zich voor me gooit. Een felgroene straal raakt haar midden op haar borst en ze valt met een bons op de grond. Een hoge lach komt vanaf het trapgat. Bellatrix van Detta kijkt me grijnzend aan, met haar donkere ogen.
'Avada kedavra!' roepen Remus en ik tegelijkertijd. Langzaam aan glijdt de glimlach van Bellatrix's gezicht. Als een pop valt ze tegen de muur en blijft daar roerloos liggen.
Het blijft even stil tussen ons, waarna ik me in Remus' armen gooi. Ik durf niet naar onder te kijken, wetende dat Minerva daar ligt. Dood. Ik druk mijn gezicht tegen de schouder van Remus en verbijt de tranen. Op dat moment zie ik het gebeuren, over zijn schouder heen. Omdat Minerva dood is, werkt haar spreuk ook niet meer. De touwen rond Dolochov zijn verslapt en hij staat terug op zijn benen. Hij heft zijn stok omhoog. Mijn ogen worden groot. Voor ik iets kan doen of zeggen, komt er een felgroene straal onze richting uit.
Ik voel hoe de schok door het lichaam van Remus gaat. Ik voel hoe het geruststellende geklop van zijn hart tegen mijn borst, verdwijnt. Zijn greep verslapt en zijn hoofd draait weg. Als ik hem loslaat, glijdt ook hij weg en komt neer op de grond.
Zonder er verder bij na te denken, roep ik voor de tweede keer die avond de Vloek des doods uit. Het is ineens ongelooflijk stil op het balkon.
'Remus,' jammer ik, waarna ik bij hem neerkniel. De sterren staan weerspiegelt in zijn doodse ogen. 'Remus, nee,' ik leg mijn hoofd op zijn borst die niet meer op en neer gaat. 'Balsemio. Balsemio!' Maar zoals ik wel verwacht had, werkt de helende spreuk niet. 'Laat me niet alleen Remus, alsjeblieft. Balsemio!' weer gebeurt er niets. 'Ik wil je niet kwijt. Blijf bij me,' ik verstrengel zijn hand met die van mij en houd mijn tranen niet meer tegen. 'Laat me niet alleen,' mompel ik smekend.
Ik voel ze voor ik weet dat ze er zijn. De koude die zich vermengt met de wanhoop die ik voel en de rillingen die over mijn rug lopen. Natuurlijk, de gevoelens die nu door me heen gaan zijn een lekkernij voor de Dementors. Ze zullen het niet hebben kunnen weerstaan.
Ik sluit mijn ogen. Laat ze maar komen, denk ik. Het zal niet lang duren voor ik bij Remus ben.
Maar als het ruisende geluid van hun ademhaling hoorbaar is en ik hen bijna kan voelen, schiet het door me heen. Teddy. Ik kan mijn zoon niet achter laten. De herinneringen stromen naar binnen. De eerste keer dat zijn tinkelende lach door de kamer klonk. De kleur van zijn haar dat bijna elke dag verandert. Zijn glinsterende, bruine ogen, de exacte kopie van die van Remus. De liefde die ik voor hem voel, brandt als een warm vuur in mijn binnenste.
'Expecto Patronum,' zeg ik met een vaste stem. Meteen schiet er een gloeiende Patronus uit mijn stok. De rondspringende weerwolf, wiens licht vele malen sterker is dan de donkere wezens, jaagt ze meteen weg, waarna hij nog even bij me blijft. Hij lijkt zoveel op Remus in zijn wolven-vorm dat ik me eventjes weer compleet verbonden met hem voel. Wanneer hij wegvaagt, blijf ik roerloos staan, waarna ik me naast Remus leg.
'Ik zal het hem vertellen,' vertrouw ik hem toe, 'ik zal het aan Teddy vertellen. Hoe dapper je gevochten hebt. Hoe moedig je altijd was. Ik zal hem vertellen hoeveel je van hem hield.' Bij elk woord dat ik zeg, voel ik me sterker en sterker worden. 'Je zal doorleven in onze herinneringen en gedachten. Je zal altijd bij me blijven.'
Daarna buig ik me voorover en sluit Remus' ogen, zodat het lijkt alsof hij vredig slaapt.
'Het had nooit gemogen, maar ik heb altijd van je gehouden,' fluister ik zacht, waarna ik opsta. Met een zachte stem roep ik mijn Patronus weer op en met de springende weerwolf aan mijn zij, meng ik me weer in het oorlogsgeweld.





Verklaring

Ik heb ervoor gekozen om Tops te laten leven omdat haar kind anders zou opgroeien zonder ouders. Natuurlijk zou hij goed verzorgd worden door zijn grootouders, maar iedereen heeft de liefde van ouders nodig, iemand waarnaar je kan opkijken. Harry Potter zou ook een heel ander leven hebben gehad als zijn moeder of vader nog had geleefd. Ik vond haar dood één van de aangrijpendste momenten in het boek. Ze is een sterke vrouw en zal dus ook de dood van haar echtgenoot aan kunnen. Samen met Teddy zal ze een gelukkig leven kunnen leiden. Ik wilde dat hij de liefde van een moeder leerde kennen, iets dat Harry nooit echt gekend heeft.

Een slechterik laten sterven, zou te voor de hand liggend zijn. Daarom heb ik ervoor gekozen om Anderling te laten sterven. Het is algemeen geweten dat haar grootste wens was om te sterven op een plek waar ze van hield. Zweinstein was voor haar ook een thuis. Daarbij laat ze Zweinstein niet hulpeloos achter. De hoofden van Huffelpuf en Ravenklauw zijn even toegewijd als haar.
Anderling was een geliefd persoon en zij zal geëerd worden zoals Perkamentus.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here