Foto bij Illusion - schrijfwedstrijd Merrow (2013)

De ondoden komen tot leven in deze opdracht, dus weet jij deze ronde te overleven?
Horrorfanaten en minder-horrorfanaten opgepast, aangezien vampieren, weerwolven en geesten hun intrede hebben gedaan. Je kiest een wezen uit de lijst en deze staat centraal in je verhaal. Je bent helemaal vrij in het bepalen van tijd en perspectief.

Wat wordt er verwacht? Je kiest in de storie welke van de drie ondoden je gaat gebruiken in je verhaal. Je bent volledig vrij in het bepalen wat je doet en er zijn geen verdere verplichtingen. Uiteraard is het meer dan logisch dat je verhaal een lichtelijk horrorkantje heeft, maar het is niet noodzakelijk om dit doorheen je verhaal vast te houden. Je kan alle kanten op die je wilt, maar onthoudt dat je verhaal om de ondode die je gekozen hebt, moet draaien. Het is ook zeker niet verplicht om je gekozen ondode de hoofdpersoon te laten zijn of om vanuit het PoV van je gekozen ondode te schrijven.


Ik heb gekozen om mijn inzending te doen rond een geest.

Nooit had ik gedacht dat ik mijn verhaal met iemand zou delen. Waarom zou ik ook? Ieder persoon met een gezond verstand zou me gek verklaren. Jarenlang hield ik het verborgen, sprak er geen woord over. Ik zeulde het met me mee en dacht er bijna onophoudelijk aan. Tot de jaren mijn herinnering deden vervagen en ik de details kwijt raakte. Tot ik het zelf los kon laten en het mijn gedachten niet meer beheerste.
Maar vandaag, op de dag van mijn zeventigste verjaardag, zou ik het eindelijk voorgoed achter me kunnen laten. Op deze dag zou ik mijn nooit vertelde verhaal, vertellen.
Mijn echtgenoot en ik zaten op een bankje in de veranda. Op de achtergrond speelde een zacht muziekje en enkel het tikken van mijn breinaalden verstoorde af en toe de stilte die tussen ons hing. De familie-leden die me hun beste wensen kwamen geven, waren al eventjes vertrokken en hadden hun lawaaierige geluiden met zich meegenomen.
Ik wist dat de tijd gekomen was, omdat net vandaag de herinnering weer bij me was opgekomen. Dit bij het zien van mijn jongste kleindochter. Ze leek als twee druppels water op mezelf in mijn vroegere/jongere jaren en het beeld van haar jonge, jeugdige gezichtje bracht me terug naar een avond, 54 jaar geleden. De herinnering kwam zo plots, dat het me eventjes overspoelde. In dat kleine moment, ving mijn echtgenoot mijn verloren blik. Ik glimlachte naar hem. In die glimlach zat een belofte, de belofte dat ik hem later zou vertellen wat er door mijn hoofd ging.
Natuurlijk vroeg hij er zelf niet achter. De man waarmee ik mijn leven deelde, was een erg zorgzaam en verstandig persoon. Hij wist dat het verhaal uit mezelf moest komen, en niet als antwoord op een vraag.
Ik zuchtte diep, wreef kort over mijn gezicht met de diepe groeven erin en zette me recht waarop mijn man naast me hetzelfde deed. Met zijn ogen, die wel van gesmolten zilver leken te zijn, keek hij me afwachtend aan.
Langzaam kwamen mijn lippen van elkaar en ik begon.

Het was de zomer van 1959. Omdat mijn ouders weigerden om op vakantie te gaan, zat ik als enige thuis en verveelde me rot. Ik telde letterlijk de dagen af tot de school weer zou beginnen en deed bijna niets. Het zat er naar uit te komen dat het de hele vakantie zo zou blijven duren, tot mijn oudere zus voorstelde dat ik bij haar zou logeren. Zij en haar vriend hadden pas een nieuw huis gekocht en volgens haar was het de ideale afleiding. Dankbaar nam ik het aanbod aan en vertrok datzelfde weekend nog.
Eenmaal aangekomen, kon ik mijn teleurstelling amper verbergen. Het huis waar ik zou verblijven, bleek een oude villa te zijn die van de jaren dertig afstamde. Er stond zelfs nog een waterput in de tuin en een oude, verroeste bel hing aan de deur. Volgens de makelaar hadden ze het voor een klein prijsje op de kop kunnen tikken, omdat de vorige eigenaars nog maar pas waren overleden en dit de meeste kopers zou afschrikken.
Maar dankzij de overdraagbare hitte, die de zomer leek te overheersen, was de verkoelende lucht in het huis erg welkom. Het enige minpuntje, was dat de logeerkamer aan de zuid/westkant van het huis lag, zodat het er tegen de avond bloedheet was. Bovendien was het kamertje niet erg groot, waardoor de warme lucht niet kon ontsnappen. De vriend van mijn zus stelde voor om van kamer te wisselen, maar dit weigerde ik. Ik had immers al genoeg op hun gastvrijheid gerekend.
De eerste nacht wenste ik meteen dat ik dat aanbod wel had aangenomen. Hoewel ik het kleine raampje al open had gezet en ik boven de lakens lag, kon ik de hitte maar niet verdrijven en ik lag al enkele uren met opengesperde ogen naar het plafond te staren. Na een tijdje had ik er genoeg van en liep zo stil als ik kon de trap af. Ik zuchtte opgelucht toen de verkoelende wind in mijn gezicht blies. Met enkel een nachthemdje aan, ging ik op het houten bankje in het portaal, voor het huis zitten. Het was een prachtige nacht, zo eentje die je alleen kan vinden op een zomeravond. Miljoenen sterren schitterden boven mijn hoofd en een zacht briesje zorgde ervoor dat mijn haren uit mijn gezicht bleven. Het streelde mijn huid en liet een verkoelend spoor achter. Kort sloot ik mijn ogen en voelde meteen hoe ik wegzakte in het verwarrende begin van een droom.
Ineens hoorde ik een krakend geluid en schoot verschrikt recht. Het kwam van de donkere tuin. Ik keep op en hapte naar adem toen ik een jong meisje zag staan, recht naast de waterput. Ze droeg, net zoals mij, een lang, wit nachtkleed tot op haar enkels. Haar zwarte lokken lagen verspreid op haar schouders en ze keek me met een doordringende blik aan. Ik durfde bijna te zweren dat ik lichtjes een schijn van het donkere bos... door haar heen kon zien.
Vanaf mijn plaats zag ik hoe ze de rand van de waterput angstvallig omklemde.
'Meisje...' sprak de vrouw, met een stem zo fragiel als een zijden draadje dat op knakken stond. De angst die door me heen ging, voelde zo verlammend dat ik niet eens een weerwoord kon geven, laat staan bewegen.
'Help me, alsjeblieft...' Het was door die smeekbede, dat ik mijn plaats verliet. Ik wilde haar mijn steun aanbieden en greep haar onderarm vast. Of dat is tenminste wat ik wilde. Enkel lucht glipte langs mijn vingers heen.
De vrouw leek niet door te hebben hoe mijn hart nog sneller tegen mijn borstkas raasde en mijn ogen zich wijd open sperde. Ze sprak verder, terwijl haar blik die van mij niet losliet. Hoewel het deze keer wel leek alsof haar gedachten op een heel andere plaats waren dan deze.
'Ik kan niet weg,' zei de vrouw met haar raspende stem, 'ik kan deze plaats niet verlaten. Mijn ziel zwerft rond tot het gebeurd is. Het moet gebeuren. Snel. Je moet me helpen, alsjeblieft.' Beduusd knikte ik, niet wetend wat ik moest doen. Mijn instinct zei me weg te rennen, zo snel als ik kon. Maar bewegen, kon ik niet meer.
'Mijn man is weg,' zei de vrouw. 'Hij kon verder gaan. Hij liet me achter.' Haar blik dwaalde nu over de tuin en bleef steken bij de waterput. 'Toen hij stierf, gooide ik mijn trouwring in deze put. Uit pure frustratie, woede, verdriet.' Haar stem werd zachter. 'Leven zonder hem, kon ik niet. Al snel volgde ik mijn echtgenoot en verliet ik zelf de wereld. Of dat was wat ik wilde. Ik kan hier niet weg, iets houdt me tegen. Nu weet ik wat het is.' Ze zette een stap vooruit en ik kon haar ijskoude ademhaling over mijn gezicht voelen gaan. 'Jij moet hem eruit halen. Jij kan me redden. Jij kan me mijn vrijheid geven.'
Ik kon niets anders doen dan toegeven. Zodra de vrouw me mijn ruimte gaf en ik richting de put liep, begon ze te vervagen.
'Wacht! Wie ben je? Wat is je naam?' De vrouw glimlachte dunnetjes.
'Elisabeth.'

Ik durfde niet opkijken, durfde niet te kijken naar de reactie van mijn echtgenoot. Plots zat ik weer in mijn warme veranda, in mijn comfortabele stoel. De rillingen, die onbewust over mijn rug kropen, verdwenen langzaam aan. Ik schudde de herinnering van me af en sloot kort mijn ogen om de beelden kwijt te raken. Toen ik eindelijk op durfde te kijken, zag ik enkel begrip en nieuwsgierigheid in de zilvergrijze ogen van mijn man.
Voor de tweede keer die avond sloeg ik mijn ogen neer en speelde met de gouden ring rond mijn vinger. Hoewel ik het niet kon zien, wist ik maar al te goed dat het enkel een simpele ring leek. In de glanzende binnenkant, stond er namelijk in een sierlijk handschrift een naam in gegraveerd.
Elisabeth.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here