Foto bij Witte vlokken - schrijfwedstrijd Vasthon en Sugglet (2014)

De opdracht:
De deelnemers worden opgedeeld in vier, door ons gekozen, groepen van twee of drie.
Het is de bedoeling dat elke groep 1 verantwoordelijke opgeeft. Hiermee verloopt het verdere contact.

Elke groep krijgt een onderwerp (zie hieronder). Het is de bedoeling dat je met dit onderwerp samen een doorlopend verhaal maakt.
Dit moet aan de hand van samenwerking. Iedereen schrijft een deel dat ongeveer even groot is, dus ieders aandeel en inzet moet gelijk zijn.
Om duidelijkheid te krijgen in wie wat geschreven heeft, moeten jullie met opmaak werken, bijvoorbeeld:

Vashton, Sugglet, LastFistKiss

Tekst van Vashton.

Tekst van Sugglet.

Tekst van LastFistKiss.

Zorg hierbij dat jullie duidelijke kleuren gebruiken.

De hele bedoeling van deze opdracht is om te zien hoe jullie kunnen samenwerken en deze samenwerking te verbeteren.
We hebben geprobeerd de 'zwakkere' met de 'sterkere' samen te zetten zodat jullie niet alleen leren samenwerken, maar ook kunnen werken aan jullie schrijfstijl.

Mits wij begrijpen dat niet iedereen even hard gaat meewerken, wordt iedereen apart beoordeeld d.m.v. het beoordelingssysteem dat jullie op het forum terug vinden en wordt het groepje in het geheel beoordeeld op originaliteit en samenwerking.

Deze opdracht wordt ten laatste zondag 5 oktober afgegeven door de verantwoordelijke van elke groep.
Probeer de verantwoordelijke ook vandaag of morgen nog aan te duiden.

Groepen:

~Groep 1: Paracosm, Sytry en Handles. Thema: Lente Verantwoordelijke: Sytry
~Groep 2: Inquisitor, BoAndNiall en Newyorker Thema: Herfst [Verantwoordelijke:] Inquisitor
~Groep 3: Phortion, Square en Nuevo. Thema: Zomer Verantwoordelijke: Square
~Groep 4: Frodo en Alisos Thema: Winter Verantwoordelijke: Frodo

Witte vlokken

Als in een droom keek ik naar de sluier rook dat over mijn lippen ging, iedere keer als ik uitademde. Mijn handen zaten tussen mijn benen geklemd, zoekend naar een laatste restje warmte. De zoveelste rilling liep langzaam over mijn rug en liet een spoor van onbehagen na.
'God, wat is het koud,' murmelde ik. De soldaten naast me - mijn vrienden - maakten instemmende geluidjes, waarna het weer doodstil werd. Dagen, weken, maanden zaten we hier al. De stemming was samen met de sneeuw ernstig gedaald. Het witte pak bracht niet enkel de koude, maar ook een immense stilte met zich mee. We konden niets meer horen van de loopgraaf tegenover de onze, slechts tientallen meters van ons verwijderd. Geen Duitse uitroep, geen gevloek, zelfs geen geschiet. Niets.
'Hé Richard,' fluisterde Noël naast me. 'Weet je hoe laat het is?'
Voor zover ik dat kon, trok ik mijn gezicht in een grimas. Het puntje van mijn neus kon ik amper nog voelen en mijn wangen voelden beurs. 'Geen idee.' Onder het enkele licht van de maan, kon ik een glimlach zien verschijnen op het gelaat van mijn vriend.
'Het is twaalf uur. Kerstnacht.'
Bij dat laatste woord doken meteen herinneringen, beelden op in mijn hoofd. Een frisgroene kerstboom, bedekt met duizenden lampjes en ballen. De geur van lekker eten, overal in het huis. Maar bovenal; de warmte van het haardvuur terwijl het buiten vroor.
Ik zuchtte verlangend. 'Wat een verschil, hm?' Daarna werd het weer stil. Ik wilde net wegzakken in de herinnering die Noël me gegeven had, toen ik het hoorde. Eerst zachtjes, aarzelend, maar daarna luider. De pure klanken van een mondharmonica, die de alom bekende melodie van Stille nacht voortbracht.
Langzaamaan zag ik iedereen in de loopgraaf in beweging komen. We kwamen uit onze starre, ineengedoken houding en keken vragend om ons heen. Het was Noël die zijn helm nog eens goed vast trok en toen als eerste zijn hoofd lichtjes over de rand hief, te nieuwsgierig om niets te doen.
'Het zijn de Duitsers!' zei hij opgewonden, 'Ze hebben allemaal kaarsjes geplaatst en ze zingen en-'
'Natuurlijk doen ze dat soldaat Leyten,' de barse stem van de generaal klonk sterk door in de loopgraaf, 'dacht je nu echt dat ze geen kerst hebben in Duitsland?'
Noël liet zich terug naar onder zakken, lichtjes mokkend. We luisterden allemaal met gespitste oren naar de verschillende liedjes, die zomaar onze loopgraaf in rolden. Ik sloot mijn ogen en liet me maar al te graag wegvoeren.
Toen hoorde ik een stem, versterkt door een megafoon of iets in die aard. 'Wir kommen Freunde, nicht schießen. Es ist Weihnachten!' We komen eruit vrienden, niet schieten. Het is kerstmis!
Ik wist niet wat ik zag. De Duitsers, met hun vaalgroene uniformen en pinhelmen, kwamen uit hun loopgraven gekropen en begonnen het niemandsland over te steken. Eén van ons richtte zijn geweer maar werd al snel tegengehouden door de generaal. 'Eens kijken wat ze willen...' zei die op grommende toon.
'Kameraden, wij goed, niet schieten,' zei een Duitser in gebrekkig Nederlands. 'We hebben geschenk voor jullie! Het is Kerstmis!'
En of ze geschenken hadden. Zodra enkelen van ons de weinige beschutting van ons loopgraf verlieten, haalden ze alles uit hun zakken. Sigaren, sigaretten, worst en een heerlijke soort kaas.
Ik keek naar de generaal, op mijn hoede. Hij keek bedenkelijk, maar er leek niets mis met de mannen op het niemandsland.
'Goed,' zei hij zacht, 'als jullie willen: ga maar.'
Gelukkig hadden wij ook wat voor de Duitsers en onder een vuur dat werd aangemaakt door beiden kampen, wisselden we onze cadeau's uit. In hebt begin waren het vooral de haantjes de voorste, maar toen er met drank werd gezwaaid bleef er geen enkeling meer zitten. De kerstboom kwam van hun kant, maar werd al snel volgehangen met onze versieringen.
We begonnen om de beurt te zingen en leerden elkander liedjes. Toen de sneeuw opnieuw begon te vallen, was er geen vijandigheid meer te bekennen. De witte vlokken bedekten onze uniformen en lieten al onze verschillen vervagen. We waren allemaal dezelfden.
Het was toen dat ik het begreep, dat ik zeker wist dat zij precies waren zoals wij. Soldaten in een waanzinnige oorlog die niet de onze was.
Maar nu was alles anders. We praatten en zongen uren lang. We wisselden nog meer cadeau's uit, verwisselden van helm en zelfs familiefoto's gingen van hand tot hand. De mondharmonica was nog steeds als een constante aanwezig op de achtergrond.
De Duitser naast me, die me wel verstond maar amper Nederlands kon praten, en ik luisterden er naar. Toen Stille nacht weer begon, zong hij aarzelend mee waarna ik ook begon. Het ruwe Duits stak scherp af met mijn platte accent, maar toch klonk het... uniek. De laatste noten stierven weg en lachend sloeg 'Hans' me vriendschappelijk op de schouder.
We bleven nog lang bij het warme vuur zitten, verhalen en liederen uitwisselend.

Voor de zoveelste keer werd ik gewekt door het geluid van geweerschoten en gejammer. Twee handen schudden me ruw doorheen. 'Word wakker Richard!' ik vloog overeind en keek verward om me heen. Het was Noël die over me heen stond gebogen.
'Wat is er aan de hand?'
'Kerstmis is voorbij, jongen.' zei Noël grimmig, waarna hij op mijn geweer wees. 'Kom op, het is tijd om te gaan.' Ik schudde de slaap van me af en liep gebogen achter mijn vriend aan.
'Goed mannen, het is zover. Het is vrij duidelijk dat onze kleine vakantie voorbij is. We gebruiken de ochtend als ons voordeel, misschien zijn er nog genoeg moffen met een kater die we kunnen verrassen!' Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wreef en terug gevoel in mijn handen probeerde te krijgen, legde de generaal uit wat de plannen waren. De verse sneeuw knerpte onder onze schoenen toen we onze posities innamen. Het duurde niet lang voor de eerste mannen omver werden geblazen en bloedend, gorgelend terecht kwamen. Ik probeerde me af te sluiten en te focussen op mijn missie, met Noël naast me.
'Ik kan het niet geloven,' zei die, 'enkele uren geleden zaten we samen nog te lachen!' Ik knikte instemmend terwijl ik op mijn handen bleef blazen en wrijven. Het tintelende gevoel kwam maar niet terug. Langzaam aan kwam de paniek; één kleine fout kon het einde betekenen en op deze manier kon ik onmogelijk de trekker overhalen.
Het moment dat mijn hoofd de grond raakte en mijn ogen de witte hemel onderzochten, wist ik meteen wat er fout was gegaan. Op de achtergrond hoorde ik Noël schreeuwen, maar vanbinnen was er enkel de stilte die de sneeuw me eerder al geschonken had. Ik liet de koude wind langs mijn lichaam razen en wist dat het de winter was die me geveld had. Zijn koude adem had me van mijn gevoel beroofd en deed nu precies hetzelfde met de rest van mijn lichaam.
De witte sneeuwvlokken dwarrelden op me neer en maakten me één met de grond waar ik op lag. Ik sloot mijn ogen en voelden de kleine vlokjes ook daar neer komen.
De winter bracht me het einde en de rust die ik al die oorlogsjaren verdiend had. Mijn bevroren lippen vormden een kleine glimlach. Nog even kijken, dacht ik, nog even. Mijn bruine ogen vonden de witte lucht boven me, waar de sneeuwstorm woedde. Het was prachtig en het allerlaatste wat ik zag.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here