Foto bij Na het einde - FanFiction schrijfwedstrijd

Opdracht 1:
Legendes en mythes: iedereen is ooit wel eens in aanraking gekomen met een van deze fenomenen. Vaak hebben legendes (en sommige mythes) een historisch aura. Daar ligt nu de uitdaging voor jullie: steek een bekende (of niet zo bekende) legende of mythe in sciencefictionjasje. Wat wil dit zeggen? Zoals de opdracht al zegt: je neemt een legende, of mythe en zorgt ervoor dat deze zich niet langer in het verleden afspeelt, maar wel in de toekomst.

Wil jij Aeneas een ruimtereis laten maken in plaats van een reis van Troje naar Italië, en ontmoet hij tijdens zijn avontuur misschien een knappe alien, die toevallig Dido heet? Dat kan! Gaat Orpheus zijn geliefde Eurydice terughalen uit een buitenaardse gevangenis in plaats van uit de onderwereld? Even goed. Is de liefde tussen Romeo en Julia onmogelijk omdat Julia een robot is en Romeo een mens van vlees en bloed? Geweldig! De mogelijkheden zijn onbegrensd! Wees origineel en verras ons.

Ik heb gekozen voor de mythe over Hades en de daarbij behorende Onderwereld. Al ontelbare jaren zorgt Hades voor de doden in zijn rijk - dus ook in de toekomst, in het jaar 3028. Als een dood persoon aankomt in de Onderwereld wordt die door de drie rechters naar één van de drie delen van het rijk gestuurd, samenhangend met hoe die persoon geleefd heeft.
Kleine side-notes bij mijn verhaal:

* De planeet waar het verhaal zich afspeelt heet 'Marwolaeth' wat dood betekent in het Wels
* De auto waar mijn personage in rijdt is van het merk Frenault: Ford en Renault. Die twee hebben honderden jaren geleden hun hoofden samen gestoken om met het nieuwste gadget buiten te komen: de zwevende auto, die voortbeweegt op zandkorrels.

De scherpe angst vulde mijn lichaam en paniekerig sloeg ik om me heen. Het overweldigende water was overal. Mijn longen schreeuwden om de zuurstof die ze broodnodig hadden maar die ik nergens meer kon vinden. Hoewel ik als een bezetene trappelde om aan het oppervlak te komen, raakte ik geen meter vooruit. Dit zou mijn dood worden.
Als vanzelf gingen mijn lippen van elkaar, zo behoeftig naar frisse lucht. Het koude water vulde mijn mond, ging rechtstreeks naar mijn longen. Beetje bij beetje kwam er een soort mist in mijn hoofd en leek alles ineens veel verder weg. Het werd zwart voor mijn ogen en het koude water, dat me eerst deed denken aan duizenden speldenprikken, leek nu wel een geruststellend deken dat zwaar op me drukte. Ergens op de achtergrond kon ik mijn hart trager en trager voelen gaan. Tot hij compleet stil stond.

'Hier, gebruik de X210 om haar wakker te maken, dat werkt altijd.'
'Jij idioot, die mag je alleen gebruiken als ze uitwendige letsels hebben. We gebruiken de Y303.' Een zacht gezoem vulde de ruimte en ik kon voelen hoe een onbekende warmte zich verspreidde vanuit mijn borstkas. Bliksemsnel verspreidde die warmte zich tot in de toppen van mijn tenen. Mijn hart kwam terug tot leven kwam en mijn ogen sperde zich open.
'Zie je wel, de Y303 blijft mijn favoriet,' hoorde ik een tevreden stemmetje. Opgejaagd keek ik om me heen, maar zag niemand staan. Wat gebeurde er in hemelsnaam? Ik bevond me in een donkere ruimte en het enige dat ik kon onderscheiden, was het zachte laken waar ik op lag. Ineens hoorde ik het getrappel van kleine voetstapjes links van me en twee kleine wezentjes keken me opgelucht aan. Ze werden omringd door kleine lampjes, die hun eigen mechanische vleugeltjes leken te hebben en de bewegingen van de schepsels volgden. Hierdoor kon ik ze zorgvuldig bestuderen. Het leken wel twee ontplofte pomponnetjes, met elk drie voelsprieten op hun harige hoofdjes. Het getrappel kwam inderdaad van hun voetjes, alleen zweefden die een aantal centimeter onder hun lichaam.
'Wie zijn jullie? Waar ben ik?' Mijn stem klonk verrassend hees en mijn hand greep naar mijn keel, die compleet normaal voelde. 'Je stem is weg door het teveel aan water dat je hebt binnen gekregen,' zei het rechtse wezentje voldaan, 'maar wees gerust, de Y303 heeft alle interne letsels doen oplossen.'
Het andere wezentje beantwoordde mijn vraag: 'Wij zijn inwoners van de planeet Marwolaeth - of de Onderwereld, zoals jullie mensen het noemen.' Mijn hersenen draaiden volle toeren. Op school had ik alle dertig planeten in ons stelsel vanbuiten moeten leren, maar van deze had ik nog nooit van gehoord. Dit zei ik ook tegen de wezentjes, die grinnikten.
'Nee natuurlijk heb je nog nooit van ons gehoord. Marwolaeth ligt in het midden van jouw planeet. Wij zijn jullie kern.' Het begon me te duizelen. Duizenden vragen schoten door mijn hoofd en ik probeerde alles op een rijtje te zetten.
Op dat moment kwam alles terug, mijn zwevende auto die iets had geraakt in het midden van mijn baan. De ontploffing die ervoor zorgde dat ik uit mijn voertuig werd gesleurd en ongeveer vijftig meter naar beneden viel. Bijna de hele aarde was overspoeld dus ik kwam in het koude water neer, waar het wrak van mijn Frenault me mee naar onder sleurde.
'Ben ik... dood?' De twee wezentjes keken elkaar kort aan, waarop ze beiden knikten en mijn hand vastpakten, ieder aan één kant.
'We nemen je mee naar de Rechtzaal, daar zal alles duidelijk worden.' Nog lichtjes wankelend, sleurden ze me mee naar de glazen deur die vanzelf de grond in schoof toen hij ons voelde aankomen. Voor ons stonden drie platformen klaar, eentje voor ieder van ons. Ik stapte in de glibberige substantie en zag hoe het rond mijn voeten vormde als een paar goed passende schoenen. De wezentjes naast me klakten drie keer met hun zwarte tongen, waarop de substantie met een rotvaart naar voren schoot. Zo reisden we door schijnbaar ontelbare gangen die ik enkel vaagjes kon bekijken door het gedimde licht van de vliegende lampjes.
Uiteindelijk kwamen we uit in een immens grote zaal, die net zo donker bleek te zijn als de rest van deze planeet. Voor me zag ik vier pilaren, drie op de voorgrond en eentje verhuld in de schaduwen. Toen ik wat beter keek, zag ik dat het tronen waren die allemaal bemand werden door schimmen.
'Stap naar voren,' klonk het fluisterend in mijn oren vanuit de richting van de eerste troon. De twee wezentjes knepen een laatste keer in mijn handen en verdwenen terug in de gangen. Ietwat somber wuifde ik ze na, waarop ik naar voren stapte.
'Welgekomen persoon Q130A,' hoewel het onmogelijk was dat ik de fluisterende stem van zo'n grote afstand kon horen, klonk hij toch helder in mijn oren. 'Wij zijn de drie Rechters van het Lot. Wij zullen bepalen hoe je verdere bestaan hier in de Onderwereld zal verlopen, op basis van hoe je geleefd hebt.' Op dat moment kwam er een doorzichtige bol naar me toe, net groot genoeg zodat ik mijn handen er precies omheen kon vormen.
De middelste Rechter nam het woord. 'Ons rijk bestaat uit drie delen. Als je op een barmhartige en goede manier in het leven stond, ga je naar de Elyzeese velden. Het is de enige plaats op Marwolaeth waar het zonlicht doordringt en dingen kunnen groeien. Je zal er verzekerd een gelukkig leven leiden,' hij glimlachte kort. 'Maar als je met een zwaar hart naar de mensen keek en enkel verdriet bij de mensen rond je heen bracht, kom je in Tartaros terecht. Daar zal je een constante bestraffing ondergaan. Als geen van beiden van toepassing zijn op jou, heb je de kostbare gift van het leven niet tot het uiterste gebruikt en onverschillig geleefd. Dan zullen de Asphodelvelden jouw bestemming zijn, waar je eeuwig zal rondzwerven zonder doel of einde.' Ik slikte hoorbaar.
De derde rechter sprak: 'Houd je voorhoofd tegen de Ziener. Dat zal ervoor zorgen dat je geen geheimen meer voor ons kent.' Ik veronderstelde dat de Rechter de bol in mijn handen bedoelde en legde mijn hoofd er kort op. Ook al duurde het maar enkele seconden, toch voelde ik hoe alle muren in mijn hoofd, die ik zo zorgvuldig had opgebouwd doorheen mijn leven, neerstortte. Duizend en één dingen die ik had weggestoken om nooit meer tegen te moeten komen, overspoelden me als het water dat me mijn leven gekost had. Toen ik opkeek, zag ik hoe de derde Rechter glimlachte. 'Prima. Laat het proces beginnen.'
De bol in mijn handen begon te gloeien en leek recht in me te schijnen. Ontelbaar veel beelden schoten voor mijn ogen; de schaterlach van mijn moeder, het zichtbaar ongeloof van mijn beste vriendin nadat ik gelogen had, het gelukzalig gebrom van mijn kat Snuffels en mijn kleine zusje die tegen me aan sliep, de ruzie met mijn vader,... de emoties sleurden me naar zoveel verschillende plekken dat ik moeite had mezelf recht te houden. Door mijn half-gesloten ogen kon ik zien hoe de bal in mijn handen een gele, gouden kleur kreeg die geluk uitstraalde. Een klein beetje hoop vlamde in me op. Zou het de Elyzeese velden worden?
Op dat moment kwamen echter mijn meest gevreesde herinneringen naar boven, de herinneringen die ik achter zoveel muren en deuren had gestoken dat ze nu pas boven dreven. Voor me zag ik mijn vader geluidloos naar me schreeuwen, zijn gezicht in een angstaanjagende grimas. De tranen die van mijn zusje haar wangen gleden en op haar knuffel neervielen. Ik zag de teleurstelling op het gezicht van mijn vriend toen ik hem zei dat ik niet hetzelfde voelde als hij. De pijn die ik zoveel mensen had aangedaan.
Vanaf de bodem van de bol verspreidde een grijzige, donkerblauwe kleur. Hij slokte het goud bijna helemaal op. Eindelijk werden de emoties me teveel en sleurden ze me op mijn knieën. Ik wilde niet naar Tartaros, niet naar de Elyzeese velden en al evenmin naar de Aspholvelden. Ik wilde naar huis.
De bol in mijn handen werd zo warm dat ik hem bijna niet meer kon vasthouden. Het goude vermengde met het grijze tot ik geen enkele kleur meer kon onderscheiden. De stralen verwarmden mijn gezicht, mijn lichaam en ik sloot mijn ogen. Ik zou het besluit aanvaarden, wat het ook was.
Door een enorme knal vloog mijn lichaam een stukje achteruit. De bal lag aan scherven op de grond, in het midden van een glinsterende substantie. Het bleef even stil in de zaal. Angstig keek ik op en zag hoe de vierde en donkerste schim bewoog. Het was de eerste keer dat die iets van leven toonde. Zijn troon zakte de grond in, tot hij op gelijke hoogte met mij kwam te staan. De andere drie Rechters bogen in respect hun hoofd terwijl de schim op me afliep.
Een benige hand omklemde de rand van zijn kap en onthulde zijn gezicht: uitgemergeld en vol schaduwen. Hades. Er lagen zoveel verschillende dingen in zijn ogen: verrassing, vragen, nieuwsgierigheid en een soort... genegenheid?
'Ik voelde al dat je iets speciaal was,' klonk zijn rasperige stem. 'Je bent geen slecht mens, maar ook geen goed. Je hebt zoveel onopgeloste zaken in de Wereld van de Mensen, waardoor je ook niet onverschillig kan zijn.' Zijn ogen gleden langs mijn lichaam en mijn nekharen gingen meteen omhoog staan.
'Dit is nog niet vaak voorgekomen. Je krijgt één wens van me. Wat zou je nu doen als je alles kon?'
'Ik... Ik weet het niet,' stamelde ik, overweldigd door de plotse vraag. 'Ik wil gewoon naar huis. Mijn zusje heeft me nodig, ik heb nog zoveel-'
'Goed,' onderbrak de god van de Onderwereld me. 'Als dat is wat je wenst.' Hij bracht me naar de ingang die hij met één beweging veranderde in een soort portaal. Een laatste keer keek hij me aan en bracht zijn hand naar mijn gezicht. 'Ik kijk er naar uit om je terug te zien, als de tijd er rijp voor is.' Hierna duwde hij me lichtjes richting de poort. Voor de tweede keer in een veel te korte tijd vloog mijn lichaam alle kanten op, tot ik iets onder mijn rug voelde. Met een gevoel van enorme opluchting, opende ik mijn ogen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here